SCHRIJVEN of NEERSCHRIJVEN BOEKENVERSLAG VOOR SINTERKLAASDAG ZATERDAG 25 NOVEMBER 1961 Erbij C. J. E. Dinaux PAGINA DRIE De romantiek in de bouwwerken van de Amerikaanse architect Victor Lundy IJf, 44» 1 „HEDEN TEN DAGE", aldus Walter Gropius, „schijnt de keus van de poten- JÈ tiële elementen voor de vormgeving van gebouwen onbeperkt te zijn". De geldig- beid van deze uitspraak wordt door het jSB«8|Ii ene gehouw na het andere overal in de li»!®!!? ^^ppSaBaÉL wereld aangetoond, maar deze zijn zelden zo doordrenkt met de roman- De 38-jarige Amerikaanse architect Victor tische menSelijke sfeer, die men vindt Lundy, leerling van Gropius en Breuer. i Ti i i in de gebouwen, die door een der oud leerlingen van Gropius, Victor Lundy, zijn ontworpen. Hoewel noorderling van geboorte en opvoeding, had Lundy zich aanvankelijk aangesloten bij de groep architecten in Florida, van wie Paul Rudolph de intellectuele „Stravinsky" is genoemd. Indien wij de vergelijking op Lundv zouden doortrekken, zou hij met recht de „Ravel" genoemd kunnen worden. Elk ontwerp van Lundy is de con cretisering van één enkel impressionistisch, treffend en in de grond roman tisch thema. WIE HET HAAST NIET MEER vind bare geluk ten deel valt in een stille straat te wonen in een grote stad, weet ook dat échte stilte uitgesloten is. Hij zal het niet altijd bewust opmerken, maar zijn leven wordt van morgen tot morgen begeleid door achtergrondge ruis. Het doet er niet toe waar hij woont, de onophoudelijke geluiden van de drukke verkeersaders zullen altijd tot zijn huis overwaaien en zijn kamer binnendringen, ook al zou er verder geen bromfiets door de straat zelf ko men. Vooral op een vriesheldere avond lijkt het net of hij in het centrum van een geluidsbaaierd huist en voor heel West-Nederland, dat uit bijna evenveel wegen bestaat als woongrond, geldt min of meer hetzelfde. Nagenoeg iedereen woont tegenwoordig aan een straat of aan een verkeersweg. HET LEVEN van de moderne mens wordt dus voortdurend begeleid door achtergrondgeruis en hoe gevoeliger of nerveuzer hij is, des té meer zal hij zich hiervan bewust zijn en destemeer zal hem dit hinderen. Het grootste deel van dit achter grondgeruis is onbestemd, onduidelijk, maar zo nu en dan komen er signalen tot hem die heftiger zijn en die hij kan duiden. Soms vergist hij zich; hij denkt dan dat er een boemeltrein door de stad rijdt, terwijl het in werkelijkheid het dreunende televisieapparaat van zijn buurman boven is, of de radio van buur man onder, of de stofzuiger van buur vrouw links of rechts. HET IS NIET ALLEEN de preoccu patie in een deel van mijn werk met de moderne techniek en mijn woede aanvallen tegen lawaaivoortbrengers die mij vaak het gevoel hebben gegeven een seismograaf te zijn, een oscillator, die uitslaat en reageert op de signalen die van overal om hem heen tot hem komen en die vaak fel uitslaat. Het lijkt mij fascinerend de zwakke, meestal on bestemde geluiden op te vangen die uit het oneindige heelal voortdurend tot ons komen, zoals sommige geleerden dag en nacht doen; fascinerend en om gek va.n te worden, zoals ik na de oorlog bijna dol werd van al de nieuwe signa len die op mij afstormden. Daar ik vroeger mijn halve leven sleet met lezen en zo lang ik mij kan herinneren „schrijver" wilde worden, ontving ik de hevigste signalen door mijn lectuur. Zo zal ik niet licht de schok vergeten die de Bekentenissen van Rousseau mij bezorgden toen ik een jaar of zestien, zeventien geweest moet zijn. Ik weet het, die Bekentenis sen zijn een lachertje vergeleken met wat zestienjarigen vandaag de dag le zen, maar ik werd dan ook vooral ge troffen door de volstrekt opene zelf analyse erin een zelfanalyse zoals 'fc die later alleen nog maar tegen geko men ben in Le Sabbath van Maurice Sachs en de autobiografie van John Cowper Powvs) en bovendien leefde ik in 'n provinciestad in het oostelijk deel van het land, bovendien in oorlogstijd, en bovendien in een orthodox-protes tants milieu. De signalen waren ne- perkt dus en kwamen sterk gefilterd door. WELDRA werden ze heviger en volg den steeds sneller op elkaar. Vooral na dat ik mijn geloof vaarwel gezegd had een langzaam en pijnlijk proces kwam ik open en bloot te liggen voor de stemmen van het „Jenseits", waar onder de zeer krachtige poëtische als die van Marsman en later Achterberg; de stemmen van filosofen en psycholo gen, van theologen, kuituurcritici en parapsychologen, van schilders, musici en filmers, van toneelschrijvers en vitaminejagers, van betweters ên poli tici. Ik heb op hun signalen gereageerd tot ik er bijna overspannen van werd, tot ik zelf een betweter dreigde te wor den of een niets-is-meer-waar-weter, wat even irritant is. En ik dank de hemel dat ik mijn interesses tenminste voor een deel heb weten te kanaliseren. In de loop van de laatste vijftien jaar zijn die stemmen, die signalen, zo veel vuldig geworden, dat een groot deel niet meer duidelijk klinkt en van een klein deel is de invloed nog maar achterhaal baar; de rest is tot achtergrondgeruis geworden. Aan de andere kant hoop ;k mijn leven lang een seismograaf te blij ven, gevoelig voor en reagerend op sig nalen van buitenaf, alleen dan heb ie het gevoel dat je leeft. Niet tè gevoe lig en niet tè sterk reagerend, want wie dat doet belandt in een krankzinni gengesticht. MAAR GOED, INMIDDELS was ik zelf naamgever geworden, een dichter, die zijn woorden en zijn signalen aan de mensen voorlegde om op te reage ren, een hachelijke en verantwoordelij ke onderneming waarvan ik mij de ri sico's altijd wel bewust ben geweest. De naamgeving moest niet alleen nieuw zijn, maar ook juist. Was ik zelf niet zolang de dupe geweest van vooroor delen, slordige denkwijzen en gemak zuchtige opvattingen? Opgepast, dus, „WAAROM MOETEN we ons schamen voor het ontwerpen van gebouwen die per soonlijk en individueel zijn indien ze hun wezen aan onze cultuur ontlenen?" vraagt Lundy. „Voor mij is scheppende bouw kunst een alles omvattende kunst: het is schilderen en beeldhouwen, ingenieurswe tenschappen, expressie van onze cultuur, schoonheid ontsproten aan het praktisch nut, doelbewuste bouw, technologie al lemaal dingen waar wij mee te maken hebben". Lundy voegt aan deze wat hij noemt „totale expressie" de flair en geestdrift toe, die aan zijn persoonlijkheid ten grondslag liggen. Hij heeft een prettig voorkomen, hij is gevoelig, wat zwaar til lend, geneigd een situatie donker in te zien wanneer hij veel aan zijn hoofd heeft en dan plotseling, om stoom af te blazen, een vrolijke noot aan te slaan. Hij is ge sloten voorzover het zijn persoonlijk leven betreft, maar als hij eenmaal over ar chitectuur begint weet hij niet van ophou den. Hij werd in 1923 in New York gebo ren en begon zijn bouwkundige studie al toen hij nog pas zestien was. Zijn voorop leiding sloot hij af omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het leger dienst nam. Nadat hij bijna een jaar in een zie kenhuis had gelegen om te herstellen van in de oorlog opgelopen verwondingen, liet hij zich inschrijven aan de Harvard Ar- chitectenschool. Hij werkte daar onder Breuer en Gropius. Voor dit demonteerde expositiegebouw maakte Lundy gebruik van met plastic overdekt nylon. SINDSDIEN HEEFT hij tal van prijzen gewonnen en zijn daken werden nu eens „stoutmoedig" dan weer „levendig" ge noemd. De oorspronkelijkheid en durf van zijn bouwwerken, waarvan de daken vaak de blikvanger vormen, en de gelamelleer- de houten spanten, die de charme van een beeldhouwwerk vertonen, verlenen Lundy een aparte plaats in de bouwwereld. Hij heeft verscheidene kerken in Florida ge bouwd, maar daar tussendoor ontwierp hij woningen, kantoorgebouwen, een toe ristencentrum en een school-uitbreiding, waarvan een foto op het omslag van het tijdschrift Architectural Record werd opge nomen. In 1959 opende hij een tweede bureau in REEDS OP DEZE SCHOOL vestigde hij de aandacht op zich cn hij verwierf een JfSUu Sm reisbeurs. Dank zij deze toelage was hij j||p' in staat met zijn vrouw gedurende twee f|Pe Pj jaar de architectuur in Europa, Turkije, r Illp jSpM, :i Siberië, Libanon. Frans en Spaans Marok- t jft ko, Tunis, Algerije en Egypte te bestu- j ijjf deren. Tijdens deze reis werd hij zich be- I f| 1 -af wust van de richting die zijn talent zou Jl eeif 1953. uitsluitend voor eigen rekening te 18881^ werken. Zijn eerste bouwwerk, dat hem vlÉË t een prijs bezorgde van het Amerikaanse ju Jf J, Instituut voor Bouwkunde, lovende artike- .„"...JISl t i» k W& JÊ?*M schriften opleverde en aan zijn naam alge- llftT mene bekendheid verleende was een „dri- r. ve-in" kerk in Florida, een gebouw dat Mi Jayf l®~ lln s 11 herinneringen aan de gothiek oproept. Hier im paste hij voor het eerst goed zichtbare ge- lamelleerde houten dakspanten toe en het patroon der gepunte bogen vond een her- In deze kerk roor de Lutherse kerkge- I uiterst spectaculaire wyze gebruik gemaakt haling in de beplanking aan de buitenzijde, meenschap in Florida heeft Lundy op I van gelijmde houten dakspanten. „ALS MEN", schreef Oscar Wilde in één van zijn briljante Sententiae, een boek ten geschenke geeft, dan moet het een voor treffelijk boek zijn, zo voortreffelijk („charming", zegt Wilde woordelijk) dat men er achteraf spijt van heeft het te hebben weggegeven Een dergelijke spijt mag men een iedere Sinterklazige boeken- koper toewensen, reden waarom ik uit de najaarsboekenstroom een aantal boeken kies, die elk in zijn soort in de Wildiaanse geest spijtverwekkend zijn en dus het ge ven waard. Al is de volgorde van vermel ding min of meer willekeurig, ik meen toch als „daad van eenvoudige rechtvaar digheid" zoals Kloos zich destijds uit drukte dit overzicht te moeten begin nen met een roman van het hoogste ni veau: „Tijding van Ver" (Nijgh Van Ditmar), het jongste werk van de be jaarde F. Bordewijk, vrijwel gelijktijdig verschenen met een herdruk van zijn ver halenbundel „Vertellingen van generzijds" (Nijgh Van Ditmar). Bordewijk heeft de ze nieuwe roman niet „geschreven", maar „gebouwd" met een ontzagwekkende ar chitectonische perfectie of, musicologisch gesproken, als een fuga van Bach, met de dood als thema en het leven als tegen stem. S. Vestdijk is op het Klazenappèl allicht niet enkelvoudig aanwezig: men kan hem ontmoeten in zijn persoonlijke herinneringen „Gestalten tegenover mij" (Bert Bakker-Daamen N.V.), waar hij zijn visie geeft op een zestal litteraire comili- tonen (en düs op zichzelf), vervolgens in een vermomming als Voltaire, in de twee- bodemige „De filosoof en de sluipmoorde naar" (Nijgh Van Ditmar), de Vol taire die de mysterieuze dood van de Zweedse koning Karei XII poogt te ont raadselen (en hoe!), en ten slotte in „Een Alpenroman" (De Bezige Bij), waarvan men allereerst de tekst van het stofom slag moet lezen een brief van Vestdijk aan zijn uitgever die een kleine roman van deze roman omvat, ter demonstratie blijkbaar van hetgeen men niét moet ge loven van hetgeen schrijvers verkondigen over de wijze waarop hun werk ontstaat (enfin, het is allerkostelijkst). ALS lit DE EERSTE roman van de dich teres Ellen Warmond „Paspoort voor Nie mandsland" (N.V. Em. Querido) hier on middellijk op laat volgen, dan is dat om dat deze jonge schrijfster voor de dag is gekomen met iets dat al dadelijk tot de meesterklasse moet worden gerekend. Men behoeft maar willekeurig enkele bladzij den uit deze roman gelezen te hebben om met zekerheid te kunnen zeggen dat El len Warmond waard is de door het diep- betreurde heengaan van Anna Blaman opengevallen plaats in onze letteren te gaan innemen. Een rijp en voornaam werk is dit, met één slag, zélfs een verras sing na haar speels-satirische verhalen bundel „Eeuwig duurt het langst." EN DAN IS ER EEN nieuwe bundel „dierenverhalen", de zesde, van A. Kool haas. die G. A. van Oorschot uitgaf onder de titel „Weg met de vlinders", waarin op z'n koolhazigst het menselijke zichzelf leert verstaan in het „dierlijke" the way of all flesh. Ik vind het maar be wonderenswaardig dat een Koolhaas er zó veel malen zó meesterlijk in slaagt om de dieren niet te humaniseren, maar elk naar zijn eigen aard het raadsel van alle be staan te doen ondergaan als onvermijde lijkheid van wat wij „leven" noemen. Een tip van Klaas: gééf die Haas. Hij laat zich door geen koe vangen. „Nacht op de kale berg" de titel zal wel zijn ont leend aan Moessorgski is het tweede boek van Karei (let wel: Karei, en niet Simon) van het Reve dat G. A. van Oor schot uitgaf, een zeer persoonlijk-onper soonlijk boek, een soort notekrakersuite-in verhaalvorm, waarvan ik bij wijze van uitzondering de „flaptekst" citeer, omdat daar (ook bij wijze van uitzondering) kort en krachtig staat waar het om gaat in die nacht op de kale berg: „voor de prijs van ƒ4.90 krijgt men in dit boek: nuttige wenken voor kampeerders, een gedetail leerde handleiding voor het verwerven van een miljoen, een vergelijkende studie van protestantse en katholieke radiosprekers, levensbijzonderheden, adressen en tele foonnummers van enkele met naam en toe naam genoemde Nederlanders, een onver wacht sterfgeval, kritiek op de Nederland se pers, een onduidelijke verhandeling over hoogtevrees, aanwijzingen voor het stich ten en leiden van een religieuze beweging, een recept voor het maken van gloeiwijn, citaten uit bekende andere boeken", kortom, er worden hier noten gekraakt, zo als ik al zei. DOLA DE JONG, thans Amerikaanse, heeft ons, al bereikt ze ons nu via een vertaling (want ze schrijft met niet ge ring succes in het Amerikaans), niet ver geten: „Begin maar opnieuw" (Uitgeverij Ploegsma) heeft een Nederlands en een transatlantisch, ja een internationaal ac cent: de „tieners", over wie dit boek han delt, zijn aan geen grenzen gebonden en Dola de Jong heeft hun wereldtaal won derwel verstaan en beschreven. Buiten on ze grenzen gaat ook .Randstad" (De Be zige Bij), een driemaandelijks tijdschrift in pocketvorm (waarop men zich nu eens niét kan abonneren), een tijdpocket in po- ckettijd die met een bijzonder geslaagde tableau de la troupe zijn entree maakt on der redactie van Hugo Claus, Ivo Michiels, Harry Mulisch en Simon Vinkenoog. Men vindt er vertalingen van Samuel Beckett, Alain Robbe-Grillet, Ethel Portnoy Kous broek (een essay over Wilhelm Reich) en „onze" schilder Corneille (Dagboek van een schilder in Ethiopië). Allen Ginsberg schrijft voorts in briefvorm een beschou- ng over „Abstractie in de poëzie", Louis- Paul Boon presenteert met pen en foto's het resultaat van zijn voorkeur voor vrou wenportretten, C. C. Krijgelman publiceert een fragment uit een (nog niet uitgegeven) roman „De Hunnen", welke actuele keur wordt besloten door een drietal kronieken, waaronder één van de hand van W. L. Brugsma (de lezers van Haarlems Dagblad niet onbekend!), die een in stijl en visie uitmuntend overzicht geeft van de actuele internationaal-politieke situatie. AANDACHT VERDIENEN enkele ro mans van oudere en befaamde auteurs. Elisabeth Zernike schreef haar jongste ro man „Haar vreemdeling" (N.V. Em. Que rido) in een toon van milde resignatie, die tevens kenmerkend is voor het gegeven: dat van een vrouwenleven dat de rust vindt in een rijpe beschouwelijkheid. In .Hannibal, de Carthager" (Uitgeverij Con tact) heeft David de Jong de hoogste eisen gesteld aan zijn verbeeldingskracht: met de cultuurhistorie als achtergrond trekt Hannibal in deze lijvige, met zorg voor bereide historische roman nóg eens over de Alpen en nóg eens sterft hij in balling schap. En dan Pauwels, Mr. Frangois Pauwels: de vergevorderde jaren hebben hem niet belet om voor de zoveelste maal voor de dag te komen met een rasechte roman, een gecamoufleerd-autobiografisch ditmaal, „Als het niet waar is.." (Uitge verij Stols-Barth), waarin Mr. Orlando de plaats inneemt van deze onvermoeibare en strijdbare schrijver-jurist, zodat deze de vrije hand heeft om zijn levenservaringen waar nodig bij te kleuren of te tempe ren, een levendig verhalende „vertelro- man", rijk aan personen en gebeurtenis sen, Pauwels' gaafste boek, dunkt me. Wil ly Corsari stelt in „Kinderen en minnaars" (H. P. Leopold N.V.) het netelige probleem aan de orde van de reacties in de kinder ziel op de .liefdesverhoudingen" van ouders en van de terugslag daarvan op ingrijpende besluiten der volwassenen een psychologische roman dus, in welk genre de schrijfster haar litteraire sporen rijkelijk verdiend heeft. TROUW AAN ZIJN EIGEN traditie ver telt Evert Zandstra in „De stroom ruist in de avond" (N V. De Arbeiderspers) het verhaal van de tweelingbroers Theo (de dromer) en Herman (de onproblematische jongeman), waarin de dromerijen van de fantast Theo de auteur alle kans geven om aan zijn verbeelding vrij spel te laten. A. Viruly plaatst kenmerkend voor zijn vroegere werk en zijn persoon in zijn „Weerzien bij Passchendaele" (De Bezige Bij) de liefdestrouw tegen de achtergrond van twee wereldoorlogen en de dreiging van een derde mensenvernietiging: „De slotsom is in me gegroeid, dat de mensen iets veel beters met elkaar kunnen berei ken dan begrip van elkaar met de rede" de mens is niet verloren zolang er waar achtige liefde bestaat, aldus de strekking van zijn sympathieke roman. Indië, zoals het in de jaren 1922-1928 was, herleeft in de sfeer die H. J. Friedericy oproept in zijn „briefroman" „De eerste etappe" (N.V. Em. Querido) Indië, zoals het zich voordeed aan een „uitkomende" amb tenaar Binnenlands Bestuur landschap pen, Europeanen, Inlanders, ambtelijke verhoudingen, uitnemend gekarakteriseerd. Ook als historisch document is dit boek van betekenis. Jacoba van Velde, schrijf ster van „De grote zaal", tast in haar tweede roman „Een blad in de wind" (Em. Querido N V.) naar de oorsprong van de angst die het leven van haar hoofd figuur Helena Berger in de ban houdt. Haar nerveus-flitsende stijl registreert dit emotioneel-bewogen leven met menselijke onmiddellijkheid: „Ik moet me alles her inneren van haar die als een schim op een filmdoek aan me voorbijglijdt, waar van ik weet dat ik het ben, maar die ik nauwelijks ken. In „Die ene mens" (Em. Querido N.V.) vervolgt Willem Brak man het leven van zijn Wim Akijn uit „Een winterreis" in omgekeerde richting: hij is nu student en ondervindt hoe onwaar de bewering is, dat ieder mens kan wor den gemist. Die „éne mens" is de onver vangbare, élk mens is onvervangbaar, is een unicum, in dit geval Akijns vriend Tom, die hem door een vroege dood ont valt. BUITEN DE LITTERAIRE sector valt een publikatie, die ik niet ongenoemd mag laten: het door dr. J. W. Schulte Nord- holt samengestelde en door N.V. De Ar beiderspers uitgegeven „kijkboek": „Ras sendiscriminatie", een aangrijpend werk, een getuigenis, een onthulling die de (ver) blinde eindelijk ziende moge maken. Van de verschenen poëziebundels ver meld ik het kroonstuk van dit jaar: „Ver geetboek" van Gerrit Achterberg, dat kort na het vierde deel van zijn „Cryptoga- men" bij Querido N.V. verscheen een wonderboek, twee werelden inéén, een creatie van een voornaam en geniaal dich terschap, waaraan de uitgeefster met de ze subliem uitgevoerde uitgave alle ver diende eer heeft bewezen. „Vergeetboek" is bovenal een geschenk, waarvan men in de geest van Wilde het weggeven zou betreuren. Het is een oppergeschenk: van de dichter aan ons, van elk onzer aan de uitverkoren begunstigde op Sinter klaasavond. -*~-o de stad New York, teneinde de opdrach ten te behandelen, die hem vanuit het noorden bereiken; tot de eerste behoor den een kerk en een school. In 1960 werd hem door de Commissie voor Atoomener gie opgedragen een demonteerbaar ge bouw te ontwerpen dat een reizende ten toonstelling en een filmtheater kan her bergen teneinde in vier Zuidamerikaanse landen demonstraties te geven over de vreedzame toepassing van de kernenergie. Lundy moest daarvoor een bouwwerk ont werpen dat niet uit de toon mocht vallen, verplaatsbaar en betrekkelijk goedkoop moest zijn. Het resultaat van vele bespre kingen met de Commissie was een „ge bouw", opgetrokken uit twee lagen met plastic bedekt nylon en met een dak dat per vierkante meter nog geen 25 kg. weegt; het heeft een silhouet van twee grote bogen. Het bleek zeer praktisch in het gebruik te zijn. Reeds aan de ingang bemerkt men die speciale, aan Lundy eigen trekjes: als een portiek van een Ro maanse kerk welven zich 12 met lucht ge vulde, gebogen kokers in een halve cir kel van de ene naar de andere kant. IN 1960 BEREIKTE hem van de zijde van het State Departement de opdracht een ambassadegebouw te ontwerpen voor Colombo. Het ontwerp is nog niet gereed, maar men mag veilig aannemen dat Lun dy ook aan dit gebouw een persoonlijke sfeer zal geven. „Er is niets gekunstelds in mijn ontwerpen", aldus Lundy. „Ze zijn stoutmoedig en onverhuld. Als ik er niet in slaag iets goeds te maken, ligt dit voor een ieder open en bloot". Sybren Polet is 19 .iuni 1924 te Kampen ge boren. Hij woonde onder andere in Stockholm en op de Canarische Eilanden; reisde veel, van Noordkaap tot Sahara; vertaalde uit het Frans, Engels en Zweeds; is redacteur van het litteraire tijdschrift Podium, waarin hij in 1949 debuteerde. Hij publiceerde de volgende wer ken: Poëzie: Demiurgasmen, Organon, Ge boorte-Stad, Lady Godiva op scooter, Konkre- te Poëzie (voorjaar 1961). Proza: Klein Karel- tje wordt Keizer, sprookje; De Steen, sprook jesroman; Breekwater, roman (zojuist ver schenen). Toneel: Het Huis één-akter (pre mière Avantgarde-Toneelfestival Brussel, 1960): een avondvullend stuk in voorberei ding. Bloemlezingen: De stenen bloedzuiger, science-fiction-verhalen; De vuurballons, idem; Het warme Noorden, bloemlezing uit de moderne Zweedse poëzie (met Amy van Marken); 1900—1950, Bloemlezing uit de mo derne buitenlandse poëzie in Nederlandse ver taling (verschijnt laatste week van november). Hij werd bekroond met de Jan Campertprijs (voor Geboorte-Stad). Poëzieprijs gemeente Amsterdam (voor gedicht .Woonruimte" uit bundel Geboorte-Stad) en begiftigd met een reisbeurs van O., K. en W. voor Lady Godiva op scooter". De bundel Geboorte-Stad werd geschreven in opdracht van het ministerie O., K. en W. Sybren Polet leest voor uit eigen werk op Querido-plaat SVS 6008. dacht ik, vooral voor iemand die in aanleg een mysticus is, zoals de meeste dichters overigens. Deze reactie is mis schien ook de reden dat ik mij nooit aan een ongelimiteerd associëren heb kunnen overgeven; ik hield het gedicht graag wat meer aan teugels in de hand. Mystiek, best; magie, best; maar dan toch ook. nog even gecontroleerd door een andere functie van de geest die meestal met denken aangeduid wordt. Het funeste resultaat van een te gemak kelijke mystiek en een te vaardig uit geoefende magische invloed hebben we te vaak meegemaakt in de Twintigste Eeuw. Vertrouw de signalen niet te snel, signalen kunnen bedriegen, zoals onze ogen of ons gevoel ons kunnen be driegen, of het televisieapparaat van buurman boven. Laat ze dan liever te rugzinken in het onvermijdelijk achter grondgeruis. EEN HEFTIG SIGNAAL van een jaar of zeven, acht geleden. Een citaat uit een bekend boek van Piaget, aange haald door dr. J. A. Westerman Hol- stijn in zijn voortreffelijke „Inleiding tot de ontwikkelingspsychologie." Een meisje van 9 jaar vraagt: „Papa, is het waar dat God bestaat?" De vader antwoordt dat hij er niet al te zeker van is. Waarop het meisje repliceert: „Hij moet wel bestaan, want hij heeft een naam." Dit is een aandoenlijk en op het eer ste gezicht zelfs een zeer wijsgerig ant woord dat vele lezers een herkennings signaal zal bezorgen. Maar het is te vens een klassiek voorbeeld van ma- gisch-concreet en als zodanig vrij pri mitief denken, zoals dichters meestal doen als ze dichten. Het is een aan trekkelijke en vooral poëtische vorm van denken, maar ook een die men niet geheel ongecensureerd doo, mag laten of als eindfase beschouwen, netzomin als men dichters op het eerste woord moet vertrouwen. Ten slotte kan men ook willekeurig namen geven en kun nen de meest vreemde fenomenen met goddelijk worden betiteld, zoals in het verleden ook dikwijls is gebeurd en nog gebeurt. Ik zei het al, naamgeven, dich ten is een riskante zaak. Een van mijn eigen dichtregels luidt: „En ik ge loof erin omdat ik het geschreven heb." Ik ben er zelf even van geschrokken toen ik het neerschreef. Maar, dacht ik, ik aanvaard het risico omdat ik alleen die dingen hoop neer te schrijven die door heel wat lagen van bewustzijn zijn heen gegaan. Alleen dergelijke waarhe den bezitten ook geldigheid voor ande ren, of liever, kunnen die bezitten. Al leen dergelijke dingen zijn werkelijk geschreven en niet alleen maar neer geschreven of overgeschreven. k

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 15