Polle,
Pelli en
Pinöo
Yrljage met de beul
DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
Het öefaeïm vao de vu ia rtoren
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
Ons vervolgverhaal
Kankeronderzoek
in nieuwe banen
Madame Du Barry stierf door de
hand die haar eens liefkoosde
MAANDAG 9 OKTOBER 1961
7
'HV'
50. „Nu most u toch eens zien, op welk eiland u terecht hent gekomen, Zeerob",
zegt Klaas, „ga maar op mijn rug zitten, dan rijd ik u rona. „Kijk, bij dezê
grote steen ontmoette Robinson Crusoe zijn vriend Vrijdag, weet u nog wel?"
„En kijk eens naar onze palmen, die zijn er beroemd om, dat ze zo ontzettend
snel groeien. Bekijk ze maar eens goed!"
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
Maak zelf uw pannen
Ontroerde beul
Verkoeling
„Ik wil niet
C<WKH
3233. Aan de andere kant van de hou
ten wand klonk een mannestem.
We kunnen wel wachten. Met die
storm kan er geen boot aan 't strand lan
den. Maar houd in ieder geval de vuur
torenwachter in de gaten.'
Jawel, chef! antwoordde een andere
stem.
Zodra er iets gaat gebeuren, moet
die onschadelijk gemaakt worden! ging de
eerste stem weer voort. Als 't zover is,
moet er kort en krachtig gehandeld wor
den, anders gooit die roet in 't eten en
kon alles nog mislopen!
Begrepen, chef! Met hem zullen we
wel korte metten maken!
Dolf en Ben stonden roerloos tegen de
wand; ze keken elkaar verschrikt aan
56)
In de kamer van de hoofdcommissa
ris vond een bespreking pl'aats. Een
bespreking op hoog niveau. Bijzonder
hoog niveau. 'Topniveau mogen we
wel zeggen.
Er waren vier mensen aanwezig.
Om te beginnen de hoofdcommissaris
zelf: luitenant-generaal Sir Duncan
Outram; zijn assistent van de crimi
nele afdeiiitg, Sir Egbert Lucas,
iemand van het ministerie van bin
nenlandse Zaken, Sir Ronald Aston-
Phibbs; en Anthony Ruthven Gethryn,
die alleen maar zichzelf was.
Anthony had de hoofdcommissaris
wel eerder ontmoet en hij mocht hem
erg graag. Aston-Phibbs had hij een
keer ontmoet, en hem mocht hij he
lemaal niet. Hij grinnikte dus tegen
Lucas, schudde de hand van de hoofd
commissaris en beantwoordde Aston-
Phibbs' koude knik met een nog kou
dere. Daarna nam hij de stoel die
hem werd aangeboden en wachtte af.
Hij hoefde echter niet lang te wach
ten. Welke fouten de hoofdcommissa
ris ook mocht hebben, hij hield van
opschieten. „Het gaat over die krank
zinnige zaak-Gleneyre," zei hij. „Lu
cas en ik hebben de hele zaak door
gepraat met het ministerie van bin
nenlandse zaken. Eerst met de minis
ter zelf, daarna met Sir Ronald die
nu hier is, en die opdracht heeft na
mens hem op te treden. Ze hebben
jouw volledige rapport gelezen, Lucas.
De minister heeft me overigens ge
vraagd je voor dat mooie stukje werk
zijn compliment te maken."
„Of bent u het er misschien niet
mee eens?"
De neus van Sir Ronald Aston-
Phibbs leek speciaal gebouwd om er
langs te kijken en dat deed hij nu
dan ook. „Heel mooi werk," zei hij.
„Zit knap in elkaar. Er blijven na
tuurlijk vragen. In het bijzonder de
vraag waarom deze George Swaab,
als hij zo'n meester is in het zich
vermommen als u stelt, de moeite zou
nemen elf mensen te vermoorden, die
hem allen vele jaren niet gezien heb
ben, teneinde te voorkomen dat zij
zijn foto's zouden herkennen als hij
eenmaal zijn hoge adellijke functie
zou hebben verkregen."
„Dat lijkt me nogal duidelijk,
niet?" Anthony trok een wenkbrauw
op. „De elf mensen die hij vermoord
de waren de mensen met wie JuA- ge
zamenlijk een actie uitvoerde en die
hij toen verried. Zulke mensen zouden
hem niet snel vergeten. En die men
sen kenden hem als zichzelf, niet in
een van zijn rollen. En om een re
delijk bestaan te hebben na de ver
krijging van het markiezaat moest hij
wel zichzelf zijn. En dus liep hij het
gevaar dat die elf mensen hem zou
den herkennen. En dus moest hij
zien ze uit de weg te ruimen. En
dat heeft hij dan ook gedaan." Hij
hield zijn ogen gericht op Aston-
Phibbs. „Ik neem aan dat u ook nog
wilde vragen waarom George Swaab
niet een nieuwe serie moorden in de
vorm van ongelukken is gaan orga
niseren om de mensen uit de weg te
ruimen, die hij de laatste vijf jaar
ontmoet heeft. Daarop is het antwoord
hetzelfde, zij het omgekeerd. In die
jaren is hij nooit zichzelf geweest, en
hij hoefde dus ook niet bang te zijn
dat iemand hem later zou herkennen.
Hoogstens zou iemand een zekere ge
lijkenis zien."
„Dat sluit." Aston-Phibbs hield op
met langs zijn neus kijken en gaf
Anthony een blik waaruit duidelijk
bleek hoezeer hij hem niet mocht.
„Er zijn verder geen vragen." Lucas
ging verzitten. „Nu kunnen we dus
misschien," zei hij, „tot het werkelij
ke doel van deze bijeenkomst ko
men?" „Ja, ja," de hoofdcommissaris
knikte instemmend tegen hem „Geth
ryn, de reden dat we hier bijeen zijn
is dat we een regeling willen treffen
voor de permanente bewaking van de
jonge Gleneyre. Uiteraard voor de
tijd tot we de moordenaar te pakken
hebben."
Anthony bereidde zich voor op ver
zet. „Daar heb ik niets mee te ma
ken," zei hij. „De beslissing berust
bij de familie en het werk is zuiver
politiewerk"
Lucas en de hoofdcommissaris wis
selden een blik. Waarop de hoofdcom
missaris zei: Ik heb bericht gehad
van lady Gleneyre, Gethryn." Hij
nam een velletje uit een la van zijn
bureau. „Dit schrijft ze: „Geachte
heer Duncan Outram, Veel dank voor
uw brief. Wilt u zo vriendelijk zijn
ten aanzien van de bewaking van De-
rek contact op te nemen met generaal
Gethryn. Ik houd mij ervan verzekerd
dat hij bereid is in deze voor mij op
te treden en alles wat hij voorstelt,
kunt u als mijn wens beschouwen.
Neemt u mij niet kwalijk, dat ik u
niet eerder geantwoord heb..." en dan
volgt alleen nog een handtekening."
Hij legde de brief terzijde en keek
weer naar Anthony.
Lucas keek ook naar Anthony. Hij
zei: „Laten we de vraag laten rusten
of je al van lady Gleneyres besluit
op de hoogte was..."
„Ja, laten we dat doen." Anthony's
gezicht stond uitdrukkingsloos.
„En laten we aannemen dat je nu
bereid bent ons alle mogelijke hulp
te geven..."
„Nee," Anthony sprak heel nadruk
kelijk. „Nee, dat mag je niet ver-,
wachten. Naar mijn mening moet de
jongen namelijk helemaal geen offi
ciële bewaking hebben. Zelfs niet zo
veel als jouw kwartet in Hampstead."
Hij zag verbaasde blikken, die hij
negeerde. „Het heeft geen zin, zelfs
al zouden jullie de meest onopvallen
de politiemensen gebruiken, die je je
maar denken kunt. Om hun doel te
bereiken, zouden het er om te begin
nen veel moeten zijn en bovendien
zouden ze steeds in de buurt van de
jongen moeten zijn. En als het er
veel zijn en als ze dicht in de buurt
van de jongen zijn, dan vallen ze ook
op. Eh als ze opvallen, verspelen we
onze enige kans de man te pakken
te krijgen, die we willen hebben. Hun
aanwezigheid zou hem zonder meer
waarschuwen dat we achter zijn opzet
zijn gekomen."
Er kwamen nu nog meer vragende
blikken en nog dieper gefronste wenk
brauwen. Lucas zei langzaam:
„Maar wat is het alternatief? Lady
Gleneyre de jongen verborgen doen
houden, terwijl wij naar Swaab blij
ven zoeken? Is dat alles wat we kun
nen doen?"
Anthony keek hem aan: „Dat moet
je mij vertellen!"
Aston-Phibbs zei: „Maar dat kan
maanden duren. En dan wordt het
mogelijk nog niets?' Hij richtte zijn
y.iss.eogen op Lucas er. de hoófdcöm-
missar.is. „Het bevalt me niet. Het
bevalt me helemaal niet. Ik heb de
indruk dat we uit het oog verliezen
waar het om gaat. En dat is dat een
jonge Engelsman, een van de belang
rijkste leden van de adel van het ko
ninkrijk, gevaar loopt vermoord te
worden. Het is daarom duidelijk wat
we doen moeten. We moeten tot elke
prijs die moord voorkomen. Tot elke
prijs."
Anthony stak een sigaret op. „Als
dat alles is wat u wilt," zei hij, „is
het heel eenvoudig."
Ze staarden hem weer aan en Aston
Phibbs zei: „Werkelijk? Mag ik dan
misschien vragen welke methode u in
gedacht hebt?"
„Zeker." Anthony gunde zich de
tijd. „Geef een verklaring uit aan de
pers over alles wat we weten. Vraag
zelfs het publiek om hulp om Swaab
op te sporen." Hij pauzeerde weer.
„Als de hele wereld zijn plannen kent
zal hij ze moeten opgeven. Voor een
hele tijd, zo niet voor altijd."
„Tja," begon Aston-Phibbs, maar
hij werd overstemd door de hoofdcom
missaris, die krachtig uitriep „Maar
verduiveld, Gethryn, dan gaat die
man zich alleen nog maar beter ver
schuilen We willen hem juist uitlok
ken. Geef ons daar liever een plan
voor."
„Graag." Anthony deed of er niets
bijzonders van hem gevraagd werd.
„Wat dacht je hiervan? Houd de jon
ge Gleneyre volkomen verborgen en
publiceer het nieuws dat hij longont
steking heeft. Geef daarover bulletins
uit en tenslotte het bericht van zijn
overlijden. Daarna een tot de familie
beperkte schijnbegrafenis en wacht
een paar weken... Ik garandeer je dat
als het goed gespeeld is, George
Swaab-Swabborn zich dan persoonlijk
komt melden. De hoed in de ene hand,
en zijn geboorteakte in de andere."
(Wordt vervolgd)
Charles-Henri Sanson bij de guil
lotine. waarmee hij duizenden
„vijanden des volks" onthalsd
heeft. (Naar een spotprent van een
tijdgenoot)
gepast en op 21 januari 1793 viel het hoofd
van Lodewijk XVI door een mes van zijn
eigen vinding.
BIJ HET LEZEN van de gedenkschrif
ten van Sanson wordt het duidelijk, dat de
beul tijdens deze terechtstelling méér
.moeite had, zijn ontroering meester te blij
ven dan het koninklijke slachtoffer. De
dag, waarop het doodvonnis over de ko-
rjipg bevestigd werd, had in de huiselijke
kring eigenlijk een feestdag moeten zijn:
het- was de trouwdag van Charles-Henry
Sanson. Deze samenloop, voor de geschie
denis van geringe betekenis, oefende op de
gevoelens van de beul van Parijs grote
invloed uit. De dood van Lodewijk XVI
voelde Sanson als een persoonlijke ramp.
Zijn hele verdere leven kwam hij er niet
over heen, dat zijn ambtelijke plicht hem
tot de voltrekker van 's konings noodlot
had gemaakt
In de eerste dagen van de Franse re
volutie had Charles-Henry Sanson tot de
overtuigde medestanders van de omwente
ling behoord. Die overtuiging was voorgoed
geschokt door de terechtstelling van de ko
ning en ze brokkelde nog verder af op de
bloedige weg der duizenden executies, die
hij nog met Guillotin's macabere machine
te verrichten kreeg: 2918 in totaal.
Maar de beul was een werktuig, even
willoos als de guillotine die hij bediende.
En de handen van Charles-Henry Sanson
vonden pas rust toen de geschiedenis zelf
aan de gruwelijke slachting een halt toe
riep.
Op het 47ste congres van het Ameri
kaanse college van chirurgen in Chicago
zijn nieuwe aanwijzingen naar voren ge
bracht dat kanker mogelijkerwijze door
viren zou worden, verwekt.
Een aantal geleerden van het Roswell
Park Memorial Institute for Research
heeft op dit congres rapport uitgebracht
over enige successen die werden behaald
bij het kweken van het verdachte virus,
dat ontnomen was aan de milt en de thy
mus (borstklier) van drie kankerpatiënten.
Van de muizen die met deze stof wer
den ingeënt kregen 17 percent binnen het
jaar gezwellen. Dit is echter nog geen po
sitief bewijs dat deze viren kanker ver
wekken, aldus de geleerden. Onderzoekers
van het Amerikaanse Nationale Kankerin
stituut, die een onderzoek instelden naar
andere mogelijke oorzaken van kanker,
verklaarden dat het bloedserum van kan
kerpatiënten verschilt van dat van mensen
die niet aan deze ziekte lijden. Volgens
hen bevat het bloed van mensen die niet
aan kanker lijden een onbekende stof die
de abnormale vermenigvuldiging van cel
len tegengaat. Deze stof zou niet aanwezig
zijn in het bloedserum van kankerpatiën
ten, aldus deze geleerden.
68. De agent, die de gevangenwagen had geroepen
en wiens naam Drukker was, stapte vastberaden weer
op het gebouw af om de arrestant te gaan halen. Hij
tras nog maar nauwelijks buiten gehoorsafstand toen de
boom tot de bestuurder sprak: „Zeg, vrind, ik wilde
eens een woordje met je spreken". Nu daar hoorde
die bestuurder van op! Hij zag met grote tegenwoor
digheid van geest in dat hij een onderzoek diende in te
stellen. „Dit kan niet", zei hij. „Ik heb nog nooit van
pratende bomen gehoord!"
„Ik geef toe dat het een uitzonderlijk verschijnsel is",
gaf de boom toe, „en het is dan ook een noodgeval dat
me mijn bijna spreekwoordelijke stilte doet verbreken.
Maar weet ge, vrind ik kan u tot mijn leedwezen niet
toestaan dat ventje in uw onguur voertuig naar het
cachot te voeren en ik vrees dat ik handelend op moet
treden. Werp me niet voor de voeten dat het een zwak
heid van me is wanneer ik metegen de opsluiting van
deze Panda verzet, want niemand is hier dieper van
doordrongen dan ik zelf. Mijn weekhartigheid zal me nog
eens in het ongeluk storten; mijn zachtmoedigheid wordt
nog eens mijn ondergang, maar het is sterker dan ik,
ik kan me er niet tegen verzetten. Misschien ben ik wel
tè innig goedZo sprekend liet de boom zijn volle
gewicht op het schedeldak van de onthutste bestuurder
neerdalen.
Het „doe-het-zelf" systeem heeft zich
althans in de V. S ook uitgebreid tot een
werkje dat vroeger door ketellappers werd
gedaan. Daar kan de huisvrouw een tube
met een middel kopen, dat voldoende is
voor acht middelgrote pannen. Als zij
met dit middel de binnenkant van haar
versleten pan bespuit en deze daarna ge
durende drie kwartier in de oven zet, is
de pan niet alleen weer als nieuw, maar
kan er daarna ook zonder vet in gebak
ken worden. Geen wonder dat dit middel
„pan-magic" wordt genoemd - (Consu)
MADAME DU BARRY, de laatste der grote courtisanen en „maïtresse en titre" van
koning Lodewijk XV, is wellicht vaker en uitvoeriger beschreven dan enige andere vrouw
ter wereld. Ontelbaar is het aantal romans en novellen, waarin zij als heldin of althans
als nevenfiguur optreedt. Operettes en toneelstukken brachten haar, in historisch niet altijd
even juiste gedaante, op de planken. Zij was van heel eenvoudige afkomst, maar reeds als
jong meisje van een brandende eerzucht vervuld. Die eerzucht dreef haar langs niet altijd
even eerzame wegen in de armen van de ridder Jean du Barry. En toen diens broer
Guillaume beter dan Jean voor een introductie aan het Franse hof bleek te kunnen
zorgen, trouwde zij met Guillaume. Een jaar later was zij de officiële geliefde van de toen
bijna zestigjarige Lodewijk. De voormalige Jeanne Bécu zelf, nu gravin Du Barry, was
25 jaar.Over haar glorietijd aan het hof hebben wij een overvloed van getuigenissen.
Niet vergeefs streefde zij ernaar, zoveel mogelijk in
het openbaar te schitteren. Over haar duistere af
komst maakten de hovelingen achter haar rug
echter meer boosaardige grapjes dan haar aan
genaam kon zijn. En van dit duistere verleden
zouden wij een der meest romantische episoden niet
kennen zonder de gedenkschriften van de beul van
Parijs, Charles-Henry Sanson. In de tijd van zijn
idylle met de jeugdige Jeanne Bécu was Charles-
Henry, hoewel nog pas een jongeman van 25 jaar,
al sinds tien jaar de feitelijke tenuitvoerlegger van
alle in Parijs uitgesproken doodstraffen. Dat kwam,
doordat zijn vader Jean-Baptiste, de „officiële" beul,
als gevolg van een verlamming al sedert 1752 zijn
ambt niet meer uitoefende. Het huis der Sansons,
geschuwd door vrijwel iedereen, kreeg slechts
weinig bezoekers. Eén daarvan was een brave
geestelijke, de abbé Gomart.
gedurende alle fasen van de grote beproe
ving. En terwijl Jeanne Bécu een kwart
eeuw tevoren stellig niet had kunnen be
vroeden, dat de hand van haar toenmalige
minnaar eens haar leven zou nemen, heeft
Lodewijk XVI wellicht al voorvoeld wat
hem te wachten stond toen men in 1792
zijn oordeel over de guillotine kwam vra
gen.
Dokter Guillotin propageerde een vorm
van executie, die „menselijker" moest zijn
dan de destijds gangbare methoden. En
Charles-Henry Sanson, de beul die zoveel
veroordeelden op het rad persoonlijk on
der afschuwelijke martelingen ter dood ge
bracht had, juichte het streven van Guil
lotin van harte toe. Een Duitse instrument
maker, Schmidt, werkte de plannen voor
een „gemoderniseerde" valbijl uit. Daar
na verdedigde Guillotin ze in de Nationale
Vergadering. En op 2 maart 1792 begaf
een deputatie uit de Nationale Vergade
ring zich, door de beul vergezeld, naar de
Tuilerieën voor een bezoek aan dr. An-
toine Louis, die een „medisch advies"
moest uitbrengen. Maar Louis was de lijf
arts des konings en deze laatste bleek zelf
ook vol belangstelling te zijn.
Het is algemeen bekend, dat Lodewijk
XVI in zijn vrije tijd gaarne knutselde en
in het bijzonder een vaardig slotenmaker
was. Rij l\ad d^ap ,99k, egn zeer deskundige
kijk op hét nieuwe instrument des doods.
Dr. Antoine Louis kon op de constructie
van Guillotin en Schmidt niets aanmerken.
De koning echter had critiek op een zeer
belangrijk onderdeel van de lugubere ma
chine. „Past dat halvemaanvormige ijzer
wel voor elke hals?" vroeg hij. „Naar mijn
mening zou het sommige halsen slechts
licht beschadigen en andere niet eens om
klemmen!"
Charles-Henry Sanson was getroffen door
de juistheid van die opmerking. Maar te
gelijk wierp hij onwillekeurig een blik op
de brede, gespierde nek van Lodewijk XVI
Een benauwend voorgevoel kwam bij hem
op. De koning van zijn kant glimlachte
voldaan. Hij nam een pen van de schrijf
tafel van dr. Louis en schetste daarmee
de vorm, die hem voor het dodelijke ijzer
het meest dienstig scheen: met een rech
te, maar schuin geplaatste snede.
Inderdaad heeft men de door de koning
voorgestelde wijziging op de guillotine toe-
De bezorgde verhalen, die deze abbé Go-
mart deed over zijn nichtje Jeanne, waren
voldoende om Charles-Henry in vuur en
vlam te zetten.
Dat het nichtje haar oom en voogd voort
durend in ernstige moeilijkheden bracht,
omdat zij maar al te gemakkelijk toegaf
aan de verleidingen des levens, schrok de
jeugdige beulszoon niet af. Misschien voor
zag hij daardoor wel een gemakkelijke ver
overing, want hij was een jongeman, die
maar node berustte in het hem door zijn
lugubere beroep opgelegde isolement.
Schijnbaar onopzettelijk wist hij van abbé
Gomart de mededeling los te krijgen, dat
Jeanne in de Rue du Bac woonde en van
dat ogenblik ging Charles-Henry op vrijers
voeten.
De jongeman vatte eenvoudig post in de
Rue du Bac en bleef uren achtereen zó
opvallend naar het raam van Jeanne's wo
ning staren, dat haar nieuwsgierigheid ge
prikkeld was en zij hem binnenliet. Hij
noemde zich „ridder De Longval" en niet
helemaal ten onrechte, want de Sansons
wai-ert van adellijke afkomst* en de over-
jfr'dótvader van Charles-Henry heette San
son de Longval. Het meisje van haar kant
wilde de naam van haar ongehuwde moe
der doen vergeten en noemde zich naar
haar latere stiefvader Jeanne Langon de
Vaubernier. Bij deze ijdele namen-maske
rade begon een oppervlakkige liefdesver
houding.
TE PAS EN te onpas beriep Jeanne Bé
cu zich op haar heilige naamgenote Jean
ne d'Arc. Tot Charles-Henry zich eens liet
ontvallen, dat zij met de vrome redster
van Frankrijk weinig gemeen had en meer
gelijkenis vertoonde met Agnes Sorel, de
minnares van Karei VII. Dat bracht een
verkoeling in hun betrekkingen. De waar
heid kan nu eenmaal niet altijd een her
berg vinden. Toen het Charles-Henry bo
vendien duidelijk werd, dat het eerzuchtige
meisje zeker ijlings met hem breken zou
wanneer zij zijn ware identiteit vernam,
HET BEKOORLIJKE, slanke meisje van
weleer was toen veranderd in een zwaar-
livige vrouw, die met een van doodsangst
vertrokken gezicht onafgebroken gilde: „Ik
wil niet! Ik wil niet!" Charles-Henry San
son, sinds 1776 de officiële opvolger van
zijn vader, was 's ochtends om negen uur
in haar cel verschenen. Zij probeerde tijd
te winnen door belangrijke verklaringen te
beloven. Het uur tijd, dat haar daartoe
werd gegund, kostte verscheidene mensen
het leven, want zij bracht alle ongelukki-
gen aan, die zich bereid hadden verklaard
haar juwelen in bewaring te nemen. Zelf
kon zij zich door dit laffe verraad niet het
leven redden.
Toen de beul haar in de gevangenis als
voorbereiding van de executie het haar liet
afknippen, ontketende zij een wilde scène.
En in de open wagen, op weg naar het
schavot, hield zij niet op, de nieuwsgieri
gen in de straten krijsend te hulp te roe
pen. Hoewel iedereen haar levenswandel
kende en velen die waardiger en moediger
dan zij de dood tegemoet gegaan waren,
door de menigte werden uitgejouwd, bleef
het bijna doodstil in de mensenmassa.
Bij het zien van de guillotine kreeg zij
een flauwte. Maar toen Charles-Henry San
son daarvan gebruik wilde maken om aan
alles snel een einde te maken, smeekte
zij opnieuw om uitstel. Charles-Henry, die
als alle beulen uit het geslacht der San
sons uitvoerige aantekeningen over zijn te
rechtstellingen heeft nagelaten, geeft van
haar einde een relaas, dat de haren te
berge doet rijzen. Tot het laatst vocht zij
vertwijfeld om haar leven, links en rechts
bijtend naar de beulsknechten, die haar
nauwelijks de baas konden.
VOOR CHARLES-HENRY, die zoveel
duizenden ongelukkigen in hun laatste
ogenblikken van nabij had meegemaakt,
was er geen groter tegenstelling denkbaar
dan tussen madame Du Barry en Lode
wijk XVI. De koning was een toonbeeld
van moed, zelfbeheersing en waardigheid,
Du Barry in haar glorietijd.
staakte hij zijn bezoeken aan de Rue du
Bac. Hij zag haar pas terug, toen zij als
Madame du Barry op vijftigjarige leeftijd
in de gevangenis de komst van de beul
afwachtte.
k