FILATELIE
CAROLINEKE'S CADEAU
V
I
LéIEj
Qyo)
MAGYAR POSÏA
ie
S W/
FIDELIO-OPVOERINC
WERD
VRIJHEIDSDEMONSTRATIE
Di
ZATERDAG 25 NOVEMBER 1961
Erbij
PAGINA VIER
ZA
F.
■M. HP
B. Dukel
ft ftv.,;,-v Vvv
S. 1
NEDERLAND. Met ingang van 1 jan.
1962 worden de volgende in 1960 uitge
geven Nederlandse postzegels buiten
gebruik gesteld en voor de frankering
waardeloos: a de Vluchtelingenzegels
(12 en 30 cent), b. de Zomerzegels (4, 6,
8, 12 en 30 cent), c. de Europazegels (12
en 30 cent), d. de zegels voor het Inter
nationaal jaar voor de geestelijke volks
gezondheid (12 en 30 cent) en e. de Kin
derpostzegels (4, 6, 8, 12 en 30 cent).
ISRAEL. Ter gelegenheid van het 25-
jarig bestaan van het Israëlisch filhar
monisch orkest, in 1936 opgericht door
de violist Bronislaw Hubermann, zal
binnenkort een postzegel van 50 agorot,
utgevoerd in veelkleurendruk, verschij
nen. De zegel geeft een compositie van
vier muziekinstrumenten. Het ontwerp
is van de gebroeders M. en G. Shamir.
EGYPTE. Een postzegel van 10 mills
(blauw) is verschenen ter gelegenheid
van de vijftiende verjaardag van de
Unesco en ter ere van de deelneming
van deze organisatie voor het behoud
van de Nubische monumenten. Op de
zegel komt een foto van de Philae-
tempel voor. De oplage bedraagt twee
miljoen exemplaren.
JAPAN. Als propaganda voor de
Olympische Spelen die in 1964 in Tokio
worden gehouden zijn drie postzegels in
circulatie gebracht. De 5 5 yen
(groen) vertoont twee worstelaars, de
5 yen (bruin een speerwerper en de
5 5 yen (rood) een zwemster.
OOST-DUITSLAND. De serie die is
uitgegeven ter herdenking van de pia
nist en componist Franz Liszt is met
twee waarden aangevuld. Het zijn een
5 Pf- (prijs) met het portret van Liszt
naar een potloodtekening van Wilhelm
von Kaulbach, 1843 en dat van zijn tijd
genoot, de Franse componist Hector
Berlioz naar een olieschilderij van
Prinzhofer, 1846 en een 25 pf. (blauw)
het portret van Liszt naar een marmer
buste van Lorenzo Bartolini, 1838 en
dat van zijn tijdgenoot, de Poolse com
ponist Frédéric Chopin naar een bron
zen medaille van A. Bovy, 1837.
TSJAAD. Een serie van vier lucht
postzegels met vogels erop is in deze
Afrikaanse republiek in omloop ge
bracht. Op de 50 fr. de vuurwever of
rnriMil
oranjevogel, op de 100 fr. de roodborst-
honingzuiger, op de 200 fr. de paradijs
vliegenvanger en op de 500 fr. de schar
laken-bijeneter.
OOSTENRIJK. De dag van de post
zegel 1961 zal onder meer worden ge
vierd door de uitgifte (op 28 december
a.s.) van een postzegel van 3 s. met een
toeslag van 70 gr. (donkergroenblauw)
met als voorstelling het nieuwgebouwde
postkantoor in Rust in Burgenland.
WEST-DUITSLAND. De serie met de
beeltenissen, van beroemde Duitse fi
guren wordt op 1 december a.s. met
waarden uitgebreid: 50 pf. de dichter
en denker Johann Wolfgang von Goethe
(17491832) en 80 pf. (donkerbruin) de
toneelschrijver, novellist en dichter
Heinrich von Kleist.
HONGARIJE. De Hongaarse poste
rijen hebben een postzegel van 1 forint
het licht doen zien ter gelegenheid van
Lv .w v:
het 22ste congres van de Sovjetrussi-
sche communistische partij. Het por
tret van Lenin is erop afgebeeld.
In het winterdamtoernooi van Damclub
Santpoort kwam tussen Vlasveld (wit) en
De Groot een stelling voor waarbij de spe
lers het oneens waren over de vraag: winst
of remise. Volgens mij is het spel na de
voortzetting 22-27 steeds remise.
DE GROOT
xrxrxxrttO&xyxxxSocooocooooocecoctttt^ooooooooooLxxxxtto
AUSTRALISCHE PUZZELS.
Dit jaar heeft de Australische Bridge
Federatie een wedstrijd met gelegde spel
len uitgeschreven, waaraan over de gehele
wereld ijverig door sterke spelers werd
deelgenomen. Hier volgt éérf der proble
men, waarover de deelnemers» gebotgen
zaten
9 8 7
H 10 8 6
B6
V B 10 8
6 5 3 2
V
A H 5 3
7 6 4 2
W O
A H 10 4
O A 5 4 2
O V 10 2
41 A 5
VLASVELD
Zwart: 3, 4, 14, 16, 17, 19, 22, 24, 26.
Wit: 25, 28, 33, 34, 35, 36, 38, 40, 42.
Na 22-27 heeft zwart uitstekende kan
sen. Op 1) 34-29 27-32 29x9 32x43 met winst
voor zwart. Naar mijn mening, is het als
volgt remise: 1) 22-27. 2) 42-37 3-9. (Op
17-21 offer 28-22 en 34-29). 3) 37-32 17-21.
4) 34-30 en wij zien geen winst meer na
4-10 of 9-13. Op 26-31 volgt steeds 28-22.
Gaarne zijn we bereid op diepgaande stu
dies over een kansrijkere voortzetting voor
zwart in te gaan.
In de rubriek van 25 maart 1961 plaats
ten wij een eindspel, voorgekomen in het
nationale damtoernooi tussen W. de Jong
(wit) en .T. H. Ansems. De heer P. Hollen-
berg te Haarlem heeft na lang zoeken de
winst voor Ansems gevonden, als volgt.
J. H. ANSEMS
OpOOOOOOOOOOOOOOOOCCCCCC COOOOOOi X* ';CCOOOOOOCC<5COOCOC
zty///' ft
pooppcoooooooooooöoooooooooooocxxoooooaxioocóórjócoooooo
W. DE JONG
Zwart: 4, 5, 18, 21, 22, 23.
Wit: 15, 29, 32, 33, 34, 41.
In de partij met zwart aan zet werd het
na 22-27 remise. De heer Hollenberg meent
te winnen door: 1)5-10. 2) 41-36 22-27.
3) 33-28 27x38. 4) 28x19 38-43. 5) 34-30 43-
48. 6) 30-25 met de volgende stelling: Zwart
stukken op 4, 10, 18, 21, dam op 48. Wit
stukken op 15, 19, 25, 29, 36. Zwart aan zet.
Eerste spelgang: 6) 21-27. 7) 29-24?
18-23. 8) 19x28 48-37 wint.
Tweede spelgang: 6) 21-27. 7) 29-23
18x29. 8) 19-13 met de volgende stand.
B-STAND
OXy>X)0^>JvxOOOOOCO'~'--M. .OOO '-aXX-OOOCOOCOOOCOOOCTOOCOOC
VB
C B 7 3
9 8 7 4
H 9 3
Zuid was de gever, iedereen was kwets
baar.. Bij ieder spel waren officiële in
structies gevoegd, onder andere dat een
bepaalde speler een bepaald eindcontract
moest spelen. Had men dus bij voorbeeld
3 Sans geboden maar stond in de (door de
wedstrijdleider, na afloop van het bieden
verstrekte) gegevens dat het 4 schoppen
moest zijn dan had men de plicht om
4 schoppen te spelen. Zowel voor het bie
den als voor het spelen werden er punten
toegekend en naar ik vernam waren de
Nederlandse deelnemers met de toeken
ning nogal eens niet tevreden wat ove
rigens aansluit bij onze nationale karak
tertrek, die reeds in militaire dienst
erkend wordt door de uitspraak dat
„zachtjes mopperen toegestaan is".
In het bovenstaande spel ging de hoofd
prijs voor het bieden naar 4 schoppen en
de Australiërs meenden dat eindbod via
de sterke Sans alsvolgt te kunnen berei
ken: oost opent in de vierde hand met 1
SA NZ passen west 2 klaveren (vraag
naar hoge kleur) oost 2 harten west 2
schoppen oost 3 schoppen west 4
schoppen. In Nederland bereikten 5 van
de deelnemende paren 4 schoppen, één
paar kwam tot 3 Sansatout en de slem
renners ontbraken natuurlijk evenmin
doch kregen nul punten voor hun 6-schop-
penbod. Overigens is met dichte kaar
ten een 6 schoppencontract nog niet
eens zó'n gekke onderneming: ik heb wel
afschuwelijker slems gezien.
Minder gelukkig leek mij de spelinstruc-
tie. Noord was verplicht uit te komen
met klaverenvrouw (normaal), doch daar
na kree i de westspeler te horen dat er van
hem verwacht werd dertien slagen te
maken
Hierdoor kwam het spel in een sfeer die
volkomen vreemd is aan normaal bridge
want als men tevoren weet dat 13 sla
gen mogelijk zijn kost het niet zóveel
moeite uit te puzzelen hoe de kaartver-
deling dan wel bij de tegenpartij moet zijn.
De Australiërs gaven aan, dat 7 schop
pen slechts gemaakt kan worden door het
introeven van drie harten in west, waar
door oost in de bijkleuren zovaak aan slag
moet kunnen komen dat er op ruitenboer
gesneden moet worden. Uiteraard zal de
leider er ook van uit moeten gaan, dat
troefvrouw-boer sec zitten bij andere
troefverdeling is groot-slem onmogelijk.
Nu geloof ik niet, dat iemand ooit in dit
4-schoppencontract vóór het troefhalen
een snit tegen ruitenboer zou gaan maken
want er is dan vijftig percent kans dat
hij door deze hebzucht in rampzalige toe
stand komt te verkeren, al was het alleen
al dat hij één of twee overslagen over
boord gegooid had. De Nederlandse deel
nemers rekenden overigens de NZ-kaarten
goed uit en 6 van de 7 spelers maakten 13
slagen.
Bridgevraag dezer week: In een paren
wedstrijd heeft zuid de volgende mooie
kaarten
VB C A 10 ❖AHB AV 9 7 5 4
Oost is gever, NZ staan kwetsbaar en het
bieden gaat: oost 1 schoppen zuid dou
blet west pas noord 2 klaveren
oost 2 harten wat moet zuid thans bie
den Antwoord elders op deze bladzijde.
wij dit boek, dat het onderwerp aan de
hand van tal van meesterpartijen illu
streert, aan de wedstrijdschaker ten zeerste
aanbevelen.
3) Repertoire van Schaakopeningen, van
J. G. T. Donk, 1ste druk, 5,95 geb. Geeft
voor hen die weinig gevoelen voor ope
ningsstudie, een goed hanteerbaar reper
toire zowel voor wit als voor zwart.
4) Oordeel en plan, van dr. M. Euwe, 2de
druk, 5,90 geb. De auteur behandelt in
dit werk het denkproces in het schaken.
Daarbij worden allerlei kenmerken diep
gaand bezien, zoals pionnenmeerderheid op
de damevleugel, paard tegen slechte loper,
zwakke pionnen, sterke velden, open lijn
e.d. Wij hebben slechts één kleine opmer
king: de diagrammen geven herhaaldelijk
de stelling onmiddellijk na een pointe; o.i.
verdienen diagrammen van de stelling,
welke aan die pointe voorafgaan, de voor
keur.
VIER IN ééN
Om in klein bestek toch nog variatie te
bieden vragen wij de aandacht voor een
alleraardigste compositie van Adabaschew,
welke vier opgaven in één diagram ver
bergt. De omstandigheid dat meerdere
lezers dit huzarenstukje reeds in het Tijd
schrift KNSB zagen, achten wij geen be
letsel.
OOOOOOOOOOOOCOÜCOQCOOOOCOCOCOOOOCOOOO'^DOCOOOOC
8 VA///A V/A
^ooocioooooooocxDooooooooooooboooocooocxDÓoooóocx:
Wit: Kf2, Ta4-h5, pion c4-d4.
Zwart: Kf4, Rdl.
De opgave luidt: wit neemt zijn laatste
zet terug en geeft in plaats daarvan in één
zet mat.
Vermoedelijk heeft nauwelijks iemand
moeite met het vinden van de oplossing.
Wits laatste zet was: 1) c2-c4? In plaats
daarvan volgt: 1) d4-d5 mat. Dóódsimpel
en waarlijk niet om over naar huis te
schrijven.
Maar dit was ook slechts de inleiding;
het vervolg blijkt als wij de gehele stelling
één veld naar boven schuiven, dus wit
Kf3, zwart Kf5 enz.
Dan moet dezelfde opgave opnieuw wor
den gesteld. Met de oplossing van stand 1
komen wij er nu niet, omdat wits laatste
zet geen c3-c5 kan zijn geweest. De ont
knoping is verrassend en lang niet zo m-
voudig te vinden. Men zoeke eerst zelf.
Wits laatste zet was: 1) b4xc5 op welk veld
een pion werd geslagen. Deze zwarte pion
kwam van c7 en kan derhalve en passant
worden geslagen. Na 1) d5xc6 en passant
staat zwart mat.
We zijn nog niet aan het einde van de
feestvreugde. Wederom schuiven we de
stelling een veld naar boven om dan te
ervaren, dat we opnieuw dezelfde opgave
kunnen vervullen. Zwarts laatste zet was
c7-c5, waarop wit 1) b5xc6 e.p. speelde. In
plaats daarvan kon hij met 1) d6-d7 mat-
geven.
En nu volgt het laatste plaatje; alles nog
een rij hoger en van hetzelfde laken een
pak. W verrit 1) c6-c7 terug en zet met
1) d7 ird mat.
Een iijke vier-in-één-vitamine!
Schakers, respectievelijk hun welgezinde
verwanten, behoeven nooit te tobben over
Sinterklaasgeschenken voor betaalbare
prijzen. Want een schaakboek is altijd wel
kom en een bron van jarenlange vreugde.
mv/m faw. 4fm> "^W/. 9 De n.v. Van Goor Zonen zond ons ter
^««oockxxcooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo recensie-
Of het spel nu in alle varianten gewon
nen is? Leuk is de volgende spelgang:
8) 48-26. 9) 13-9 4x13. 10) 15x4 13-19.
11) 4x31 26x48. 12) 25-20 48-25. 13) 20-15
25-14. 14) 36-31 33. 15) 31-27 39. 16) 27-22
43. 17) 22-17 43-48. 18) 17-12 48-26. 19) 12-7
en nu het verrassend dubbel offer met
26-12 en 19-23 en de zwartstand wint op de
hoofdlijn.
Nu gaat het om de B-stand. Na het on
derzoek moet 10-14. Immers na 48-26 kan
het offer 36-31 volgen. Moet 27x36 13-9
4x13 15x4 En?
Gaarne op- en aanmerkingen.
Tot slot een aardig spel verloop van de
oud-Haarlemmer G. J. Teunissen, die thans
in Hilversum dam speelt. Het was in de
volgende stand.
Zwart: H. R. Kentie: 3, 6, 8, 12, 13, 15, 16,
18, 20, 24, 25, 26.
Wit: Oudergat: 27, 28, 31, 32, 33, 34, 35,
36, 37, 38, 45, 49.
Zwart aan zet: 1) 24-29. 2) 34x23
(sterker 33x24) 18x29. 3) 33x24 20x29. 4)
49-43 3-9. 5) 27-22 of? 15-20. 6) 45-40 20-24.
7) 43-39 25-30. En nu wint wit verrassend
door: 8) 22-17 12x21. 9) 28-23 29x18. 10)
39-34 30x39. 11) 38-33 39x28. 12) 32x14 met
gewonnen stand.
1) Theorie der S'chaakopeningen, van
dr. M. Euwe. Dit standaardwerk der ope-
ningstheorie wordt in de gehele wereld
gelezen en werd in meerdere talen ver
taald. De nieuwste drukken hebben een
visueel gewijzigd uiterlijk, dat wij overi
gens geen verbetering vinden; misschien
een kwestie van wennen. De inhoud is,
zoals die van alle werken van de oud
wereldkampioen: af. De jongste drukken
zijn:
a) No 3 Damegambiet, Slavisch e.a.,
damepionspelen, Colle e.a., 6de druk, 3,25.
b) No 6 Budapester, Blumenfeld, Hol
lands, Ben-Oni e.d., 4de druk, 3,95.
c) No 8 Frans, Caro-Kann, 5de druk,
3,75.
2) Het middenspel, van dr. M. Euwe en
H. Kramer. Deel 9 Het laveren, 1ste druk,
2,25. Dit deel uit het 12-delig handboek
neemt dat merkwaardige onderdeel van
het schaakspel onder de loep, dat wel
eens wordt aangeduid als „zitvlees".
„Laveren", aldus het voorwoord, „is een
vorm van initiatief. Het is niet mogelijk
een bepaald overwicht tot uiting te bren
gen, dus moet het zoals bij zeilen, zig-zag
gaan". „De theorie van het laveren staat
nog in haar kinderschoenen. Misschien zal
het wel nooit aan bepaalde wetten worden
onderworpen, omdat laveren te dicht bij
de praktijk staat". Juist daarom kunnen
Mr. Ed. Spanjaard
Een Oost-Berlijns publiek heeft woens
dagavond in de Staatsopera van Oost-Ber-
lijn een opvoering van Beethovens Fidelio
aangegrepen, om een ode aan de vrijheid
te brengen. Toen Fiorestan zijn aria: „Ik
durfde de waarheid zeggen en werd ervoor
met boeien beloond" had gezongen, werd
het orkest overstemd door applaus.
Met een ovatie betuigde het publiek
voorts zijn instemming met het gevangen-
koor uit de eerste akte: „O, wat verlang
ik naar de frisse lucht". Dit koor wordt
gezongen achter een gevangenismuur, het
geen het publiek moet hebben herinnerd
aan de muur die hen van het vrije westen
scheidt
•pjeS ap s}i]oajs
uagfusj jajqoa uaguipetq aSuaAo iuagfijif
jajfio puaj[a;s;m uaa poquaddoqos-g M.n
uex '^jaads jaiu (Sou) aijuaAuoo aip n siv
•uaSSaz vs tioz
(pep apjCtA-jaaquajaABpi us apjaiA-jaaq
-uaddoqos aip) pjoou ua uapatq ua^jeq g
jaoui Ciq ijffnapinp poq sptnz si jagej atp
•lapuo Tjaaguee Sut^ap uaa uarnara
jazap uaa ui poq uaa 'pooq uaanain ssag
fnaeduaSa} ap. sjb qoop anax^ aip ut
Sutspjap uaa uto ;Sbeja ana^jj atp ut poq
uaa 'pooq -inapi uaa fijjeduaga; ap uatput
iep 'st SujiieAdo (ajauotiuaAuoa) apuajpis
-)tn uag qnoinesues g jooa ufiz apuaoptoA
pjoou ftq dinquaddoqos iea\ ua jaaquaaaA
-epi uea ptaqStzaMuee ap spaar noz '(uap
-atq jo; iqoqdJaA si pjoou) uCtz ue^ ^bmz
aieuuapn poquajaAepi g sproou ja/AaoH
SuBJAaSpuq asjjftiajjaAiL do pjooAvjuy
„ZO", ZEI SINTERKLAAS voldaan.
„Zo Piet, nu alleen nog naar Bomme-
lerskerk, en dan hebben we alles ge
had. Heb je de zak met cadeautjes
klaar, en de lijst met namen?" „Ja
Sint", zei Piet, „alles is in orde. We
kunnen gaan."
Handig hielp hij Sint op z'n paard,
nam de zak in z'n arm, en met een
sprong zat hij achter Sinterklaas. Daar
gingen ze! Wat liep hun paardje vlug.
Zó vlug, dat ze binnen een kwartier al
in Bommelerskerk waren aangekomen.
„Nu eerst maar naar het huis van
Jeroentje. Hij staat bovenaan op de
lijst", zei de Sint. „Eerst even kijken
wat we voor Jeroentje hebben meege
nomen. Een sprookjesboek, een ge
kleurde bal, een varkentje van marse
pein en een handvol pepernoten. Ja,
dat klopt precies. Hier Piet. en wees
voorzichtig op 't dak." Vlug en handig
klom Pieterbaas langs de regenpijp
naar boven en liet alles voorzichtig
door de schoorsteen vallen. Roetsch...
daar stond hij al weer naast Sinter
klaas.
„Zo, even m'n bril opzetten" zei
Sint, „want anders kan ik in het don
ker niet zo goed zien. Nu gaan we naar
de kleine Anne-Marie hiernaast. Zij
krijgt een borduurdoos, een negerpop
je, een groot suikerbeest en peperno
ten. Pak maar aan Piet."
EN ZO GING HET DOOR. Een uur
lang werkten de Sint en Piet achter el
kaar, om elk kind in Bommelerskerk
te geven wat het had gevraagd. Toen
gingen ze even uitrusten op een bankje
in het park want ze waren er toch wei
een beetje moe van geworden. „Wil je
ook een paar pepernoten Piet?" vroeg
Sint. „We hebben er nog genoeg
hoor". .Graag" zei Piet. „Ze zijn erg
lekker," zei de Sint, en hij nam
er nog drie. „Je hebt ze goed gebakken
Piet!" „Ja", antwoordde Piet trots. „Ze
zijn goed gelukt. Achtduizend driehon
derd en tien he.b ik er dit jaar gebak
ken". „Je bent een beste Pieter
baas" zei de Sint, en knikte eens te
vreden. „Nu eens even kijken wie we
nog iets brengen moeten. De tweeling
Bobbie en Peter, die krijgen ieder een
brandweerauto, een kleurboek met pot
loden, een speculaaspop en peperno
ten. En dan als laatste het kleine zie
ke meisje, Carolineke. Klopt* dat Piet?
Wat zit je toch in die zak te zoeken?"
„IK... IK WEET NIET Sint," stamel
de Piet. „Ik mis iets. Ik mis de grote
speelgoedhond voor Carolineke. Het
voorleesboek heb ik, en ook 't hart van
borstplaat, maar de hond zie ik ner
gens". „Onzin Piet," zei de Sint een
beetje ongeduldig. „Ik heb 'm er zelf
ingestopt. Kijk nog eens goed." Maar
hoe Piet ook zocht en keek, de hond
was en bleef weg. „Dan heb ik 'm
zeker verloren" zei Piet verdrietig.
„Oh Sint wat erg, juist het mooie ca
deau voor de zieke Carolineke. Wat
vreselijk erg".
En een paar dikke tranen biggelden
over z'n wangen. „Tja", zei de Sint,
„wat moeten we nu doen?" En hij
haalde het verlanglijstje van Caroline
ke uit z'n zak. „Lieve Sint" las hij,
„Ik zou zo erg graag een hondje heb
ben. Ik ben ziek, en kan dan fijn met
hem in bed spelen." „Oh. oh," zei Piet
weer, „wat erg. Ik„Stil eens
Piet", „ei Sint ineens. „Ik hoorde iets.
„Ik hoorde iets". En toen ze alle twee
goed luisterden hoorden ze 't weer.
Een zacht piepen klonk onder de bank
vandaan waarop ze nog steeds zaten
uit te rusten. Piet pakte z'n zaklan
taarn en scheen daarmee onder de
bank. En weten jullie wat ze toen za
gen? Een klein jong hondje lag daar,
en keek hun vragend aan. „Arm dier
tje" zei Piet, en pakte hem op. „Wat
heb je, ben je verdwaald?" Het kleine
diertje kroop tegen hem aan en likte
z'n hand. „Sint aaide hem over z'n kop
je. „Geef hem eens een pepernoot
Piet" zei hij, „misschien heeft hij wel
honger." En óf hij honger had! De
ene pepernoot na de ander at hij op.
„DIT IS DE OPLOSSING" zei Sint
toen ineens. „Piet, dat we daar toch
niet eerder aan dachten. De speelgoed
hond voor Carolineke hebben we verlo
ren, en dit kleine levende dierfje heb
ben we ervoor in de plaats gevonden.
Ik denk dat ze hier véél meer plezier
van zal hebben! Is er nog een leeg
doosje met wat houtwol in de zak? „Ja,
ja Sint" zei Piet opeens weer vro
lijk. Een mooie doos waar het ser
viesje voor Didy in heeft gezeten.
„Prachtig zei de Sint. „Daar zetten we
dit hondje in. Dat is ook lekker warm
voor hem. „Vlug klommen ze toen met
't hondje veilig in de doos weer op
Sint's trouwe schimmel en in een draf
reden ze naar het huis waar Caroline
ke woonde. „Zo Piet, en nu door het
raam naar binnen. Zet alles maar oij
haar bedje neer, dan vindt ze alles als
ze morgenochtend wakker wordt".
En tevreden en voldaan gingen Sint
en Piet daarna weer verder naar de
tweeling Bobbie en Peter. Toen waren
ze helemaal klaar. Alle kinderen had
den ze gegeven wat ze gevraagd had
den.
EN ZO GEBEURDE het dat 't kleine
Carolineke de volgende morgen naast
haar bedje een lief écht hondje bij
haar cadeautjes vond. En of ze er blij
mee was? Dat kun je begrijpen. Ze
zong een extra mooi liedje om de goe
de Sint te bedanken, en het hondje
werd haar beste vriendje.
Matty van der Burgh-AUeda
Dertien deftige stadsmeneren
Gingen een optocht organiseren.
Een optocht met ruiters en kinderen,
kwiek,
Een optocht met schetter- en
blaasmuziek.
Er kwamen auto's van overal
En wagens met bloemen zonder tal.
De kinderen kregen een vlaggetje, fijn,
Want alles moest kleurig en feestelijk
zijn.
Er waren ook zwarte Pieten bij,
Die grapjes maakten, zo vrolijk en blij
En vóór in de optocht, voornaam en
bedaard,
Daar reed Sinterklaas op zijn witte
paard!
En wie kwamen achteraan marcheren?
Het waren de deftige stadsmeneren.
Ze trokken elkaar van plezier aan
't haar,
Want, ja, Sinterklaas komt maar
één keer per jaar!
Marjan van Beek
Nieuwe boeken voor de jeugd
In de reeks Prisma-juniores, Het
Spectrum Utrecht-Antwerpen ver
scheen: „Sabotage op de racebaan",
door Bruce Carter, oorspronkelijke
titel Speed Six, vertaald door H. J. A.
Masset, ill. Tony Weare. Dit vind ik nou
een heerlijk boek. De schrijver, een
oud-piloot van de RAF, „zit" in de
autosport, in zoverre dat hij verslag
gever van een groot Engels dagblad is
voor de autoraces en dat men hem
regelmatig op de racebaan van Le Mans
kan tegenkomen. Een man van 't vak
dus, die er nu eens een boek over ging
schrijven.
Ik was al geheel gefascineerd toen ik,
het boek openslaande, het eerst een
plattegrond zag van het circuit van Le
Mans. Heerlijk. En dan, op de eerste
bladzijde heeft de auteur het al over
de scherpe geur van „hoogwaardige"
benzine. Ik dacht tot nu toe, dat dit
epitheton ornans enkel bij „eminen
ties" gebezigd werd en kon toen dus
niet meer ophouden, met verder lezen
over deze, mij totaal onbekende wereld.
Ik blijf erbij 't is een heerlijk boek,
al blijkt misschien hier en daar dat de
auteur teveel op een volwassen publiek
ingesteld is en dan nog wel een van min
of meer kenners. Maar door deze wat
moeilijke passages komen de jongelui,
met ogen blinkend van spanning, wel
heen.
De plaatjes zijn zoals bij een derge
lijk verhaal past: volstrekt niet artis
tiek, maar wel to the point.
Het boek is bedoeld voor de leeftijd
van 12-16 jaar, maar ik dacht na lezing,
nou een tikkeltje ouder kan ook wel
Hans van Zijl
Di
bedr
van
wikk
Soci;
werk
zichl
stave
oord
voor
doen
waai
dene
niet
volg
gelij
De
is gi
holm
ste
dat I
heid
klaai
meet
de. 1
dan
W<
aant;
Ame
ste j
de v
wete
blem
naan
staat
geble
van
oorlc
schu
hun
LC
teger
Gem
troui
gang
wijl
nigdi
tekst
sel g
Gem
met
heefl
Du
mini
Brits
moet
read
regei
met
ting"
UI
enig:
het
gehe
verzi
uitge
van
ken
slist
enigi
marl
In
ceeri
rikai
Frar
De
papi
Engt
dollt
3,4
giscl
marl
(100)
83,0(
59,0C
Noo:
rijks
gese
pese