FILATELIE CAROLINEKE'S CADEAU V I LéIEj Qyo) MAGYAR POSÏA ie S W/ FIDELIO-OPVOERINC WERD VRIJHEIDSDEMONSTRATIE Di ZATERDAG 25 NOVEMBER 1961 Erbij PAGINA VIER ZA F. ■M. HP B. Dukel ft ftv.,;,-v Vvv S. 1 NEDERLAND. Met ingang van 1 jan. 1962 worden de volgende in 1960 uitge geven Nederlandse postzegels buiten gebruik gesteld en voor de frankering waardeloos: a de Vluchtelingenzegels (12 en 30 cent), b. de Zomerzegels (4, 6, 8, 12 en 30 cent), c. de Europazegels (12 en 30 cent), d. de zegels voor het Inter nationaal jaar voor de geestelijke volks gezondheid (12 en 30 cent) en e. de Kin derpostzegels (4, 6, 8, 12 en 30 cent). ISRAEL. Ter gelegenheid van het 25- jarig bestaan van het Israëlisch filhar monisch orkest, in 1936 opgericht door de violist Bronislaw Hubermann, zal binnenkort een postzegel van 50 agorot, utgevoerd in veelkleurendruk, verschij nen. De zegel geeft een compositie van vier muziekinstrumenten. Het ontwerp is van de gebroeders M. en G. Shamir. EGYPTE. Een postzegel van 10 mills (blauw) is verschenen ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van de Unesco en ter ere van de deelneming van deze organisatie voor het behoud van de Nubische monumenten. Op de zegel komt een foto van de Philae- tempel voor. De oplage bedraagt twee miljoen exemplaren. JAPAN. Als propaganda voor de Olympische Spelen die in 1964 in Tokio worden gehouden zijn drie postzegels in circulatie gebracht. De 5 5 yen (groen) vertoont twee worstelaars, de 5 yen (bruin een speerwerper en de 5 5 yen (rood) een zwemster. OOST-DUITSLAND. De serie die is uitgegeven ter herdenking van de pia nist en componist Franz Liszt is met twee waarden aangevuld. Het zijn een 5 Pf- (prijs) met het portret van Liszt naar een potloodtekening van Wilhelm von Kaulbach, 1843 en dat van zijn tijd genoot, de Franse componist Hector Berlioz naar een olieschilderij van Prinzhofer, 1846 en een 25 pf. (blauw) het portret van Liszt naar een marmer buste van Lorenzo Bartolini, 1838 en dat van zijn tijdgenoot, de Poolse com ponist Frédéric Chopin naar een bron zen medaille van A. Bovy, 1837. TSJAAD. Een serie van vier lucht postzegels met vogels erop is in deze Afrikaanse republiek in omloop ge bracht. Op de 50 fr. de vuurwever of rnriMil oranjevogel, op de 100 fr. de roodborst- honingzuiger, op de 200 fr. de paradijs vliegenvanger en op de 500 fr. de schar laken-bijeneter. OOSTENRIJK. De dag van de post zegel 1961 zal onder meer worden ge vierd door de uitgifte (op 28 december a.s.) van een postzegel van 3 s. met een toeslag van 70 gr. (donkergroenblauw) met als voorstelling het nieuwgebouwde postkantoor in Rust in Burgenland. WEST-DUITSLAND. De serie met de beeltenissen, van beroemde Duitse fi guren wordt op 1 december a.s. met waarden uitgebreid: 50 pf. de dichter en denker Johann Wolfgang von Goethe (17491832) en 80 pf. (donkerbruin) de toneelschrijver, novellist en dichter Heinrich von Kleist. HONGARIJE. De Hongaarse poste rijen hebben een postzegel van 1 forint het licht doen zien ter gelegenheid van Lv .w v: het 22ste congres van de Sovjetrussi- sche communistische partij. Het por tret van Lenin is erop afgebeeld. In het winterdamtoernooi van Damclub Santpoort kwam tussen Vlasveld (wit) en De Groot een stelling voor waarbij de spe lers het oneens waren over de vraag: winst of remise. Volgens mij is het spel na de voortzetting 22-27 steeds remise. DE GROOT xrxrxxrttO&xyxxxSocooocooooocecoctttt^ooooooooooLxxxxtto AUSTRALISCHE PUZZELS. Dit jaar heeft de Australische Bridge Federatie een wedstrijd met gelegde spel len uitgeschreven, waaraan over de gehele wereld ijverig door sterke spelers werd deelgenomen. Hier volgt éérf der proble men, waarover de deelnemers» gebotgen zaten 9 8 7 H 10 8 6 B6 V B 10 8 6 5 3 2 V A H 5 3 7 6 4 2 W O A H 10 4 O A 5 4 2 O V 10 2 41 A 5 VLASVELD Zwart: 3, 4, 14, 16, 17, 19, 22, 24, 26. Wit: 25, 28, 33, 34, 35, 36, 38, 40, 42. Na 22-27 heeft zwart uitstekende kan sen. Op 1) 34-29 27-32 29x9 32x43 met winst voor zwart. Naar mijn mening, is het als volgt remise: 1) 22-27. 2) 42-37 3-9. (Op 17-21 offer 28-22 en 34-29). 3) 37-32 17-21. 4) 34-30 en wij zien geen winst meer na 4-10 of 9-13. Op 26-31 volgt steeds 28-22. Gaarne zijn we bereid op diepgaande stu dies over een kansrijkere voortzetting voor zwart in te gaan. In de rubriek van 25 maart 1961 plaats ten wij een eindspel, voorgekomen in het nationale damtoernooi tussen W. de Jong (wit) en .T. H. Ansems. De heer P. Hollen- berg te Haarlem heeft na lang zoeken de winst voor Ansems gevonden, als volgt. J. H. ANSEMS OpOOOOOOOOOOOOOOOOCCCCCC COOOOOOi X* ';CCOOOOOOCC<5COOCOC zty///' ft pooppcoooooooooooöoooooooooooocxxoooooaxioocóórjócoooooo W. DE JONG Zwart: 4, 5, 18, 21, 22, 23. Wit: 15, 29, 32, 33, 34, 41. In de partij met zwart aan zet werd het na 22-27 remise. De heer Hollenberg meent te winnen door: 1)5-10. 2) 41-36 22-27. 3) 33-28 27x38. 4) 28x19 38-43. 5) 34-30 43- 48. 6) 30-25 met de volgende stelling: Zwart stukken op 4, 10, 18, 21, dam op 48. Wit stukken op 15, 19, 25, 29, 36. Zwart aan zet. Eerste spelgang: 6) 21-27. 7) 29-24? 18-23. 8) 19x28 48-37 wint. Tweede spelgang: 6) 21-27. 7) 29-23 18x29. 8) 19-13 met de volgende stand. B-STAND OXy>X)0^>JvxOOOOOCO'~'--M. .OOO '-aXX-OOOCOOCOOOCOOOCTOOCOOC VB C B 7 3 9 8 7 4 H 9 3 Zuid was de gever, iedereen was kwets baar.. Bij ieder spel waren officiële in structies gevoegd, onder andere dat een bepaalde speler een bepaald eindcontract moest spelen. Had men dus bij voorbeeld 3 Sans geboden maar stond in de (door de wedstrijdleider, na afloop van het bieden verstrekte) gegevens dat het 4 schoppen moest zijn dan had men de plicht om 4 schoppen te spelen. Zowel voor het bie den als voor het spelen werden er punten toegekend en naar ik vernam waren de Nederlandse deelnemers met de toeken ning nogal eens niet tevreden wat ove rigens aansluit bij onze nationale karak tertrek, die reeds in militaire dienst erkend wordt door de uitspraak dat „zachtjes mopperen toegestaan is". In het bovenstaande spel ging de hoofd prijs voor het bieden naar 4 schoppen en de Australiërs meenden dat eindbod via de sterke Sans alsvolgt te kunnen berei ken: oost opent in de vierde hand met 1 SA NZ passen west 2 klaveren (vraag naar hoge kleur) oost 2 harten west 2 schoppen oost 3 schoppen west 4 schoppen. In Nederland bereikten 5 van de deelnemende paren 4 schoppen, één paar kwam tot 3 Sansatout en de slem renners ontbraken natuurlijk evenmin doch kregen nul punten voor hun 6-schop- penbod. Overigens is met dichte kaar ten een 6 schoppencontract nog niet eens zó'n gekke onderneming: ik heb wel afschuwelijker slems gezien. Minder gelukkig leek mij de spelinstruc- tie. Noord was verplicht uit te komen met klaverenvrouw (normaal), doch daar na kree i de westspeler te horen dat er van hem verwacht werd dertien slagen te maken Hierdoor kwam het spel in een sfeer die volkomen vreemd is aan normaal bridge want als men tevoren weet dat 13 sla gen mogelijk zijn kost het niet zóveel moeite uit te puzzelen hoe de kaartver- deling dan wel bij de tegenpartij moet zijn. De Australiërs gaven aan, dat 7 schop pen slechts gemaakt kan worden door het introeven van drie harten in west, waar door oost in de bijkleuren zovaak aan slag moet kunnen komen dat er op ruitenboer gesneden moet worden. Uiteraard zal de leider er ook van uit moeten gaan, dat troefvrouw-boer sec zitten bij andere troefverdeling is groot-slem onmogelijk. Nu geloof ik niet, dat iemand ooit in dit 4-schoppencontract vóór het troefhalen een snit tegen ruitenboer zou gaan maken want er is dan vijftig percent kans dat hij door deze hebzucht in rampzalige toe stand komt te verkeren, al was het alleen al dat hij één of twee overslagen over boord gegooid had. De Nederlandse deel nemers rekenden overigens de NZ-kaarten goed uit en 6 van de 7 spelers maakten 13 slagen. Bridgevraag dezer week: In een paren wedstrijd heeft zuid de volgende mooie kaarten VB C A 10 ❖AHB AV 9 7 5 4 Oost is gever, NZ staan kwetsbaar en het bieden gaat: oost 1 schoppen zuid dou blet west pas noord 2 klaveren oost 2 harten wat moet zuid thans bie den Antwoord elders op deze bladzijde. wij dit boek, dat het onderwerp aan de hand van tal van meesterpartijen illu streert, aan de wedstrijdschaker ten zeerste aanbevelen. 3) Repertoire van Schaakopeningen, van J. G. T. Donk, 1ste druk, 5,95 geb. Geeft voor hen die weinig gevoelen voor ope ningsstudie, een goed hanteerbaar reper toire zowel voor wit als voor zwart. 4) Oordeel en plan, van dr. M. Euwe, 2de druk, 5,90 geb. De auteur behandelt in dit werk het denkproces in het schaken. Daarbij worden allerlei kenmerken diep gaand bezien, zoals pionnenmeerderheid op de damevleugel, paard tegen slechte loper, zwakke pionnen, sterke velden, open lijn e.d. Wij hebben slechts één kleine opmer king: de diagrammen geven herhaaldelijk de stelling onmiddellijk na een pointe; o.i. verdienen diagrammen van de stelling, welke aan die pointe voorafgaan, de voor keur. VIER IN ééN Om in klein bestek toch nog variatie te bieden vragen wij de aandacht voor een alleraardigste compositie van Adabaschew, welke vier opgaven in één diagram ver bergt. De omstandigheid dat meerdere lezers dit huzarenstukje reeds in het Tijd schrift KNSB zagen, achten wij geen be letsel. OOOOOOOOOOOOCOÜCOQCOOOOCOCOCOOOOCOOOO'^DOCOOOOC 8 VA///A V/A ^ooocioooooooocxDooooooooooooboooocooocxDÓoooóocx: Wit: Kf2, Ta4-h5, pion c4-d4. Zwart: Kf4, Rdl. De opgave luidt: wit neemt zijn laatste zet terug en geeft in plaats daarvan in één zet mat. Vermoedelijk heeft nauwelijks iemand moeite met het vinden van de oplossing. Wits laatste zet was: 1) c2-c4? In plaats daarvan volgt: 1) d4-d5 mat. Dóódsimpel en waarlijk niet om over naar huis te schrijven. Maar dit was ook slechts de inleiding; het vervolg blijkt als wij de gehele stelling één veld naar boven schuiven, dus wit Kf3, zwart Kf5 enz. Dan moet dezelfde opgave opnieuw wor den gesteld. Met de oplossing van stand 1 komen wij er nu niet, omdat wits laatste zet geen c3-c5 kan zijn geweest. De ont knoping is verrassend en lang niet zo m- voudig te vinden. Men zoeke eerst zelf. Wits laatste zet was: 1) b4xc5 op welk veld een pion werd geslagen. Deze zwarte pion kwam van c7 en kan derhalve en passant worden geslagen. Na 1) d5xc6 en passant staat zwart mat. We zijn nog niet aan het einde van de feestvreugde. Wederom schuiven we de stelling een veld naar boven om dan te ervaren, dat we opnieuw dezelfde opgave kunnen vervullen. Zwarts laatste zet was c7-c5, waarop wit 1) b5xc6 e.p. speelde. In plaats daarvan kon hij met 1) d6-d7 mat- geven. En nu volgt het laatste plaatje; alles nog een rij hoger en van hetzelfde laken een pak. W verrit 1) c6-c7 terug en zet met 1) d7 ird mat. Een iijke vier-in-één-vitamine! Schakers, respectievelijk hun welgezinde verwanten, behoeven nooit te tobben over Sinterklaasgeschenken voor betaalbare prijzen. Want een schaakboek is altijd wel kom en een bron van jarenlange vreugde. mv/m faw. 4fm> "^W/. 9 De n.v. Van Goor Zonen zond ons ter ^««oockxxcooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo recensie- Of het spel nu in alle varianten gewon nen is? Leuk is de volgende spelgang: 8) 48-26. 9) 13-9 4x13. 10) 15x4 13-19. 11) 4x31 26x48. 12) 25-20 48-25. 13) 20-15 25-14. 14) 36-31 33. 15) 31-27 39. 16) 27-22 43. 17) 22-17 43-48. 18) 17-12 48-26. 19) 12-7 en nu het verrassend dubbel offer met 26-12 en 19-23 en de zwartstand wint op de hoofdlijn. Nu gaat het om de B-stand. Na het on derzoek moet 10-14. Immers na 48-26 kan het offer 36-31 volgen. Moet 27x36 13-9 4x13 15x4 En? Gaarne op- en aanmerkingen. Tot slot een aardig spel verloop van de oud-Haarlemmer G. J. Teunissen, die thans in Hilversum dam speelt. Het was in de volgende stand. Zwart: H. R. Kentie: 3, 6, 8, 12, 13, 15, 16, 18, 20, 24, 25, 26. Wit: Oudergat: 27, 28, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 45, 49. Zwart aan zet: 1) 24-29. 2) 34x23 (sterker 33x24) 18x29. 3) 33x24 20x29. 4) 49-43 3-9. 5) 27-22 of? 15-20. 6) 45-40 20-24. 7) 43-39 25-30. En nu wint wit verrassend door: 8) 22-17 12x21. 9) 28-23 29x18. 10) 39-34 30x39. 11) 38-33 39x28. 12) 32x14 met gewonnen stand. 1) Theorie der S'chaakopeningen, van dr. M. Euwe. Dit standaardwerk der ope- ningstheorie wordt in de gehele wereld gelezen en werd in meerdere talen ver taald. De nieuwste drukken hebben een visueel gewijzigd uiterlijk, dat wij overi gens geen verbetering vinden; misschien een kwestie van wennen. De inhoud is, zoals die van alle werken van de oud wereldkampioen: af. De jongste drukken zijn: a) No 3 Damegambiet, Slavisch e.a., damepionspelen, Colle e.a., 6de druk, 3,25. b) No 6 Budapester, Blumenfeld, Hol lands, Ben-Oni e.d., 4de druk, 3,95. c) No 8 Frans, Caro-Kann, 5de druk, 3,75. 2) Het middenspel, van dr. M. Euwe en H. Kramer. Deel 9 Het laveren, 1ste druk, 2,25. Dit deel uit het 12-delig handboek neemt dat merkwaardige onderdeel van het schaakspel onder de loep, dat wel eens wordt aangeduid als „zitvlees". „Laveren", aldus het voorwoord, „is een vorm van initiatief. Het is niet mogelijk een bepaald overwicht tot uiting te bren gen, dus moet het zoals bij zeilen, zig-zag gaan". „De theorie van het laveren staat nog in haar kinderschoenen. Misschien zal het wel nooit aan bepaalde wetten worden onderworpen, omdat laveren te dicht bij de praktijk staat". Juist daarom kunnen Mr. Ed. Spanjaard Een Oost-Berlijns publiek heeft woens dagavond in de Staatsopera van Oost-Ber- lijn een opvoering van Beethovens Fidelio aangegrepen, om een ode aan de vrijheid te brengen. Toen Fiorestan zijn aria: „Ik durfde de waarheid zeggen en werd ervoor met boeien beloond" had gezongen, werd het orkest overstemd door applaus. Met een ovatie betuigde het publiek voorts zijn instemming met het gevangen- koor uit de eerste akte: „O, wat verlang ik naar de frisse lucht". Dit koor wordt gezongen achter een gevangenismuur, het geen het publiek moet hebben herinnerd aan de muur die hen van het vrije westen scheidt •pjeS ap s}i]oajs uagfusj jajqoa uaguipetq aSuaAo iuagfijif jajfio puaj[a;s;m uaa poquaddoqos-g M.n uex '^jaads jaiu (Sou) aijuaAuoo aip n siv •uaSSaz vs tioz (pep apjCtA-jaaquajaABpi us apjaiA-jaaq -uaddoqos aip) pjoou ua uapatq ua^jeq g jaoui Ciq ijffnapinp poq sptnz si jagej atp •lapuo Tjaaguee Sut^ap uaa uarnara jazap uaa ui poq uaa 'pooq uaanain ssag fnaeduaSa} ap. sjb qoop anax^ aip ut Sutspjap uaa uto ;Sbeja ana^jj atp ut poq uaa 'pooq -inapi uaa fijjeduaga; ap uatput iep 'st SujiieAdo (ajauotiuaAuoa) apuajpis -)tn uag qnoinesues g jooa ufiz apuaoptoA pjoou ftq dinquaddoqos iea\ ua jaaquaaaA -epi uea ptaqStzaMuee ap spaar noz '(uap -atq jo; iqoqdJaA si pjoou) uCtz ue^ ^bmz aieuuapn poquajaAepi g sproou ja/AaoH SuBJAaSpuq asjjftiajjaAiL do pjooAvjuy „ZO", ZEI SINTERKLAAS voldaan. „Zo Piet, nu alleen nog naar Bomme- lerskerk, en dan hebben we alles ge had. Heb je de zak met cadeautjes klaar, en de lijst met namen?" „Ja Sint", zei Piet, „alles is in orde. We kunnen gaan." Handig hielp hij Sint op z'n paard, nam de zak in z'n arm, en met een sprong zat hij achter Sinterklaas. Daar gingen ze! Wat liep hun paardje vlug. Zó vlug, dat ze binnen een kwartier al in Bommelerskerk waren aangekomen. „Nu eerst maar naar het huis van Jeroentje. Hij staat bovenaan op de lijst", zei de Sint. „Eerst even kijken wat we voor Jeroentje hebben meege nomen. Een sprookjesboek, een ge kleurde bal, een varkentje van marse pein en een handvol pepernoten. Ja, dat klopt precies. Hier Piet. en wees voorzichtig op 't dak." Vlug en handig klom Pieterbaas langs de regenpijp naar boven en liet alles voorzichtig door de schoorsteen vallen. Roetsch... daar stond hij al weer naast Sinter klaas. „Zo, even m'n bril opzetten" zei Sint, „want anders kan ik in het don ker niet zo goed zien. Nu gaan we naar de kleine Anne-Marie hiernaast. Zij krijgt een borduurdoos, een negerpop je, een groot suikerbeest en peperno ten. Pak maar aan Piet." EN ZO GING HET DOOR. Een uur lang werkten de Sint en Piet achter el kaar, om elk kind in Bommelerskerk te geven wat het had gevraagd. Toen gingen ze even uitrusten op een bankje in het park want ze waren er toch wei een beetje moe van geworden. „Wil je ook een paar pepernoten Piet?" vroeg Sint. „We hebben er nog genoeg hoor". .Graag" zei Piet. „Ze zijn erg lekker," zei de Sint, en hij nam er nog drie. „Je hebt ze goed gebakken Piet!" „Ja", antwoordde Piet trots. „Ze zijn goed gelukt. Achtduizend driehon derd en tien he.b ik er dit jaar gebak ken". „Je bent een beste Pieter baas" zei de Sint, en knikte eens te vreden. „Nu eens even kijken wie we nog iets brengen moeten. De tweeling Bobbie en Peter, die krijgen ieder een brandweerauto, een kleurboek met pot loden, een speculaaspop en peperno ten. En dan als laatste het kleine zie ke meisje, Carolineke. Klopt* dat Piet? Wat zit je toch in die zak te zoeken?" „IK... IK WEET NIET Sint," stamel de Piet. „Ik mis iets. Ik mis de grote speelgoedhond voor Carolineke. Het voorleesboek heb ik, en ook 't hart van borstplaat, maar de hond zie ik ner gens". „Onzin Piet," zei de Sint een beetje ongeduldig. „Ik heb 'm er zelf ingestopt. Kijk nog eens goed." Maar hoe Piet ook zocht en keek, de hond was en bleef weg. „Dan heb ik 'm zeker verloren" zei Piet verdrietig. „Oh Sint wat erg, juist het mooie ca deau voor de zieke Carolineke. Wat vreselijk erg". En een paar dikke tranen biggelden over z'n wangen. „Tja", zei de Sint, „wat moeten we nu doen?" En hij haalde het verlanglijstje van Caroline ke uit z'n zak. „Lieve Sint" las hij, „Ik zou zo erg graag een hondje heb ben. Ik ben ziek, en kan dan fijn met hem in bed spelen." „Oh. oh," zei Piet weer, „wat erg. Ik„Stil eens Piet", „ei Sint ineens. „Ik hoorde iets. „Ik hoorde iets". En toen ze alle twee goed luisterden hoorden ze 't weer. Een zacht piepen klonk onder de bank vandaan waarop ze nog steeds zaten uit te rusten. Piet pakte z'n zaklan taarn en scheen daarmee onder de bank. En weten jullie wat ze toen za gen? Een klein jong hondje lag daar, en keek hun vragend aan. „Arm dier tje" zei Piet, en pakte hem op. „Wat heb je, ben je verdwaald?" Het kleine diertje kroop tegen hem aan en likte z'n hand. „Sint aaide hem over z'n kop je. „Geef hem eens een pepernoot Piet" zei hij, „misschien heeft hij wel honger." En óf hij honger had! De ene pepernoot na de ander at hij op. „DIT IS DE OPLOSSING" zei Sint toen ineens. „Piet, dat we daar toch niet eerder aan dachten. De speelgoed hond voor Carolineke hebben we verlo ren, en dit kleine levende dierfje heb ben we ervoor in de plaats gevonden. Ik denk dat ze hier véél meer plezier van zal hebben! Is er nog een leeg doosje met wat houtwol in de zak? „Ja, ja Sint" zei Piet opeens weer vro lijk. Een mooie doos waar het ser viesje voor Didy in heeft gezeten. „Prachtig zei de Sint. „Daar zetten we dit hondje in. Dat is ook lekker warm voor hem. „Vlug klommen ze toen met 't hondje veilig in de doos weer op Sint's trouwe schimmel en in een draf reden ze naar het huis waar Caroline ke woonde. „Zo Piet, en nu door het raam naar binnen. Zet alles maar oij haar bedje neer, dan vindt ze alles als ze morgenochtend wakker wordt". En tevreden en voldaan gingen Sint en Piet daarna weer verder naar de tweeling Bobbie en Peter. Toen waren ze helemaal klaar. Alle kinderen had den ze gegeven wat ze gevraagd had den. EN ZO GEBEURDE het dat 't kleine Carolineke de volgende morgen naast haar bedje een lief écht hondje bij haar cadeautjes vond. En of ze er blij mee was? Dat kun je begrijpen. Ze zong een extra mooi liedje om de goe de Sint te bedanken, en het hondje werd haar beste vriendje. Matty van der Burgh-AUeda Dertien deftige stadsmeneren Gingen een optocht organiseren. Een optocht met ruiters en kinderen, kwiek, Een optocht met schetter- en blaasmuziek. Er kwamen auto's van overal En wagens met bloemen zonder tal. De kinderen kregen een vlaggetje, fijn, Want alles moest kleurig en feestelijk zijn. Er waren ook zwarte Pieten bij, Die grapjes maakten, zo vrolijk en blij En vóór in de optocht, voornaam en bedaard, Daar reed Sinterklaas op zijn witte paard! En wie kwamen achteraan marcheren? Het waren de deftige stadsmeneren. Ze trokken elkaar van plezier aan 't haar, Want, ja, Sinterklaas komt maar één keer per jaar! Marjan van Beek Nieuwe boeken voor de jeugd In de reeks Prisma-juniores, Het Spectrum Utrecht-Antwerpen ver scheen: „Sabotage op de racebaan", door Bruce Carter, oorspronkelijke titel Speed Six, vertaald door H. J. A. Masset, ill. Tony Weare. Dit vind ik nou een heerlijk boek. De schrijver, een oud-piloot van de RAF, „zit" in de autosport, in zoverre dat hij verslag gever van een groot Engels dagblad is voor de autoraces en dat men hem regelmatig op de racebaan van Le Mans kan tegenkomen. Een man van 't vak dus, die er nu eens een boek over ging schrijven. Ik was al geheel gefascineerd toen ik, het boek openslaande, het eerst een plattegrond zag van het circuit van Le Mans. Heerlijk. En dan, op de eerste bladzijde heeft de auteur het al over de scherpe geur van „hoogwaardige" benzine. Ik dacht tot nu toe, dat dit epitheton ornans enkel bij „eminen ties" gebezigd werd en kon toen dus niet meer ophouden, met verder lezen over deze, mij totaal onbekende wereld. Ik blijf erbij 't is een heerlijk boek, al blijkt misschien hier en daar dat de auteur teveel op een volwassen publiek ingesteld is en dan nog wel een van min of meer kenners. Maar door deze wat moeilijke passages komen de jongelui, met ogen blinkend van spanning, wel heen. De plaatjes zijn zoals bij een derge lijk verhaal past: volstrekt niet artis tiek, maar wel to the point. Het boek is bedoeld voor de leeftijd van 12-16 jaar, maar ik dacht na lezing, nou een tikkeltje ouder kan ook wel Hans van Zijl Di bedr van wikk Soci; werk zichl stave oord voor doen waai dene niet volg gelij De is gi holm ste dat I heid klaai meet de. 1 dan W< aant; Ame ste j de v wete blem naan staat geble van oorlc schu hun LC teger Gem troui gang wijl nigdi tekst sel g Gem met heefl Du mini Brits moet read regei met ting" UI enig: het gehe verzi uitge van ken slist enigi marl In ceeri rikai Frar De papi Engt dollt 3,4 giscl marl (100) 83,0( 59,0C Noo: rijks gese pese

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 16