Vredige eilandbewoners behouden gemoedsrust in een - voor hen - chaotische drukke omgeving Adenauer foto's TIJDELIJK ADRES MERSTHAM, SURREY Jongerenreis naar Amerika fh - ■y. Arnold Lissauer I Tristan da Cunha MERSTHAM, SURREY, NOVEMBER. - Toen wij dezer dagen de recreatiezaal van het door militairen ontruimde en door de bevolking van het zo eenzame oceaaneilandje Tristan da Cunha tijdelijk bewoonde legerkamp Pendell bij het dorpje Merstham in Surrey betraden, zaten de vrouwen en meisjes in een balve kring heel stil te kijken hoe twee hunner, de 17-jarige Margaret Swain en de 18-jarige Hetty Lavarello, een mo derne haarbehandeling ondergingen. Zij zaten onder de altijd al onwijs aandoende enorme haar drogers, welke voor de toeschouwsters dubbel grotesk schenen. Het was een demonstratie van een kapperszaak uit de omgeving, welke had aan geboden de vrouwelijke leden van het Tristanse gezelschap in de komende weken kosteloos te verzorgen. Allen, drie uitgezonderd, gaven zich als gegadigden op. Ziedaar de entree van deze eens volkomen afgezonderden in de twintigste eeuw! De genoemde Margaret Swain, een knap blond meisje, maakte bovendien dankbaar gebruik van het aanbod van de firma om kosteloos tot kapster te worden opgeleid. Op Tristan bestond geen dameskapper. Daar verzorgden, als het zo uitkwam, de vrouwen elkanders haar, zonder zich om stijl te bekommeren. De Tristanners worden wel heel snel geconfronteerd met de zegeningen van onze moderne beschaving. Er staan twee t.v.- toestellen in het kamp en sommigen van het bonte gezelschap lijken eraan vastgekleefd een ver schijnsel dat overigens niet onbekend is Maar ze staren naar beelden en horen woorden, welke ze vaak niet begrijpen: Euromarkt, Berlijn, de bom. De vraagstukken, welke tot ons dagelijkse kranten- en ethermenu behoren, zijn hun vol komen vreemd. Stakingen, revoluties, inflatie, ver keersongelukken. Zij begrijpen het niet en wij benijden hen erom. De kinderen wennen het snelst aan hun nieuwe omgeving. Little John Green is tevreden WAT DIT BETREFT lijken zij bezoekers van een andere planeet. Toch zijn deze een voudige, beminnelijke mensen verre van primitief. Ze zijn tenslotte geen echte in boorlingen, maar vrij recente afstamme lingen van voorouders uit de westerse wereld. EEN 84-JARIGE MOEDER, die evenals de meeste Tristanners snipverkouden is, maar er overigens gezond en welgedaan uitziet, vertelde mij, dat haar grootvader de Nederlandse zeeman Pieter Groen was. Daar stammen alle Greens op het eiland van af. Maar over Pieter zelf kon nie mand mij verder inlichten. „Zijn portret hangt in de hal van het kerkgebouw" zegt de vrouw en omdat zij toch met het grij ze verleden bezig is, dwalen haar gedach ten af naar een overgeleverde verschrik kelijke gebeurtenis, welke zich voor haar als de dag van gisteren heeft afgespeeld. „Op een dag", vertelt zij, „kwam er een groot zeilschip voor de kust. Een aantal mannen en jongens stevende er in goed vertrouwen met een sloep op af. Maar ze zijn nooit teruggekeerd.„Het was een slavenschip", voegde moeder Swain eraan toe en afschuw klonk in haar stem. Behalve de aardschokken van de vulkaan was het de grootste schok, welke Tristan ooit heeft gekend. DE TRISTANNERS kennen slechts ze ven familienamen Glass, Green, Lava rello, Repetto, Swain, Hagan en Rogers. De laatsten zijn herkenbaar aan een enigs zins donkere huidskleur. Het zijn voor het merendeel de namen van soldaten, zee lieden en steenhouwers, die achterbleven op het eiland, toen het Britse garnizoen in 1817 werd teruggetrokken. Wanneer twee mannen dezelfde voor- en achternaam bezitten, bijvoorbeeld John Green, wordt de oudste „Big John" en de jongste „Little John" genoemd, ook al is de laatste een reuzenknaap en de eerste een klein ventje. Wat het meeste treft, is de inner lijke en uiterlijke rust van deze vriende lijke mensen, die altijd gespaard zijn ge worden voor een opgejaagd en zenuwslo pend bestaan. De stilte van het eenzame eiland zweeft nog steeds om hen heen. Ze zijn natuurlijk overweldigd door de na tuurramp en de daarop volgende zeereis, waardoor ze nog wat stiller zijn dan ge woonlijk en een onwezenlijke indruk ma ken. Ze zitten onbeweeglijk op hun stoe len, de mannen in de ene zaal, de vrou wen in de aangrenzende. Deze scheiding, zo horen wij, voltrekt zich altijd automa tisch, wanneer ze als groep bijeen zijn. Ook in Tristan plachten zij in zo'n geval nauwelijks te praten. De enige activiteit, welke men waarneemt, is het verwoede breien van de vrouwen. Ze dragen zonder uitzondering sterke, dikke witte wollen kousen en de mannen dito sokken. Emo ties kan men van de gezichten ternau wernood aflezen. HET IS DAN OOK moeilijk te zeggen hoe zij op al dat nieuwe reageren. Glim lacht rnen tegen hen, dan breekt meteen de zon op hun gelaat door als teken van verstandhouding en vertrouwen. Een ge sprek met hen voeren is moeilijk. Op elke vraag antwoorden ze met „ja" of „neen" of met een kort stereotiep zinnetje, meest al in dialect en binnensmonds uitgespro ken. Een vloeiende conversatie is niet mo gelijk. Men moet de woorden eruit trek ken en dan heel aandachtig luisteren om het verband op te vangen, want de gram matica klopt meestal ook niet. Daarbij komt dat het nog wel even zal duren voor dat degenen die hen benaderen zoals het geestdriftige team van de Women Vo luntary Service (de vrouwelijke vrijwilli ge hulpdienst), dat de leiding van het kamp op zich nam het vertrouwen van de Tristanners winnen. TIJDENS ONS BEZOEK bleken de twee ambtenaren van de arbeidsbeurs, die enorm veel schik in de hun toegewezen taak in het kamp hebben, na een paar dagen de barrière van terughoudendheid te hebben doorbroken. Het is inderdaad bemodigend, dat reeds na de eerste week de meesten schoon genoeg hadden van het rondhangen in het kamp en zich aanmeld den voor een betrekking in de buurt. De eerste 22 Tristanners, waaronder zeven vrouwen, waren al naar hun nieuwe baan vertrokken. Zij kregen aanstellingen als keuekenpersoneel van een groot restaura- tiebedrijf, als sorteerders bij een zaad- handel en als halfgeschoolden in een fa briek van zetmachines en bij een pharma- ceutische firma. Een hunner werd tewerk gesteld op een golfbaan. Een gezin werd in zijn geheel bij een familie opgenomen, de vrouw als huishoudelijke hulp, de man als tuinman en manusje van alles. Vele werkgevers proberen, ook als er geen va catures zijn, baantjes voor de Tristanners te scheppen. Slechts drie hunner, hoofdman Repetto en een echtpaar, hebben kennis gemaakt met Londen, waar zij de Tristangemeen- schap vertegenwoordigden bij de oprich ting van het voor hen bestemde noodfonds. Ze werden door de lord mayor op de thee genodigd en voelden zich in de weelderige omgeving onder de fonkelende kaarsen kronen allerminst op hun gemak. Ze ston den vanzelfsprekend perplex van de bus sen. de taxi's en de eindeloze mensen massa. „Ik heb nooit geweten, dat er zo'n stad bestond", zegt Repetto, met een blik van weemoed in de ogen. Slechts acht van de Tristanners hebben al eerder iets van de buitenwereld, onder andere Kaapstad, gezien. ZIJ MOETEN NOG LEREN met geld om te gaan, letterlijk en figuurlijk. Op Tris tan kenden ze de laatste tijd alleen de Zuidafrikaanse Rand, een munt, welke het pond vervangen heeft. Maar ook daar moes ten zij de betalingen overlaten aan de meest gewieksten. Hun techniek is een handvol kleingeld te overhandigen en dan op het wisselgeld te wachten. Gehoopt moet worden dat niemand misbruik maakt van hun argeloosheid. De winkeliers heb ben natuurlijk moeite hun dialect te ver staan, hetgeen een extra probleem schept. De lonen, die sommigen zijn gaan verdie nen, zijn al vrij hoog tien, twaalf of vijftien pond (110, 120 of 150 gulden) per week. Op Tristan was er alleen maar één kantine, waar men aan de hand van ge- illustreerde catalogi artikelen kon bestel len, welke tweemaal per jaar door een vis sersvaartuig uit Kaapstad werden gehaald. Een postkantoor en een spaarbankboekje kende men echter wel. Het is nog maar twintig jaar geleden dat er op Tristan nog helemaal geen geld in omloop was en d.at er nog een zuivere ruilhandel werd gedreven. Er is gelukkig geen sprake van dat het zien van zoveel nieuwe dingen in de etalages de Tristan ners het hoofd op hol heeft gebracht. De wasmachines, de stofzuigers, de keur van radiotoestellen en de van levensmiddelen barstende supermarkets hebben hen met stomheid geslagen. Men laat het allemaal gelaten over zich heengaan en blijft bij het verstandige voornemen om in de eer ste plaats het hoognodige aan te schaf fen. „ZE ZIJN ECHTE gemeenschapsmen sen", zegt mevrouw Jewell, de vrouw van de Engelse dominee op Tristan „en daar om zullen zij wel gemakkelijk in het ar beidsproces kunnen worden opgenomen". Het aanpassingsvermogen van de ex-eilan ders is trouwens groter dan verwacht werd. Juist omdat ze psychisch en physiek ge sproken over zoveel reserve-energie be schikken, is er bij hen sprake van een na tuurlijke veerkracht, welke het gehele ac climatiseringsproces schijnt te bespoedi gen, al is sommigen een zekere indolen tie niet vreemd. Hoe het zal gaan met het algemene werktempo en het van hen verwachte ini tiatief, dient te worden afgewacht. De meeste volwassenen onder hen zijn nog als kinderen, voor wie in het verleden het gouvernement de meeste zaken opknapte. Hun simpele leventje speelde zich af tus sen drie hoofdactiviteiten visserij, aard appelteelt en de visconservenfabriek. Iedereen deed alles kalm aan. Er was geen haast. Alles was vlakbij. Ezeltjes en ossen vormden de enige trekkracht. Wat thans het meest op hun lachspieren werkt is een trein! GEVIST WERD ER uitsluitend op de zo genaamde „visdagen", namelijk bij kalme zee en een bepaalde windrichting. Waren de omstandigheden gunstig, dan waar schuwde een grote gong dat men naar zee moest, soms midden in de nacht. Dan haalde men op één dag soms 300 kisten vis binnen en werkte de conservenfabriek op volle toeren. Het basisdieet bestond uit aardappelen, in de schil gekookt. Iemands rijkdom werd afgemeten aan de hoeveel heid opgeslagen aardappelen. Hoewel de kampmaaltijden veeL gevarieerder zijn dan die op Tristan, frissen de eilanders vooral hun verse vis. Als bladgroente ken de men slechts een povere vorm van krop sla. Koffie en thee kwamen op Tristan al leen als er een boot arriveerde en waren lijk op wie hij verliefd is. De jongen wordt aan tafel genodigd en dit gaat avond aan avond door, totdat het meisje, dat blijkbaar de uitverkorene is, op zijn vol hardend streven reageert en een paar wit te sokken breit. Zowel het aantal kleuren als het aantal „ringen" op de sokken geeft dan aan hoeveel zij van de jongen houdt. Indien de boodschap, die de sokken hem brengen, bevredigend uitvalt, maakt hij voor het meisje een paar moccasins van osseleer. Daarop zegt zij dan tot hem: „Ik zal je kleren wassen". Dit is het teken dat zij formeel verloofd zijn. VOOR DE KLEINE GROEP van perso nen rond de 60 jaar, die weinig of niets meer kunnen aanpakken en niet oud ge noeg zijn om zich mijmerend bij de toe stand neer te leggen, zijn de dingen niet zo eenvoudig. Zij hopen eens weer naar Tristan terug te kerenWij vroegen hun of ze bang waren geweest toen de vul- I kaan begon te werken. Daarvan was geen sprake. Zij bezitten een volledig vertrou- Wen in God en voelen zich volkomen be schermd. De schoollessen van de kinderen gaan normaal door, want hun Engelse lerares, miss Bennett, is meegekomen. Zij wordt bovendien geassisteerd door miss Downer, die op Tristan les heeft gegeven, maar en kele jaren geleden naar Engeland terug keerde. Ook twee ouders werden op de school toegelaten. Zij hadden negen jaar geleden hun dochtertje Valerie, die toen zes was, naar Engeland gestuurd om hier te worden opgevoed, opdat zij later als verpleegster naar Tristan zou kunnen te rugkeren. Valerie is hen thans geestelijk zo ver over het hoofd gegroeid, dat zij be sloten eveneens hun kennis meer te ont wikkelen. DE OUDSTE der Tristanners is een 85- jarige vrouw en de jongste is de 4 maan den oude Margareth Green. Zij werd vier dagen voordat de vulkaan begon te wer ken geboren en in het officiële register staat zij te boek als: „De laatste van de Tristanners." Bernard Repetto, een jonggetrouwde eilander, had juist zijn nieuwe huis ge bouwd toen de vulkaan ontwaakte. De Tristanners bouwden hun huizen altijd ge- cii ia - - - zamenlijk. Zij bestelden hun hout in Zuid- sel van de particuliere centrale keuken in het gezin zijn, is het vaak niet duide- Afrika en vrienden en familieleden hiel- bevalt hun niet. Zij maakten kennis met bloemkool en moesten er niets van heb ben. Een Engelse bobby, met zijn hoge blauwe helm op, is voor de Tristanners natuurlijk een speciale bezienswaardigheid vooral omdat zij het begrip politie in het geheel niet kennen. Misdaad kwam op het eiland niet voor en een rechter was er daarom ook niet. DE KINDEREN er zijn er 72 op een totaal van 264 geëvacueerden zien er uit stekend uit en zijn onnatuurlijk rustig. Luidruchtigheid is er dan ook niet. De speelkamer lijkt wel een speelgoedwinkel, want van alle kanten stuurde men iets. Vooral de driewielers zijn zeer in trek. Voetballen is de geliefde sport van de Tris tanners, die twee ballen van de plaatselij ke club cadeau kregen. Als goede Brit ten zijn zij ook op cricket verzot. Hockey speelden de meesten op school en zwem men doen ze allemaal. Op Tristan werd veel biljart gespeeld en de biljarten in het kamp zijn dan ook altijd bezet. Elke week was er een filmavond op Tristan en er was ook een overvloed van geïllustreerde tijdschriften. Jazz was zeer populair, al ligt rock 'n roll buiten het levenstempo van de Tristanners. Het eiland bezat een verzameling grammofoonplaten, waarvoor de grondslag werd gelegd door prins Phi lip, die Tristan vier jaar geleden op zijn wereldreis bezocht heeft. Een enkeling be zat een piano en ten slotte was er een kerkorgel dat algemeen bewonderd werd. DE EIGEN FOLKLORE is zeer beperkt want hun historie was nog te jong. Als de eilanders in goede stemming zijn zullen zij waarschijnlijk weieens hun kussen-dans vertonen. Een jongen legt een kussen aan de voeten van het meisje dat hij als dans partner kiest. Beiden knielen er daarna op, geven elkaar een zoen en staan dan op om zich aan te sluiten bij de „slang" van dansers, welke door de zaal schuifelt. Daarna is het de beurt van het meisje om op dezelfde wijze een partner te kiezen. pen een handje. Voor hun moeite kregen zij drie maaltijden per dag. ER WAS SPRAKE van om de Tristan ners een nieuw leven te laten beginnen op de Shetland-eilanden. Het is daar echter te kil en te armoedig. De Schotse schapen boertjes vinden er nauwelijks een bestaan. Misschien zal er ergens een plek voor hen worden gevonden aan de rotsachtige En gelse Westkust, hoewel het daar econo misch niet erg rooskleurig is. De Tris tanners kunnen niet buiten de zee. Met het klimaat kunnen zij het echter best vin den. Zij waren gewend aan stormen en ruwe zeeën, regen en mist. De vulkaan was voor het grootste gedeelte van het jaar in nevels gehuld. Warmte en koude wisselden elkaar af. Het aantal werkelijk mooie zonnige dagen was gering. Net zo als in Engeland... De Tristanners klagen niet en zijn dank baar dat zij bij elkaar kunnen zijn, al is het in een ongezellig kaal legerkamp, waar de gezinnen door ziekenhuisscher- men van elkaar gescheiden zijn. Het is begrijpelijk dat zij naar een eigen huisje verlangen. Maar hen opnieuw afzonderen van de buitenwereld zou onmogelijk en ver keerd zijn. Trouwens, het feit dat zij thans uitzwermen naar hun werk in na burige plaatsen en voor het eerst in aanra king komen met anderen dan Tristanners, betekent in beginsel reeds een verbreking van traditionele banden. Ook via de televisie leren de kinderen hun nieuwe land kennen. een bijzondere luxe. De grootste wens van wordt echter voorlopig niet geopend. Bo de vrouwen is zelf te koken, want het voed- vendien wanneer er twee of drie meisjes i i» i i i 1 1i. 1.2 t 7* tv% Z 4- i i W n Voor jonge mensen in de leeftijd van 17 tot 30 jaar, zoals scholieren, studenten, jonge onderwijzers en leraren, verpleeg sters, maatschappelijke werksters, biblio thecaressen, secretaressen, analysten, jour nalisten, die graag met Amerika en het Amerikaanse leven zouden willen kennis maken, doch slechts voor korte tijd twee a drie maanden hun werk of studie kunnen onderbreken, bestaan twee moge lijkheden van het experiment in „inter national living". In beide gevallen ver lenen Amerikaanse families gastvrijheid. Het ene betreft een verblijf in groepsver band. Het tweede is een individueel pro gramma. Verder omvatten déze program ma's een bezoek van enkele dagen aan New York en/of Washington. Nadere bij zonderheden en formulieren tot 1 februari 1962 te verkrijgen bij het Nederland- Amerika Instituut, Museumplein 4, Am sterdam. DAS ADENAUER BILDBUCH, Her- ausgeber L. Fritz Gruber, Verlag Die schonen Bücher. Dr. Wolf Strache, Stuttgart. DIT MONUMENTALE fotoboek, dat het leven, de omgeving en het werk van de Westduitse bondskanselier in beeld beoogt te brengen, werd blijkens de inleiding al zes jaar geleden uitge geven. Het bevat een chronologie van Adenauers levensloop in Frans, Duits en Engels. De bijschriften bij de foto's zijn in dezelfde talen gesteld. Aan het slot is een index met de medeafgeheel de personen opgenomen, alsmede een verantwoording der bronnen en een lijst der fotografen. IN ONGEVEER driehonderd afbeel dingen ziet men Adenauer zich ontwik kelen van vijfjarig ventje tot de bijna tachtigjarige krasse figuur uit 1955. Als vanzelf gaat men dan zoeken naar an- dere gezichten en dan stuit men op de reportage van Adenauers bezoek aan Moskou, toen Boelganin premier was, Pervoekhin en Malenkov plaatsvervan gende premiers en Kroesjtsjev niet meer dan eerste partijsecretaris. Bij het staatsbezoek van het keizerlijke paar van Perzië was Soraya de keize rin en om toch nog even op de alom tegenwoordige Adenauer terug te ko men: er is maar één foto uit de Hitier - periode en wel uit 1933, toen de 57-ja- rige Adenauer net was afgezet als bur gemeester van Keulen. Geen foto, maar wel een vermelding in de biogra fie, van het feit dat de Britten hem het zelfde lot deden ondergaan in 1945. INTERESSANT zijn ook de foto's uit de tijd van de Weimar-republiek met president Friedrich Ebert, de rijkskan seliers dr. Hans Luther, Wilhelm Marx en Paul von Hindenburg, de premier van Pruisen Otto Braun, de minister van Buitenlandse Zaken dr. Gustav Stresemann, de minister van Binnen landse Zaken dr. Wilhelm Külz, de Britse secretaris-generaal van de Vol kenbond Lord Perth en ook eenmaal met Prins Hendrik der Nederlanden. Deze opname werd gemaakt tijdens een uitstapje in 1897. Men ziet Adenauer in het midden met bolhoed. Wanneer een jongeman vaak nog een kind van 13 het oog laat vallen op een meisje, brengt hij haar een cadeautje in tegenwoordigheid van haar gehele gezin. Het pakje, dat hij heeft meegenomen,

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 13