DE DODENLIJST VAN ADRIAN MESSENGER NAZAAT VAN DE „BOUNTY"*MUITERS GAAT EEN WERELDREIS MAKEN WORGERS" ZIJN NOG STEEDS ACTIEF IN MIDDEN-INDIA PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER Polle Pelli en Het geheim van de v nor toren van een duik ie de gtolveo Politie staat machteloos 7 PHILIP MACDONALD Oorspronkelijke titel: The list of Adrian Messenger GESCHENK VAN ROTTERDAMSE LLOYD REEDS 77 MIILJOEN RUSSEN TEGEN POLIO INGEëNT Film over Karei Appel DINSDAG 17 OKTOBER 1961 Q 57. Op het laatst zakt de toren in elkaar als een ijsje in de zon! „Komen ze er nu nog uit, of niet?", zegt Zeerob. De vriendjes komen er inderdaad wel uit, maar ze zijn onherkenbaar veranderd in kleifiguren! „Heb je ooit zoiets meegemaakt?" zegt Zeerob, „dat maak je zélfs in de Golf van Biscaye niet mee!" Polle is maar half tevreden, dat het zo vreemd met zijn bouwpartij is afgelopen! Hij kijkt er sip van! „Troost je nu maar", zegt Pin go, „want we hoeven in ieder geval niet in bad: dat doet de regen wel voor ons!" Hij wachtte weer, terwijl de zon heet door de grote bomen scheen en de wind sterker werd. Het was een andere wind vandaag, een wind die uit de vallei achter hem kwam, een wind die heet was van de woestijn in plaats van koud van de bergtoppen. Het kon hem niet schelen dat hij moest wachten Hij voelde dat hij niet voor niets gekomen was. En el ke minuut nam zijn zekerheid toe dat dit de dag was. En de tijd. Er de plaats. En tenslotte zag hij het zeil, het kleine vaartuig kwam in zicht en be gon tegen de wind in in zijn richting te laveren. Hij gleed achter de bomen, de ver rekijker aan zijn ogen. De zeilboot ermee bespiedend, eerst aan bakboord dan aan stuurboord en zo door tot hij vlak bij was. Er kon geen twijfel zijn. De jongen was alleen, alleen Derek Swabborn. Alleen de negentiende markies van Gleneyre. Met een handige draai, die het zeil deed klappen, draaide de boot, om nu voor de wind over het blauwe meer te zeilen. En er was nog steeds niets te zien van de andere boot. Hij stond op en ging terug naar de jeep. Hij nam er de tijd voor om zijn hemd, broek en schoenen uit te trek ken, die hij met zijn verrekijker ach ter in de auto gooide. Slechts gekleed in zwembroek ging hij naar de oever. Hij kon zien hoe de jongen met zijn vaartuig aan de an dere kant manoeuvreerde. De andere boot was er nog steeds niet en hij wist dat die niet meer zou komen. Hij wist het zo zeker alsof hij het geweten had sinds hij die och tend wakker werd. Het witte zeil glinsterend in de zon kwam de boot zijn kant op. Hij keek ernaar, in de schaduw van de bomen blijvend en zich zo verplaatsend dat hij dicht bij hem zou zijn als de boot overstag zou gaan. Dat ogenblik kwam en hij kwam te voorschijn van tussen de bomen en liep naar het water, wetend dat de jongen hem gezien had. Hij waad de het water in tot zijn knieën, stak een hand in de hoogte en schreeuw de: „Mag ik hier zwemmen?" De jongen, die juist weer overstag oorbank had .gaan, stak een hand ten ant- joviaal grab- woord in de lucht en er kwam een hei- je dat. ze wel eens collega-fotogfa^^rt1sri deren stem over het water: „Gaat .uw Door een vergissing bij de opmaak zjjn gisteren twee gedeelten van ons ver volgverhaal door elkaar geraakt. Wij herplaatsen het stuk vandaag in de juiste volgorde. (Red.). 62) En men viel er minstens tweehonderd meter naar beneden in een met rots blokken bezaaide spleet, die Jack- man's Gorge heette. Hij stuurde wat hij kon en remde zo hard hij durfde, en zwaaide zo op de een of andere manier rond de eer ste bocht, maar nu leek een ramp onvermijdelijk. Een stationcar blok keerde de smalle weg grotendeels; hij stond aan de kant met het achtereind uitstekend over de weg, opgekrikt en met twee man erover gebogen die be zig waren met het linkerachterwiel Hij remde nu zo hard hij kon en ruk te aan het stuur En op de een of andere manier luk te het.Hij kwam tot stilstand. In een razernij van stof en gillende banden en schreeuwende stemmen en een afschuwelijke slip die de jeep tot stil stand bracht vlak achter de andere auto, slechts enkele centimeters van de opgekrikte achterkant ervan Met enorme inspanning slaagde hij er op de een of andere manier in zich zelf te dwingen weer in de huid te kruipen van Benjamin J. Knight, de huid die hij nooit had moeten verlaten. En het was dus Ben Knight die de zaak nu verder behandelde met de twee mannen die hij zo gemakkelijk had kunnen doden. Het waren kenne lijk Mexicanen, gelijk gekleed in overalls en grote stoffige zwarte som brero's. De grootste was dreigend en stil, de kleine verschrompelde put te zich uit in verwensingen in een ver ward mengsel van Spaans en Engels. Het pleit zeer voor de persoon van Benjamin J. Knight, zoals bekend een aangenaam mens, dat de atmos feer al heel snel volledig verander de, zo volledig, dat hij en zijn nieuwe vrienden nu rond de oude auto van die nieuwe vrienden stonden, en dat Knights grote fles van hand tot hand ging. Voor die fles leeg was, wisten de nieuwe vrienden niet alleen alles van Knight en zijn beroep, maar zij hadden hem ook de reden van hun ei gen aanwezigheid in Mount Lobo toe vertrouwd. Benjamin J. Knight, die een leren tas op hunvoorbank had zien liggen, maakte een van hém konden zijn, en de kleine Mexicaan die spraakzamer werd naar mate de fles meer rondging, gaf Knight een wenk, wees naar de top van de Mount Lobo en opende de tas om een geiger-teller te laten zien Na een afscheid over een lege fles reed Knight langzaam terug naar To mahawk. Zo nu en dan wreef hij met zijn hand zachtjes op een plaats bij zijn rechteroog.. Hij moest wachten. Nog drie da gen. Drie dagen die de langste van zijn leven schenen. De eerste daig was er helemaal geen wind, zodat zijn bewaking van het meer vanuit de pijnbomen aan de langste zijde vruchteloos bleef. Er was geen boot te zien en geen teken van enig menselijk leven. De tweede dag stak laat in d'e och tend een zwak windje op waarop de jongen inderdaad ging zeilen. Hij was weer alleen in het zeilbootje, maar wederom werd hij vergezeld door de jol met de buitenboordmotor, waarin dit keer niet alleen de donke re jongen zat, maar ook een d'onkere aantrekkelijke vrouw, die waarschijn lijk zijn moeder was. De derde dag was het windstil Vol komen windstil en nog warmer. Zo warm dat het eerder augustus leek dan maart. Maar de vierde dag, de vierde dag was anders. Hij voeJde het toen hij om zeven uur wakker werd Hij wist het toen hij om half negen ging ont bijten en de toppen van de pijnbomen zachtjes zag wiegen onder een krach tige wind. Hij was om negen uur bij het meer, op zijn nieuwe schuil plaats onder de pijnbomen. Hij par keerde de jeep met zijn neus naar de weg, nam de verrekijker uit het etui en ging met zijn rug tegen een pijn boom de andere kant van het meer zitten waarnemen, waar de korte arm van de L zich naar het onzichtba re botenhuis toeboog. gang. Het water was koud. Maar niet zo koud als hij gevreesd had. Tegen dat hij vijftig meter snel gezwommen had, voelde hij zich in zijn element. Een element, waarin hij volkomen thuis was. Hij keek hoe het zeil zich van hem verwijderde en zwom lui door en was misschien 'n honderdvijftig meter van de kust aan het watertrappen toen hij zag dat de zeilboot weer overstag ging, dit keer niet zo dicht bij de kust als de vorige. Zoveel te beter, dacht hij. Zoveel te sneller. Hij begon vlug ger adem te halen en hij kon het spiertje bij zijn rechteroog voelen tril len. Hij bracht zichzelf onder contro le, in cirkels rondzwemmend, aller lei slagen toepassend, zo nu en dan duikend, zich uitstekend vermakend. Het heen en weer gaande witte zeil kwam naderbij. Dit was het ogenblik. Hij gaf een korte, angstige gil en sloeg op het water zoals iemand doet die last heeft van kramp. Hij liet zich zelf zinken, zwaaiend met een wild open en dichtgaande hand boven de oppervlakte van het water. Hij kwar 1 weer boven, schreeuwde weer, en zag de boot nu kort heen en weer laverend op hem toekomen. Hij liet zichzelf weer zinken en weer begon hij op de oppervlakte van het water te slaan en daar was de boot, vlak achter hem, netjes voor de wind lopend de jongen over het dolboord geleund met uitgestoken arm. Met een meesterlijke vertoning van wanhoop greep hij de hand en het boord en lag daar als een spartelende, naar lucht snakkende, overtuigende massa. De naar hem overleunende jongen, die zeil en roer in een hand hield, zei iets dat hij niet probeerde te ver staan. (Wordt vervolgd) 46-47. Dolf er> Ben beloofden graag, alles te doen wat ze konden, om de vreemde ling in het oog te houden. Maar wees heel voorzichtig, jongens! waarschuwde de vuurtorenwachter. Hij mag niet in de gaten krijgen, dat er op hem gelet wordt, dus houd je gedekt! De jongens knikten ijverig. Toen verlie ten ze hun vriend de torenwachter en be gaven zich op weg, gereed om hun speur werk te beginnen. De verrekijker namen ze mee. Daar kunnen we fijn een eind mee zien! zei Ben. Ja, zei Dolf. We zullen er gemak van hebben. Zeg, nu zijn we opeens 'n soort detectives geworden! Ja, knikte Ben. En we zullen ons best doen erachter te komen, wat die me neer Baardmans in z'n schild voert! FLET CHER JOHN CHRISTIAN, liet stamhoofd van de nazaten der mui ters van de „Bounty", en burgemeester van het eenzame eilandje Pitcairn (4,5 vierkante kilometer) in de Stille Oceaan, zal volgend voorjaar op uit nodiging van de Koninklijke Rotterdam se Lloyd een reis van tien weken om de wereld maken op het vlaggeschip van deze rederij, de „Willem Ruys". PITCAIRN ligt op de romantische route, die de Willem Ruys volgt op haar toeris tische wereldreizen en sinds enige jaren is er een hechte vriendschapsband tussen de bemanning en officieren van dit schip en de 140 nakomelingen van de beroemde muiters, vooral nadat, op een vorige reis. de scheepsarts van de Ruys, dr. J. G. Wis se, op het eiland een ernstige zieke heeft behandeld. Pitcairn is nu een vaste halte plaats geworden op de cruises van het Ne derlandse schip en dr. Wisse is er zo'n beetje de huisarts geworden. DE GESCHIEDENIS van de bevolking van Pitcairn gaat terug tot het jaar 1790 toen de befaamde muiterij op het Engelse schip de „Bounty" ontstond. De muiters zijn toen met het schip naar Tahiti ge koerst, waar zij zich vestigden. Na korte tijd ontstond er echter onenigheid onder hen en namen negen muiters met hun inheemse vrouwen de wijk naar Pitcairn, dat tot dan toe onbewoond was. Onderlinge ruzies leidden ertoe dat er om streeks 1800 op dit eilandje nog maar een der negen schepelingen over was, Flet cher Christian zelf die met de vrouwen van zijn vermoorde of verongelukte lotge noten een nieuwe „dynastie" stichtte. De ze Fletcher Christian zelf bekeerde zich later tot het christendom en werd Zeven- de-dags-Adventist. Uit de kleine gemeen schap die hij stichtte is de tegenwoordige bevolking van het eiland, 140 mannen, vrouwen en kinderen, ontstaan. HUN LEIDER, de huidige Fletcher Chris tian, is een achterachterkleinzoon van de muiterkapitein. Hij is 57 jaar en koestert al jaren de wens, eenmaal Europa te zien dat hem totaal onbekend is. Die wens zal nu in vervulling gaan, maar voor het zo ver is, zal Fletcher Christian nog een hele massa moeten leren, onder andere tafel manieren en op schoenen lopen: twee klei nigheden, waarover men zich op Pitcairn nooit druk gemaakt heeft. DE REIS MET DE Willem Ruys zal Fletcher Christian onder andere naar Ne derland en naar het stamland van zijn voorouders, Engeland, voeren. Voor iemand die nog nooit iets anders gezien heeft dun zijn eigen primitieve eiland, zul len de indrukken die hij van de beschaaf de wereld gaat opdoen, overweldigend zijn. Maar Fletcher Christian heeft al bij voor baat verklaard, dat hij na zijn avontuur in elk geval naar Pitcairn zal terugkeren Het in Moskou verschijnende dagblad „Sovjet-Rus" meldt dat men de epidemi sche kinderverlamming in de Sovjet-Unie heeft bedwongen door middel van massale inentingen. Het blad haalt een rapport aan dat on langs door prof. M. Choemakov op een conferentie is uitgebracht. Hierin wordt gesteld dat zich thans nog slechts inciden tele polio-gevallen voordoen- In Estland is tot dusver dit jaar geen enkel geval van polio geconstateerd, al dus prof. Choemakof, die voorts verklaart dat reeds meer dan 77 miljoen Russen zijn ingeënt. De Sovjet-pers heeft onlangs be kendgemaakt dat alle Russen beneden de twintig jaar in het kader van de massale inentingscampagne gevaccineerd zijn te gen de kinderverlamming. HEEL NEDERLAND koesterde zich in de herfstzon, die zich in deze oktober maand vrijwel elke dag opnieuw liet zien. Mevrouw Maas uit Domburg, een 72-jarige boerin, laat zich nog iedere dag door de golven van de zee koeste ren. Zolang het weer goed blijft, ver wisselt zij iedere dag haar Zeeuwse boerekleding voor een badpak en de witte muts met de gouden krulijzers voor een witte plastic badmuts. EEN LATE vakantieganger duikt nog even dieper weg in zijn jas, als de zon achter de wolken verdwijnt. Maar de oude boerin uit Domburg kan nog geen afscheid nemen van haar dagelijks bad in zee. „Het is een levdhsbèho'eiïê Vodr mij", zegt mevrouw Maa?, en haéU' ogen lachen in haar oudé, rimpelige ge zicht. „Ik zwem al dertig jaar lang iedere dag, van het vroege voorjaar tot in de herfst" voegt zij er aan toe. „D'r werd in het begin heel wat over me gerod deld in het dorp, maar de mensen zijn er nu langzamerhand welaan gewend." De toeristen trouwens ook. Wie van de zomer een paar dagen in Domburg was, kende mevrouw Maas. Nieuwelin gen op het strand stootten elkaar aan, als de oude boerin, maar rokken sle pend door het zand, het strand op kwam. Gniffelend zagen ze de oude vrouw in een kleedhokje verdwijnen. Als mevrouw Maas weer uit het kleed- jhokje kwam, was zij gewoon een oude 'dame in een donker badpak. Maar in het hokje lagen de dikke, stugge rok ken, de bloedkralen en de kostbare muts met de gouden krullen. Het liefst speelt mevrouw Maas in hoge, woelige golven. Als de storm de zee opzweept en de golven woedend het strand op springen, dan is de bejaarde Domburg- se in haar element. Dan laat ze zich meesleuren door de golven, zwemt er tegen op, en duikt lachend over een hoge roller heen. ,,'T IS JAMMER, dat het hier 's zo mers niet vaker stormt, vindt de vitale vrouw, want dan is het water zo heer lijk fris! Dat vind ik het allerbelang rijkste: fris water en frisse lucht. Wilt u wel geloven dat ik soms 's zomers gewoön' naar huis terugkeer? Ik' sfa dan boven op de duinen en dan ruik ik dat er van het strand een zwoele lucht van zonnebraridolie en parfum opstijgt, ver mengd met de lucht van al die men sen. Dan ga ik weer naar huis. In mijn tuintje staat ook een strandstoel daar ga ik dan in zitten. Na een paar uur is die lucht meestal wel weg... Heel Domburg en alle zomergasten kennen mevrouw Maas. Ook de buiten landers, hoewel de oude boerin geen woord „over de grens" spreekt. En al lemaal vinden ze haar sympathiek. Een enkele keer krijgt haar populariteit con creter vorm: dan staat er achter bij haar deur een mandje met iets lekkers, een tros druiven, een doos chocolade of een flesje advocaat. „Ik ben daar heel blij mee", zegt mevrouw Maas. „Want een oud mens wordt zo gauw vergeten!" De staatssecretaris van Onderwijs, Kun sten en Wetenschappen, mr. Y. Scholten, heeft aan de heer Jan Vrijman te Am sterdam een subsidie verleend voor het vervaardigen van een korte film in kleu ren. Deze film zal „De Wereld van Karei Appel" heten. De produktie is in handen van de Nederlandse Filmproduktiemaat- schappij. Uschi, de twaalfjari ge chimpanseedame, die reeds sinds vele jaren de bezoekers van de dierentuin in Frankfort vergast op de wonderbaarlijkste staaltjes van een bij na menselijke intelli gentie, heeft eindelijk haar ware roeping ontdekt: de beelden de kunst. Met palet, penseel en plamuur- mes trekt zij op het schilderslinnen los en met groot succes, want als ze goed op dreef is produceert zij van drie tot vier meesterwerken per dag! Abstracte mees terwerken natuurlijk, want Uschi is een kind van haar tijd en zij beseft heel goed. dat er met het natu ralisme geen droge boterham meer te verdienen valt. Mis schien zien wij haar werken nog wel eens in het Stedelijk Museum. IN INDIA zijn de beruchte „Thugs" of „Worgers" nog steeds actief, hoewel er reeds sedert het begin van de Britse over heersing met man en macht tegen hen is opgetreden. De „Worgers" hebben hun operatiegebied in de ravijnen bij de rivier Chambal in het noordelijk deel van Mid- den-India. De Chambal is een zijtak van de heilige rivier de Jamoena die zich door het ge bied van de staten Uttar Pradesj, Rad jastan en Madhia Pradesj kronkelt. Elk jaar gaan er stoeten hindoes heen om in het water van deze stroom hun zonden af te wassen. De wouden en ravijnen in de buurt biedëri aan bandieten een uitstëReh- de S.chy.ilplagfs,g DE „THUGS", zoals de Britten hen al tijd genoemd hebben, staan in India be kend als de „Dacoits" en deze dacoit-ben- den bestaan reeds eeuwen. Vooral in de negentiende eeuw trokken er horden stro pende „pindari's" ('groepen mannen, die zich buiten de wet hebben gesteld) moor dend en plunderend door het land. Vooral Lord Warren Hastings, Brits gouverneur van India van 1813 tot 1823, trad streng tegen hen op. Hij vaardigde zelfs een de creet uit, dat elke „Dacoit" na zijn ver oordeling in zijn eigen dorp ter dood ge bracht moest worden. Zijn gezinsleden moesten dan tot „slaven van de staat" gemaakt worden. IN DE JAREN dertig van deze eeuw had men het probleem bijna onder de knie. De politiemacht was toen aanzienlijk versterkt omdat men tegen de politieke terroristen moest optreden en daar onder- 75. Panda en Joris Goedbloed waren nog alles behalve in veiligheid! Ze hadden nog maar eeri korte afstand afgelegd, toen ze achter zich plotseling rauwe kreten hoorden, onmiddellijk gevolgd door snerpend gepiep van politiefluitjesDe agenten waren hen weer op het spoor gekomen en zaten hun nu op de hielen. Alleen draven kon hun nu nog uitkomst brengen. Panda wist natuurlijk niet, dat de getuigeverklaring van de heer Brauswasser hem van alle schuld had vrijgepleit, en het was hem dan ook droef te moede. Hij had alleen maar een nette betrekking willen hebben waarin hij een goed vak kon leren en kijk nu eens wat er van hem terecht gekomen was! Maar in deze verdrietige gedach ten werd hij onderbroken door een verraste uitroep van Joris Goedbloed, naast hem. „Opgepast, vrindje!" riep deze uit. „Niet altijd zal het lot tegen ons zijn. Ei, ei, welk aardig buitenkansje ontwaart daar nu mijn oog? Niet anders dan een overdrachtelijke hooiberg, waar wij als spreekwoordelijke naalden in zullen ver dwijnen!" Wat hij met deze gedurfde beeldspraak be doelde, merkten een ogenblik later ook de achtervolgen de politie-beambten. Er bevond zich hier namelijk een theater, waar een talrijk en beschaafd publiek juist schuifelvoetend binnen ging om van een voorstelling te genieten en in deze veelkoppige menigte ging het spoor van de vluchtelingen hopeloos verloren. vonden ook de Dacoits de weerslag van. Maar toen India in 1947 onafhankelijk werd en voor zijn eigen binnenlandse vei ligheid moest zorgen, kregen de bandieten weer volop armslag. Een van de beroemdste Dacoits was een zwaar gebouwde man met een vervaar lijke snor, die Radja Man Singh heette. Hij was in feite een soort feodale landheer en gedroeg zich ook als zodanig. Deze „In dische Robin Hood" zoals hij ook wel ge noemd werd, heeft gedurende zijn dertig jarige carrière als bandietenhoofdman tweehonderd moorden en ruim duizend roofovervallen gepleegd. Vijf jaar lang lT^ëft e'en bólitiemëcht van duizend man op hem gejaagd. Pas in 1955 slaagde een Ghurka-scherpschutter erin, hem uit een nederlaag met zes kogels neer te schieten. Toen zag een van Singh's helpers nog kans de scherpschutter neer te leggen. Geen pardon Man Sing werd in de dorpen van „zijn" gebied vereerd als een heilige man. Zijn bijnaam „Indische Robin Hood" dankte hij aan het feit dat hij, naar men zegt, veel geld onder de armen verdeelde. Zijn vrijgevigheid strekte zich overigens niet uit tot zijn vrouw, Rukhmani Devi, die thans 60 jaar oud is. Onlangs heeft zij van haar echtgenoot getuigd: „hij heeft mij zelfs nooit een armband gegeven". Man Singh kende geen pardon voor „verraders", die over zijn bewegingen in lichtingen aan de politie verstrekten. Kreeg hij ze te pakken, dan liet hij hun oren en neus afsnijden en zond ze zo naar de dichtstbijzijnde politiepost. Toen Man Singh uit de weg was ge ruimd, werd zijn werk voortgezet door een andere beroemdheid, Roepa, een man die bekend stond om zijn knappe uiterlijk en die zich voornamelijk bezig hield met het ontvoeren van mensen. Hij was tevens een beroemd schutter en jaagde in de In dische natuurreservaten,vlak onder de neus van de jachtopzieners, op tijgers en beren. Roepa werd in 1959 gedood, maar ook hij liet een aantal erfgenamen achter, die zijn werk konden voortzetten. THANS ZIJN ER, volgens schattingen van de Indische politie dertien Dacoit- benden, die het stroomgebied van de ri vier de Chambal onveilig maken. De grootste hinderpaal die de politie op haar weg vindt, is de bescherming die de bandie ten van de plaatselijke bevolking genieten. De inwoners der dorpen zijn onder de in druk van de vaak markante persoonlijk heid van deze vrijbuiters en wensen geen woord ten nadele van hen te zeggen. Zo liet Man Singh van wie men geloofde dat hij de zwarte kunst meester was nooit na, een plaatselijke Hindoetempel rijk te begiftigen, wanneer hij een succes volle roofoverval gepleegd had. Eens schonk hij een enorme bronzen klok, die honderden kilo's woog. Roepa begon voorts de dag nooit zonder eerst in een tempel te bidden. Daarbij liet hij zich vaak dekken door zijn gewapende helpers die dan een kring om hem heenstonden, de geweren in de aanslag.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7