Polle, Pelli en Pinöo Yrljage met de beul DE DODENLIJST VAN ADRIAN MESSENGER Het öefaeïm vao de vu ia rtoren PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER Ons vervolgverhaal Kankeronderzoek in nieuwe banen Madame Du Barry stierf door de hand die haar eens liefkoosde MAANDAG 9 OKTOBER 1961 7 'HV' 50. „Nu most u toch eens zien, op welk eiland u terecht hent gekomen, Zeerob", zegt Klaas, „ga maar op mijn rug zitten, dan rijd ik u rona. „Kijk, bij dezê grote steen ontmoette Robinson Crusoe zijn vriend Vrijdag, weet u nog wel?" „En kijk eens naar onze palmen, die zijn er beroemd om, dat ze zo ontzettend snel groeien. Bekijk ze maar eens goed!" PHILIP MACDONALD Oorspronkelijke titel: The list of Adrian Messenger Maak zelf uw pannen Ontroerde beul Verkoeling „Ik wil niet C<WKH 3233. Aan de andere kant van de hou ten wand klonk een mannestem. We kunnen wel wachten. Met die storm kan er geen boot aan 't strand lan den. Maar houd in ieder geval de vuur torenwachter in de gaten.' Jawel, chef! antwoordde een andere stem. Zodra er iets gaat gebeuren, moet die onschadelijk gemaakt worden! ging de eerste stem weer voort. Als 't zover is, moet er kort en krachtig gehandeld wor den, anders gooit die roet in 't eten en kon alles nog mislopen! Begrepen, chef! Met hem zullen we wel korte metten maken! Dolf en Ben stonden roerloos tegen de wand; ze keken elkaar verschrikt aan 56) In de kamer van de hoofdcommissa ris vond een bespreking pl'aats. Een bespreking op hoog niveau. Bijzonder hoog niveau. 'Topniveau mogen we wel zeggen. Er waren vier mensen aanwezig. Om te beginnen de hoofdcommissaris zelf: luitenant-generaal Sir Duncan Outram; zijn assistent van de crimi nele afdeiiitg, Sir Egbert Lucas, iemand van het ministerie van bin nenlandse Zaken, Sir Ronald Aston- Phibbs; en Anthony Ruthven Gethryn, die alleen maar zichzelf was. Anthony had de hoofdcommissaris wel eerder ontmoet en hij mocht hem erg graag. Aston-Phibbs had hij een keer ontmoet, en hem mocht hij he lemaal niet. Hij grinnikte dus tegen Lucas, schudde de hand van de hoofd commissaris en beantwoordde Aston- Phibbs' koude knik met een nog kou dere. Daarna nam hij de stoel die hem werd aangeboden en wachtte af. Hij hoefde echter niet lang te wach ten. Welke fouten de hoofdcommissa ris ook mocht hebben, hij hield van opschieten. „Het gaat over die krank zinnige zaak-Gleneyre," zei hij. „Lu cas en ik hebben de hele zaak door gepraat met het ministerie van bin nenlandse zaken. Eerst met de minis ter zelf, daarna met Sir Ronald die nu hier is, en die opdracht heeft na mens hem op te treden. Ze hebben jouw volledige rapport gelezen, Lucas. De minister heeft me overigens ge vraagd je voor dat mooie stukje werk zijn compliment te maken." „Of bent u het er misschien niet mee eens?" De neus van Sir Ronald Aston- Phibbs leek speciaal gebouwd om er langs te kijken en dat deed hij nu dan ook. „Heel mooi werk," zei hij. „Zit knap in elkaar. Er blijven na tuurlijk vragen. In het bijzonder de vraag waarom deze George Swaab, als hij zo'n meester is in het zich vermommen als u stelt, de moeite zou nemen elf mensen te vermoorden, die hem allen vele jaren niet gezien heb ben, teneinde te voorkomen dat zij zijn foto's zouden herkennen als hij eenmaal zijn hoge adellijke functie zou hebben verkregen." „Dat lijkt me nogal duidelijk, niet?" Anthony trok een wenkbrauw op. „De elf mensen die hij vermoord de waren de mensen met wie JuA- ge zamenlijk een actie uitvoerde en die hij toen verried. Zulke mensen zouden hem niet snel vergeten. En die men sen kenden hem als zichzelf, niet in een van zijn rollen. En om een re delijk bestaan te hebben na de ver krijging van het markiezaat moest hij wel zichzelf zijn. En dus liep hij het gevaar dat die elf mensen hem zou den herkennen. En dus moest hij zien ze uit de weg te ruimen. En dat heeft hij dan ook gedaan." Hij hield zijn ogen gericht op Aston- Phibbs. „Ik neem aan dat u ook nog wilde vragen waarom George Swaab niet een nieuwe serie moorden in de vorm van ongelukken is gaan orga niseren om de mensen uit de weg te ruimen, die hij de laatste vijf jaar ontmoet heeft. Daarop is het antwoord hetzelfde, zij het omgekeerd. In die jaren is hij nooit zichzelf geweest, en hij hoefde dus ook niet bang te zijn dat iemand hem later zou herkennen. Hoogstens zou iemand een zekere ge lijkenis zien." „Dat sluit." Aston-Phibbs hield op met langs zijn neus kijken en gaf Anthony een blik waaruit duidelijk bleek hoezeer hij hem niet mocht. „Er zijn verder geen vragen." Lucas ging verzitten. „Nu kunnen we dus misschien," zei hij, „tot het werkelij ke doel van deze bijeenkomst ko men?" „Ja, ja," de hoofdcommissaris knikte instemmend tegen hem „Geth ryn, de reden dat we hier bijeen zijn is dat we een regeling willen treffen voor de permanente bewaking van de jonge Gleneyre. Uiteraard voor de tijd tot we de moordenaar te pakken hebben." Anthony bereidde zich voor op ver zet. „Daar heb ik niets mee te ma ken," zei hij. „De beslissing berust bij de familie en het werk is zuiver politiewerk" Lucas en de hoofdcommissaris wis selden een blik. Waarop de hoofdcom missaris zei: Ik heb bericht gehad van lady Gleneyre, Gethryn." Hij nam een velletje uit een la van zijn bureau. „Dit schrijft ze: „Geachte heer Duncan Outram, Veel dank voor uw brief. Wilt u zo vriendelijk zijn ten aanzien van de bewaking van De- rek contact op te nemen met generaal Gethryn. Ik houd mij ervan verzekerd dat hij bereid is in deze voor mij op te treden en alles wat hij voorstelt, kunt u als mijn wens beschouwen. Neemt u mij niet kwalijk, dat ik u niet eerder geantwoord heb..." en dan volgt alleen nog een handtekening." Hij legde de brief terzijde en keek weer naar Anthony. Lucas keek ook naar Anthony. Hij zei: „Laten we de vraag laten rusten of je al van lady Gleneyres besluit op de hoogte was..." „Ja, laten we dat doen." Anthony's gezicht stond uitdrukkingsloos. „En laten we aannemen dat je nu bereid bent ons alle mogelijke hulp te geven..." „Nee," Anthony sprak heel nadruk kelijk. „Nee, dat mag je niet ver-, wachten. Naar mijn mening moet de jongen namelijk helemaal geen offi ciële bewaking hebben. Zelfs niet zo veel als jouw kwartet in Hampstead." Hij zag verbaasde blikken, die hij negeerde. „Het heeft geen zin, zelfs al zouden jullie de meest onopvallen de politiemensen gebruiken, die je je maar denken kunt. Om hun doel te bereiken, zouden het er om te begin nen veel moeten zijn en bovendien zouden ze steeds in de buurt van de jongen moeten zijn. En als het er veel zijn en als ze dicht in de buurt van de jongen zijn, dan vallen ze ook op. Eh als ze opvallen, verspelen we onze enige kans de man te pakken te krijgen, die we willen hebben. Hun aanwezigheid zou hem zonder meer waarschuwen dat we achter zijn opzet zijn gekomen." Er kwamen nu nog meer vragende blikken en nog dieper gefronste wenk brauwen. Lucas zei langzaam: „Maar wat is het alternatief? Lady Gleneyre de jongen verborgen doen houden, terwijl wij naar Swaab blij ven zoeken? Is dat alles wat we kun nen doen?" Anthony keek hem aan: „Dat moet je mij vertellen!" Aston-Phibbs zei: „Maar dat kan maanden duren. En dan wordt het mogelijk nog niets?' Hij richtte zijn y.iss.eogen op Lucas er. de hoófdcöm- missar.is. „Het bevalt me niet. Het bevalt me helemaal niet. Ik heb de indruk dat we uit het oog verliezen waar het om gaat. En dat is dat een jonge Engelsman, een van de belang rijkste leden van de adel van het ko ninkrijk, gevaar loopt vermoord te worden. Het is daarom duidelijk wat we doen moeten. We moeten tot elke prijs die moord voorkomen. Tot elke prijs." Anthony stak een sigaret op. „Als dat alles is wat u wilt," zei hij, „is het heel eenvoudig." Ze staarden hem weer aan en Aston Phibbs zei: „Werkelijk? Mag ik dan misschien vragen welke methode u in gedacht hebt?" „Zeker." Anthony gunde zich de tijd. „Geef een verklaring uit aan de pers over alles wat we weten. Vraag zelfs het publiek om hulp om Swaab op te sporen." Hij pauzeerde weer. „Als de hele wereld zijn plannen kent zal hij ze moeten opgeven. Voor een hele tijd, zo niet voor altijd." „Tja," begon Aston-Phibbs, maar hij werd overstemd door de hoofdcom missaris, die krachtig uitriep „Maar verduiveld, Gethryn, dan gaat die man zich alleen nog maar beter ver schuilen We willen hem juist uitlok ken. Geef ons daar liever een plan voor." „Graag." Anthony deed of er niets bijzonders van hem gevraagd werd. „Wat dacht je hiervan? Houd de jon ge Gleneyre volkomen verborgen en publiceer het nieuws dat hij longont steking heeft. Geef daarover bulletins uit en tenslotte het bericht van zijn overlijden. Daarna een tot de familie beperkte schijnbegrafenis en wacht een paar weken... Ik garandeer je dat als het goed gespeeld is, George Swaab-Swabborn zich dan persoonlijk komt melden. De hoed in de ene hand, en zijn geboorteakte in de andere." (Wordt vervolgd) Charles-Henri Sanson bij de guil lotine. waarmee hij duizenden „vijanden des volks" onthalsd heeft. (Naar een spotprent van een tijdgenoot) gepast en op 21 januari 1793 viel het hoofd van Lodewijk XVI door een mes van zijn eigen vinding. BIJ HET LEZEN van de gedenkschrif ten van Sanson wordt het duidelijk, dat de beul tijdens deze terechtstelling méér .moeite had, zijn ontroering meester te blij ven dan het koninklijke slachtoffer. De dag, waarop het doodvonnis over de ko- rjipg bevestigd werd, had in de huiselijke kring eigenlijk een feestdag moeten zijn: het- was de trouwdag van Charles-Henry Sanson. Deze samenloop, voor de geschie denis van geringe betekenis, oefende op de gevoelens van de beul van Parijs grote invloed uit. De dood van Lodewijk XVI voelde Sanson als een persoonlijke ramp. Zijn hele verdere leven kwam hij er niet over heen, dat zijn ambtelijke plicht hem tot de voltrekker van 's konings noodlot had gemaakt In de eerste dagen van de Franse re volutie had Charles-Henry Sanson tot de overtuigde medestanders van de omwente ling behoord. Die overtuiging was voorgoed geschokt door de terechtstelling van de ko ning en ze brokkelde nog verder af op de bloedige weg der duizenden executies, die hij nog met Guillotin's macabere machine te verrichten kreeg: 2918 in totaal. Maar de beul was een werktuig, even willoos als de guillotine die hij bediende. En de handen van Charles-Henry Sanson vonden pas rust toen de geschiedenis zelf aan de gruwelijke slachting een halt toe riep. Op het 47ste congres van het Ameri kaanse college van chirurgen in Chicago zijn nieuwe aanwijzingen naar voren ge bracht dat kanker mogelijkerwijze door viren zou worden, verwekt. Een aantal geleerden van het Roswell Park Memorial Institute for Research heeft op dit congres rapport uitgebracht over enige successen die werden behaald bij het kweken van het verdachte virus, dat ontnomen was aan de milt en de thy mus (borstklier) van drie kankerpatiënten. Van de muizen die met deze stof wer den ingeënt kregen 17 percent binnen het jaar gezwellen. Dit is echter nog geen po sitief bewijs dat deze viren kanker ver wekken, aldus de geleerden. Onderzoekers van het Amerikaanse Nationale Kankerin stituut, die een onderzoek instelden naar andere mogelijke oorzaken van kanker, verklaarden dat het bloedserum van kan kerpatiënten verschilt van dat van mensen die niet aan deze ziekte lijden. Volgens hen bevat het bloed van mensen die niet aan kanker lijden een onbekende stof die de abnormale vermenigvuldiging van cel len tegengaat. Deze stof zou niet aanwezig zijn in het bloedserum van kankerpatiën ten, aldus deze geleerden. 68. De agent, die de gevangenwagen had geroepen en wiens naam Drukker was, stapte vastberaden weer op het gebouw af om de arrestant te gaan halen. Hij tras nog maar nauwelijks buiten gehoorsafstand toen de boom tot de bestuurder sprak: „Zeg, vrind, ik wilde eens een woordje met je spreken". Nu daar hoorde die bestuurder van op! Hij zag met grote tegenwoor digheid van geest in dat hij een onderzoek diende in te stellen. „Dit kan niet", zei hij. „Ik heb nog nooit van pratende bomen gehoord!" „Ik geef toe dat het een uitzonderlijk verschijnsel is", gaf de boom toe, „en het is dan ook een noodgeval dat me mijn bijna spreekwoordelijke stilte doet verbreken. Maar weet ge, vrind ik kan u tot mijn leedwezen niet toestaan dat ventje in uw onguur voertuig naar het cachot te voeren en ik vrees dat ik handelend op moet treden. Werp me niet voor de voeten dat het een zwak heid van me is wanneer ik metegen de opsluiting van deze Panda verzet, want niemand is hier dieper van doordrongen dan ik zelf. Mijn weekhartigheid zal me nog eens in het ongeluk storten; mijn zachtmoedigheid wordt nog eens mijn ondergang, maar het is sterker dan ik, ik kan me er niet tegen verzetten. Misschien ben ik wel tè innig goedZo sprekend liet de boom zijn volle gewicht op het schedeldak van de onthutste bestuurder neerdalen. Het „doe-het-zelf" systeem heeft zich althans in de V. S ook uitgebreid tot een werkje dat vroeger door ketellappers werd gedaan. Daar kan de huisvrouw een tube met een middel kopen, dat voldoende is voor acht middelgrote pannen. Als zij met dit middel de binnenkant van haar versleten pan bespuit en deze daarna ge durende drie kwartier in de oven zet, is de pan niet alleen weer als nieuw, maar kan er daarna ook zonder vet in gebak ken worden. Geen wonder dat dit middel „pan-magic" wordt genoemd - (Consu) MADAME DU BARRY, de laatste der grote courtisanen en „maïtresse en titre" van koning Lodewijk XV, is wellicht vaker en uitvoeriger beschreven dan enige andere vrouw ter wereld. Ontelbaar is het aantal romans en novellen, waarin zij als heldin of althans als nevenfiguur optreedt. Operettes en toneelstukken brachten haar, in historisch niet altijd even juiste gedaante, op de planken. Zij was van heel eenvoudige afkomst, maar reeds als jong meisje van een brandende eerzucht vervuld. Die eerzucht dreef haar langs niet altijd even eerzame wegen in de armen van de ridder Jean du Barry. En toen diens broer Guillaume beter dan Jean voor een introductie aan het Franse hof bleek te kunnen zorgen, trouwde zij met Guillaume. Een jaar later was zij de officiële geliefde van de toen bijna zestigjarige Lodewijk. De voormalige Jeanne Bécu zelf, nu gravin Du Barry, was 25 jaar.Over haar glorietijd aan het hof hebben wij een overvloed van getuigenissen. Niet vergeefs streefde zij ernaar, zoveel mogelijk in het openbaar te schitteren. Over haar duistere af komst maakten de hovelingen achter haar rug echter meer boosaardige grapjes dan haar aan genaam kon zijn. En van dit duistere verleden zouden wij een der meest romantische episoden niet kennen zonder de gedenkschriften van de beul van Parijs, Charles-Henry Sanson. In de tijd van zijn idylle met de jeugdige Jeanne Bécu was Charles- Henry, hoewel nog pas een jongeman van 25 jaar, al sinds tien jaar de feitelijke tenuitvoerlegger van alle in Parijs uitgesproken doodstraffen. Dat kwam, doordat zijn vader Jean-Baptiste, de „officiële" beul, als gevolg van een verlamming al sedert 1752 zijn ambt niet meer uitoefende. Het huis der Sansons, geschuwd door vrijwel iedereen, kreeg slechts weinig bezoekers. Eén daarvan was een brave geestelijke, de abbé Gomart. gedurende alle fasen van de grote beproe ving. En terwijl Jeanne Bécu een kwart eeuw tevoren stellig niet had kunnen be vroeden, dat de hand van haar toenmalige minnaar eens haar leven zou nemen, heeft Lodewijk XVI wellicht al voorvoeld wat hem te wachten stond toen men in 1792 zijn oordeel over de guillotine kwam vra gen. Dokter Guillotin propageerde een vorm van executie, die „menselijker" moest zijn dan de destijds gangbare methoden. En Charles-Henry Sanson, de beul die zoveel veroordeelden op het rad persoonlijk on der afschuwelijke martelingen ter dood ge bracht had, juichte het streven van Guil lotin van harte toe. Een Duitse instrument maker, Schmidt, werkte de plannen voor een „gemoderniseerde" valbijl uit. Daar na verdedigde Guillotin ze in de Nationale Vergadering. En op 2 maart 1792 begaf een deputatie uit de Nationale Vergade ring zich, door de beul vergezeld, naar de Tuilerieën voor een bezoek aan dr. An- toine Louis, die een „medisch advies" moest uitbrengen. Maar Louis was de lijf arts des konings en deze laatste bleek zelf ook vol belangstelling te zijn. Het is algemeen bekend, dat Lodewijk XVI in zijn vrije tijd gaarne knutselde en in het bijzonder een vaardig slotenmaker was. Rij l\ad d^ap ,99k, egn zeer deskundige kijk op hét nieuwe instrument des doods. Dr. Antoine Louis kon op de constructie van Guillotin en Schmidt niets aanmerken. De koning echter had critiek op een zeer belangrijk onderdeel van de lugubere ma chine. „Past dat halvemaanvormige ijzer wel voor elke hals?" vroeg hij. „Naar mijn mening zou het sommige halsen slechts licht beschadigen en andere niet eens om klemmen!" Charles-Henry Sanson was getroffen door de juistheid van die opmerking. Maar te gelijk wierp hij onwillekeurig een blik op de brede, gespierde nek van Lodewijk XVI Een benauwend voorgevoel kwam bij hem op. De koning van zijn kant glimlachte voldaan. Hij nam een pen van de schrijf tafel van dr. Louis en schetste daarmee de vorm, die hem voor het dodelijke ijzer het meest dienstig scheen: met een rech te, maar schuin geplaatste snede. Inderdaad heeft men de door de koning voorgestelde wijziging op de guillotine toe- De bezorgde verhalen, die deze abbé Go- mart deed over zijn nichtje Jeanne, waren voldoende om Charles-Henry in vuur en vlam te zetten. Dat het nichtje haar oom en voogd voort durend in ernstige moeilijkheden bracht, omdat zij maar al te gemakkelijk toegaf aan de verleidingen des levens, schrok de jeugdige beulszoon niet af. Misschien voor zag hij daardoor wel een gemakkelijke ver overing, want hij was een jongeman, die maar node berustte in het hem door zijn lugubere beroep opgelegde isolement. Schijnbaar onopzettelijk wist hij van abbé Gomart de mededeling los te krijgen, dat Jeanne in de Rue du Bac woonde en van dat ogenblik ging Charles-Henry op vrijers voeten. De jongeman vatte eenvoudig post in de Rue du Bac en bleef uren achtereen zó opvallend naar het raam van Jeanne's wo ning staren, dat haar nieuwsgierigheid ge prikkeld was en zij hem binnenliet. Hij noemde zich „ridder De Longval" en niet helemaal ten onrechte, want de Sansons wai-ert van adellijke afkomst* en de over- jfr'dótvader van Charles-Henry heette San son de Longval. Het meisje van haar kant wilde de naam van haar ongehuwde moe der doen vergeten en noemde zich naar haar latere stiefvader Jeanne Langon de Vaubernier. Bij deze ijdele namen-maske rade begon een oppervlakkige liefdesver houding. TE PAS EN te onpas beriep Jeanne Bé cu zich op haar heilige naamgenote Jean ne d'Arc. Tot Charles-Henry zich eens liet ontvallen, dat zij met de vrome redster van Frankrijk weinig gemeen had en meer gelijkenis vertoonde met Agnes Sorel, de minnares van Karei VII. Dat bracht een verkoeling in hun betrekkingen. De waar heid kan nu eenmaal niet altijd een her berg vinden. Toen het Charles-Henry bo vendien duidelijk werd, dat het eerzuchtige meisje zeker ijlings met hem breken zou wanneer zij zijn ware identiteit vernam, HET BEKOORLIJKE, slanke meisje van weleer was toen veranderd in een zwaar- livige vrouw, die met een van doodsangst vertrokken gezicht onafgebroken gilde: „Ik wil niet! Ik wil niet!" Charles-Henry San son, sinds 1776 de officiële opvolger van zijn vader, was 's ochtends om negen uur in haar cel verschenen. Zij probeerde tijd te winnen door belangrijke verklaringen te beloven. Het uur tijd, dat haar daartoe werd gegund, kostte verscheidene mensen het leven, want zij bracht alle ongelukki- gen aan, die zich bereid hadden verklaard haar juwelen in bewaring te nemen. Zelf kon zij zich door dit laffe verraad niet het leven redden. Toen de beul haar in de gevangenis als voorbereiding van de executie het haar liet afknippen, ontketende zij een wilde scène. En in de open wagen, op weg naar het schavot, hield zij niet op, de nieuwsgieri gen in de straten krijsend te hulp te roe pen. Hoewel iedereen haar levenswandel kende en velen die waardiger en moediger dan zij de dood tegemoet gegaan waren, door de menigte werden uitgejouwd, bleef het bijna doodstil in de mensenmassa. Bij het zien van de guillotine kreeg zij een flauwte. Maar toen Charles-Henry San son daarvan gebruik wilde maken om aan alles snel een einde te maken, smeekte zij opnieuw om uitstel. Charles-Henry, die als alle beulen uit het geslacht der San sons uitvoerige aantekeningen over zijn te rechtstellingen heeft nagelaten, geeft van haar einde een relaas, dat de haren te berge doet rijzen. Tot het laatst vocht zij vertwijfeld om haar leven, links en rechts bijtend naar de beulsknechten, die haar nauwelijks de baas konden. VOOR CHARLES-HENRY, die zoveel duizenden ongelukkigen in hun laatste ogenblikken van nabij had meegemaakt, was er geen groter tegenstelling denkbaar dan tussen madame Du Barry en Lode wijk XVI. De koning was een toonbeeld van moed, zelfbeheersing en waardigheid, Du Barry in haar glorietijd. staakte hij zijn bezoeken aan de Rue du Bac. Hij zag haar pas terug, toen zij als Madame du Barry op vijftigjarige leeftijd in de gevangenis de komst van de beul afwachtte. k

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7