FILATELIE D 11 I B&H DE MOPPERENDE ZWARTE PIET en de schoorsteer van Keesje Dammen MÈ^ 41i ge ZATERDAG 2 DECEMBER 1961 Erbij PAGINA VIT o r/M. nn nn nn wm. P m VILLA VAN OVIDIUS IN SULMONE BLOOTGELEGD „Barbanera" voorspelt maanreis in 1962 NIEUWE PSYCHOLOGISCH E- EN ANDERE UITGAVEN Jan Nelissen Film van Nils Holgersson NEDERLAND. De Koninklijke Neder landse Centrale Vereniging tot Bestrij ding der Tuberculose heeft haar jaar lijkse kerstzegel het licht doen zien. De zegels zijn voor vijf cent per stuk en per boekje van honderd exemplaren voor vijf gulden, verkrijgbaar bij de plaatselijke bureaus van deze vereni ging. De Kerstzegel is geen postzegel en kan dus niet voor frankering wor den gebruikt. Door het kopen van deze zegel steunt men de strijd tegen de tu berculose. In vele landen vooral in de Verenigde Staten is het verzame len van Kerstzegels, die door 65 landen worden uitgegeven, zeer populair. WEST-DUITSLAND. Gelijktijdig met de waarden 50 en 80 pf. zal in de nieuwe serie frankeerzegels met de beel tenissen van beroemde Duitsers een ze gel van 70 pf. donkergroenop 1 de- cmber a.s. verschijnen. De zegel toont het portret van Beethoven (1770-1827). HONGARIJE. De Hongaarse poste rijen hebben een serie van acht waar den het licht doen zien met afbeeldin gen van medicinale en industrie plan ten: 20 f. monnikskap, 30 f. duizend- guldenkruid, 40 f. zwaardlelie, 60 f. doornappel, 1 ft. stokroos, 1,70 ft. hop, 2 ft. klaproos en 3 ft. koningskaars. GRIEKENLAND. Honderd jaar ge leden werd de eerste Griekse postzegel uitgegeven. Dit feit zal worden her dacht door de uitgifte van een serie, bestaande uit zeven waarden: 20, 50 lepta en 1J0, 2, 50, 4,50, 6 en 10 drach men. Op alle zegels is de eerste Griekse postzegel, uitgifte 1861, met de afbeel ding van de kop van Mercurius, gere produceerd. Eerste dag: 20 december as. EGYPTE. Ter gelegenheid van de Dag van het Onderwijs zal binnenkort een postzegel van 10 mills (geelbruin) in omloop worden gebracht met als voorstelling symbolen van kunst en we tenschap. De zegel is ontworpen door Ramzy Labib. Voor het gebruik in de Gaza-strook (Palestina) komt de zegel in een bruine kleur uit. F1DZJI-EILANDEN. Een nieuwe se rie frankeerzegels is op de Britse eilan dengroep in Polynesië verschenen: 'Isd. en 2 d. een Annigoni-portret van ko ningin Elizabeth II, 6 d. een inlandse die op een trom slaat, 1 sh. een kaart van de Zuid-Pacific, waarop de ligging van de Fidzji-Eilanden ten opzichte van de naburige eilanden is aangegeven, 2 sh. 6 d. het nieuwe internationale vlieg veld Nadi, 10 sh. twee mannen bezig met het kappen van suikerriet. Op de hoogste waarde, de 1 pond, komt het wapen van de Fidzji-Eilanden voor. De waarden van 6 d. tot 1 pond dragen tevens het portret van koningin Eliza beth. PHILIPPIJNEN. Ter ere van de re geringsambtenaren zullen op 9 decem ber a.s. twee postzegels worden uitge geven. Het zijn een 6 en een 10 centavo, die beide een jonge ambtenaar aan de schrijfmachine laten zien. PAPOEA EN NIEUW-GUINEA. Begin volgend jaar zal de koerserende serie frankeerzegels worden aangevuld met een zegel van 3 sh. waarop een ver- -■ '-v.v. keersagent die het verkeer regelt op het kruispunt van de Douglas en Mus- grave Streets te Port Moresby voor komt. De geportretteerde agent is Ra- gas Amis Matia uit Antil village (Kaia- pit-district). De hoofdredacteur van „Het Damspel", de heer J. F. Moser heeft de damliteratuur met een zak-encyelopedie voor dammers verrijkt. Bijzonder leerzaam zijn de middenspel studies en de combinaties voor partij spe lers. Volledig uitgewerkt vindt men er de beruchte Woldouby-stelling. damevleugel boven die van de konings vleugel is niet zonder gevaar, omdat wit de e-lijn kan bezetten, alvorens de zwarte rochade mogelijk is. Dit werd en kele jaren geleden duidelijk gedemon streerd in een correspondentiepartij Hör- bergKotov, waarin geschiedde: 8) Pf6. 9) Tel d6. 10) Pd5! welk stukoffer zodanige aanvalskansen bleek te geven, dat de Russische grootmeester zelfs in de rust van zijn studeerkamer niet de juiste afweer kon vinden. Misschien was die partij de aanleiding, dat Donner het thans anders doet. 8)d7-d6. 9) Tfl-el Pb8-d7. 10) a2-a4! Zeer sterk; na 10) b4. 11) Pa2 a5. 12) c3 bc3:. 13) Pc3: komt er sterk een wit paard op b5. Vandaar: 10) b5xa4. 11) Talxa4 Het is interes sant te zien, hoe deze toren al gauw gaat meedoen aan de koningsaanval. 11) Pg8-f6? Volgens de analyses na afloop is dit de directe oorzaak van zwarts moeilijk heden; beter was eerst Re7. Nu komt het ons reeds bekende offer (vgl opmerking bij zet 8). Zwart: DONNER 000°00000<X)00000Q0(X>00<^^ Zwart: 12, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23, 24, 26. Wit: 25, 27, 28, 30, 32, 33, 34, 35, 37, 38. Wit speelt en wint. OÓOOOGOOCOooOOOOCx.'X 'OOCOOOOOOOOOOOOOOOOOOÖOOOOOOOOOOOOOOC jCXXXXXXX5000000000000000000000000000000000000C (vi ^COOOOOCXXXXX)OOOOOCOOOOOC>OOOOOOOOOC>OOOOOOOOOOC WW/;. ^777%/. $7777%, ^^^^OÖÖOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOCOOOOOOOOOC Zwart: 2, 6, 13, 14, 15, 18, 21, 23, 25, 28. Wit: 31, 34, 35, 36, 38, 39, 42, 43, 48, 50. Deze fraaie winst, uitgevoerd door de in 1939 overleden Nederlandse grootmeester Jack de Haas, is een nagedachtenis aan een van onze grootste vooroorlogse meesters. Wit wint door: 1) 38—33 18—22 of? 2) 33—29 13—18 of 3) 31^—27 21x32 4) 88—33 28x30 5) 35x24 23x34 6) 24—20 15x24 7) 43—38 48x10. Vanzelfsprekend heeft Moser veel aan dacht besteed aan het eindspel en de eind spelcompositie. Vooral de twee om twee eindspelen zijn leerzaam en interessant. 3060000'^00'>*0000000<*'rv OOOOOCV- J. F. Moser Wit: DÉLY 12) Pc3-d5! e6xd5. 13) e4xd5| ....Zwart heeft nu de keuze tussen drie mogelijk heden: a) vluchten met Kd8 waarna de witte aanval geweldig wordt; b) spelen op voorlopige handhaving van het materiële voordeel met Re7. Het bulletin geeft hier de volgende variant: 14) Pf5 Pg8 N.B. Als zwart 11) Re7 had gèspeeld, zou hij twee tempo's hebben uitgespaard en het slachtoffer daardoor vooralsnog onmoge lijk hebben gemaakt. 15) Tae4 (vgl opmer king ad 11de zet) Pe5. 16) Te5:! de5:. 17) d6 enz.; c) teruggeven van het stuk Don ner besluit tot het laatste. 13)Pd7-e5. 14) f2-f4 0-0-0. 15) f4xe5 d6xe5. 16) Telxe5! Het tweede verrassende offer. Na 16). De5: volgt 17) Tc4t K d7. 18) Rf4 Dh5. 19) Tc7tKe8. 20) Delf enz. 16) Rf8-d6. 17) Te5-e3 Kc8-b8. 18) Te3-c3 Dc7-d7. Een zwakke speler zou nu vermoedelijk a tem po 19) Pc6t spelen, maar dan van een koude kermis thuiskomen wegens 19) Rc6: en na a) 20) dc6:? Rc5t en zwart wint de iVfitt® 'dan** -b) 20)ff c6? Ap&k 21) dc6: Rc5,i,benevens .Tdl: BI§kbahr is .19) Pc6t dus niet mogelijk. Maar nu\solgt de-derde verrassing 19) Pd4-c6t! Rb7xc6. 20) Ta4xa6! De pointe van dit derde offer is, dat na 20)Rb7. 21) Td6: Dd6:. 22) Rf4 mo gelijk is Vandaar: 20) Rc6xd5 met de bedoeling te vervolgen met ':21) Td6: Dd6:. 22) Rf4 Df4:! 23) gf4: Rg2: en zwart heeft voldoende materiële compensatie voor' de dame. 21) Ta6-b6t! Rd5-b7. Nu dreigt weer Rc5f. 22) DdlxdO! Wederom een offer. 22) Dd7xd6. 23) Tb6xb7t Kb8-a8. 24) Tb7-b4t Het juiste aftrekschaak, om dat na Ta3f dreigt, zonder dat de toren kan worden geslagen. Zwart gaf het op; zie 24) Ka7. 25) Ta3f Da6. 26) Tb7t Ka8. 27) Ta6: mat. Moge de offerbereidheid van de witspeler tot voorbeeld strekken van alle Sinter- M t klaasvierders! Mr. Ed. Spanjaard V ooooxx»cx»oooco30oomoo50ooooc£ocoooooo<»oco<x»ooooococ Wit twee stukken op 11 en 26. Zwart twee stukken op 18 en 30. Wit speelt en wint. De problematiek krijgt in hoofdstuk 6 een groot aandeel van het 325 bladzijden tellend boek. Hieronder volgen een oud en een nieuw probleem. C. Manoury (jaartal 1770) met Turkse slag. Zwart: 2 dammen op 9 en 46, stukken op 10 en 30. Wit: stukken op 28, 29, 32, 33, 37, 43. Auteur A. Pennings te 's-Hertogenbosch. Zwart: 8, 9, 29, 30, 35, 38. Wit: 18, 32, 37, 43, 45, 50. Voor beide vraagstukken geldt: wit speelt en wint. Het komt ons voor dat deze zak-ency- clopedie een aardig St. Nicolaasgeschenk zou kunnen zijn. Het adres van de uitgeverij is „In Den Toren", Bremstraat 11, Baarn, Postbus 34. Onze nationale kampioen Donner heeft het er in Boedapest niet zo goed afge bracht. Twee zware toernooien pal achter elkaar is ook bepaald teveel van het goede. En daarbij had hij aan de lopende band tegenstanders van de hoogste kwaliteit te bestrijden, hoewel deze niet allen tot de bekende topklasse behoorden. Hoe weinig dit zegt, moge onderstaande werkelijk schitterende partij leren. De jonge Hongaarse witspeler Dély wie hoorde vóór Boedapest ooit van hem? blijkt een uitzonderlijk begaafd aanvals- speler te zijn. Een naam om niet te ver geten en een partij om na te spelen! Wit: P. Dély; Zwart: J. H. Donner. Paulsen-variant van het Siciliaans. 1) e2-e4 c7-c5. 2) Pgl-f3 e7-e6. 3) d2-d4 c5xd4. 4) Pf3xd4 a7-a6. 5) Pbl-c3 Dd8-c7. 6) g2-g3 b7-b5. 7) Rfl-g2 Rc8-b7. 8) 0-0 De gehele opzet van zwart het laten prevaleren van de ontwikkeling van de A C O L Over het vermaarde Engelse bied- systeem Acol is een nieuw boek verschenen dat heet „The Acol System Today" (Ed ward Arnold Publishers Ltd, London; 18 sh.). De schrijvers Nzijn Engelands eerste bridgespeler Terence Reese en zijn kun dige assistent en topspeler Albert Dormer. Het is goed, dat dit ook in Nederland zo populaire biedsysteem zich weer eens in zijn nieuwste gedaante presenteert, zodat men te zien krijgt hoe de Engelse groot meesters hun wapen hanteren. Met veel genoegen heb ik kennis genomen van het feit dat Reese de „zwakke Sans" thans niet kwetsbaar ook tot 12-14 punten heeft gebracht, maar nóg meer plezier heb ik gehad van opvattingen kennis te nemen, die men onder andere in de „Quiz no. 19" beschreven vindt. Ik citeer: 51. ♦A5CH98O7324-AB10 55 55. *V83<?760HV2*AVB32 Op deze spellen opent men „1 klaveren" zegt Reese en dat zal voor vele Neder landse Acol-betweters een héle klap zijn. Want sinds enkele jaren kennen wij in Nederland een zogenaamde Acol-school, die vertelt dat men elk spel dat 12-14 punten telt en dat een evenwichtige kaart- verdeling heeft, met 1 Sansatout moet openen. Ik heb tegen deze ongezonde opvatting sinds lang stelling genomen, want een der gelijke aanpak van het bridgespel berust niet op logica, doch op punten-optelsom- metjes. Op blz. 25 van dit boek gaat Reese nog verder en zegt daar onder andere: „Een herbieding van 1 Sansatout toont een ge zond openingsbod, ongeveer 13 tot 15 pun tenSoms ook is er geen betere her bieding dan 1 Sansatout op een dunne 16- punten spel". Hierbij erkent Reese dus duidelijk, dat er evenwichtige spellen (4, 3, 3, 3 en 4, 4, 3, 2 en 5, 3, 3, 2) zijn, die qua punten zowel voor een kleurbod als voor 1 Sans-opening in aanmerking komen een stelling die ik altijd verdedigd heb, maar die natuur lijk niet geliefd is bij de puntentellers. Het is natuurlijk ook wel moeilijker om te bieden als Reese adviseert, want tellen alleen is niet meer voldoende, men moet zelfs inzicht in kaartverdeling en -taxatie hebben. De schrijvers hebben evenmin vergeten een aanzienlijk deel te wijden aan net onderwerp „Als de tegenstanders tussen bieden". Het is goed er eens op te wijzen,' dat bridgeboeken die dit niet behandelen er blijkbaar van uit gaan, dat men vóór het bieden de tegenstanders éérst om zeep kan brengen alvorens zelf met 1 klaver- 1 ruiten-1 harten te kunnen voortzetten. Het is ook wel aardig eens te vernemen, waarvan de naam „Acol" komt. Het is helemaal géén samenstelling van eerste letters van woorden, doch ontleend aan de naam van de „Acol-club" alwaar de eerste Acolspelers bijeen kwamen in Londen. Deze Acolclub was gelegen op de Acol- road en deze Acol-road was genoemd naar een streek noordelijk van Londen, alwaar Acol véél voorkwam want via acol- eichholz (Duits), komen we bij „eikenhout", de oorspronkelijke betekenis van het woord. Het nieuwe Acolboek is bepaald geen werk voor beginners, maar voor hen die talent hebben en die al een hele boel van bridge afweten, is het een duidelijke nut tige handleiding op de weg naar beter bridge. Als u werkelijk wilt beweren „Acol" te spelen moet u het lezen mis schien komt er nog wel een Nederlandse vertaling óók van. Bridgevraag dezer week: Zuid gever, niemand kwetsbaar. De zuidspeler heeft B 8 6 f? A 8 7 O 10 8 H B 9 4 Het bieden gaat: zuid pas - west 1 kla veren - noord doublet - oost 1 ruiten - zuid 1 schoppen - west pas - noord 3 schoppen - oost pas - wat moet zuid thans doen •paap je Clq uep uScuejjaA aaaui jam uam geut uiaq uba 'S 9 A 2 A V O SHéb »SAH» :peq Jaujjed aa 'uajjizut jjftjajjjjeuiaS 3ou aa uaddoips f ubij si oz ;ep s(b sjjaz „uajjiz hui jajqoe pM jbz uajaABjij uba muoja-sbv" )ep jueqijej Sujjauapaj ap jba -a jjfijaSJap uaa ui si jbjooa "uaAa3 poui jfBUi Sou uaddoips aj> ap pmz jep 'uapoqaS H-iajs oz jjaaq pjooN uaqqai, 3uuapuoA\aq spuBuiaiu uo5i iep ua aped japdspmz asuBJjt aa '(0961) ufijnx a) apeiduiAjo -aêpijq ap uapfij eijijauivi([pJiUBJ^ pfijppaAi uaa ui jooa uibauj pds pa SeejAaSpuq asqfipipM do pjooAV}uy IN PIEMONT, dat tot nu toe op archeo logisch terrein geen betekenis had, zijn door de werklozen Romeinse amfitheaters en bouwwerken van de oude Grieks-Ro meinse stad Libarna blootgelegd. Verrassingen vond men ook in Romagna en speciaal in Comacchio, waar de beste paling van Italië gevangen wordt. Hier vond men over een oppervlakte van 20.000 vierkante meter verspreid 264 Grieks- Etruskische graven en steden, zoals Meva- niola en Velleia. In Latium bij Cerveteri en Tarquina, werden eveneens Etruskische graven ont dekt, waardoor bijzondere en onbekende feiten over. het sociale en religieuze leven in Zuid-Etrurië aan het licht kwamen; in Abruzzië in Sulmone legde men de villa van de dichter Ovidius bloot, in Apulië de oude stad Cannae gelegen op de vlakte waar Hannibal de Romeinen versloeg. Bij al deze opgravingen zijn ook verte genwoordigers van het Italiaans Istituut voor Menselijke Paleontologie aanwezig, die door middel van duizenden fr-gmen- ten de ontwikkeling van de mens in de verschillende stadia trachten na te gaan. Het verwekt nauwelijks verbazing, dat dit project zoveel succes heeft in een land als Italië, dat de sporen van de rijke en betrekkelijk jonge Romeinse beschaving draagt. Maar het Romeinse Rijk strekte zich uit ver over de grenzen van Italië en de vestigingen ervan liggen verborgen in andere landen van Europa, Noord-Afrika en het Nabije Oosten. In veel landen is er werkloosheid; deze mensen hebben hulp nodig, vragen om brood en werk. Zij zouden ongetwijfeld graag de helpende hand bieden aan mo derne historici en oude culturen. Volgens „Barbanera" een Italiaanse variant op onze Enkhuizer almanak die zijn naam ontleent aan een legenda rische astroloog, zal de mens in 1962 op de maan landen, zal Kroesjtsjev geen kernbommen meer laten ontploffen en zal „iedereen" in financieel opzicht een bui tengewoon voorspoedig jaar tegemoet gaan. In de almanak voor 1962, die deze week is verschenen, wordt gezegd, dat: de kernenergie volgend jaar niemand ernstig zal behoeven te verontrusten. de eerste mens in juni op de maan zal landen. er in januari vele aardbevingen zijn, maar geen doden. in februari een grote wetenschappelijke uitvinding bekendgemaakt zal worden. Barbanera voorspelt voorts dat in no vember „de dood van een grote persoon lijkheid een ernstig verlies voor de weten schap zal betekenen". (Vervolg van pag. 2) drs. Beijers en „Wereld der beroepen" door dr. S. Wiegersma, een trilogie vormt waarin geen enkel onderdeel van informa tie onvermeld bleef. Dit boek werd speciaal geschreven voor opvoeders om hen te oriënteren over con crete pedagogische probleemsituaties die bij de beroepskeuze kunnen ontstaan. Het is een boeiend boek geworden dat zeer uitvoerig allerlei vragen stelt en beant woordt. Naast zeer verhelderende be schouwingen vindt men een lijst van alle bureaus en personen die zich met beroeps keuze-advies bezig houden. Een waardevol boek. D 0 „BRRRR, WAT IS IN Holland het weer toch altijd vies", mopperde Zwar te Piet tegen Sinterklaas. „Ik zal een heleboel blij zijn als we weer in Spanje zijn". „Piet, Piet", lachte de Sint, ,-,je moet dat mopperen toch eens afleren en je moet niet zeggen ,een heleboel blij" Je moet zeggen „érg blij". „O ik vind die nare taal ook zo moei lijk", klaagde Piet en hij trok een heel lelijk gezicht. Sinterklaas lachte maar eens goedig om die mopperaar van een knecht van 'm. „Pietje, Pietje, nou mopper je weer op de taal en daarnet op het weer en gisteren op het paard. Waar ga je nou straks over mopperen? Ik denk dat het komt omdat je al een dagje ouder wordt". „O nee, o neenee Sinterklaas", zei Zwarte Piet angstig, want hij was bang dat de Sint hem het volgend jaar niet meer mee zou nemen. „Ik ben nog he lemaal niet oud en ik klim nog snel over het dak en ik duik nog in alle schoorstenen. Ik doe mijn werk veel beterder dan Trapadoelie". „Je moet niet zeggen beterder, maar beter", zei Sinterklaas „en je mag ook geen kwaad spreken van Trapadoelie, want dat is een zeer goede knecht". JA, NU KEEK ZWARTE Piet erg op zijn zwarte neus. „Maar Trapadoelie is veel te dik om in schoorstenen te krui pen", pruttelde hij. Maar St. Nicolaas gaf hem geen antwoord meer. Wel glimlachte de goedheiligman en hij had ineens een beetje pret, maar dat had Zwarte Piet niet in de gaten. „Kom Piet", zei de Sint toen, „we moeten een beetje voortmaken, want er moeten nog een heleboel kinderen een cadeautje hebben vannacht". Vlug pakte Piet de zware zak van de grond en hij volgde de Sint die zijn bril een beetje rechter op zijn neus zette en in het grote boek begon te bladeren. „Ahaa", zei Sinterklaas, „we moeten eerst maar eens naar het huis van Kees je de Groot gaan. Dat is een erg lief ventje en daarom moet je die maar het allermooiste speelgoed uit de zak ge ven". „Waar woont Keesje, Sinterklaas", vroeg Piet. „Kijk daar in dat grote huis", wees Sinterklaas „Het heeft een erg hoog dak, daarom blijf ik met het paard op de straat staan. We wachten wel op je". „Goed Sint", zei Zwarte Piet en hij begon tegen de regenpijp van het huis van Keesje te klimmen. KLIMMEN DAT KON die Piet en hij schoot dan ook vlug op. Na vijf minu ten stond hij al in de dakgoot. Daarna klom hij tegen de dakpannen op en al gauw was hij verdwenen op het dak. Maar wat deed Sinterklaas nu? Hij bleef niet wachten, niets hoor, Sinter klaas ging op zijn paard zitten, fluister de het trouwe dier wat in zijn witte oren en daar ging het paard! Met een geweldige sprong vloog het paard op een laag dak. Daarna nam het weer zo'n sprong naar een dak dat een beetje hoger was. Zo sprong het sterke dier wel vijf keer, toen stond de Sint op het zelfde dak waar Piet op geklommen was. Sint Nicolaas bond zijn paard aan een televisiemast vast en ging toen op zijn gemak zitten wach ten. „We zullen Zwarte Piet eens een les je geven", mompelde de Sint in zich zelf. „Dat heeft dij mopperpot wel ver diend". De Sint hoefde niet lang te wachten, want opeens hoorde hij een benauwd gesnik. Even later hoorde hij nog harder huilen en toen, toen hoorde hij iemand heel hard roepen. VLUG SLOOP Sinterklaas naar een schoorsteen die op het dak stond. Toen pakte hij een zaklantaarn en scheen daarmee in de schoorsteen. En wat zag de Sint?? Hij zag Zwarte Piet! Maar o, wat zag die Piet eruit; de tranen rol den hem over de wangen en hij rolde zo met zijn ogen, dat je alleen maar wit zag. „Wat is er Piet?" vroeg Sinterklaas, maar hij wist best wat er aan de hand was. „O, Sint, o, Sint", huilde Piet toen hij de goedheiligman boven zich in de schoorsteen zag kijken, „o, Sint, het is zóóóó erg, zo vréééselijk erg", Piet hikte en snikte maar vertelde hele maal niet wat er nu eigenlijk gebeurd was. „Kom Piet", zei de Sint een beetje ongeduldig, „vertel nu eens gauw wat er aan de hand is". „Ik durréf niet, ik durréf niet", snik te Piet en hij keek met een erg onge lukkig gezicht naar zijn baas. „Nu moet je me het gauw vertellen Piet", mopperde Sint Nicolaas, „anders maak ik pepernoten van je als we weer in Spanje zijn". Nu was Zwarte Piet erg bang en daarom zei hij vlug: „O beste Sint, ik kan er heus echt helemaal niets niks aan doen, maar ik sprong in deze schoorsteen en ineens bleef ik vast zitten. Ik kan niet meer naar beneden en ik kan niet meer naar boven. Ik kan niet meer vooruit en ook niet achteruit. O, o, o, ooo!" Daar begon Piet weer een potje te huilen. „Dat is niet zo best", zei Sinterklaas, „dan zal ik alleen verder moeten gaan en jou maar in de schoorsteen laten zitten, daar zit niets anders op",. Fin de Sint deed net of hij weg wilde lo pen. MAAR NU SCHREEUWDE Piet zo vreselijk hard, dat de Sint bang werd dat hij de hele straat wakker zou schreeuwen en daarom boog hij zich maar weer gauw over de schoorsteen. „O, Sint, niet weggaan", huilde Piet, Nu vond de goedheiligman dat hij zijn knecht lang genoeg geplaagd had en daarom zei hij: „Piet, je bent een dom oor. Als je eerst eens goed gekeken had, dan had je gezien dat er op het huis van Keesje geen gewone schoor steen staat, maar een schoorsteen die steeds smaller wordt. Spreek maar nooit kwaad meer van Trapadoelie, want je bent zelf te dik om in schoorstenen te klimmen, dat zie je wel!" „Ja Sinterklaas, nee Sinterklaas", zei Piet en hij had werkelijk vee] spijt. „Mooi zo", vond Sinterklaas, „dan zal ik je maar een handje helpen". Nu gooide de Sint een touw naar Piet en een eind van het touw bond hij aan het paard vast. Het schimmeltje begon te trekken en even later stond Piet met trillende benen naast Sinterklaas. „IK BEN HEEL zeer erg veel ge schrikt Sinterklaas", zei hij, maar de Sint had toch niet veel medelijden met hem. „Heb je nu het cadeautje van Keesje niet vergeten Piet?" vroeg hij Piet keek heel beschaamd naar de pun ten van zijn schoenen: „Sinterklaas Piet veel spijt, maar de zak is ge scheurd in stout schoorsteen en nu alle cadeautjes in kamer van Keesjes moe- der geval", zei hij zachtjes. Maar gelukkig voor Piet was de Sint helemaal niet kwaad. „Keesje is een braaf iongetje", zei hij „en daarom is het niet erg dat hij wat veel cadeautjes heeft gekregen." Zo kwam het dat Keesje de volgehde ochtend een hele boel pakjes onder de schoorsteen vond Alleen was zijn moeder een beetje kwaad op Zwarte Piet. omdat er deze keer wel een heleboel roet uit de schoorsteen was gevallen. BINNENKORT zullen jongens en meisjes in vele landen de spannende avonturen van Nils Holgersson, de kleine, blonde stoere held uit een boek van Selma Lagerlöf kunnen delen, om dat dan de film naar het boek „De Avonturen van Nils" gereed zal komen. Het verhaal vertelt hoe Nils op de rug van een gans een vlucht maakt van zijn geboorteplaats in het zuiden van Zwe den naar de ijsvlakten van het noorde lijke gedeelte van Lapland. De film wordt in kleuren gemaakt, en heeft bij elkaar vier jaar van voorbereiding ge vergd. De regisseur van de film, Kenne Fant, heeft een Frans deskundige Albert La- morisse in dienst genomen, wiens film „Le Voyage en Ballon" (Reis per bal lon) de reis beschrijft, die een Franse jongen met zijn oom in een ballon over Frankrijk maakt. De avonturen van Nils worden vanuit een helikopter op een hoogte van vijf of tien meter boven de grond gefilmd. De rol van Nils zal door een negenjarige jongen gespeeld worden, die uit 10.400 kandidaten geko zen is. Een echte gans is al vier maan den in training voor de rol van de ge vleugelde gids.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 16