FILATELIE
D
11
I
B&H
DE MOPPERENDE ZWARTE PIET
en de schoorsteer van Keesje
Dammen
MÈ^
41i
ge
ZATERDAG 2 DECEMBER 1961
Erbij
PAGINA VIT
o r/M. nn nn nn wm.
P m
VILLA VAN OVIDIUS IN
SULMONE BLOOTGELEGD
„Barbanera" voorspelt
maanreis in 1962
NIEUWE PSYCHOLOGISCH E-
EN ANDERE UITGAVEN
Jan Nelissen
Film van Nils Holgersson
NEDERLAND. De Koninklijke Neder
landse Centrale Vereniging tot Bestrij
ding der Tuberculose heeft haar jaar
lijkse kerstzegel het licht doen zien. De
zegels zijn voor vijf cent per stuk en
per boekje van honderd exemplaren
voor vijf gulden, verkrijgbaar bij de
plaatselijke bureaus van deze vereni
ging. De Kerstzegel is geen postzegel
en kan dus niet voor frankering wor
den gebruikt. Door het kopen van deze
zegel steunt men de strijd tegen de tu
berculose. In vele landen vooral in
de Verenigde Staten is het verzame
len van Kerstzegels, die door 65 landen
worden uitgegeven, zeer populair.
WEST-DUITSLAND. Gelijktijdig met
de waarden 50 en 80 pf. zal in de
nieuwe serie frankeerzegels met de beel
tenissen van beroemde Duitsers een ze
gel van 70 pf. donkergroenop 1 de-
cmber a.s. verschijnen. De zegel toont
het portret van Beethoven (1770-1827).
HONGARIJE. De Hongaarse poste
rijen hebben een serie van acht waar
den het licht doen zien met afbeeldin
gen van medicinale en industrie plan
ten: 20 f. monnikskap, 30 f. duizend-
guldenkruid, 40 f. zwaardlelie, 60 f.
doornappel, 1 ft. stokroos, 1,70 ft. hop,
2 ft. klaproos en 3 ft. koningskaars.
GRIEKENLAND. Honderd jaar ge
leden werd de eerste Griekse postzegel
uitgegeven. Dit feit zal worden her
dacht door de uitgifte van een serie,
bestaande uit zeven waarden: 20, 50
lepta en 1J0, 2, 50, 4,50, 6 en 10 drach
men. Op alle zegels is de eerste Griekse
postzegel, uitgifte 1861, met de afbeel
ding van de kop van Mercurius, gere
produceerd. Eerste dag: 20 december
as.
EGYPTE. Ter gelegenheid van de
Dag van het Onderwijs zal binnenkort
een postzegel van 10 mills (geelbruin)
in omloop worden gebracht met als
voorstelling symbolen van kunst en we
tenschap. De zegel is ontworpen door
Ramzy Labib. Voor het gebruik in de
Gaza-strook (Palestina) komt de zegel
in een bruine kleur uit.
F1DZJI-EILANDEN. Een nieuwe se
rie frankeerzegels is op de Britse eilan
dengroep in Polynesië verschenen: 'Isd.
en 2 d. een Annigoni-portret van ko
ningin Elizabeth II, 6 d. een inlandse die
op een trom slaat, 1 sh. een kaart van
de Zuid-Pacific, waarop de ligging van
de Fidzji-Eilanden ten opzichte van de
naburige eilanden is aangegeven, 2 sh.
6 d. het nieuwe internationale vlieg
veld Nadi, 10 sh. twee mannen bezig
met het kappen van suikerriet. Op de
hoogste waarde, de 1 pond, komt het
wapen van de Fidzji-Eilanden voor. De
waarden van 6 d. tot 1 pond dragen
tevens het portret van koningin Eliza
beth.
PHILIPPIJNEN. Ter ere van de re
geringsambtenaren zullen op 9 decem
ber a.s. twee postzegels worden uitge
geven. Het zijn een 6 en een 10 centavo,
die beide een jonge ambtenaar aan de
schrijfmachine laten zien.
PAPOEA EN NIEUW-GUINEA. Begin
volgend jaar zal de koerserende serie
frankeerzegels worden aangevuld met
een zegel van 3 sh. waarop een ver-
-■ '-v.v.
keersagent die het verkeer regelt op
het kruispunt van de Douglas en Mus-
grave Streets te Port Moresby voor
komt. De geportretteerde agent is Ra-
gas Amis Matia uit Antil village (Kaia-
pit-district).
De hoofdredacteur van „Het Damspel",
de heer J. F. Moser heeft de damliteratuur
met een zak-encyelopedie voor dammers
verrijkt.
Bijzonder leerzaam zijn de middenspel
studies en de combinaties voor partij spe
lers. Volledig uitgewerkt vindt men er de
beruchte Woldouby-stelling.
damevleugel boven die van de konings
vleugel is niet zonder gevaar, omdat
wit de e-lijn kan bezetten, alvorens de
zwarte rochade mogelijk is. Dit werd en
kele jaren geleden duidelijk gedemon
streerd in een correspondentiepartij Hör-
bergKotov, waarin geschiedde: 8)
Pf6. 9) Tel d6. 10) Pd5! welk stukoffer
zodanige aanvalskansen bleek te geven,
dat de Russische grootmeester zelfs in de
rust van zijn studeerkamer niet de juiste
afweer kon vinden. Misschien was die
partij de aanleiding, dat Donner het thans
anders doet. 8)d7-d6. 9) Tfl-el Pb8-d7.
10) a2-a4! Zeer sterk; na 10) b4.
11) Pa2 a5. 12) c3 bc3:. 13) Pc3: komt er
sterk een wit paard op b5. Vandaar: 10)
b5xa4. 11) Talxa4 Het is interes
sant te zien, hoe deze toren al gauw gaat
meedoen aan de koningsaanval. 11)
Pg8-f6? Volgens de analyses na afloop is
dit de directe oorzaak van zwarts moeilijk
heden; beter was eerst Re7. Nu komt het
ons reeds bekende offer (vgl opmerking bij
zet 8).
Zwart: DONNER
000°00000<X)00000Q0(X>00<^^
Zwart: 12, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23, 24, 26.
Wit: 25, 27, 28, 30, 32, 33, 34, 35, 37, 38.
Wit speelt en wint.
OÓOOOGOOCOooOOOOCx.'X 'OOCOOOOOOOOOOOOOOOOOOÖOOOOOOOOOOOOOOC
jCXXXXXXX5000000000000000000000000000000000000C
(vi
^COOOOOCXXXXX)OOOOOCOOOOOC>OOOOOOOOOC>OOOOOOOOOOC
WW/;. ^777%/. $7777%,
^^^^OÖÖOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOCOOOOOOOOOC
Zwart: 2, 6, 13, 14, 15, 18, 21, 23, 25, 28.
Wit: 31, 34, 35, 36, 38, 39, 42, 43, 48, 50.
Deze fraaie winst, uitgevoerd door de in
1939 overleden Nederlandse grootmeester
Jack de Haas, is een nagedachtenis aan een
van onze grootste vooroorlogse meesters.
Wit wint door: 1) 38—33 18—22 of? 2)
33—29 13—18 of 3) 31^—27 21x32 4) 88—33
28x30 5) 35x24 23x34 6) 24—20 15x24 7)
43—38 48x10.
Vanzelfsprekend heeft Moser veel aan
dacht besteed aan het eindspel en de eind
spelcompositie. Vooral de twee om twee
eindspelen zijn leerzaam en interessant.
3060000'^00'>*0000000<*'rv OOOOOCV-
J. F. Moser
Wit: DÉLY
12) Pc3-d5! e6xd5. 13) e4xd5| ....Zwart
heeft nu de keuze tussen drie mogelijk
heden: a) vluchten met Kd8 waarna de
witte aanval geweldig wordt; b) spelen op
voorlopige handhaving van het materiële
voordeel met Re7. Het bulletin geeft hier
de volgende variant: 14) Pf5 Pg8 N.B. Als
zwart 11) Re7 had gèspeeld, zou hij
twee tempo's hebben uitgespaard en het
slachtoffer daardoor vooralsnog onmoge
lijk hebben gemaakt. 15) Tae4 (vgl opmer
king ad 11de zet) Pe5. 16) Te5:! de5:. 17)
d6 enz.; c) teruggeven van het stuk Don
ner besluit tot het laatste. 13)Pd7-e5.
14) f2-f4 0-0-0. 15) f4xe5 d6xe5. 16) Telxe5!
Het tweede verrassende offer. Na 16).
De5: volgt 17) Tc4t K d7. 18) Rf4 Dh5.
19) Tc7tKe8. 20) Delf enz. 16) Rf8-d6.
17) Te5-e3 Kc8-b8. 18) Te3-c3 Dc7-d7. Een
zwakke speler zou nu vermoedelijk a tem
po 19) Pc6t spelen, maar dan van een
koude kermis thuiskomen wegens 19)
Rc6: en na a) 20) dc6:? Rc5t en zwart wint
de iVfitt® 'dan** -b) 20)ff c6? Ap&k 21) dc6:
Rc5,i,benevens .Tdl: BI§kbahr is .19) Pc6t
dus niet mogelijk. Maar nu\solgt de-derde
verrassing 19) Pd4-c6t! Rb7xc6. 20) Ta4xa6!
De pointe van dit derde offer is, dat
na 20)Rb7. 21) Td6: Dd6:. 22) Rf4 mo
gelijk is Vandaar: 20) Rc6xd5 met de
bedoeling te vervolgen met ':21) Td6: Dd6:.
22) Rf4 Df4:! 23) gf4: Rg2: en zwart heeft
voldoende materiële compensatie voor' de
dame. 21) Ta6-b6t! Rd5-b7. Nu dreigt weer
Rc5f. 22) DdlxdO! Wederom een offer.
22) Dd7xd6. 23) Tb6xb7t Kb8-a8. 24)
Tb7-b4t Het juiste aftrekschaak, om
dat na Ta3f dreigt, zonder dat de toren
kan worden geslagen. Zwart gaf het op;
zie 24) Ka7. 25) Ta3f Da6. 26) Tb7t
Ka8. 27) Ta6: mat.
Moge de offerbereidheid van de witspeler
tot voorbeeld strekken van alle Sinter-
M t klaasvierders!
Mr. Ed. Spanjaard
V
ooooxx»cx»oooco30oomoo50ooooc£ocoooooo<»oco<x»ooooococ
Wit twee stukken op 11 en 26.
Zwart twee stukken op 18 en 30.
Wit speelt en wint.
De problematiek krijgt in hoofdstuk 6
een groot aandeel van het 325 bladzijden
tellend boek. Hieronder volgen een oud
en een nieuw probleem.
C. Manoury (jaartal 1770) met Turkse
slag.
Zwart: 2 dammen op 9 en 46, stukken op
10 en 30.
Wit: stukken op 28, 29, 32, 33, 37, 43.
Auteur A. Pennings te 's-Hertogenbosch.
Zwart: 8, 9, 29, 30, 35, 38.
Wit: 18, 32, 37, 43, 45, 50.
Voor beide vraagstukken geldt: wit speelt
en wint.
Het komt ons voor dat deze zak-ency-
clopedie een aardig St. Nicolaasgeschenk
zou kunnen zijn.
Het adres van de uitgeverij is „In Den
Toren", Bremstraat 11, Baarn, Postbus 34.
Onze nationale kampioen Donner heeft
het er in Boedapest niet zo goed afge
bracht. Twee zware toernooien pal achter
elkaar is ook bepaald teveel van het goede.
En daarbij had hij aan de lopende band
tegenstanders van de hoogste kwaliteit te
bestrijden, hoewel deze niet allen tot de
bekende topklasse behoorden.
Hoe weinig dit zegt, moge onderstaande
werkelijk schitterende partij leren. De
jonge Hongaarse witspeler Dély wie
hoorde vóór Boedapest ooit van hem?
blijkt een uitzonderlijk begaafd aanvals-
speler te zijn. Een naam om niet te ver
geten en een partij om na te spelen!
Wit: P. Dély; Zwart: J. H. Donner.
Paulsen-variant van het Siciliaans.
1) e2-e4 c7-c5. 2) Pgl-f3 e7-e6. 3) d2-d4
c5xd4. 4) Pf3xd4 a7-a6. 5) Pbl-c3 Dd8-c7.
6) g2-g3 b7-b5. 7) Rfl-g2 Rc8-b7. 8) 0-0
De gehele opzet van zwart het laten
prevaleren van de ontwikkeling van de
A C O L
Over het vermaarde Engelse bied-
systeem Acol is een nieuw boek verschenen
dat heet „The Acol System Today" (Ed
ward Arnold Publishers Ltd, London; 18
sh.). De schrijvers Nzijn Engelands eerste
bridgespeler Terence Reese en zijn kun
dige assistent en topspeler Albert Dormer.
Het is goed, dat dit ook in Nederland zo
populaire biedsysteem zich weer eens in
zijn nieuwste gedaante presenteert, zodat
men te zien krijgt hoe de Engelse groot
meesters hun wapen hanteren. Met veel
genoegen heb ik kennis genomen van het
feit dat Reese de „zwakke Sans" thans
niet kwetsbaar ook tot 12-14 punten heeft
gebracht, maar nóg meer plezier heb ik
gehad van opvattingen kennis te nemen,
die men onder andere in de „Quiz no. 19"
beschreven vindt. Ik citeer:
51. ♦A5CH98O7324-AB10 55
55. *V83<?760HV2*AVB32
Op deze spellen opent men „1 klaveren"
zegt Reese en dat zal voor vele Neder
landse Acol-betweters een héle klap zijn.
Want sinds enkele jaren kennen wij in
Nederland een zogenaamde Acol-school,
die vertelt dat men elk spel dat 12-14
punten telt en dat een evenwichtige kaart-
verdeling heeft, met 1 Sansatout moet
openen.
Ik heb tegen deze ongezonde opvatting
sinds lang stelling genomen, want een der
gelijke aanpak van het bridgespel berust
niet op logica, doch op punten-optelsom-
metjes.
Op blz. 25 van dit boek gaat Reese nog
verder en zegt daar onder andere: „Een
herbieding van 1 Sansatout toont een ge
zond openingsbod, ongeveer 13 tot 15 pun
tenSoms ook is er geen betere her
bieding dan 1 Sansatout op een dunne 16-
punten spel".
Hierbij erkent Reese dus duidelijk, dat
er evenwichtige spellen (4, 3, 3, 3 en 4, 4,
3, 2 en 5, 3, 3, 2) zijn, die qua punten zowel
voor een kleurbod als voor 1 Sans-opening
in aanmerking komen een stelling die
ik altijd verdedigd heb, maar die natuur
lijk niet geliefd is bij de puntentellers. Het
is natuurlijk ook wel moeilijker om te
bieden als Reese adviseert, want tellen
alleen is niet meer voldoende, men moet
zelfs inzicht in kaartverdeling en -taxatie
hebben.
De schrijvers hebben evenmin vergeten
een aanzienlijk deel te wijden aan net
onderwerp „Als de tegenstanders tussen
bieden". Het is goed er eens op te wijzen,'
dat bridgeboeken die dit niet behandelen
er blijkbaar van uit gaan, dat men vóór
het bieden de tegenstanders éérst om zeep
kan brengen alvorens zelf met 1 klaver-
1 ruiten-1 harten te kunnen voortzetten.
Het is ook wel aardig eens te vernemen,
waarvan de naam „Acol" komt. Het is
helemaal géén samenstelling van eerste
letters van woorden, doch ontleend aan de
naam van de „Acol-club" alwaar de eerste
Acolspelers bijeen kwamen in Londen.
Deze Acolclub was gelegen op de Acol-
road en deze Acol-road was genoemd naar
een streek noordelijk van Londen, alwaar
Acol véél voorkwam want via acol-
eichholz (Duits), komen we bij „eikenhout",
de oorspronkelijke betekenis van het
woord.
Het nieuwe Acolboek is bepaald geen
werk voor beginners, maar voor hen die
talent hebben en die al een hele boel van
bridge afweten, is het een duidelijke nut
tige handleiding op de weg naar beter
bridge. Als u werkelijk wilt beweren
„Acol" te spelen moet u het lezen mis
schien komt er nog wel een Nederlandse
vertaling óók van.
Bridgevraag dezer week: Zuid gever,
niemand kwetsbaar. De zuidspeler heeft
B 8 6 f? A 8 7 O 10 8 H B 9 4
Het bieden gaat: zuid pas - west 1 kla
veren - noord doublet - oost 1 ruiten -
zuid 1 schoppen - west pas - noord 3
schoppen - oost pas - wat moet zuid thans
doen
•paap je Clq uep
uScuejjaA aaaui jam uam geut uiaq uba
'S 9 A 2 A V O SHéb »SAH»
:peq Jaujjed aa 'uajjizut jjftjajjjjeuiaS
3ou aa uaddoips f ubij si oz ;ep s(b sjjaz
„uajjiz hui jajqoe pM jbz uajaABjij uba
muoja-sbv" )ep jueqijej Sujjauapaj ap jba
-a jjfijaSJap uaa ui si jbjooa "uaAa3 poui
jfBUi Sou uaddoips aj> ap pmz jep 'uapoqaS
H-iajs oz jjaaq pjooN uaqqai, 3uuapuoA\aq
spuBuiaiu uo5i iep ua aped japdspmz
asuBJjt aa '(0961) ufijnx a) apeiduiAjo
-aêpijq ap uapfij eijijauivi([pJiUBJ^
pfijppaAi uaa ui jooa uibauj pds pa
SeejAaSpuq asqfipipM do pjooAV}uy
IN PIEMONT, dat tot nu toe op archeo
logisch terrein geen betekenis had, zijn
door de werklozen Romeinse amfitheaters
en bouwwerken van de oude Grieks-Ro
meinse stad Libarna blootgelegd.
Verrassingen vond men ook in Romagna
en speciaal in Comacchio, waar de beste
paling van Italië gevangen wordt. Hier
vond men over een oppervlakte van 20.000
vierkante meter verspreid 264 Grieks-
Etruskische graven en steden, zoals Meva-
niola en Velleia.
In Latium bij Cerveteri en Tarquina,
werden eveneens Etruskische graven ont
dekt, waardoor bijzondere en onbekende
feiten over. het sociale en religieuze leven
in Zuid-Etrurië aan het licht kwamen; in
Abruzzië in Sulmone legde men de villa
van de dichter Ovidius bloot, in Apulië
de oude stad Cannae gelegen op de vlakte
waar Hannibal de Romeinen versloeg.
Bij al deze opgravingen zijn ook verte
genwoordigers van het Italiaans Istituut
voor Menselijke Paleontologie aanwezig,
die door middel van duizenden fr-gmen-
ten de ontwikkeling van de mens in de
verschillende stadia trachten na te gaan.
Het verwekt nauwelijks verbazing, dat
dit project zoveel succes heeft in een land
als Italië, dat de sporen van de rijke en
betrekkelijk jonge Romeinse beschaving
draagt. Maar het Romeinse Rijk strekte
zich uit ver over de grenzen van Italië en
de vestigingen ervan liggen verborgen in
andere landen van Europa, Noord-Afrika
en het Nabije Oosten.
In veel landen is er werkloosheid; deze
mensen hebben hulp nodig, vragen om
brood en werk. Zij zouden ongetwijfeld
graag de helpende hand bieden aan mo
derne historici en oude culturen.
Volgens „Barbanera" een Italiaanse
variant op onze Enkhuizer almanak
die zijn naam ontleent aan een legenda
rische astroloog, zal de mens in 1962 op
de maan landen, zal Kroesjtsjev geen
kernbommen meer laten ontploffen en zal
„iedereen" in financieel opzicht een bui
tengewoon voorspoedig jaar tegemoet
gaan.
In de almanak voor 1962, die deze week
is verschenen, wordt gezegd, dat:
de kernenergie volgend jaar niemand
ernstig zal behoeven te verontrusten.
de eerste mens in juni op de maan zal
landen.
er in januari vele aardbevingen zijn,
maar geen doden.
in februari een grote wetenschappelijke
uitvinding bekendgemaakt zal worden.
Barbanera voorspelt voorts dat in no
vember „de dood van een grote persoon
lijkheid een ernstig verlies voor de weten
schap zal betekenen".
(Vervolg van pag. 2)
drs. Beijers en „Wereld der beroepen"
door dr. S. Wiegersma, een trilogie vormt
waarin geen enkel onderdeel van informa
tie onvermeld bleef.
Dit boek werd speciaal geschreven voor
opvoeders om hen te oriënteren over con
crete pedagogische probleemsituaties die
bij de beroepskeuze kunnen ontstaan. Het
is een boeiend boek geworden dat zeer
uitvoerig allerlei vragen stelt en beant
woordt. Naast zeer verhelderende be
schouwingen vindt men een lijst van alle
bureaus en personen die zich met beroeps
keuze-advies bezig houden. Een waardevol
boek.
D
0
„BRRRR, WAT IS IN Holland het
weer toch altijd vies", mopperde Zwar
te Piet tegen Sinterklaas. „Ik zal een
heleboel blij zijn als we weer in Spanje
zijn".
„Piet, Piet", lachte de Sint, ,-,je moet
dat mopperen toch eens afleren en je
moet niet zeggen ,een heleboel blij"
Je moet zeggen „érg blij".
„O ik vind die nare taal ook zo moei
lijk", klaagde Piet en hij trok een heel
lelijk gezicht.
Sinterklaas lachte maar eens goedig
om die mopperaar van een knecht van
'm. „Pietje, Pietje, nou mopper je weer
op de taal en daarnet op het weer en
gisteren op het paard. Waar ga je nou
straks over mopperen? Ik denk dat het
komt omdat je al een dagje ouder
wordt".
„O nee, o neenee Sinterklaas", zei
Zwarte Piet angstig, want hij was bang
dat de Sint hem het volgend jaar niet
meer mee zou nemen. „Ik ben nog he
lemaal niet oud en ik klim nog snel
over het dak en ik duik nog in alle
schoorstenen. Ik doe mijn werk veel
beterder dan Trapadoelie".
„Je moet niet zeggen beterder, maar
beter", zei Sinterklaas „en je mag ook
geen kwaad spreken van Trapadoelie,
want dat is een zeer goede knecht".
JA, NU KEEK ZWARTE Piet erg op
zijn zwarte neus. „Maar Trapadoelie is
veel te dik om in schoorstenen te krui
pen", pruttelde hij. Maar St. Nicolaas
gaf hem geen antwoord meer. Wel
glimlachte de goedheiligman en hij had
ineens een beetje pret, maar dat had
Zwarte Piet niet in de gaten.
„Kom Piet", zei de Sint toen, „we
moeten een beetje voortmaken, want er
moeten nog een heleboel kinderen een
cadeautje hebben vannacht".
Vlug pakte Piet de zware zak van de
grond en hij volgde de Sint die zijn bril
een beetje rechter op zijn neus zette en
in het grote boek begon te bladeren.
„Ahaa", zei Sinterklaas, „we moeten
eerst maar eens naar het huis van Kees
je de Groot gaan. Dat is een erg lief
ventje en daarom moet je die maar het
allermooiste speelgoed uit de zak ge
ven".
„Waar woont Keesje, Sinterklaas",
vroeg Piet.
„Kijk daar in dat grote huis", wees
Sinterklaas „Het heeft een erg hoog
dak, daarom blijf ik met het paard op
de straat staan. We wachten wel op je".
„Goed Sint", zei Zwarte Piet en hij
begon tegen de regenpijp van het huis
van Keesje te klimmen.
KLIMMEN DAT KON die Piet en hij
schoot dan ook vlug op. Na vijf minu
ten stond hij al in de dakgoot. Daarna
klom hij tegen de dakpannen op en al
gauw was hij verdwenen op het dak.
Maar wat deed Sinterklaas nu? Hij
bleef niet wachten, niets hoor, Sinter
klaas ging op zijn paard zitten, fluister
de het trouwe dier wat in zijn witte
oren en daar ging het paard!
Met een geweldige sprong vloog het
paard op een laag dak. Daarna nam
het weer zo'n sprong naar een dak dat
een beetje hoger was. Zo sprong het
sterke dier wel vijf keer, toen stond de
Sint op het zelfde dak waar Piet op
geklommen was. Sint Nicolaas bond
zijn paard aan een televisiemast vast
en ging toen op zijn gemak zitten wach
ten.
„We zullen Zwarte Piet eens een les
je geven", mompelde de Sint in zich
zelf. „Dat heeft dij mopperpot wel ver
diend".
De Sint hoefde niet lang te wachten,
want opeens hoorde hij een benauwd
gesnik. Even later hoorde hij nog
harder huilen en toen, toen hoorde hij
iemand heel hard roepen.
VLUG SLOOP Sinterklaas naar een
schoorsteen die op het dak stond. Toen
pakte hij een zaklantaarn en scheen
daarmee in de schoorsteen. En wat zag
de Sint?? Hij zag Zwarte Piet! Maar o,
wat zag die Piet eruit; de tranen rol
den hem over de wangen en hij rolde
zo met zijn ogen, dat je alleen maar
wit zag.
„Wat is er Piet?" vroeg Sinterklaas,
maar hij wist best wat er aan de hand
was.
„O, Sint, o, Sint", huilde Piet toen hij
de goedheiligman boven zich in de
schoorsteen zag kijken, „o, Sint, het is
zóóóó erg, zo vréééselijk erg", Piet
hikte en snikte maar vertelde hele
maal niet wat er nu eigenlijk gebeurd
was.
„Kom Piet", zei de Sint een beetje
ongeduldig, „vertel nu eens gauw wat
er aan de hand is".
„Ik durréf niet, ik durréf niet", snik
te Piet en hij keek met een erg onge
lukkig gezicht naar zijn baas.
„Nu moet je me het gauw vertellen
Piet", mopperde Sint Nicolaas, „anders
maak ik pepernoten van je als we weer
in Spanje zijn".
Nu was Zwarte Piet erg bang en
daarom zei hij vlug:
„O beste Sint, ik kan er heus echt
helemaal niets niks aan doen, maar ik
sprong in deze schoorsteen en ineens
bleef ik vast zitten. Ik kan niet meer
naar beneden en ik kan niet meer naar
boven. Ik kan niet meer vooruit en ook
niet achteruit. O, o, o, ooo!"
Daar begon Piet weer een potje te
huilen.
„Dat is niet zo best", zei Sinterklaas,
„dan zal ik alleen verder moeten gaan
en jou maar in de schoorsteen laten
zitten, daar zit niets anders op",. Fin
de Sint deed net of hij weg wilde lo
pen.
MAAR NU SCHREEUWDE Piet zo
vreselijk hard, dat de Sint bang werd
dat hij de hele straat wakker zou
schreeuwen en daarom boog hij zich
maar weer gauw over de schoorsteen.
„O, Sint, niet weggaan", huilde Piet,
Nu vond de goedheiligman dat hij zijn
knecht lang genoeg geplaagd had en
daarom zei hij: „Piet, je bent een dom
oor. Als je eerst eens goed gekeken
had, dan had je gezien dat er op het
huis van Keesje geen gewone schoor
steen staat, maar een schoorsteen die
steeds smaller wordt. Spreek maar nooit
kwaad meer van Trapadoelie, want je
bent zelf te dik om in schoorstenen te
klimmen, dat zie je wel!"
„Ja Sinterklaas, nee Sinterklaas", zei
Piet en hij had werkelijk vee] spijt.
„Mooi zo", vond Sinterklaas, „dan
zal ik je maar een handje helpen".
Nu gooide de Sint een touw naar Piet
en een eind van het touw bond hij aan
het paard vast. Het schimmeltje begon
te trekken en even later stond Piet met
trillende benen naast Sinterklaas.
„IK BEN HEEL zeer erg veel ge
schrikt Sinterklaas", zei hij, maar de
Sint had toch niet veel medelijden met
hem. „Heb je nu het cadeautje van
Keesje niet vergeten Piet?" vroeg hij
Piet keek heel beschaamd naar de pun
ten van zijn schoenen: „Sinterklaas
Piet veel spijt, maar de zak is ge
scheurd in stout schoorsteen en nu alle
cadeautjes in kamer van Keesjes moe-
der geval", zei hij zachtjes.
Maar gelukkig voor Piet was de Sint
helemaal niet kwaad. „Keesje is een
braaf iongetje", zei hij „en daarom is
het niet erg dat hij wat veel cadeautjes
heeft gekregen." Zo kwam het dat
Keesje de volgehde ochtend een hele
boel pakjes onder de schoorsteen vond
Alleen was zijn moeder een beetje
kwaad op Zwarte Piet. omdat er deze
keer wel een heleboel roet uit de
schoorsteen was gevallen.
BINNENKORT zullen jongens en
meisjes in vele landen de spannende
avonturen van Nils Holgersson, de
kleine, blonde stoere held uit een boek
van Selma Lagerlöf kunnen delen, om
dat dan de film naar het boek „De
Avonturen van Nils" gereed zal komen.
Het verhaal vertelt hoe Nils op de rug
van een gans een vlucht maakt van zijn
geboorteplaats in het zuiden van Zwe
den naar de ijsvlakten van het noorde
lijke gedeelte van Lapland. De film
wordt in kleuren gemaakt, en heeft bij
elkaar vier jaar van voorbereiding ge
vergd.
De regisseur van de film, Kenne Fant,
heeft een Frans deskundige Albert La-
morisse in dienst genomen, wiens film
„Le Voyage en Ballon" (Reis per bal
lon) de reis beschrijft, die een Franse
jongen met zijn oom in een ballon over
Frankrijk maakt. De avonturen van
Nils worden vanuit een helikopter op
een hoogte van vijf of tien meter boven
de grond gefilmd. De rol van Nils zal
door een negenjarige jongen gespeeld
worden, die uit 10.400 kandidaten geko
zen is. Een echte gans is al vier maan
den in training voor de rol van de ge
vleugelde gids.