DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
NAZAAT VAN DE „BOUNTY"*MUITERS
GAAT EEN WERELDREIS MAKEN
WORGERS" ZIJN NOG STEEDS
ACTIEF IN MIDDEN-INDIA
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
Polle
Pelli en
Het geheim van de v nor toren
van
een duik ie de gtolveo
Politie staat machteloos
7
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
GESCHENK VAN ROTTERDAMSE LLOYD
REEDS 77 MIILJOEN
RUSSEN TEGEN
POLIO INGEëNT
Film over Karei Appel
DINSDAG 17 OKTOBER 1961
Q
57. Op het laatst zakt de toren in elkaar als een ijsje in de zon! „Komen ze er nu
nog uit, of niet?", zegt Zeerob. De vriendjes komen er inderdaad wel uit, maar
ze zijn onherkenbaar veranderd in kleifiguren! „Heb je ooit zoiets meegemaakt?"
zegt Zeerob, „dat maak je zélfs in de Golf van Biscaye niet mee!" Polle is maar
half tevreden, dat het zo vreemd met zijn bouwpartij is afgelopen! Hij kijkt er
sip van! „Troost je nu maar", zegt Pin go, „want we hoeven in ieder geval niet
in bad: dat doet de regen wel voor ons!"
Hij wachtte weer, terwijl de zon
heet door de grote bomen scheen en
de wind sterker werd. Het was een
andere wind vandaag, een wind die
uit de vallei achter hem kwam, een
wind die heet was van de woestijn in
plaats van koud van de bergtoppen.
Het kon hem niet schelen dat hij
moest wachten Hij voelde dat hij
niet voor niets gekomen was. En el
ke minuut nam zijn zekerheid toe dat
dit de dag was. En de tijd. Er de
plaats.
En tenslotte zag hij het zeil, het
kleine vaartuig kwam in zicht en be
gon tegen de wind in in zijn richting
te laveren.
Hij gleed achter de bomen, de ver
rekijker aan zijn ogen. De zeilboot
ermee bespiedend, eerst aan bakboord
dan aan stuurboord en zo door tot hij
vlak bij was.
Er kon geen twijfel zijn. De jongen
was alleen, alleen Derek Swabborn.
Alleen de negentiende markies van
Gleneyre.
Met een handige draai, die het zeil
deed klappen, draaide de boot, om nu
voor de wind over het blauwe meer
te zeilen. En er was nog steeds niets
te zien van de andere boot.
Hij stond op en ging terug naar de
jeep. Hij nam er de tijd voor om zijn
hemd, broek en schoenen uit te trek
ken, die hij met zijn verrekijker ach
ter in de auto gooide.
Slechts gekleed in zwembroek ging
hij naar de oever. Hij kon zien hoe de
jongen met zijn vaartuig aan de an
dere kant manoeuvreerde.
De andere boot was er nog steeds
niet en hij wist dat die niet meer zou
komen. Hij wist het zo zeker alsof
hij het geweten had sinds hij die och
tend wakker werd.
Het witte zeil glinsterend in de zon
kwam de boot zijn kant op. Hij keek
ernaar, in de schaduw van de bomen
blijvend en zich zo verplaatsend dat
hij dicht bij hem zou zijn als de boot
overstag zou gaan.
Dat ogenblik kwam en hij kwam
te voorschijn van tussen de bomen
en liep naar het water, wetend dat
de jongen hem gezien had. Hij waad
de het water in tot zijn knieën, stak
een hand in de hoogte en schreeuw
de: „Mag ik hier zwemmen?"
De jongen, die juist weer overstag
oorbank had .gaan, stak een hand ten ant-
joviaal grab- woord in de lucht en er kwam een hei-
je dat. ze wel eens collega-fotogfa^^rt1sri deren stem over het water: „Gaat .uw
Door een vergissing bij de opmaak zjjn
gisteren twee gedeelten van ons ver
volgverhaal door elkaar geraakt. Wij
herplaatsen het stuk vandaag in de
juiste volgorde. (Red.).
62)
En men viel er minstens tweehonderd
meter naar beneden in een met rots
blokken bezaaide spleet, die Jack-
man's Gorge heette.
Hij stuurde wat hij kon en remde
zo hard hij durfde, en zwaaide zo op
de een of andere manier rond de eer
ste bocht, maar nu leek een ramp
onvermijdelijk. Een stationcar blok
keerde de smalle weg grotendeels; hij
stond aan de kant met het achtereind
uitstekend over de weg, opgekrikt en
met twee man erover gebogen die be
zig waren met het linkerachterwiel
Hij remde nu zo hard hij kon en ruk
te aan het stuur
En op de een of andere manier luk
te het.Hij kwam tot stilstand. In een
razernij van stof en gillende banden
en schreeuwende stemmen en een
afschuwelijke slip die de jeep tot stil
stand bracht vlak achter de andere
auto, slechts enkele centimeters van
de opgekrikte achterkant ervan
Met enorme inspanning slaagde hij
er op de een of andere manier in zich
zelf te dwingen weer in de huid te
kruipen van Benjamin J. Knight, de
huid die hij nooit had moeten verlaten.
En het was dus Ben Knight die de
zaak nu verder behandelde met de
twee mannen die hij zo gemakkelijk
had kunnen doden. Het waren kenne
lijk Mexicanen, gelijk gekleed in
overalls en grote stoffige zwarte som
brero's. De grootste was dreigend
en stil, de kleine verschrompelde put
te zich uit in verwensingen in een ver
ward mengsel van Spaans en Engels.
Het pleit zeer voor de persoon van
Benjamin J. Knight, zoals bekend
een aangenaam mens, dat de atmos
feer al heel snel volledig verander
de, zo volledig, dat hij en zijn nieuwe
vrienden nu rond de oude auto van
die nieuwe vrienden stonden, en dat
Knights grote fles van hand tot hand
ging. Voor die fles leeg was, wisten
de nieuwe vrienden niet alleen alles
van Knight en zijn beroep, maar zij
hadden hem ook de reden van hun ei
gen aanwezigheid in Mount Lobo toe
vertrouwd. Benjamin J. Knight, die
een leren tas op hunvoorbank had
zien liggen, maakte een
van hém konden zijn, en de kleine
Mexicaan die spraakzamer werd naar
mate de fles meer rondging, gaf
Knight een wenk, wees naar de top
van de Mount Lobo en opende de tas
om een geiger-teller te laten zien
Na een afscheid over een lege fles
reed Knight langzaam terug naar To
mahawk. Zo nu en dan wreef hij met
zijn hand zachtjes op een plaats bij
zijn rechteroog..
Hij moest wachten. Nog drie da
gen. Drie dagen die de langste van
zijn leven schenen.
De eerste daig was er helemaal geen
wind, zodat zijn bewaking van het
meer vanuit de pijnbomen aan de
langste zijde vruchteloos bleef. Er
was geen boot te zien en geen teken
van enig menselijk leven.
De tweede dag stak laat in d'e och
tend een zwak windje op waarop de
jongen inderdaad ging zeilen. Hij
was weer alleen in het zeilbootje,
maar wederom werd hij vergezeld
door de jol met de buitenboordmotor,
waarin dit keer niet alleen de donke
re jongen zat, maar ook een d'onkere
aantrekkelijke vrouw, die waarschijn
lijk zijn moeder was.
De derde dag was het windstil Vol
komen windstil en nog warmer. Zo
warm dat het eerder augustus leek
dan maart.
Maar de vierde dag, de vierde dag
was anders. Hij voeJde het toen hij
om zeven uur wakker werd Hij wist
het toen hij om half negen ging ont
bijten en de toppen van de pijnbomen
zachtjes zag wiegen onder een krach
tige wind. Hij was om negen uur
bij het meer, op zijn nieuwe schuil
plaats onder de pijnbomen. Hij par
keerde de jeep met zijn neus naar de
weg, nam de verrekijker uit het etui
en ging met zijn rug tegen een pijn
boom de andere kant van het meer
zitten waarnemen, waar de korte
arm van de L zich naar het onzichtba
re botenhuis toeboog.
gang.
Het water was koud. Maar niet zo
koud als hij gevreesd had. Tegen dat
hij vijftig meter snel gezwommen
had, voelde hij zich in zijn element.
Een element, waarin hij volkomen
thuis was.
Hij keek hoe het zeil zich van hem
verwijderde en zwom lui door en was
misschien 'n honderdvijftig meter van
de kust aan het watertrappen toen hij
zag dat de zeilboot weer overstag
ging, dit keer niet zo dicht bij de kust
als de vorige. Zoveel te beter, dacht
hij. Zoveel te sneller. Hij begon vlug
ger adem te halen en hij kon het
spiertje bij zijn rechteroog voelen tril
len. Hij bracht zichzelf onder contro
le, in cirkels rondzwemmend, aller
lei slagen toepassend, zo nu en dan
duikend, zich uitstekend vermakend.
Het heen en weer gaande witte zeil
kwam naderbij. Dit was het ogenblik.
Hij gaf een korte, angstige gil en
sloeg op het water zoals iemand doet
die last heeft van kramp. Hij liet zich
zelf zinken, zwaaiend met een wild
open en dichtgaande hand boven de
oppervlakte van het water.
Hij kwar 1 weer boven, schreeuwde
weer, en zag de boot nu kort heen en
weer laverend op hem toekomen.
Hij liet zichzelf weer zinken en weer
begon hij op de oppervlakte van het
water te slaan en daar was de boot,
vlak achter hem, netjes voor de wind
lopend de jongen over het dolboord
geleund met uitgestoken arm.
Met een meesterlijke vertoning van
wanhoop greep hij de hand en het
boord en lag daar als een spartelende,
naar lucht snakkende, overtuigende
massa.
De naar hem overleunende jongen,
die zeil en roer in een hand hield, zei
iets dat hij niet probeerde te ver
staan.
(Wordt vervolgd)
46-47. Dolf er> Ben beloofden graag, alles
te doen wat ze konden, om de vreemde
ling in het oog te houden.
Maar wees heel voorzichtig, jongens!
waarschuwde de vuurtorenwachter. Hij
mag niet in de gaten krijgen, dat er op
hem gelet wordt, dus houd je gedekt!
De jongens knikten ijverig. Toen verlie
ten ze hun vriend de torenwachter en be
gaven zich op weg, gereed om hun speur
werk te beginnen. De verrekijker namen
ze mee.
Daar kunnen we fijn een eind mee
zien! zei Ben.
Ja, zei Dolf. We zullen er gemak van
hebben. Zeg, nu zijn we opeens 'n soort
detectives geworden!
Ja, knikte Ben. En we zullen ons
best doen erachter te komen, wat die me
neer Baardmans in z'n schild voert!
FLET CHER JOHN CHRISTIAN,
liet stamhoofd van de nazaten der mui
ters van de „Bounty", en burgemeester
van het eenzame eilandje Pitcairn
(4,5 vierkante kilometer) in de Stille
Oceaan, zal volgend voorjaar op uit
nodiging van de Koninklijke Rotterdam
se Lloyd een reis van tien weken om de
wereld maken op het vlaggeschip van
deze rederij, de „Willem Ruys".
PITCAIRN ligt op de romantische route,
die de Willem Ruys volgt op haar toeris
tische wereldreizen en sinds enige jaren is
er een hechte vriendschapsband tussen de
bemanning en officieren van dit schip en
de 140 nakomelingen van de beroemde
muiters, vooral nadat, op een vorige reis.
de scheepsarts van de Ruys, dr. J. G. Wis
se, op het eiland een ernstige zieke heeft
behandeld. Pitcairn is nu een vaste halte
plaats geworden op de cruises van het Ne
derlandse schip en dr. Wisse is er zo'n
beetje de huisarts geworden.
DE GESCHIEDENIS van de bevolking
van Pitcairn gaat terug tot het jaar 1790
toen de befaamde muiterij op het Engelse
schip de „Bounty" ontstond. De muiters
zijn toen met het schip naar Tahiti ge
koerst, waar zij zich vestigden. Na korte
tijd ontstond er echter onenigheid onder
hen en namen negen muiters met
hun inheemse vrouwen de wijk naar
Pitcairn, dat tot dan toe onbewoond was.
Onderlinge ruzies leidden ertoe dat er om
streeks 1800 op dit eilandje nog maar een
der negen schepelingen over was, Flet
cher Christian zelf die met de vrouwen
van zijn vermoorde of verongelukte lotge
noten een nieuwe „dynastie" stichtte. De
ze Fletcher Christian zelf bekeerde zich
later tot het christendom en werd Zeven-
de-dags-Adventist. Uit de kleine gemeen
schap die hij stichtte is de tegenwoordige
bevolking van het eiland, 140 mannen,
vrouwen en kinderen, ontstaan.
HUN LEIDER, de huidige Fletcher Chris
tian, is een achterachterkleinzoon van de
muiterkapitein. Hij is 57 jaar en koestert
al jaren de wens, eenmaal Europa te zien
dat hem totaal onbekend is. Die wens zal
nu in vervulling gaan, maar voor het zo
ver is, zal Fletcher Christian nog een hele
massa moeten leren, onder andere tafel
manieren en op schoenen lopen: twee klei
nigheden, waarover men zich op Pitcairn
nooit druk gemaakt heeft.
DE REIS MET DE Willem Ruys zal
Fletcher Christian onder andere naar Ne
derland en naar het stamland van zijn
voorouders, Engeland, voeren. Voor
iemand die nog nooit iets anders gezien
heeft dun zijn eigen primitieve eiland, zul
len de indrukken die hij van de beschaaf
de wereld gaat opdoen, overweldigend zijn.
Maar Fletcher Christian heeft al bij voor
baat verklaard, dat hij na zijn avontuur
in elk geval naar Pitcairn zal terugkeren
Het in Moskou verschijnende dagblad
„Sovjet-Rus" meldt dat men de epidemi
sche kinderverlamming in de Sovjet-Unie
heeft bedwongen door middel van massale
inentingen.
Het blad haalt een rapport aan dat on
langs door prof. M. Choemakov op een
conferentie is uitgebracht. Hierin wordt
gesteld dat zich thans nog slechts inciden
tele polio-gevallen voordoen-
In Estland is tot dusver dit jaar geen
enkel geval van polio geconstateerd, al
dus prof. Choemakof, die voorts verklaart
dat reeds meer dan 77 miljoen Russen zijn
ingeënt. De Sovjet-pers heeft onlangs be
kendgemaakt dat alle Russen beneden de
twintig jaar in het kader van de massale
inentingscampagne gevaccineerd zijn te
gen de kinderverlamming.
HEEL NEDERLAND koesterde zich in
de herfstzon, die zich in deze oktober
maand vrijwel elke dag opnieuw liet
zien. Mevrouw Maas uit Domburg, een
72-jarige boerin, laat zich nog iedere
dag door de golven van de zee koeste
ren. Zolang het weer goed blijft, ver
wisselt zij iedere dag haar Zeeuwse
boerekleding voor een badpak en de
witte muts met de gouden krulijzers
voor een witte plastic badmuts.
EEN LATE vakantieganger duikt nog
even dieper weg in zijn jas, als de zon
achter de wolken verdwijnt. Maar de
oude boerin uit Domburg kan nog geen
afscheid nemen van haar dagelijks bad
in zee. „Het is een levdhsbèho'eiïê Vodr
mij", zegt mevrouw Maa?, en haéU'
ogen lachen in haar oudé, rimpelige ge
zicht.
„Ik zwem al dertig jaar lang iedere
dag, van het vroege voorjaar tot in de
herfst" voegt zij er aan toe. „D'r werd
in het begin heel wat over me gerod
deld in het dorp, maar de mensen zijn
er nu langzamerhand welaan gewend."
De toeristen trouwens ook. Wie van
de zomer een paar dagen in Domburg
was, kende mevrouw Maas. Nieuwelin
gen op het strand stootten elkaar aan,
als de oude boerin, maar rokken sle
pend door het zand, het strand op
kwam. Gniffelend zagen ze de oude
vrouw in een kleedhokje verdwijnen.
Als mevrouw Maas weer uit het kleed-
jhokje kwam, was zij gewoon een oude
'dame in een donker badpak. Maar in
het hokje lagen de dikke, stugge rok
ken, de bloedkralen en de kostbare
muts met de gouden krullen. Het liefst
speelt mevrouw Maas in hoge, woelige
golven. Als de storm de zee opzweept
en de golven woedend het strand op
springen, dan is de bejaarde Domburg-
se in haar element. Dan laat ze zich
meesleuren door de golven, zwemt er
tegen op, en duikt lachend over een
hoge roller heen.
,,'T IS JAMMER, dat het hier 's zo
mers niet vaker stormt, vindt de vitale
vrouw, want dan is het water zo heer
lijk fris! Dat vind ik het allerbelang
rijkste: fris water en frisse lucht. Wilt
u wel geloven dat ik soms 's zomers
gewoön' naar huis terugkeer? Ik' sfa dan
boven op de duinen en dan ruik ik dat
er van het strand een zwoele lucht van
zonnebraridolie en parfum opstijgt, ver
mengd met de lucht van al die men
sen. Dan ga ik weer naar huis. In
mijn tuintje staat ook een strandstoel
daar ga ik dan in zitten. Na een paar
uur is die lucht meestal wel weg...
Heel Domburg en alle zomergasten
kennen mevrouw Maas. Ook de buiten
landers, hoewel de oude boerin geen
woord „over de grens" spreekt. En al
lemaal vinden ze haar sympathiek. Een
enkele keer krijgt haar populariteit con
creter vorm: dan staat er achter bij
haar deur een mandje met iets lekkers,
een tros druiven, een doos chocolade of
een flesje advocaat. „Ik ben daar heel
blij mee", zegt mevrouw Maas. „Want
een oud mens wordt zo gauw vergeten!"
De staatssecretaris van Onderwijs, Kun
sten en Wetenschappen, mr. Y. Scholten,
heeft aan de heer Jan Vrijman te Am
sterdam een subsidie verleend voor het
vervaardigen van een korte film in kleu
ren. Deze film zal „De Wereld van Karei
Appel" heten. De produktie is in handen
van de Nederlandse Filmproduktiemaat-
schappij.
Uschi, de twaalfjari
ge chimpanseedame,
die reeds sinds vele
jaren de bezoekers
van de dierentuin in
Frankfort vergast op
de wonderbaarlijkste
staaltjes van een bij
na menselijke intelli
gentie, heeft eindelijk
haar ware roeping
ontdekt: de beelden
de kunst. Met palet,
penseel en plamuur-
mes trekt zij op het
schilderslinnen los en
met groot succes,
want als ze goed op
dreef is produceert
zij van drie tot vier
meesterwerken per
dag! Abstracte mees
terwerken natuurlijk,
want Uschi is een
kind van haar tijd en
zij beseft heel goed.
dat er met het natu
ralisme geen droge
boterham meer te
verdienen valt. Mis
schien zien wij haar
werken nog wel eens
in het Stedelijk
Museum.
IN INDIA zijn de beruchte „Thugs" of
„Worgers" nog steeds actief, hoewel er
reeds sedert het begin van de Britse over
heersing met man en macht tegen hen is
opgetreden. De „Worgers" hebben hun
operatiegebied in de ravijnen bij de rivier
Chambal in het noordelijk deel van Mid-
den-India.
De Chambal is een zijtak van de heilige
rivier de Jamoena die zich door het ge
bied van de staten Uttar Pradesj, Rad
jastan en Madhia Pradesj kronkelt. Elk
jaar gaan er stoeten hindoes heen om in
het water van deze stroom hun zonden af
te wassen. De wouden en ravijnen in de
buurt biedëri aan bandieten een uitstëReh-
de S.chy.ilplagfs,g
DE „THUGS", zoals de Britten hen al
tijd genoemd hebben, staan in India be
kend als de „Dacoits" en deze dacoit-ben-
den bestaan reeds eeuwen. Vooral in de
negentiende eeuw trokken er horden stro
pende „pindari's" ('groepen mannen, die
zich buiten de wet hebben gesteld) moor
dend en plunderend door het land. Vooral
Lord Warren Hastings, Brits gouverneur
van India van 1813 tot 1823, trad streng
tegen hen op. Hij vaardigde zelfs een de
creet uit, dat elke „Dacoit" na zijn ver
oordeling in zijn eigen dorp ter dood ge
bracht moest worden. Zijn gezinsleden
moesten dan tot „slaven van de staat"
gemaakt worden.
IN DE JAREN dertig van deze eeuw
had men het probleem bijna onder de
knie. De politiemacht was toen aanzienlijk
versterkt omdat men tegen de politieke
terroristen moest optreden en daar onder-
75. Panda en Joris Goedbloed waren nog alles behalve
in veiligheid! Ze hadden nog maar eeri korte afstand
afgelegd, toen ze achter zich plotseling rauwe kreten
hoorden, onmiddellijk gevolgd door snerpend gepiep van
politiefluitjesDe agenten waren hen weer op het
spoor gekomen en zaten hun nu op de hielen. Alleen
draven kon hun nu nog uitkomst brengen. Panda wist
natuurlijk niet, dat de getuigeverklaring van de heer
Brauswasser hem van alle schuld had vrijgepleit, en
het was hem dan ook droef te moede. Hij had alleen
maar een nette betrekking willen hebben waarin hij een
goed vak kon leren en kijk nu eens wat er van hem
terecht gekomen was! Maar in deze verdrietige gedach
ten werd hij onderbroken door een verraste uitroep
van Joris Goedbloed, naast hem. „Opgepast, vrindje!"
riep deze uit. „Niet altijd zal het lot tegen ons zijn.
Ei, ei, welk aardig buitenkansje ontwaart daar nu mijn
oog? Niet anders dan een overdrachtelijke hooiberg,
waar wij als spreekwoordelijke naalden in zullen ver
dwijnen!" Wat hij met deze gedurfde beeldspraak be
doelde, merkten een ogenblik later ook de achtervolgen
de politie-beambten. Er bevond zich hier namelijk een
theater, waar een talrijk en beschaafd publiek juist
schuifelvoetend binnen ging om van een voorstelling te
genieten en in deze veelkoppige menigte ging het
spoor van de vluchtelingen hopeloos verloren.
vonden ook de Dacoits de weerslag van.
Maar toen India in 1947 onafhankelijk
werd en voor zijn eigen binnenlandse vei
ligheid moest zorgen, kregen de bandieten
weer volop armslag.
Een van de beroemdste Dacoits was een
zwaar gebouwde man met een vervaar
lijke snor, die Radja Man Singh heette.
Hij was in feite een soort feodale landheer
en gedroeg zich ook als zodanig. Deze „In
dische Robin Hood" zoals hij ook wel ge
noemd werd, heeft gedurende zijn dertig
jarige carrière als bandietenhoofdman
tweehonderd moorden en ruim duizend
roofovervallen gepleegd. Vijf jaar lang
lT^ëft e'en bólitiemëcht van duizend man
op hem gejaagd. Pas in 1955 slaagde een
Ghurka-scherpschutter erin, hem uit een
nederlaag met zes kogels neer te schieten.
Toen zag een van Singh's helpers nog kans
de scherpschutter neer te leggen.
Geen pardon
Man Sing werd in de dorpen van „zijn"
gebied vereerd als een heilige man. Zijn
bijnaam „Indische Robin Hood" dankte
hij aan het feit dat hij, naar men zegt,
veel geld onder de armen verdeelde. Zijn
vrijgevigheid strekte zich overigens niet
uit tot zijn vrouw, Rukhmani Devi, die
thans 60 jaar oud is. Onlangs heeft zij van
haar echtgenoot getuigd: „hij heeft mij
zelfs nooit een armband gegeven".
Man Singh kende geen pardon voor
„verraders", die over zijn bewegingen in
lichtingen aan de politie verstrekten.
Kreeg hij ze te pakken, dan liet hij hun
oren en neus afsnijden en zond ze zo naar
de dichtstbijzijnde politiepost.
Toen Man Singh uit de weg was ge
ruimd, werd zijn werk voortgezet door
een andere beroemdheid, Roepa, een man
die bekend stond om zijn knappe uiterlijk
en die zich voornamelijk bezig hield met
het ontvoeren van mensen. Hij was tevens
een beroemd schutter en jaagde in de In
dische natuurreservaten,vlak onder de neus
van de jachtopzieners, op tijgers en beren.
Roepa werd in 1959 gedood, maar ook hij
liet een aantal erfgenamen achter, die zijn
werk konden voortzetten.
THANS ZIJN ER, volgens schattingen
van de Indische politie dertien Dacoit-
benden, die het stroomgebied van de ri
vier de Chambal onveilig maken. De
grootste hinderpaal die de politie op haar
weg vindt, is de bescherming die de bandie
ten van de plaatselijke bevolking genieten.
De inwoners der dorpen zijn onder de in
druk van de vaak markante persoonlijk
heid van deze vrijbuiters en wensen geen
woord ten nadele van hen te zeggen. Zo
liet Man Singh van wie men geloofde
dat hij de zwarte kunst meester was
nooit na, een plaatselijke Hindoetempel
rijk te begiftigen, wanneer hij een succes
volle roofoverval gepleegd had. Eens
schonk hij een enorme bronzen klok, die
honderden kilo's woog. Roepa begon voorts
de dag nooit zonder eerst in een tempel te
bidden. Daarbij liet hij zich vaak dekken
door zijn gewapende helpers die dan een
kring om hem heenstonden, de geweren
in de aanslag.