In het duister van de oude mijn j Het geheim van de vuurtoren BE BRITSENOORD^BORNEO, EEN VAN RUST MET GROOTSE PERSPECTIEVEN Politieke spanning onbekend SATANSROOSTERS" BESCHERMDEN EENS DE KERKHOVEN TEGEN DIER EN DUIVEL PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER Polle, Pelli en DOOR ELIZABETH MORTON vervolgverhaal Miniatuurcamera voor kankeronderzoek Tropen worden kouder 19 VERTAALD UIT HET ENGELS I BUITENPOST DER BESCHAVING DONDERDAG 26 ÖKTÖBER 1961 - V,I 5. „Dat doe ik", zegt Petje Houtmans, „ga naar het strand Polle, stroop je mouwen op, ik kom met de planken!" „Kijk Pingo", zegt Polle, „deze palm pakken we, dat kan een mooie kiel worden, en dan beginnen we met de „Mary de Tweede". „Nu Pingo, jij kunt werkelijk prachtig bomen kappen en het is je aan te zien, dat je het graag doet. Had je overigens niet in een andere richting kunnen omzagen? Ik tril nog op mijn benen!" i 0) Er viel een pijnlijke stilte. Tenslot te kuchtte de dominee bescheiden. Ik geloof, d&t juffrouw Marriott graag je huisje eens wilde zien, Tom. De oude visser deed een stap ter zijde. Komt u binnen, juffrouw. Jane stapte door de lage deur naar binnen. Ze stond in een klein kamer tje, van waar een trap naar de slaap kamer leidde. Aan de achterzijde van het kamertje grensde een klein don ker keukentje. De kamer bleek keurig op orde te zijn. Ze was echter verbaasd door de bijzonder goede kwaliteit van de meubelen en het grote aantal betrek kelijk dure, maar in deze omgeving niet passende vazen, beeldjes, doos jes en dergelijke snuisterijen. Er hing ondanks de helderheid, een geur die minder aangenaam was, een geur van schimmel en verrotting. Het pla fond was verkleurd en vertoonde gro te plekken, waar de regen doorgesij peld was. Ze-kon zich levendig voor stellen, hoe het er boven moest uit zien! Toen ze nog om zich heen stond te kijken, kwam uit het keukentje een oude vrouw aanlopen, die haar han den aan haar schort afveegde. Dit'is juffrouw Marriott, moe der, zei Tom Barlow met stentor stem. Ze komt eens kijken, wat er aan het huisje gedaan moet worden. Zien alle huisjes er zo uit als het uwe?, vroeg ze. Ja, 't ontloopt elkaar niet veel, zei Marquand. Ze zijn erg oud, en 't is al weer heel wat jaren geleden, dat er voor 't laatst iets aan gedaan werd. Ik zal eens zien, wat ik op korte termijn kan doen, mijnheer Barlow, zei Jane en gaf mevrouw Barlow een hand. U houdt het hier erg netjes, moet ik zeggen. En dan is het des te erger, als het huisje zelf zo slecht onderhou den is. Het laatste jaar is het wel heel erg geworden, juffrouw, zei Tom Bar low. Eens komt de tijd, dat zelfs een Cornwalls huisje 't begeeft. De stormen in de winter zijn hier niet mik Wilt u nog meer huisjes zien?, vroeg Marquand. Nee, voorlopig is dit wel genoeg geweest. Ik neem aan, dat de andere huisjes even erg zijn:, 't is 't is afschuwelijk, dat mensen in zulke omstandigheden moeten wonen! Gedrieën liepen ze naar de rots wand, die als kade dienst deed. In het kleine haventje, waar het water betrekkelijk rustig was, lag een half dozijn bootjes gemeerd. Meeuwen vlogen er krijsend boven rond, maar er vertoonde zich niemand op de scheepjes. Twintig jaar geleden voeren van hier wel vijftig schepen ter visvangst uit, zei Barlow. Nu gaan er soms nog maar een paar boten de zee op. De mannen zijn in de mijn gaan wer ken en toen deze gesloten werd. gin gen ze niet opnieuw vissen. Ik leef nu van m'n pensioentje. U kunt het gelukkig nogal red den, geloof ik, zei Jane. Zou ik nu de mijn kunnen zien? vroeg ze vervolgens aan Marquand. Ik zal u er brengen, antwoord de hij. Jane nam afscheid van Barlow en volgde Marquand over het slingerende pad, dat naar de top van de rots leidr de. Toen ze eindelijk de hoogte be klommen had, zag ze dertig meter be neden zich de zee. Tom Barlow moet vroeger goed verdiend hebben, zei Jane nadenkend. O, nee! Het is altijd hard werken geweest voor hem en zijn vrouw. Maar waarom denkt u dat? Z'n huisje is nogal goed gemeu bileerd. En al die snuisterijen. Ze le ken mij nogal duur toe, hoewel ze in die omgeving eigenlijk helemaal niet passen. Ze zullen er hun spaarcentjes aan I besteed hebben, antwoordde Marquand nogal vaag. Jane ging er niet verder op door. i Ze had echter wel de overtuiging ge- I kregen, dat er meer geheimzinnighe- den waren, dan ze aanvankelijk ver- I moed had. j De gebouwen van het mijncomplex j zagen er van een afstand af nogal I solide uit, maar toen ze dichterbij was gekomen, viel het haar direkt op dat de muren van 't ketelhuis zwaar ver weerd waren, terwijl de hoge schoor- j steen er ook niet meer al te stevig uitzag- Marquand duwde de deur van j het ketelhuis open en Jane stapte naar j binnen. Het daglicht, dat door de ge- j broken vensters naar binnen viel, ont- j hulde dat de ketel en het mechanis- j me voor de lift verwaarloosd waren, j Overal zat roest op. De pomp bleek echter keurig onderhouden te zijn. De- ze glom en glansde van de olie. Jane wees naar de pomp. Waarom wordt die zo goed on- derhouden, terwijl de andere machine j verwaarloosd zijn? Marquand scheen niet goed raad te i weten met deze vraag. 't Is al een hele tijd geleden, dat j ik hier voor 't laatst geweest ben, zei j hij. Misschien onderhouden ze die i pomp wel, omdat ze nu en dan het j water willen wegpompen, zodat de mijn niet al te veel onder loopt. Is er dan nog steeds een moge- lijkheid. dat de mijn nog eens op- j nieuw in bedrijf genomen wordt. O, dat is best mogelijk. Ik ge- j loof niet, dat zij uitgeput is. Ze moet vrij rijk geweest zijn. En zoals ik ge- j hoord heb, moet ze erg diep zijn. Bent u wel eens beneden geweest I Marquand begon te lachen. Nee. Mijnbouw is nu niet bepaald j mijn roeping. Alles wat ik er van weèt is van horen zeggen. Wie is eigenlijk de eigenaar van de mijn? Uw groot.ik bedoel u, juffrouw i Marriott. De mijn werd geëxploiteerd door een maatschappij, die van uw i grootvader daarvoor een concessie ge- i kregen heeft. Die maatschappij is ech- i ter failliet gegaan. En dat weet ik heel zeker, want ik heb er honderd pond door verloren. De liftkooi was neergelaten, maar de schacht was te duister om iets te ontwaren. Te oordelen naar het reus achtige wiel en de lengte van de dik ke staalkabels moest zij een flinke diepte hebben. De gehele installatie verkeerde in een slechte toestand en de lift was kennelijk jarenlang niet gebruikt. Heeft u er geen idee van, wie die pomp zou kunnen verzorgen? vroeg ze terwijl ze wat heen en weer liep. Het kan niet iemand uit het dorp zijn, want dan had ik het wel ge weten. Ze liepen naar buiten en richtten hun schreden naar de achterzijde van het ketelhuis. Daar torenden enkele hoge bergen stenen op, die in de loop der jaren uit de mijn naar bo ven waren gehaald. Een smalspoor leidde van hier de vlakte over. Jane wilde zich juist omdraaien en teruglopen, toen ze stemmen opving, die van achter een der steenbergen kwamen. Ze keek de geestelijke vra gend aan. Ik heb er geen notie van, zei hij, terwijl hij 't hoofd schudde. Het kunnen geen mensen uit het dorp zijn. We zullen wel zien. Ze liepen om de berg heen en za gen vier mannen, die rustig zaten te roken. Een lege vrachtwagen stond vlak bij hen. Hé! riep Marquand. We hoor den stemmen en vroegen ons af wie er wel kon zijn. Eén van de mannen stond op en keek hen niet al te vriendelijk aan. En? was alles ^wat hij zei. Marquand moest kennelijk naar zijn woorden zoeken. Wel,., dat is eigenlijk alles. We wilden alleen maar eens weten, wie er bij de mijn konden zijn. De man draaide hen de rug toe en liep op de vrachtauto af. Jane hield hém echter tegen. Kunt u mij soms zeggen, wie de pómp zo goed onderhoudt? Binnensmonds vloekend, draaide hij zich snel om. U bent dus aan het rondneuzen geweest, is 't niet? Wat.. Hij veran derde echter plotseling van toon. Indien u het zo graag wilt weten, juf frouw, wij onderhouden die pomp op verzoqk van de eigenaars. Ik ben de eigenares van de mijn, antwoordde Janeonverstoor baar. U bedoelt zekér de conces siehouder. Ja, zo is het, juffrouw. En wat doet u hier nu? Wekomen een lading van dit spul halen. (Wordt vervolgd) h ,V A 'W U j' A i. y? '/,\y «U v'-AV V-A-y 62-63. Zie je do.tfluisterde Dolf. Ze zijn iets van plan, geloof dat maar.ze bespioneren de vuurtoren! Ik geloof het ook, antwoordde Ben. Wat moeten we doen? Meneer Blok waarschuwen! zei Dolf. Hij moet weten wat hem boven het hoofd hangt: Ben keek bedenkelijk naar de mannen, die op de loer lagen. Op de Motor Show 1961 in het Lon- dense Earl's Court het Britse pen dant van onze RAI-autotentoonstellin- gen zijn onder meer tal van veilig heidsgordels voor automobilisten te zien. Het vreemdste en duurste exem plaar wordt hier gedemonstreerd door de bekende Londense mannequin fotomodel Jeanette Harding: een veilig heidsgordel, bekleed met kostbaar Palominomink. WIE IN JESSELTON, de hoofdstad van Brits Noord-Borneo rondkijkt zal vergeefs zoeken naar de „wilde primitieve mannen van Borneo". Maar hij zal ook vergeefs zoeken naar tekenen van de „versnelde ontwikkeling" van strijdbaar jong nationalisme of van politieke chaosaspecten, die elders in de koloniale of oud-koloniale gebieden onverbrekelijk samenhangen met de nog te verwerven, of sinds kort verkregen zelfstandigheid. Jesselton is de hoofdplaats van de drie Noord-Borneose landstreken, die nooit deel hebben uitgemaakt van de voor malige Nederlandse kolonie. Daarom is het vreemd, dat er nooit politieke span ningen zijn ontstaan in of om die gebieden: Brits Noord-Borneo, Brunei en Serawak. JESSELTON is een mooie kleine stad. De Britse invloed is er overheersend,maar de Chinese bevolkingsgroep is er het grootst en het actiefst. Verder ziet men in Jesselton uiteraard diverse Dajaktypen: de Doesoens, de Bajaus en de Maroets. Het klimaat is er zacht, de dagen duren het hele jaar door even lang, de nachten zijn altijd heerlijk koel. Als het regent (alleen in de natte moeson van november tot mei) regent het met regelmaat. Men kent er maar twee soorten regen, de tro pische wolkbreuk, die plotseling losbreekt uit zware donderwolken (die een tijdige waarschuwing vormen) en de regen die als een donkergrijs gordijn aan komt schuiven (en die dus ook tijdig gesigna leerd wordt). Beide regensoorten hebben een' overeenkomst: men men hoeft nooit te vragen: regent het nu net niet net wel? De vingerdikke koele stralen laten hier aan geen twijfel bestaan. De stad is vrij jong. Toen de Australiërs de japanse bezetters verdreven, is vrijwel de gehele stad met de grond gelijk ge maakt. Op het ogenblik wonen er nog slechts 25.000 mensen. Maar Jesselton groeit en binnen afzienbare tijd zal het een grote stad zijn die bruist van leven, zoals Djakarta, Singapore of Manila. Zover is het echter nog niet. De chine zen hebben er thans hun winkels, de Brit ten voeren er het bestuur en maken plan nen voor de ontwikkeling van het land en de Dajaks doen wat hun hand vindt om te doen. De temperatuur varieert er het gehele jaar door! van 23 tot 26 graden. Per jaar valt er 200 tot 400 cm regen. De IN DELDEN kan de duivel niet op het kerkhof komen. De lidmaten van de heróormde gemeente aldaar stappen bij hun wekelijkse kerkgang niet over een gewone drempel, maar over een zeer merkwaardig breed rooster met dikke ijzeren spijlen, die tamelijk ver van el kaar zijn aangebracht. Het rooster is even breed als de doorgang in de kerk hofmuur. Vele duizenden voeten zijn er overheen gegaan de staven zijn blank en enigszins afgesleten, maar nog lang niet versleten. Zo op het oog is het niets bijzonders, maar toch is dit een zeld- aamheid geworden, een overblijfsel uit de tijd toen de doden nog rondom de kerk werden begraven. Met de aanleg van nieuwe „kerkhoven", ver van de kerk, werden de roosters overbodig. Ze ijn nu grotendeels verdwenen, behalve in Delden en in Denekamp en misschien nog in enkele andere plaatsen in den lande. Ze mogen als een grote curiositeit worden aangemerkt en in Twente prij ken ze dan ook op de officiële lijst van monumenten van geschiedenis en kunst". Wat roosters al niet kunnen zijn, als ze maar op de goede plaats liggen! WAT DIE roosters nu met de duivel te maken hebben? Men placht zich de Boze in velerlei gedaanten voor te stellen, maar hoe hij zich ook vermomde, de bokkepoot met gespleten hoef was er altijd bij. De begraafplaats rond de kerk, het eigenlijke kerkhof dus, was vroeger gewijde grond, waarin o.a. buitenkerkelijken (ongelovigen zei men vroeger) en onbekende zwervers niet mochten worden bijgezet. Soms had men voor zulke gevallen een afzonderlijke begraafplaats, direct buiten de kerkhof muur, soms werden ze aan de rand van de gemeente op een „vreemdelingenkerk hof" begraven. Zulke begraafplaatsen zijn er nog. Een heel bekende in het Oostne derlandse grensgebied is bij voorbeeld het „vrömdenkeerkhof" op de grens tussen de gemeenten Groenlo en Eibergen. OP GEWIJDE grond had de duivel na tuurlijk niets te zoeken en om hem de toe gang helemaal onmogelijk te maken, wer den in de ingangsopening dergelijke roos ters boven een ondiepe put aangebracht. Satan moest dan wel buiten blijven, want met zijn bokkepoten kon hij deze hinder nis onmogelijk passeren! Niet alleen voor de duivel was de toe gang versperd, ook en vooral voor vrijwel al het gedierte, dat vroeger in de dorpen vrij placht rond te scharrelen. En dat was heel wat: varkens, schapen, geiten, hon den en wat dies meer zij. Die dieren had den toen ook een nuttige functie als een soort van gemeentereiniging, maar dat had tevens zijn nadelen, want ze waren .over al. Vooral varkens en honden konden met hun gewroet en gewoel in de grond een ware plaag worden en dat kon men op de Op een congres van de Japanse vereni ging voor kankerbestrijding in Sendai na bij Tokio, heeft prof. dr. Takao Sakita van de Universiteit van Tokio bekendgemaakt, dat hij aanzienlijke vorderingen gemaakt heeft bij het onderzoek van maagkanker, dankzij een nieuwe miniatuurcamera, die op zijn verzoek door een optische fabriek in Japan vervaardigd is. Deze camera die bolvormig is en van een ingebouwde flits lamp voorzien is, heeft een doorsnede van slechts 6,5 millimeter en moet door de te onderzoeken proefpersonen worden inge slikt. Met behulp van dit precisieapparaatje kon prof. Sakita de structuur en de ont wikkeling van maagkankers bij diverse pa tiënten fotograferen zonder enigerlei ope ratieve ingreep. Hoewel deze nieuwe tech niek nog in het beginstadium verkeert, heeft de Japanse hoogleraar goede hoop, dat de resultaten van zijn onderzoekingen de kankerwetenschap wellicht in nieuwe banen zullen leiden. (Kijodo). kerkhoven niet hebben. De roosters met hun wijd uit elkaar liggende staven waren dus zeer nuttig, want de dieren bleven er onherroepelijk steken. BIJ ENKELE wildreservaten, o.a. op de Veluwe, kennen we er nog een moderne versie van ih de vorm van de zogenaamde wildroosters, die in de toegangswegen op de grens van die gebieden zijn aange bracht en die de dieren dus binnen de voor hen bestemde ruimte houden. Voor de kerkhoven zijn ze niet meer nodig. Voor de duivel is er niets meer te halen, en er zijn nu ook veel minder los lopende huisdieren dan in vroeger tijden. Als er hier of daar nog duivelsroosters liggen, dan zijn de putten er onder al lang ge dempt, ook in Delden en in Denekamp. Ze worden nu achteloos betreden door de kerkgangers van wie velen geen notie heb ben, waarvoor ze dienden. vegetatie rond de stad is dan ook bijna on doordringbaar dik. Jesselton heeft een kleine haven. Per jaar wordt hier iets meer dan een mil joen ton goederen afgehandeld, voor het grootste deel rubber die uitgevoerd wordt. Er is een spoorlijntje, dat met zijn totale lengte van 187 kilometer een beetje verlo ren lijkt in de onmetelijke rimboe. Het lijntje dient eigenlijk alleen voor rubber transporten. Daartegenover steekt de bedrijvigheid op het vliegveld van Jesselton scherp af. Het wordt er steeds drukker en altijd staat er wel een toestel, dat zo juist is aange komen of op het punt staat om te vertrek ken. Vliegen is eigenlijk de enige manier om ergens te komen want wegen zijn er nauwelijks. De totale lengte van het we gennet bedraagt 904 kilometer onverhard en 370 kilometer verhard. Maar maak u geen illusies, want wat hier een onverharde weg heet, zouden wij een vijfderangs polderweggetje noemen. Het zijn voor het merendeel aarden paden en karresporen, die in de natte tijd ver anderen in onbegaanbare modderpoelen, waarin met veel geluk alleen een jeep zich soms nog een doortocht kan ba nen. DAARMEE IS Jesselton getekend als een stad op de scheidslijn van twee we relden. Men kan er in vrede leven en de asfaltwegen zijn uitstekend (omdat er nauwelijks motorisch verkeer is). Men kan er alle Westerse produkten kopen te gen een redelijke prijs (een biefstuk van een pond kost 1,50, een fles bier 1,25), maar achter deze en andere verschijnse len der civilisatie ligt de rimboe een gebied van ruim 48.000 vierkante kilome ter wildernis welks bevolking van een half miljoen zielen wacht op de ontsluiting van haar primitieve wereld en op de industriële ontwikkeling, die haar een menswaardig bestaan moet verschaffen. En de plannen daartoe zijn er. Jesselton, op 600 mijl van Manila en duizend mijl van Singapore, heeft ontplooiingsmogelijkheden te over, er zijn geen politieke moeilijkheden (zelfs niet van de zijde van de Republiek Indo nesië!) en Noord-Borneo zelf bezit een enorme rijkdom aan bodemschatten en an dere belangrijke grondstoffen. Het wach ten is slechts op voldoende kapitaal om deze sluimerende (rijkdommen te kunnen exploiteren. Het duivelsrooster bij de Hervormde Kerk in Delden. 63-6Q-\ 83. Onmiddellijk na zijn onverwachte ontmoeting met de achtervolgde Joris Goedbloed trachtte Panda duide lijk te maken, waar hij voor gekomen was, maar Joris sloeg nauwelijks of geen acht op zijn dringende gebaren. Wellicht was hij van mening, dat het voor een uitvoerend deklamatrice niet aanging om een gesprek met de souf fleur te voeren; en dat was misschien ook wel zo, want het publiek in de zaal dompelde zich in een af wachtende stilte en wenste verzen te horen. Men nam dan ook waar, hoe de zegster zich innig in de poëzie verdiepte en vervolgens met melodieuse stem begon: „Wat zongh het vrolijk vogelkijn, dat in den boom- gaert zat? Hoe heerlijck blinkt de zonneschijn, Van rijek- dom en van schat! Hoe ruischt de koelte in 't eicken hout.Dat kwam er allemaal heel gevoelig uit, en achter het toneel staakten de agenten dan ook hun speu ren om even diep te genieten. De jongste was zijn ont roering nauwelijks meester, en de oudste een kenner fluisterde dat die Mevrouw Knokkebies-Van Tutteren heel wat presteerde. Dat was natuurlijk niet juist, want de enige echte Mevrouw Knokkebies-Van Tutteren pres teerde op dit ogenblik bijzonder weinig. De beklagens waardige dame bevond zich machteloos in haar kleed kamer, woedend omdat de kans tot optreden haar ont gaan was, en worstelde zo goed en zo kwaad als dat ging gm zich van haar banden te bevrijden. De afgelopen twintig jaar is de wereld kouder geworden, aldus hebben meteoro logen vastgesteld. J. Murray Mitchell, van het Amerikaanse Meteorologische Bu reau, heeft een dezer dagen op een we tenschappelijk congres in Rome verklaard dat de gemiddelde jaartemperaturen van 1890 tot 1940 voortdurend zijn gestegen, maar sindsdien op 80 procent van het aardoppervlak met ongeveer 0,28 graden Celcius zijn gedaald. De temperatuurdaling was het grootst in de tropen. In West-Europa, de Ver enigde Staten en aan de Aziatische kus ten van de Stille Zuidzee daarentegen houdt de temperatuursstijging nog steeds aan. De Britse meteoroloog H. H. Lamb verklaarde dat de geringe stijging sinds 1850 ingrijpende gevolgen heeft gehad. Bepaalde havens op het noordelijk half rond zijn thans slechts drie in plaats van zes maanden door ijsvorming ontoe gankelijk. op IJsland kan gerst worden yerbouwd, de gletschers worden kleiner, in Scandinavië zijn de loof- en naaldbö- mengrenzen hoger komen te liggen en bij Groenland komt kabeljauw voor. (Reuter) Denk je niet, dat ze ons in de gaten zullen krijgen, als we naar de toren lopen? Waarschijnlijk wel, bedacht Dolf. Maar daar is niets aan te doen; we moe ten zo hard mogelijk hollen om ze voor te zijn en meneer Blok te waarschuwen. Kom! De jongens stonden op en samenrenden ze in de richting van de vuurtoren. 5-20 0 I B Boi 6 Cope"

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 19