van acteerkunst - een halve eeuw oud Griezelig vertedert gekleuter van geblaseerde Parijzenaars Öfjll wSwiif "«M] m r' r Met fanfare gelanceerd hij Iris Cfert OP 15 NOVEMBER zal het vijftig jaar ge leden zijn dat in de Amsterdamse Stads schouwburg een ring werd aangeboden aan degene die als de grootste actrice van haar tijd werd beschouwd en wier naam voorgoed aan dat sieraad verbon den zou zijn: mevrouw Theo Mann-Bouw meester. Het ziet er niet naar uit dat deze historische datum met enig officieel ver toon zal worden gevierd. Professor mr. A. Pitlo, de voorzitter van de Else Mauhs- stichting, welke de ring sinds de enige jaren geleden gerezen moeilijkheden over de toekenning beheert, bekende HET publiek h^t uns, eernjK aat mj nooit aan dat halve- Mann-Bouwmeester nimmer afscheid wil- BUWieeSI ZOU nebben gedacht als WIJ 1926 van scherper inzicht getuigde: „Be- hem er niet aan herinnerd hadden Cn* j£nwik afsc;heid neem van h«t publiek, zien het rumoeriqe ionaste verlpdpn u1^ nadie,.onvergetelijke triomftocht door vona nij net ook maar beter de weer in- krg getreden rust niet te verstoren. Professor 1934 toen ze na de voorstelling door de to- Pitlo vond het echter een goede ge- vatgJoPrst^ dachte deze aanleidina aan te nriinen Lare nng overdr°eg aan Eise Mauhs. De om aoor middel van een artikel de fasci- velours en zwart fiuweien avondmantel nerenoe Tiguur van de eerste draagster neelliefhebbers in dat eerbiedwaardige van de rino in herinnerinn tp rnonpn wan thea^er aan het LeidsePJein toen zij de ont- welke taak wij ons met oraaate kwiitPn meegaf: "Pan van nu af alle persoonlijke j V uuyic iwvijicu. gevoelens van sympathie of antipathie. Let mrnm&z jxfyx-wtc/g? u AfrjsfcéM&ojpjs j-Hw-y? tef» f P^llf Is' w, ImmÊ I - r*:. „VB- I' l RTTtK Dolf Welling Jazzwiusici naar Bombay II II T Theo Mann Bouwmeesterring - symbool PAlilNA I H •jcxs!*ifu taw -linrmri miinw n i 1ST" I f nnc oorllil/ u:: PUBLIEK heeft van mevrouw 66UWfpp?t 7011 hokhnn 1 _i !®^„nernen- was de actrice zelf die in llauuen. V^e- dan het publiek van mij". Men vergat haar unnrl hii hnt ««I «7 i_ i 1 nacbtebik Amsterdam na de voorstel - van haar afscheidsstuk „Het Kind van a yiijpcil 84-jarige actrice in haar japon van donker nerpndo fimnir wan /-In ....I fascineerde opnieuw de tweeduizend to- y "lelllly le roepen, van roerde, broze en frele Else Mauhs de raad IN*lET ARCHIEF van Het Toneelmuseum te Amsterdam neemt het dossier over de Theo Mann-Bouwmeesterring niet veel ruimte in. Het bestaat eigenlijk a een uit krantcknipsels en foto's die voornamelijk betrekking hebben op de overdracht, in 1934, door de toen 84-jarige gevierde actrice van het symbolische sieraad aan Else Mauhs en op de aanbieding van de ring aan Caro van Eyck in 19.59. Die ene foto welke men zo graag zou hebben willen zien, ontbreekt er ter en is waarschijnlijk ook niet genomende vereeuwiging van het ogenblik waarop dit huldeblijk in een eivolle schouwburg aan mevrouw Mann ter gelegen heid van haar veertigjarige toneelcarrière werd aangeboden. Dat geschiedde per oorkonde en per tekening, want de ring zelf was nog niet gereed. Men kan wel aannemen dat deze hulde op dat ogenblik niet zo'n overheersende indruk heeft gemaakt als men in later jaren geneigd is te veronderstellen. Er werd op die gedenkwaardige avond in de Amsterdamse Stadsschouwburg zoveel gesproken, er waren zoveel bloemen en geschenken; men toonde zich vooral gevoelig voor de emotierijke sfeer van die huldigingsavond, waarvan de aanbieding van de ring een der vele onderdelen vormde. Mevrouw Mann zelf heeft 23 jaar later, toen zij de ring doorgaf aan Else Mauhs, verklaard dat de diepere betekenis welke de gevers aan de ring hechtten destijds niet onmiddellijk tot haar was doorgedrongen. - 'vl.'" f j£v:eré op L Sei |fe zcvza i - :K: i'y-C' -•Kj: i De door Albert Hahn 0ntworpen oorkonde. I fraai voorbeeld van de Jugendstil in de waarmee de ring werd aangeboden, is een grafiek. augenasm m ae draaetC"vanC?p'nrUa d® "aam an waarde: dc ring is het symbool van de S„g'„van degene die door mevrouw dramatische kunst die hoog gehouden moet Mann-Bouwmeester om haar verbluffende worden. De toekenning van de ring in 1959 IN DE TALLOZE gelegenheidsbiogra- opvattingen. Het zangspel en de draak, waardig werd 'gekeurddrrin^ovlr^e "ne- woorde^^a^^in^ter CMs ^rd^seken6 fieen bij haar gouden toneeljubileum en naturalisme en realisme, de Franse melo- men, heeft thans waterdichte regels ge- merkt door allure verfHnin^n fnnlrutvl bij haar afscheid m 1926 wordt de ring drama's en de gewilde boulevardstukken: Minister Cals schuift de Then vtnn r steld om hiaten in de opvolging te voorko- warmte heeft dan ooi- onbetwist eo h 6 meestal in het geheel met vermeld, de gou- ze heeft ze allemaal gespeeld en altijd meesterrina mevrouw Carn .b'J bet êeven van de ring, alleen op de men. Zelfs al is het waar, dat de toneel- na vijftigjarige tradUie bevMtiffrt nmJlt ren vTn .J n'T wt,1'1 g0€d' wa"1 welk genre aan d^ orde van do deTinger V kunstenares." kunst sinds 1911 aanzienlijk van karakter daarmee Sfde e^eLchappen weTden ren van Kooning Willem III ontving daar- dag mocht zijn, mevrouw Mann zette zich vinger. is veranderd, dat het tegenwoordig minder geëerd welke het wezen van rie entegen wel. Het is met onwaarschijnlijk met haar gehele persoon en overtuiging, TRAGISCHE omstandigheden waar- op de individuele spelers aankomt dan op Theo Mann Rinwmp«tJ l kunst van dat het telegram uit Brighton van Sara met al haar vakkennis vooral ervoor in. monde" droeg cn dat door een geestdrif- grieten hehhon ^tSjVare^ heeft de regisseur die zii« gezelschap tot een daarmee is de ring gesloten Bernhardt dat een portret van de grote Dat neemt niet weg dat de grote roman- tige recensent als volgt werd beschreven- hfi V, 1 verhinderd dat zij de ring eenheid moet bezielen, dan nog houdt de- gesloten. Franse actrice in de rol van „Marguérite tische rollen haar het best lagen en dat zij ..mooi stond haar de lila fluwelen toque en kunnen overdra- ze onderscheiding haar oorspronkelijke zin 7 H Barfman Gauthier" begeleidde tevens een van de aan het eind van de eerste wereldoorlog met baret-bol, van voren gegarneerd met successen van mevrouw Mann de woor- maar ze was toen ook al bijna zeventig goud-talon, terzijde van achteren een lila den van de bij de ring behorende oorkon- niet bepaald tot de medestanders van Pleureuse, stijl Niniche, ontworpen door de hadden vervaagd: „En opdat deze ring Eduard Verkade behoorde, die een psycho- de eerste Franse modiste verbonden aan ter voortdurende herinnering moge strek- logische verfijning der vertolking nastreef- het modemagazijn Au Palais de la Mode ken aan haar en haar kunst is door de de welke het minder zocht in het brede van p- Mars en Co." Terloops merkte de commissie verzocht, dat zij intijds zal aan- gebaar of het volle geluid. recensent nog op: „De heer Gimberg speel wijzen die Nederlapdsche kunstzuster die <3e een charmant toneeltje met mejuffrouw zij de waardigste acht deze ring na haar ZeJjs ln d.® Tbeo Mann-Bouwmeesterring Rika Hopper. Juffrouw Hopper deed dat te dragen, opdat deze wederom, en zo tel- ^'as dle stijlwijziging zichtbaar. Toen aan keurig". Kleine kinderen worden groot kens iedere verkrijgster na haar, aan de et elnd van de negentiende eeuw haar denkt men onwillekeurig na zo'n passage.' beste in haar kunst als opvolgster de ring zal geven of nalaten." DE COMMISSIE welke de ring „namens de Amsterdamse burgerij" aanbood en daarmee een van de schaarse vaste ele menten in het Nederlandse toneelleven schiep, wachtte nog een onpleizierige ver rassing Het door Jan Eisenlöffel, een am bachtelijk vernieuwer uit de school van Berlage, ontworpen kleinood bleek duurder te zijn uitgevallen dan aan fondsen be schikbaar was. Wat dat betrof herhaalde zich dus de bedroevende vertoning van eni ge jaren tevoren toen het „nationaal hul deblijk" voor Theodora Bouwmeester's grote broer Louis niet verder kwam dan een schamele vijftienhonderd gulden. De „ring-commissie" telde echter een paar le den die zich niet lieten kennen, zoals de fijnzinnige schrijver-criticus Frans Mijns- sen en de bekende auteur van melodra ma's jhr. A. G. W. van Riemsdijk. Zij heb ben onbekrompen aangevuld waar „de bur gerij" verstek liet gaan. De wijze waarop de gelden voor de ring bijeen zijn gebracht is trouwens na vijftig jaar moeilijk vast te stellen. HET IS (BEPAALD) NIET de geringste kwaliteit van mevrouw Mann geweest dat zij gedurende de vijftig, zestig jaar, dat zij actief de toneelkunst diende, erin ge slaagd is enerzijds zichzelf gelijk te blij ven en aan de andere kant zich toch voort durend met een opmerkelijke intelligentie heeft aangepast aan de veranderende stijl- Een briefje van mevrouw Mann-Bouw meester aan de leerlingen van de toneel school, waaruit de bestemming van de ring ondubbelzinnig blijkt: „Mijn innige en hartelijke dank roep ik u bij deze toe. Wat gij voor mij hebt gedaan heeft een diepe indruk op mij gemaakt en kan nooit door mij vergeten worden. Meisjes ik volg u en uw kunst, jongens voor u is geen ring maar zal u daarom toch niet uit het oog verliezen." 04<**rooetov> :c Een foto uit 1934: de 84-jarige Mann- Bouwmeester schuift de 49-jarige Else Mauhs na de voorstelling van „Vorstelijke Emigranten" de ring aan de vinger. creatie van „Flora Tosca" het Amster damse schouwburgpubliek zo in vervoering bracht dat het haar een armband aan bood, schitterde en flonkerde dat juweel van de parels en diamanten; de ring van Jan Eisenloeffel daarentegen werd slechts gesierd door een kleine vrouwefiguur in donkerblauw email en de rand was een voudig afgewerkt met parelvormige mo tiefjes. Die soberheid moet wel in tegen stelling hebben gestaan tot het kostuum dat mevrouw Mann in de rol van de Barones d'Anges in haar jubileumstuk „De Demi- - s# v tiC A t °>V /J#, V-> A-"-' i v. sly Het door P. Josselin de Jong geschil derde portret, dat in de foyer van de Amsterdamse Stadsschouwburg hangt, geeft de jeugdige allure van de actrice uitstekend weer. Haar befaamde ver tolking van Marguérite Gauthier werd door prof. dr. J. Bronner in steen ver eeuwigd en is in het Haagse Gemeente museum te zien. Theodora Antonia Louisa Cornelia Bouwmeester werd op 19 april 1850 te Zutfen bjjna letterlijk „op de planken" geboren. Zjj was het vijfde kind van de reizende toneelspeler Louis Rosenveldt. Afgezien van rolletjes waarvoor een kinderstem voldoende was de latere gevierde actrice maakte haar debuut met het zinnetje „Mama, daar is de was vrouw" dateert haar eerste serieuze contract van 1866. Via de kermissen, de Salon des Variétés en het Grand Théa- tre bereikte Dora Bouwmeester in 1885 de bespeelster van de Amsterdamse Stadsschouwburg, de Koninklijke Ver- eeniging „Het Nederlands Toneel". Vijf endertig jaar lang bleef zjj daar de lieveling van het publiek. Haar jubilea vormden hoogtepunten in het Neder landse toneelleven. Haar afscheid in 1926 en haar uitvaart in 1939 waren nationale gebeurtenissen. Mevrouw Bouwmeester was de jongere zuster van de grote acteurs Louis en Frits Bouw meester. Met de eerste, een meeslepend en hartstochtelijke karakterspeler van romantische allure, is zij ook in latere jaren vaak samen opgetreden. De enige jaren geleden gestorven toneelspeler Theo Frenkel jr, was haar kleinzoon. „MET, FANFARE en buffet champêtre", zoals de uitnodiging beloofde, heeft .'.ris Clert in haar zaak aan de deftige rue du Faubourg Saint Honoré in Parijs de tentoonstelling van Chaissac geopend. Verscheidene vrouwen hebben in de Parijse kunsthandel een bijzondere maar weinig opvallende rol gespeeld. Die van de Griekse Iris is vooral opvallend. Zij handelt - met fanfare - uitsluitend in noviteiten. Met succes, getuige haar verhuizing van de linker- naar de duurdere rechter Seine-oever. Ze heeft onder meer de monochromist Yves Klein op haar kerfstok en de lompen-achter-qlas- stopper Pierre Arman. De infantilist Gaston Chaissac is eigenlijk een ont dekking van Dubuffet, de schilder van de verbaasde koe, de stenen en de baardenreeks. Dubuffet heeft zijn talenten profijtelijk in dienst gesteld van twee Franse belangen. Hij is beurtelings in de wijnhandel geweest en in de schilderkunst, die hem nu geheel in beslag schijnt te nemen. Kort na de oorlog vond men in hem een redder van Parijs als wereld centrum van nieuwe kunst. plaatsje achter Chaissacs dorpswoning staat ook vol „plastieken". Hij woont vlak bij een houtzagerij. Daar betrekt hij plan ken, waarop hij in kindertrant en met bonte kleuren in huisschildersverf poppen schildert. Hij zaagt ze uit en noemt ze zijn Een tekening van Chaissac MET MEESTERS als Picasso, Chagall en noem maar op, hadden de Fransen tot dan toe in feite maar beperkte aandacht geschonken aan de nonfiguratieve kunst, die er invloedrijke tegenstanders had. Met ontsteltenis kwamen zij plotseling tot het besef, dat zij achter liepen. Nieuws kwam van Amerika. Daar en niet in Parijs was Mondriaan pas echt ontdekt. Daar ook kwam een eigen nieuwe schildersschool geheel zonder toedoen van Parijs tot er kenning. Nieuws kwam ook uit 't noorden, met de geduchte barbaren Jorn en Appel. De Fransen waren verdeeld in hun reac ties. Buffet werd het argument voor hen die meenden, het abstracte getij te kunnen keren. Anderen vonden in Dubuffet een experimenteel van het eerste uur in eigen huis. DUBUFFET propageert de „art brut", de kunst in natuurstaat. De paradox van die formulering op zichzelf is voor sommi gen al om van te smullen. Als chef d'école vergaarde hij hoogst persoonlijk mede standers. Zij mochten exposeren in een schuur op het terrein van de uitgeverij Gallimard. Op een speurtocht in de pro vincie diepte Dubuffet de merkwaardige Gaston Chaissac op. Vooral de brieven, waarmee Chaissac hem na de eerste ont moeting overstelpte, imponeerden Dubuf fet. Zij vormden een dorpskroniek vol fascinerende futiliteiten, verrijkt met asso ciatieve gedichten en kronkelige levens wijsheid. Gallimard maakte er een boek van: „Hippobosque au bocage" oftewel „Bromvlieg in het bosje". Dat bosje is Sainte-Florence de l'Oie, het dorp in de Vendée waar Chaissac woont als de man van de onderwijzeres en als schoenmaker zonder klanten. „Ik ben een zondags schoenmaker" zegt hij zelf. MAAR DAT BOSJE is ook een verkleu- terd Sacro Bosco. Dat vermaarde Heilig Woud achter Bomarzo bij Rome staat vol gedrochtelijke 16de eeuwse plastieken. Het Iris Clert met een bont Chaissacje. totems. Ook boomstronken inspireren hem tot totems. Zijn vrouw wilde er de afgelo pen winter de kachel mee stoken om wat ruimte te maken voor haar wasgoed. Maar na de expositie bij Iris Clert worden ze misschien veel geld waard. Chaissac zal dan ook niet meer zo grif zijn „schilderijen" kunnen uitdelen, zijn ingekleurde mensje-huisje-boompje 'teke ningen op pakpapier, waarvan sommige, keurig ingelijst, nu op zijn expositie prij ken. Zijn eerste naoorlogse tentoonstelling, in het „Huis der intellectuelen", bracht hem geen financieel succes. Een wonder lijk geval is hij zeker. IN DE JAREN DERTIG was hij in Pa rijs bevriend met de kubist Gleizes. Hij kwam toen vaak op het atelier van Otto Freundlich en moet alleen daardoor al vol komen op de hoogte zijn geweest van wat in de moderne kunst gaande was. Maar toen al was hij infantilist. „Ik had wel anders gewild", zegt hij, „maar dat zou mijn beschermers niet geïnteresseerd heb ben." Dit klinkt als vele van zijn uit spraken als een cynische oprechtheid, maar het kan niet de hele waarheid zijn. Als hij beschermers had, dan hebben die in elk geval maar weinig voor hem kun nen doen. Na één tentoonstelling, in 1937, verdween hij tot na de oorlog van het to neel. En alle jaren tot zijn ontdekking door Dubuffet is hij zich gelijk gebleven. Waarschijnlijk had hij desgewenst best „moderne kunstenaar" kunnen spelen en er iets mee kunnen verdienen. Infantilist moet hij wel in opdracht van zijn eigen aard zijn. AL KNUTSELEND heeft hij zo zijn vondsten. Vlekken gebruikte hij als uit gangspunt lang vóór het tachisme en prin- cesseboontjes, de befaamde „haricots verts" van de Franse spijskaart, gebruik te hij in een zelfportret voordat Dubuffet met dergelijke materialen begon. Dubuf fet echter zorgde er voor, in zo'n geval een conserverend preparaat te gebruiken. Chaissac heeft maling aan de verganke lijkheid van zijn werk. Hem gaat het uit sluitend om het spel als Iris voor de knikkers zorgt is het hem best: tot nu' toe heeft hij het zonder werkelijk inkomen gesteld. CHAISSAC is van geen belang als kun- stenaar, maar hij is een vrij griezelig symptoom, alle fanfares ten spijt. Zijn geknutsel doet zo niet af te wegen maar aanwezige talenten vermoeden, die hij moedwillig uitsluit, zoals hij met zijn in- fantilismen zich de wereld van het lijf houdt. Kunnen kindertekeningen verblij dend zijn, deze uitingen van een intelli gente man van 52 jaar die zijn erva ringen van kubistische kunst toch niet ge heel weet te verdringen hebben het ma cabere van een vervallen vrouw die zich als bakvis kleedt. Hij is een geestelijke deserteur en dat gezaghebbende mensen Gueguen, Ragon. Dubuffet hem in Pa rijs lanceren als een schepper van bevrij dende kunstwerken, zegt wel iets van de noden die in sommige kringen heersen. Vijf Nederlandse jazzmusici gaan 1 no- vember een tournee van drie tot vier we- ken maken door India. Dit kwintet bestaat uit Hem van der Gaag uit Den Haag (pia no), Ruud Jacobs uit Hilversum (bas), Herman Schoonderwalt uit Berkel (alt sax), Ruud Kuyper uit Rotterdam (fluit) en Ruud Pronk uit Puttershoek (slag werk). De tournee wordt gemaakt op uit nodiging van het jazzsociety in Bombam

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 14