Omzet van de reclame-televisie in Australië - met één miljoen ontvangers - f 50.- miljoen 'elijks toegevoegd aan alle edities van agëfdd/Oprèchte Haarlemsche Courant en IJniaider Courant Begonnen de winters vroeger werkelijk eerder dan nu? BmH W;¥fW3iW:wÈi llf® JWIhwfs^fjS k V SII S S EVEN DE HERFST IN PARIJS SNUIVEN DE ROESTBRUINE BLADEREN van de eeuwenoude iepen langs de Seine maken een voor een hun eerste, en tevens ook hun laatste reis. Langzaam neerdwarrelend, alsof zij zich zo tegen hun lot willen verzetten, glijden zij neer op de boekenstalletjes, het water van de Seine, de kinderhoofdjes van de kade, op de paartjes die, genietend van de zon en van elkaar, de banken en de kaderand bevolken. Nog even en alle 360.000 bomen van Parijs zullen kaal langs de boulevard staan. Over het Parijse voorjaar is al een enorme bibliotheek gedichten geschreven. En chansonniers zingen er over. Maar over het zo veel kleuriger najaar? Alles schijnt zich tegen zijn komst te verzetten. Niet zodra hebben de bladeren de grond bereikt, of mensen van de plantsoenendienst vegen ze in grote manden bij elkaar. Maar zij hebben mooi vegen de herfst houden zij niet tegen. De zon is nu krachtiger dan zij in juli is geweest. De meisjes hebben nog even de kans zich in zomerkleding te tonen. Wat verlate toeristen drentelen nog een beetje rond; portrettekenaars proberen er hun laatste prooi te vinden. De moeders breien nog even op de bankjes in de parken. AAN HET EINDE van een reis door Frankrijk ben ik in Parijs verzeild ge raakt. Onmiddellijk na aankomst moest ik de metro in duiken. Het was het uur van de marteling: tussen zes en ze ven 's avonds. Als sardientjes in een blik stonden de mensen opeen gepakt. Op Chatelet bleek nog altijd de dame ie werken die tot taak heeft met haar ge wicht van zeker 230 pond de mensen naar binnen te persen en dan pas de deur te sluiten. De service die de di rectie van de RATP weet te bieden, kent geen grenzen! Ik weet nu ook pre cies hoe een vis op het droge zich voelt. Op dezelfde manier als zo'n spar telend beest stond ik naar lucht te hap pen. Spartelen kon ik niet. Allebei mijn benen van de grond tillen wel. Oude vrienden opzoeken Pascal bleek verdwenen! „Hij is opgelost in de lucht", zei de bebaarde schilder Lambert. Nie mand wist wanneer hij was vertrokken. Niemand ook kon me zeggen waar hij te vinden kon zijn. Anderhalf jaar gele den onmoette ik Pascal voor de eerste keer: een vrolijke clochard die me met alle geweld een glas beaujolais wilde aanbieden. Hij was gekleed in een jas zonder mouwen. Een touw hield het kle dingstuk om zijn lijf. Een van zijn broekspijpen was tot halverwege de kuit weggerafeld, de andere hing tot over zijn schoen. De hielen van zijn schoe nen waren naar binnen getrapt. Hij had er instappers van gemaakt. Place du Tertre was nog vrij van toeristen. Een enkele schilder hanteerde er in alle rust zijn penseel. Toen hoe lang lijkt het alweer geleden stapte- Pascal op me af. „Bonjour, mon neveu!" riep hij. „Ik ben Pascal". „Bonjour, mon oncle!" antwoordde ik, „Hoe heb ik zekerheid dat u Pascal bent?" Of ik daaraan twijfelde, vroeg hij. O nee, helemaal niet, antwoordde ik. Hij begon te zoeken in al zijn broek zakken. Hij had papieren, verzekerde hij. En van onder zijn bij elkaar gebonden jas diepte hij een weekkaart van de métro op. Pascal, had hij er, volgens de aanwijzigingen, in scheve letters op geschreven. Als ik het nu nog niet ge loofde dat hij Pascal was, was ik nog ongeloviger dan Thomas lui-même. Het blijkt een schot in de roos. „Hoe duur zal dat nou zijn?" vraagt een van de knapen, op een schilderin- getje van de Sacré Coeur wijzend. Het is een voor Nederlanders sterotiepe vraag. Alles wat niet op hun koopprogramma voorkomt, is duur. Zij vragen niet: „Wat kost dat?" maar: „Hoe duur is dat?" of: „Hoe duur kost dat?" Drie passen verder weer landgenoten, gezellig geschaard om een tafeltje. Ge zellig? nee, toch niet! Zij recenseren luidkeels de naar hun normen exorbitan te prijzen. „Bijna twee gulden zo'n glaas je!" roept de meest gezette man van het gezelschap. „Wij drinken hier maar eventjes voor bijna een tientje op!" Een zuiverder Hollander kun je niet treffen. De man is niet dronken in zijn hotel aangekomen. Maakt u zich daarover maar niet ongerust. Op Pont St. Michel opnieuw Nederlan ders, een echtpaar, heerlijk de ogen uit kijkend naar al dat moois. Ik twijfelde eerst nog even aan hun nationaliteit, tot dat de vrouw plotseling naar de kade beneden wees en uitriep: „Kijkkijk, kijk ze daar eens vrijen!" Toen had ik vol doende zekerheid. OP PONT DES ARTS trof ik de or geldraaier Victor Dombal. Zijn orgel was, evenals hij zelf, sterk verouderd. Hij had een slecht seizoen gehad, vertelde hij. Bijna geen toerist gezien. De zon speelde een heerlijk spel in zijn grijze baard. Hij kwam nu alleen maar draaien om de tijd te verdrijven. Hij hield van muziek, zei hij, en het was alleen daar om dat hij iedere middag kwam. Hij zette een nieuw stuk in het instrument woon omdat zij hem niet kennen. Maar aan hun duiven moet je niet komen! Een diplomaat in de gemeenteraad kwam met een beter plan: als wij nu eens comfor tabele hokken voor ze inrichten, zei hij. We geven ze heel goed voer, dan komen ze er vanzelf wel op af. Na verloop van tijd doen we eens een verdovingsmiddel door hun voer. 's Nachts doen we ze in manden en brengen ze naar steden in de provincie. Want daar kunnen ze heus nog wel wat Parijse duiven verzorgen. Aldus werd besloten. Maar of er al een begin is gemaakt met dit vernuftige plan: nie mand in heel Parijs kon het me zeggen. EN ZO SLENTER JE door Parijs, de stad waar hoe langer hoe meer verkeer komt, die altijd bruist van de herrie de herrie die dag en nacht je trommelvliezen bewerkt en je binnen een uur tijd doodop maakt. Op Boulevard de Clichy was een nare man bezig sterke staaltjes uit te ha len. Eerst stak hij een grote veiligheids speld dwars door het vlees van zijn ont blote bovenlichaam, om zodoende een zwarte kokarde te kunnen opspelden. Daar na priemde hij een lange naald door zijn linkerwang die vervolgens zijn rechter wang weer uitkwam. Voor hij aan dit kar wei begon, werd de kring toeschouwers echter aanmerkelijk dunner. Even glimlachen om de clochard die :n de spiegel van een winkel zijn sjaal schikt zoals ik dacht dat alleen een jong meisje dat kon doen; je even verwonderen over al die meisjes die in etalages gaten in kou sen zitten te stoppen; tevergeefs vragen naar Jean-Pierre, de clochard die op het trottoir van Place Maubert zijn domicilie heeft. Hij is naar de Rivièra, zeiden zijn lotgenoten. „De studenten gingen met va kantie en hij vond dat hij er ook recht op had. Hij zou een kaart sturen, had-ie (Van onze weerkundige medewerker IN GESPREKKEN met „boven-de zes tigers" die meer levens- en weerervarin- gen hebben dan wij, horen wij dikwijls beweren dat vroeger de winters regelma tig in november begin december be gonnen. „Vroeger," zo zei ons dezer dagen iemand die al 75 winters had meege maakt, „hebben wij heel wat keren in no vember al geschaatst". Dit is een gebeur tenis die wij ons maar nauwelijks kunnen voorstellen. Wij herinneren ons alleen nog medio november 1941 toen er hier en daar beloofd, maar die hebben we nog niet ge zien. We weten niet wanneer hij terug komt". VLAK VOOR EEN hevige stortbui droe gen de schilders van Place du Tertre hun doeken café's en auto's binnen. Een van hen had juist zijn schilderstuk vol tooid. Zodra de bui over was, plaatste hij het tegen een stoel op de grond. Maar het doek kantelde en viel met de nog verse verf op de natte stenen. De „schilder" pakte een oude doek uit zijn auto en veeg de onverstoord het slik weg. De schilde ring veranderde totaal. „Zo is-t-ie nog veel mooier", zei ik hem. Hij knipoogde, legde een vinger op de lip pen en liep weg. Ik heb er heel wat voor over om eens te lezen hoe critici dit ab stracte stuk beoordelen. Dick Dijs door de jeugd al op sloten en vijvers werd geschaatst. Daar het de laatste twintig jaar wel vrij regelmatig voorkomt dat er tot eind fe bruari of begin maart nog ijs aanwezig is, krijgen wij niet zelden de vraag of de win ters misschien bezig zijn te verschuiven in de richting van de lente. Aan de hand van betrouwbare temperatuurgegevens, samengesteld door het K.N.M.I. te De Bilt, zijn wij eens aan het vergelijken ge gaan en dan blijkt dat er van een ver schuiving geen sprake is en dat ook het reeds in november schaatsen vroeger even goed een unicum was als in de laatste 20 jaar. ZO HEBBEN WIJ van 1710 af (ruim 250 jaar) eens nageplozen hoeveel novem- bermaanden er per 50 jaar zijn geweest die twee of meer graden kouder waren dan normaal, dus een winterse allure hadden. In de periode 1700-1750 8 keer; 1750-1800 6 keer; 1800-1850 ook 6 keer; 1850-1900 4 keer en van 1900 tot 1950 7 keer. Opmerkelijk is een koudeperiode, al thans in de novembermaand, tussen 1915 en 1922 en het is heel best mogelijk dat de wat ouderen zich dit nog als de dag van gisteren herinneren wanneer het over vroege winters gaat. Daarvóór werd in 1890, 1902 en 1905 in november al vroeg vorst waargenomen. De novembers 1915, 1919, 1920 en 1921 waren veel te koud met in 1919 zelfs strenge vorst - 12 C) even als in november 1925. De lange en strenge winter van 1890-'91 zette ook eind novem ber in met op de 27ste, 28ste en 29ste tien tot dertien graden vorst. IN DE LAATSTE 120 jaar zijn er slechts vier novembermaanden geweest met strenge vorst teweten 1858, 1890, 1921 en 1925. In de periode van 1915 tot 1928 kwa men in De Bilt negen novembermaanden voor met meer dan 10 vorstdagen. Na 1928 tot heden werden alleen in 1948 en 1952 meer dan tien vorstdagen gemeten. De laatste acht jaren hebben wij geen koude november en december meer ge had, afgezien van een paar winterse da gen in november 1956. Februari van dit jaar heeft met slechts twee vorstdagen ook nog weer bewezen dat er van een verschuiving van onze win ters naar het voorjaar geen sprake is. Wel hebben wij van 1954 af enkele koude februari- en lentemaanden gehad maar deze schommelingen deden zich ook vroe ger voor waarvan de periode met winter se novembermaanden tussen 1915 en 1925 een voorbeeld is. Midden november 1919 werd er al druk geschaatst in Nederland en in de grote rivieren lagen tal van sche pen waaronder ook bietenschepen, al vast in het ijs evenals eind november 1921 toen zelfs rivieren als Rijn, Maas en Waal al met een dikke ijslaag bedekt lagen. VOOR EEN VROEGE koudegolf met flinke vorst is het een eerste vereiste dat er al vroeg een flinke kouvoorraad wordt gevormd boven Rusland en Scandinavië. Is het daar niet koud dan kan er dagen lang een noordoostenwind waaien zonder vorst van enige betekenis te brengen. Tot nu toe is het in Noord-Europa uitzonder lijk zacht. Volgens de statistiek zouden wij van een vroege koudegolf in novem ber of begin december niet vreemd mo gen opzien. OF IK EEN SIGAAR wilde hebben. Nee, want ik rookte niet. Jamaar, ik moest die sigaar roken. Na een poosje weigeren stemde ik toe. Nou vooruit dan. Ik moest nog wel even wachten. Want Pascal moest er eerst nog het geld voor bij elkaar halen. Hij ging langs de schil ders. Hij kreeg 110®francs, juist genoeg voor twee sigaren. Een duur geklede collectioneur wilde hem met een kost bare aansteker van vuur bedienen. Maar daarvoor bedankte hij. Want een aan steker is niet goed voor de gezondheid, verzekerde hij met klem. In een bistro beneden aan de trap van Rue du Calvaire dronken wij een glas wijn. Hij had een heel aardig kennisje, zei hij. Een miljonairsdochter. Wij moes ten haar maar eens gaan opbellen. Want misschien wilde zij wel met me trou wen. Hij keek me eens zorgvuldig aan en gaf me toen een heel goede kans. Maar helaas! het nummer gaf geen gehoor. Daarom speet het me dubbel Pascal niet meer aan te treffen. Geen van de schilders wist waar hij was ge bleven. In de bistro kon men ook geen aanwijzing geven. Verleden jaar augus tus was hij er voor het laatst gesigna leerd. Boven aan de trap van Rue du Calvaire, in een gepleisterde muur, kun je nog een keer of vijf zijn naam ge krast zien. Dat is dan ook alles wat van hem rest. NEDERLANDSE TOERISTEN vormen, samen met de Amerikanen, de meest vermakelijke groep. Het is een amusan te bezigheid èn een metropool als Parijs nationaliteiten te raden. Nederlanders te herkennen is heus niet moeilijk. Voor een van de ezels voor café Le Clairon des Chasseurs staan twee jonge stelle tjes, Nederlanders op het eerste gezicht. 00&xxx)0000000000000OC>xo3000000O0Coc&xrxoyyy30Cxyyx20000axxxxxx>30000Cxx00CQ<x<xxxxxxa00cxxX)00C0aQac ooooooooooooooooöoooóooooooo ^OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOCOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOCOOOOOGOOOOOOOOO en draaide er verwoed op los. „Je sais que vous êtes jolie", zong hij zacht. Het mechaniek van zijn orgel maakte meer lawaai dan verleden jaar. Het over stemde zelfs de melodie. Maar als je dol bent op muziek, ben je een knies oor als je daar over valt. „Het leven is kort", zei de zeventigjarige Victor, „met al die chemische spullen in het eten kunnen de mensen nooit lang blijven leven. Trouwens: zij eten bijna niet meer en voor kleding hebben zij ook geen geld meer, want zij willen alle maal een auto". Samen hebben wij de duiven gevoerd. Ik heb wat rijst gehaald en kon toen ge nieten van het geklapwiek en de durf van de Parijse duiven. Er zijn er te veel van in de Franse hoofdstad, zegt men. Als wij nu eens wat vergif door hun eten doen, opperden enkele leden van de gemeente raad. Maar toen kwamen de Parijzenaars in verzet. Zij „lijden" in hun metropool een keihard leven. Hun buurman van de zelfde trap laten zij verhongeren, doodge- (Van onze correspondent) SYDNEY. Australië is een groot land, meer dan 220 keer zo groot als Nederland. In oppervlakte beslaat het Europa van de Noordkaap tot het puntje van de Italiaanse laars en van de Oeral tot de westkust van Ierland. Het is dus geen wonder, dat in grote delen van dit continent de televisie nog een ongekende weelde is. Er zijn thans 1.220.000 televisietoestellen geregistreerd en de kijkers wonen voornamelijk in de kuststreken in het oosten en zuiden. De rest van de tieneneenhalf miljoen inwoners doet het zonder televisie en stelt zich met de radio tevreden. Maar er komt verandering, want buiten de grote steden Sydney, Melbourne, Brisbane, Adelaide, Hobart en Perth -, die hun commer ciële en nationale televisiestations hebben (dus mèt en zónder advertenties), zullen nu ook de landelijke streken binnen afzienbare tijd televisiezenders krijgen. HET HEEFT LANG GEDUURD voor een beslissing werd genomen, want uiter aard kon niet zomaar aan elke particulie re firma verlof worden gegeven een tele visiezender op te zetten. Er moest worden voldaan aan verschillende voorwaarden, zoals kredietwaardigheid en redelijke ze kerheid dat zo'n commerciële onderne ming in staat zou zijn een behoorlijk pro gramma uit te zenden ente financie ren. Een staatscommissie heeft de verschil lende aanvragers voor een televisie-zend vergunning op die waarden beoordeeld en tenslotte de sanctie gegeven aan hen, die de beste kaarten op tafel konden leggen. De Australische omroepcontrolecommissie heeft in het begin van dit jaar bepaald waar de televisiezenders mogen worden op gericht om het binnenland van televisie te voorzien. Onder dit „binnenland" valt ook de Australische nationale hoofdstad Can berra, want deze stad-in-groei (het „groot ste dorp van Australië) moet het nog al tijd zonder televisie doen. IN TOTAAL KOMEN er zesentwintig nieuwe zenders in Canberra, Newcastle, Wollongong, Orange, Tweed Heads, Balla- rat, Bendigo, Goulburn, Latrobe Valley, Darling Downs, Rockhampton, Townsville, en in noord-oost Tasmanië, namen, die ook in Nederland geen onbekende klank heb ben, daar in deze streken tal van Neder landse immigranten zijn gevestigd. Wan neer het gehele plan is uitgevoerd, zal Australië beschikken over tweeënveertig televisie-zenders, waarvan drieëntwintig commerciële stations. Bij elkaar bestrijkt het televisienet dan 78 percent van de Australische bevolking. De Australische omroepcommissie is verantwoordelijk voor de voorziening van de benodigde studio's. De aanbesteding voor de bouw ervan is thans begonnen. Het zal tot medio 1963 duren voor al die gebou wen in de dertien verschillende centra ge reed zijn. De dertien nationale zend-instal- laties worden gemaakt in Australië, Enge land en Japan en kosten tien miljoen gul den. Voor sommige van die installaties zul len nog enkele „kleine" moeilijkheden moe ten worden opgelost, want de technici heb ben wel de beste plaatsen voor deze zen ders uitgezocht, maar hebben zich gemaks halve niet het hoofd gebroken over de vraag of zo'n plek ook bereikbaar is. Het is nu gebleken, dat sommige plekken in ontoegankelijk gebied liggen, dat dus nog moet worden „ontsloten"; er zullen wegen moeten worden aangelegd en er zal voor electriciteit moeten worden gezorgd. In en kele gevallen heeft men nog geen oplos sing gevonden voor het probleem waar men die electriciteit vandaan moet halen. HET LIGT IN DE BEDOELING de pro gramma's van de nationale zenders in de hoofdsteden te relayeren naar de te bou wen zenders in het binnenland. De techni sche uitrusting, die hiervoor nodig is, komt de staat op zes miljoen gulden te staan, maar de kijkers betalen 4U/2 gulden per jaar aan kijkgeld (kijkvergunning) en met meer dan een miljoen geregistreerde ont vangtoestellen komt er dus tegen de 50 miljoen gulden aan kijkgeld binnen. De commerciële televisie-zenders zijn in han den van speciaal voor dit doel opgerichte maatschappijen, waarin de dagbladen de grootste aandeelhouders zijn. Voor wat de nieuwe maatschappijen voor het binnen land betreft is de voorwaarde gesteld, dat vijftig percent van de aandelen ter be schikking van het publiek moet worden ge steld. TELEVISIE IS in Australië de gehele dag te volgen tot 's avonds laat. Ameri kaanse wild-west films en gangster-films komen even veelvuldig in de programma's voor als krenten en rozijnen in een Weih- nachtsstoll, maar er zijn ook uitstekende uitzendingen van Australische artiesten en documentaires. De nieuwsvoorziening is bijzonder goed. Een onderzoek heeft aan getoond, dat het publiek films prefereert boven uitzendingen van direct toneel, veertig percent van de zenduren moet worden gewijd aan Australische program ma's. Aanvankelijk werd daaraan niet al tijd de hand gehouden, maar tegenwoordig worden steeds meer Australische artiesten en interviews Jnet Australische persoon lijkheden en nationaal toneel ingelast. Op z'n minst acht zenders beschikken over rijdende televisie-opname-apparatuur voor reportages van gebeurtenissen in de open lucht; sport speelt daarin uiteraard een belangrijke rol en werkt er toe mede de vereiste 40 percent „Australisch" vol te maken. Er blijft daardoor nog ruimschoots gelegenheid over om Amerikaanse import te vertonen....... DE AUSTRALISCHE omroepcommissie besteede in één jaar dertig miljoen gulden aan televisie. De commerciële zenders gaan met grotere bedragen om. Totale cij fers zijn niet dadelijk bekend. Men krijgt er echter een goede indruk van wanneer men weet, dat vier „reclame"-zenders in een jaar tijds een winst maakten van bijna negen miljoen gulden in een periode, toen het aantal televisie-ontvangtoestellen nog beneden het miljoen lag. Het Austra lische publiek heeft de commerciële televi sie klaarblijkelijk spontaan geaccepteerd, want anders zouden de televisie-adverteer ders in dat ene jaar geen vijftig miljoen gulden aan reclame hebben besteed.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 13