Polle,
Pelli en
Pinöo
In het duister van de oude mijn
HENGELAARSGELUK BESTAAT NIET
WIE VISSEN KAN, VANGT OVERAL"
Twee soorten vis: de zwervers
en de honkvaste burgers
-al doorr karrin h*tMuiderTi
PANDA EN DE DIENOMAAT
HET LUIE KABOUTERTJE
t
Ons vervolgverhaal
DOOR ELIZABETH MORTON
Ook in diamanten
komt de klad
„VISSERSVADER" HENK BUITENWEG:
VERTAALD UIT HET ENGELS
DINSDAG 28 NOVEMBER 1961
y'%
NAAIMACHINES
Dobbergeheimen
Visserslatijn
Nooit uitgestudeerd
Jaap Stigter
t,
Advertentie
alle merken
dus
ruime keuze
GROTE HOUTSTRAAT 181 - HAARLEM
33)
Ga maar dicht, bij de haard zit
ten, zodat je lekker warm wordt, zei
hij uitnodigend. WD ie soms iets
drinken? Nee? Je ziet er goed uit, Ja
ne Dat komt zeker door het bezoek,
dat Peter je heeft gebracht. Ben je
al besloten om bij hem terug te ko
men?
Nee, Sir William.
Hij trok z'n wenkbrauwen op.
Jammer, vooral nu je zo ver
liefd op hem bent en hij op jou. Het
zou toch zo veel moeilijkheden heb
ben opgelost Jane.
U zou er de mijn door hebben ge
kregen.
Hij knikte.
Ja, ik zou de beschikking over
de mijn hebben gekregen, precies zo-
bIs je zeêt. v
Maar het is nu te laat, Sir Wil
liam. Ik ben te weten gekomen, dat
er uranium in de mijn van Port Mar
riott zit. Daarom wilt u de mijn na
tuurlijk hebben!
Tot haar grote verbazing begon hij
uitbundig te lachen, maar Jane zag
tot haar bevreemding dat zijn ogen
niet lachten.
Je slaat de plank wel heel ver
mis, Jane, zei hij tenslotte. Maar
dat uranium maakt het voor mij des
te belangrijker, dat ik de mijn in
mijn bezit krijg.
Daar twijfel ik niet aan en was
Peter er niet achter gekomen, dan
bad ik ongetwijfeld de mijn aan uw
makelaar verkocht.
De man van mijn kantoor heeft
mij verteld, dat Peter inlichtingen
heeft ingewonnen. Ik had niet gedacht
dat hij zo minderwaardig zou doen.
Toen ik echter van het uranium wist,
moest ik wel met je spreken. Jullie
hebben zeker besloten om het aan de
autoriteiten mede te delen?
Natuurlijk!
Hij knikte nadenkend.
Daar was ik al bang voor.
Hij zweeg enige tijd.
Jane, ik geloof niet dat ik enig
recht heb op tegemoetkoming van jou,
maar ik zweer je, dat het uranium
niets te maken heeft met mijn plan
nen voor de mijn. Die betreffen iets
heel anders. Ik zou het veel prettiger
gevonden hebben meer dan ik je
kan zeggen als Marquand dat ura
nium nooit had ontdekt. Maar je moet
het de autoriteiten niet vertellen, al
thans niet de eerstkomende zes tot
acht maanden. Het is een even groot
belang voor mij, dat je mij die mijn
verkoopt!
Waarom", vroeg Jane hem op de
man af.
Hij scheen zich niet erg op zijn
gemak te voelen.
Jane ik kan je dat niet vertellen.
Ik durf het Peter en jou niet te zeg
gen. Ik kan je alleen maar vragen om
mij te vertrouwen en mij de mijn te
verkopen.
Als hij haar smekend zou hebben
aangekeken, zou ze misschien wel
hebben willen overwegen, haar stand
punt te herzien. Maar zijn ogen had
den een harde glans en zijn kin stak
uitdagend naar voren. Er viel slechts
sluwe berekening van zijn gezicht af
te lezen.
Het spijt mij, Sir William, maar
ik heb de zaak al uit handen gege
ven. Peter en Timothy Corrion weten
er van en ze zijn allebei van mening,
dat ik de autoriteiten moet inlichten.
Eén woord van jou is voldoende
om hen tegen te houden, Jane. Ver
koop de mijn aan mij en dan rust op
mij de verplichting de uraniumvondst
te rapporteren. Ik zweer je, Jane, dat
als je de mijn verkoopt, ik het zal
melden, zodra mijn.zodra de an
dere zaken afgewerkt zijn.
Het spijt mij, Sir William, maar
I ik kan u de mijn echt niet verkopen.
Alle vriendelijkheid verdween van
zijn gezicht. Zijn stem kreeg een har
de, venijnige klank
Is dat je laatste woord?
I Ze aarzelde even.
Ja, 't is mijn laatste woord, Sir
i William.
Hij stond op.
I Dan heb ik
j zeggen. Ik zal je
ten thuisbrengen.
I Hij opende de deur. Samen liepen
l ze de hal door. Uit een zijdeur kwam
i een man. Sir William gaf hem bondig
een order.
Rij de wagen voor, Hassan. Je
moet juffrouw Marriott thuis bren-
gen.
i De man verdween door een achter-
li deur. Jane was er zeker van, dat het
ook niets meer te
met de wagen la-
HET IS EEN MERKWAARDIG
1 verschijnsel en ik neem aandat het voel
1 nooit verklaard zal kunnen worden.
dezelfde man was, die haar ook de I Maar de sportvissers hier in Muiden zijn
eerste keer had gereden. ervan overtuigd, dat er twee types vis
De wagen komt zo, Jane, zie Sir van dezelfde soort bestaan, de trekkers
William. 1 en de „staanders". Dit geldt zowel voor
Even later hoorden ze buiten het T
gebrom van de auto. Hij opende de I\de karper als voor de baars, de snoek-
voordeur en sloot deze weer zodra ze 5 baars, de voornenfin, noemt u
buiten stonden. Het was vrij donker, maar 0p", zegt de 49-jarige Henk Buiten-
«chekTen nauwe^ks iets kon onder" j| weg, die twaalf kilometer buiten Am-
Je weet, waar je juffrouw Mar- sterdam in de schaduw van het he-
riott heen moet. brengen, Hassan? j| faamdc Muiderslot zich-bvzighoudt met
Goed. Maar kom zo gauw mogelijk 1 alles, wat met de sportvisserij samen-
hangt. Van een uitgediend fort van de-
I fensie maakte hij een waar vissersbas-
II tion, bestaande uit een winkel in hengel-
een reparatie-inrichting,
een visonderwijscentrum
I annex gelegenheid voor de uitwisseling
van visserslatijn) en een uitvinderswerk-
plaats. Henk Buitenweg is te bescheiden
1 om te zeggen, dat hij „alles" van vissen
weet. Maar insiders noemen hem een
zo
vannacht
nog ander
terug. Ik heb
werk voor je.
Hij opende het portier en onder
steunde Jane bij haar elleboog.
Je verandert niet van gedachten j| I sportartikelen,
Ja"e? een cafétaria,
Toen ze met een kort „neen ant-
woordde. liet hij erop volgen:
't Spijt me, 't spijt me erg, Jane.
Goede avond.
Ze stapte in en voelde naar de
achterbank. Het was er zó donker,
dat ze niets zag. Toen het portier
achter haar dichtsloeg, schoot er een
I wan delende vis-encyclopedie. Op zijn
hand uit het duister te voorschijn, ||j derde jaar viste hij al met een kromme
die iets zachts op haar mond drukte. |j op zijn zesde werd hij met hengel
stelde om los te komen, om zich te water getrokken, en door een vwuw („ik
bevrijden van de zachte doek op haar
mond.
Ik moet niet ademhalen, dacht
ze intussen, niet ademhalen. Na-
tuurlijk moest ze dat tenslotte wél. I
Ze snoof een weë, zoete geur op.
Alles om haar heen begon te j
draaien, een donkere wereld, waar
nu en dan lichtflitsen doorheen scho- i
ten. Ze verloor het bewustzijn toen de
man, die haar had vastgehouden,
haar op de bank had neergelegd.
De wagen reed met grote snelheid
in oostelijke richting. Eerst door de
stad, toen langs de rivier, voorbij de
grote dokken en door de eenzame
vlakten van het platteland. Tenslotte
stopte de wagen bij de ingang van
een boerderij. De chauffeur stapte uit
om het hek te openen, zette zich
weer achter het stuur en reed lang
zaam dwars door het weiland totdat
ze vlak bij de rivier waren.
Toen de motor afgezet was, heerste
er een volmaakte stilte, die slechts
verbroken werd door het klotsen van
water. Het was aardedonker daar de
chauffeur de lampen had gedoofd.
Uit het duister kw^m even later
een stem.
Ben jij dat, Hassan? Heb je het
pakket bij je?
Alles is in orde, Ben.
Breng het dan maar naar de
boot. We mogen geen tijd verliezen.
Hassan en de man die op de achter
bank had gezeten droegen Jane naar
de oever. Ze was nog steeds bewuste
loos en het kostte hun weinig moeite
haar over te geven aan de man, die
naar hen geroepen had. Hij stond
rechtop in een roeiboot en rekte zich
uit om haar bij het middel te kunnen
grijpen. Voorzichtig liet hij haar zak
ken en riep toen:
Trekken maar!
De vier mannen, die aan de rie
men zaten, zetten het bootje af.
Tot ziens, Hassan, riep hij toen
ze in het donker verdwenen.
De twee mannen, die op de oever
nog even hadden staan toekijken, lie
pen snel terug naar de auto. Hassan
startte de motor en draaide de wa
gen. Langzaam en bonkend hobbelde
de auto over het weiland naar de
weg.
Intussen dobberde het bootje al
midden op de rivier. Langzaam na
derde het een klein vrachtschip. Een
touwladder werd midscheeps neerge
laten. De man, die Ben was genoemd
pakte Jane op en liep, klaarblijkelijk
zonder dat het hem enige inspan
ning kostte, naar boven.
Heb je haar?, vroeg iemand toen
hij aan dek stapte.
Ja, kap'tein.
Breng haar naar mijn hut. Ik
kom zo dadelijk.
Ben liep met Jane in de richting
van de brug en klom daar een trapje
op. Even later betrad hij een helder
verlichte hut, die als zitkamer was
ingericht. Hij legde Jane voorzichtig
op de bank neer en keek haar toen
eens onderzoekend aan. Het meisje
ademde rustig en hij meende dat er
weer wat kleur op haar wangen
kwam. Terwijl hij nog zo stond te
kijken, ging de deur open en kwam
een man met een rood-aangelopen
gezicht binnen, die een kapiteinsuni
form droeg.
(Wordt vervolgd)
weet haar naam nog.
Schippersvan
dood, gered.
de
ze heette Rietje
verdrinkings-
Deze twee avondhoedjes danken wij
aan de kippekuren van een Engelse
mode-ontwerpster, mevrouw N. Stubbs
uit Saltfleet. Zij zijn gemaakt van de
veren van, respectievelijk een rood
bruine Rhode Islanderhen (links) en
een witte Sussex-haan. Gelukig is het
allemaal maar een grapje ter gelegen
heid van de opening der jaarlijkse
pluimveetentoonstelling in Londen. De
beide manenquins vonden het overigens
maar een griezelig geval, die pootjes
langs hun oren. Om kippevel van te
krijgen
EEN KLEINE 15 jaar geleden richtte
hij met negen leden de plaatselijke hen
gelsportvereniging op, die thans 300 leden
telt en aangesloten is bij de hengelaars-
bond. En hij vindt het eigenlijk niet eens
prettig, dat hij nu reeds diverse malen de
wisselbeker van de vereniging won, want
hij weet van zichzelf hoe ver hij de gehei
men van het vissen doorgrond heeft en
gunt de lauweren liever aan een ander.
,Wat nu die twee soorten vis aangaat:
men zou de een de zwerver en de ander
de gezeten burger kunnen noemen. Ik zal
u dat verduidelijken. De haven van Mui
den hier vormt tegelijk de uitmonding van
de Vecht en dit water staat weer in direc
ts verbinding met het IJselmeer. We krij
gen dus de vis van twee kanten en daarom
hebben we hier een der beste viswaters
van ons land. Nu doet zich het merkwaar
dige feit voor, dat de vis, die zich uit
stekend voortkweekt op de zandgronden
van het IJselmeer, gaat trekken als de
r in de maand komt en het binnenwater
oftewel de rivier opzoekt. In september en
oktober komen de eerste voorlopers.
hoofdzakelijk karper, baars en voorn. Meer
naar de winter toe en vooral wanneer
zich grondijs in het IJselmeer gaat vor
men, ontstaat er een massale uittocht. Dat
het dan goed vissen is in Muiden, hoef
ik niet nader toe te lichten. De trekkende
vis gaat na de overwinteringsperiode weer
terug en men kan deze zwervers makke
lijk herkennen aan hun lichtere kleur, een
aanpassing aan de zandgronden. Maar nu
komt het vreemde. Want er zijn ook vis
sen van precies dezelfde soorten, die ken
nelijk nooit het IJselmeer opzoeken maar
als keurige burgers steeds in de binnen
wateren blijven. Deze dieren zijn donker
der van kleur en hebben een gladdere
huid. Het belangrijkste verschil is even
wel, dat de smaak van de trekkende vis
veel beter is."
NEE, DE heer Buitenweg, die goed op
de hoogte is met de „vislitteratuur" heeft
over het mysterieuze verschijnsel nog
nooit iets gelezen. Maar het vissen heeft
voor hem zoveel aspecten, dat hij geen
tijd heeft, er lang commentaar op te ge-
mmm
ven. Zo bouwt hij voor de „piqueurs", de
vergevorderden dus in de edele vissport,
speciale hengels, die nergens te koop zijn.
Hij zal gaarne verduidelijken, dat een goe
de hengel een „ziel" heeft, dat is: op een
bijna overgevoelige manier „luistert" wat
weer samenhangt met vraagstukken van
balans en gewicht. En hij voegt dan bij
zijn betoog een hele uiteenzetting over
glasvezelhengels, kikkertjes, kunstmaden
en de lijnvoering over de top. „Er moet
actie in een hengel zitten, zodat hij bij
het eerste tikje reageert."
Dan grijpt hij een handvol dobbers, die
eruit zien als kleurige peervormige vruch
ten, waar een breinaald doorheen gesto
ken was.
,Ik heb honderden types dobbers ge
maakt, voordat ik dit had. Het was soms
om wanhopig te worden.alle denkbare
materialen heb ik geprobeerd en soms
nachtenlang wakker gelegen. Nu heb ik
dan deze pennen, die uit twee materialen
nee, ik houd het hoe en wat geheim
gemaakt zijn. Dit is naar mijn mening
een ideale dobber, zeer licht, met grote
drijfkracht en uiterst waakzaam. Hij rea
geert feilloos op het lichtste tikje."
Onze gastheer spreekt met lichtende
ogen. Hii is nu eenmaal met hart en ziel
aan de visserij verslingerd en behoort tot
de gelukkigen, die een hobby tot hun be
roep konden uitbouwen. Voor zijn deur lig
gen dan ook nog 28 keurig geschilderde
roeibootjes voor de verhuur.
We betreden het visser^fort bij heel
slecht regenweer. In de „voorkamer"
die doet denken aan een scheepskombuis
temidden van een oerwoud van hengelstok
ken (de vissers stallen hier ook hun attri
buten) staat een viertal in plastic en leer
verpakte marmen.. Ze zijn door het barre
spel der elementen uit de haven verdre
ven en zien thans toe, hoe mevrouw Bui
tenweg ook in het vak behoorlijk door
kneed de top van een hengel repareert,
Na over een enorme bak met wriemelen
de vleesmaden gestruikeld te zijn, maken
we kennis met de „vissersvader", die ons
ontvangt in een zijvertrek dat als werk
plaats is ingericht.
„Er worden hier geregeld karpers ge
vangen van 6 tot 8 pond en soms zwaar
dere. Een paar jaar geleden had een jon
gen van 14 jaar er een van 181/z pond. On
langs ving een mijnheer uit Hilversum op
één dag 212 voorns.hij heeft ze keurig
geteld en daarna weer laten zwemmen. We
hebben hier trouwens voor de voornvis
serij ideaal water.die typische wissel
werking van Vecht en IJselmeer vindt u
nergens." Als Buitenweg op zijn praatstoel
De heer Buitenweg met een handvol
superdobbers van eigen fabrikaat:
resultaat van jarenlange experimenten
in de „dobberologie".
zit, kan hij uren lang college geven over
de geheimen van kunstaas en vishaak. Hij
heeft naar schatting 50.000 haakjes in huis,
alsmede alle gewenste „kunstvliegjes",
„muggen" en wat dies meer zij voor een
goed deel van eigen vinding en idem fa
brikaat.
Maar zo druk kan hij het niet hebben
met het geven van instructies, het zoeken
naar nieuwe technische hulpmiddelen en
de verkoop van alles en nog wat, twee
maal per week gaat hij zelf vissen, „want
daar kan ik niet buiten."
„We hebben nu ongeveer een miljoen
sportvissers in ons land. Ik wil doodge
woon een van hen blijven.en als ik vis,
ben ik voor niemand te spreken."
MAAR BUITEN ZIJN eigen visuren is
hij de onbaatzuchtige behulpzaamheid zelf.
Het maakt voor hem geen verschil of een
klant een captain of industry is of een
tramconducteur, hij staat altijd met raad
en daad voor iedereen klaar en voor
„spoedgevallen" een gebroken hengel-
top of iets dergelijks kan men hem
desnoods 's nachts uit zijn bed bellen. En
mevrouw Buitenweg is altijd bereid,
's avonds laat voor een verkleumde hen
gelaar de eerste vangst te braden en op
te dienen, opdat de man, gesterkt door een
stevig maal, weer in zijn roeibootje kan
stappen.
„Zijn de vangsten hier nu inderdaad zo
uitzonderlijk?" vragen we hem. Henk Bui
tenweg glimlacht: „We hebben hier werke
lijk een prima stekkie," zegt hij. Maar
als je vissen kunt, vang je,overal wel
wat. Kijk maar eens om je heen: als er
ergens tien vissers naast elkaar zitten,
dan krijgen er negen geen stootje, maar
nummer tien vangt aan de lopende band.
Ik geloof niet dat er zoiets bestaat als
„hengelaarsgeluk": het is allemaal een
kwestie van weten. Weten wat je doet,
welke lijn je gebruiken moet en welke dob
ber, wat voor aas en welk soort lokvoer.
En dat is voor elk plekje viswater weer
anders; je raakt er eigenlijk nooit op uit
gestudeerd."
^IIIIIIIHIIIIIIIIIIIllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllUIIIHIIIIIIIIIIIIIIIII lllllll111lllllllllni]IUIIIII1l1IUIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIi
19. Door middel van een groot aantal snoertjes en
kabeltjes verbond Professor Kalker Jolliepops schedel
met het innerlijk van de Dienomaat, en daarna stelde
hij door het overhalen van schakelaars het hele geval
in werking. De bedoeling was duidelijk. De trillingen
en magnetische krachtvelden van Jolliepops innerlijk
konden nu zeer eenvoudig worden overgebracht op de
Dienomaat, die zodoende met alle kennen en weten van
de volmaakte bediende geladen zou worden. Evenals bij
de meeste uitvindingen was ook hier het beginsel eigen
lijk simpel; een ei van Colombus, zou men mogen zeg
gen. Wat echter wèl nodig was, was de hartelijke me
dewerking van Jolliepop, en om die te krijgen sprak
Panda hem meeslepend toe. „Nu moet je heel diep na
denken over de schoonheid van je beroep, Jolliepop,"
zei hij. „Denk er aan hoe de goede herenbediende er
uit moet zien en hoe hij zijn taak moet vervullen; wat
hem te doen staat als hij moeilijkheden op zijn pad
ontmoet, hoe hij tegenslagen overwint, hoe hij onder
alle omstandigheden zijn waardigheid weet te bewaren,
hoe hij steeds zijn mooie plicht weet te volbrengen.
Nu dat alles bedacht Jolliepop met genoegen, en
al spoedig gonsden de verbindingsdraden dan ook van
bedrijvigheid. Tal van goede gedachten vloeiden over
in de roerloze Dienomaat, en Professor Kalker sloeg
het gebeuren met grote voldoening gade.
„De Hope diamant? Beslist een halfge
leider". Dat moet een expert onlangs heb
ben gezegd van de wereldberoemde en be
ruchte blauwwitte diamant- Een uiterst
zeldzame en kostbare edelsteen, die zowel
veelvuldig geadoreerd als vervloekt, fel
begeerd als bloedig omstreden is. Aan deze
nuchtere technische opmerking, die wel
een schril contrast vormt met de roman
tische flonkeringen die de Hope-diamant
uitstraalt, ligt evenwel een zeer belang
wekkende oorzaak ten grondslag.
Men heeft namelijk een nieuwe methode
ontdekt, die het voor het eerst in de ge
schiedenis mogelijk maakt halfgeleidende
diamanten te fabriceren. Deze blauwwitte
edelstenen, die in de natuur zeer zeldzaam
zijn, kunnen thans in het laboratorium
worden vervaardigd. Vooral voor de indus
trie is deze ontwikkeling van vérstrekkende
betekenis.
De nieuwe fabricagemethode werd in
een Amerikaans onderzoeklaboratorium
ontwikkeld door dr. Robert H. Wentor en
Harold P. Bovenkerk. Na lang exprimen-
teren zijn ze erin geslaagd, een diamant
halfgeleidend te maken door onzuivere
stoffen, zoals boron, beryllum of alumi
nium toe te voegen aan het mengsel van
grafiet en katalysatoren en het geheel
bloot te stellen aan een temperatuur van
1.100 graden Celsius, bij een druk van on
geveer 7000 kf/cm2. De onder deze om
standigheden tot halfgeleiders gevormde
diamanten hebben onzuivere concentraties
van slechts 1 percent of minder.
20-21. De dag ging voorbij. De zon, die
de hele dag vrolijk over het bos gesche
nen had. begon al te dalen.
Toen klonk door het bos het heldere
geluid van de dorpsklok; bimmm...,
bammm... bim. bammm.
Het is tijd! zeiden de kabouters.
32. „Polle, zet de motor maar weer stil, hij draait uitstekend en maakt een
heerlijk geluid!", zegt Pingo. „Plff!-Plff.Als ik klaar ben met me te
wassen, wil ik een schoorsteen hebben, zon ding kun je niet missen!" „Neem
die boom, goed, we pakken hem vlug, ik verzeker je, met een beetje
bewerking wordt dat een pracht schoorsteen!"
Ze pakten hun werktuigen op en aan
vaardden, onder het fluiten van een vrolijk
liedje, de terugtocht.
Ze waren wel wat moe van de hele dag
werken, maar dat vonden ze niet erg.
Ze gingen nu naar huis.