1 In het duister van de oude mijn
HET LUIE KABOUTERTJE
De Kofkronieken van „Zonnekoning" De Gaulle
PANDA EN DE DIENOMAAT
Polle
I DOOR ELIZABETH MORTON
De Noordpool is
een zwerver
Melkkluis voor
flatbewoners
'M
mis
m
VERTAALD UIT HET ENGELS
EEN KROON VIEL,
een hart brak
MAANDAG 11 DECEMBER 1961
-
VfCffCfrnBHi
Spuitrubber
MMZ
Gas uit koemest
43. „Asjeblief! Slokop wast al naarstig af.En hij doet het goed ook,
dat moet ik hem ter ere nageven. Wat ziet hij er van onderen eigenlijk
leuk uit, hè!" „Kom Pingo, laten we kijken, of er zich niemand in de schoor
steen heeft verstopt!" „Je begint pas Pingo, zucht nog maar niet, het ergste
komt nog, we moeten de zaak nu in het gat passen!"
gat passen
4
f, V
*y'ï-J-Y
ri S
V
llllllllllllllllllllllllllllllllL
44)
1 Peter draaide het nummer van zijn
1= vader's kantoor en vroeg naar hem
toen de telefoniste zich had gemeld.
't Is zijn zoon, zegt u dat maar.
Even later hoorde hij zijn vader's
Ej stem.
En Peter, ben je eindelijk ver-
standig geworden? vroeg zijn vader
nogal scherp.
Ik bel u op om u te waarschu-
j= wen.
Iemand waarschijnlijk één van
uw eigen mensen heeft het mini-
li sterie van Bevoorrading ingelicht dat
er uranium in de mijn is gevonden. Ze
sturen een dezer dagen een ingenieur
op onderzoek uit. Als er iets in de
mijn is, dat u wilt verbergen moet u
haast maken.
Toen zijn vader hem eindelijk ant-
woordde, was het scherpe uit zijn
EE stem verdwenen.
Ik vind het prettig, dat je mij
hebt willen waarschuwen, Peter.
't Was Jane's idee, zei Peter.
Dat was té goed van haar, ant-
woordde zijn vader en verbrak toen
de verbinding.
EE Toen Peter zich weer bij de ande-
EE ren voegde, zag hij dat mevrouw Cor-
rion voor thee had gezorgd.
Hij is je erg dankbaar, Jane,
zei hij terwijl hij ging zitten en naar
zijn kop thee greep. Ik heb zo het
idee, dat hij zelf naar de mijn zal
S gaan.
ik vind, dat wij ook maar moe-
ten gaan, antwoordde ze. Mijnheer
EE Corrion wil ons morgen brengen. Ga
je mee Peter?
Als ik niet in de weg loop!, zei
I hij.
Dat is dan afgesproken. Wanneer
zullen we vertrekken, mijnheer Cor-
EE rion?
We kunnen beter niet te laat
gaan. Zullen we zeggen om acht uur?
Het kost ons de hele dag.
Goed, acht uur dan, zei Jane. Ik
jE geloof, dat ik nu maar naar huis ga.
Plotseling schoot haar iets te binnen
Hemelse goedheid! Ik heb die ar-
me Mary helemaal vergeten! Ze zal
wel dodelijk ongerust zijn.
Dat was ze, zei Corrion. Ik
heb haar opgebeld en gezegd, dat je
H voor een paar dagen vertrokken was.
't Leek me beter, dat zo min moge-
ij lijk mensen zich ongerust zouden ma-
5 hen. I,,,
H Ik breng je graag even thuis, Ja-
ne, zei Peter. Zeg maar wanneer
S je wilt gaan, dan bel ik wel een taxi.
Toen ze knikte, stond hij op en liep
naar de telefoon in de andere ka-
5 mer.
Hij weigert me terug te nemen,
zei ze tot Corrion en zijn vrouw zo-
dra hij verdwenen was. Oh, ik zie
't al. U weet het. Ik vind hem écht
S een schat en ik zal dan ook proberen
EE hem zo gauw mogelijk tot andere ge-
dachten te brengen.
Arme Peter, verzuchtte Corrion.
Jullie vrouwen zijn toch allemaal
hetzelfde. Jullie winden ons allemaal
EE om je vinger. Maar goed, nu wat mor-
gen betreft. Ik zal je met Peter even
EE voor acht uur komen halen. Ben je
dan klaar? Het is misschien het ver-
standigst om wat dingen mee te ne-
men, want het zou wel eens langer
EE kunnen duren.
Peter kwam terug in de kamer. Jane
en hij namen afscheid van Corrion en
zijn vrouw. Tijdens de rit met de
taxi zeiden ze niet veel en Peter sloeg
haar uitnodiging om nog even mee
nhar boven te gaan af.
S Je hebt nog genoeg te doen, Ja-
ne, en je doet er beter aan om maar
vroeg naar bed te gaan na wat je
5 allemaal hebt meegemaakt. Tot mor-
gen meisje.
Op hetzelfde moment was hij weer
in de taxi verdwenen. Jane keek de
wegrijdende taxi vertederd na.
Mary accepteerde haar terugkomst
zonder meer en Jané nam zich niet
de moeite om over haar avonturen te
5 gaan vertellen. Het meisje praatte hon-
derduit over Alan Swann, maar sloeg
toen plotseling de handen voor de
mond.
Ik was het bijna vergeten, Jane,
riep ze verschrikt uit. Ik heb slecht
nieuws voor je. De ouwe Glenn heeft
5 je ontslagen. Hij zegt, dat hij niet op
je kan vertrouwen. Is 't niet ellendig?
Wat ga je nu doen?
Jane begon te lachen.
S Ik was toch al van plan om
m'n ontslag in te dienen, Mary. Mor-
1 genochtend vroeg ga ik naar Cornwall
en ik denk niet, dat ik de eerste da- j
gen terugkom. Misschien blijf ik er wel
voor altijd.
Ga je weer naar je.naar Pe-
ter terug? I
Zodra hij me weer wil hebben.
Mary gniffelde. I
Ik zou hem niet meer dan één
kans gegeven hebben! Maar 't zal E
wel weer in orde komen. Maak je j
maar geen zorgen.
Oh, dat doe ik ook niet! j
De volgende ochtend stond. Peter j
om kwart voor acht voor de deur. Ja- e
ne was al klaar. Ze was om zes uur j
opgestaan, had een koffer gepakt en j
had Glenn geschreven, dat ze niet I
meer terug zou komen. Peter droeg j
haar koffer naar beneden. Corrion zat
achter het stuur op hen te wachten. j
Gaan jullie samen maar achter- j
in zitten, zei Corrion. We zullen j
om de beurten rijden, zodat we zo j
snel mogelijk opschieten.
Het was een lange rit en pas laat j
in de middag reed de wagen de oprij- j
laan van Marriott Court op. John en i
Emily Pierce stonden al op hen te i
wachten.
Kunnen we allemaal vannacht j
blijven slapen, Emily?, vroeg Jane.
De oude vrouw knikte verheugd.
Mijnheer Peter kan zijn eigen ka
mer krijgen, mevrouw, en mijnheer
Corrion de logeerkamer. Uw kamer is
ook in orde.
Jane begon te blozen en deed haar
best Peter's blikken niet te ontmoeten.
Ze zaten voor het vrolijk brandende
haardvuur en spraken over van alles
behalve zichzelf. Jane en Peter had
den echter beiden het gevoel weer thuis
te zijn. Corrion keek herhaaldelijk
van de een naar de ander en begon
vergenoegd binnensmond te lachen.
Toen ze vrij laat aan het diner be
gonnen, bespraken Corrion en Peter
de plannen voor de volgende dag.
We zullen wat olie meenemen,
zodat we de lift kunnen gebruiken,
zei Peter.
Dan hoeven we niet die ellendige
ladder af te klimmen. Ik heb dat al
eens gedaan maar ik vond het geen
pretje. Ik begrijp nog niet, Jane, dat
jij dat hebt gewaagd!
Ga je morgen soms niet mee, Ja
ne?, vroeg Corrion.
Natuurlijk ga ik met jullie mee.
Ik wil er niet buiten gelaten worden.
Later, in haar kamer, stond ze nog
enige tijd Voor het raam uit te kijken
over het park en naar de mijn. Er
glansden daar oyegaj. lichtjes, maar
die vormden voor haar nu geen myste
rie meer. Onder de mannen, die daar
aan het werk waren, bevond zich on
getwijfeld ook Ben. Misschien was
zelfs Sir William daar wel bezig. Het
enige mysterie vormde 't werk zelf,
dat daar gedaan werd. Maar dat mys
terie zou morgen voor goed opgelost
worden
Ze hoorde plotseling het grint van
de oprijlaan kraken en liep naar het
zijraam om te kijken wie daar op dit
uur nog liep. Er stond iemand bij de
voordeur, maar het was te donker om
hem te herkennen. Toen de deur ech
ter geopend werd, zag ze dat het do
minee Marquand was. Hij ging het
huis binnen.
Jane had zich nog niet uitgekleed.
Ze liep meteen naar beneden. De do
mmee zat met Peter en Corrion in de
studeerkamer te praten. Toen ze bin
nenkwam, hoorde ze hem juist zeg
gen:
Ik maak me heel wat zorgen om
Geoffrey. Hij deed vanavond zo
vreemd. Ik geloof dat er moeilijkhe
den voor ons op komst zijn.
Waarom denkt u dat?, vroeg Pe
ter
De dominee stond naast de open
haard en wreef zich nerveus de han
den. Zijn lange, zwarte haar zat slor
diger dan ooit.
Goede avond, dominee, zei Jane.
De geestelijke draaide zich met een
ruk om. Zijn ogen stonden dof.
Goede avond, mevrouw, was al
les wat hij zei.
Maakt u zich zorgen om Geof
frey?
Hij trachtte een glimlach te produ
ceren en het gesprek een andere wen
ding te geven.
Oh, 't heeft niets te betekenen.
Ik wist niet, dat u in de kamer was.
Gaat u gerust verder, dominee.
Ik ken Geoffrey vrij goed en misschien
kan ik u helpen.
Hij zweeg enige tijd.
(Wordt vervolgd)
Tiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii iiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii
4243. Nee, daar begreep Swoppie geen
sikkepit van. Altijd waren de kabouters
om deze tijd druk aan 't werk, en nuer
was niemand.
Het het is toch geen zonddg van
daag? mompelde hij onthutst.
Maar nee, het was geen zondag; een
heel gewone doordeweekse dag. Hoe zat
dat dan? Swoppie stond daar midden op
de verlaten akker en schudde z'n hoofd.
Ik zal maar eens hard roepen, dacht
hij. Misschien zijn ze verderop, of ze heb
ben zich ergens verstopt!
Hij zette z'n hand aan de mond en riep
zo hard hij kon. Maar er kwam geen ant
woord
Dr. George W. Bain, hoogleraar in de
geologie van het Amherst College in de
Amerikaanse staat Massachusetts heeft
het Aardrijkskundig Genootschap van
de V.S. een uiteenzetting gegeven over
de zwerftochten die Noord- en Zuidpool
tijdens de lange geschiedenis van het
bestaan van de aarde over de wereld
bol gemaakt hebben. Hij vertelde, dat
de Noordpool 600.000.000 jaar geleden
nog in het Zuidelijk deel van de Stille
Oceaan lag. Sedert die is de Noordpool
aan het zweven geweest door het ge
hele gebied van de Stille Oceaan en
over de aangrenzende continenten.
De omwentelingen van de aarde om hagr
as, werkten daarbij als een gyroscoop,
men zou ook kunnen zeggen als een auto
matische piloot. Als de aarde „top
zwaar" begon te worden, kantelde de
bol langzaam tot het zwaarste gedeelte
weer de evenaar vormde.
De rivieren vervoerden uit de berg
streken enorme hoeveelheden bodem
deeltjes naar de zeeën en de laagvlak
ten. Dat transport geschiedde vaak over
zeer grote afstanden. Deze „landver-
plaatsing" was het die na verloop van
vele eeuwen wijziging bracht in de ge
wichtsverdeling van de aarde.
Deze in een periode van miljoenen
jaren veroorzaakte gewichtsverplaat
singen dwongen de polen, zich „aan te
passen".
Dr. Bain zei dat het proces van ero
sie en grondverplaatsing natuurlijk nog
steeds doorgaat, waardoor vooral in de
minder ontwikkelde landen (b.v. in
Zuidoost Azië) ieder jaar nog vele dui
zenden tonnen sediment via de grote
rivieren in zee verdwijnen. Dit proces
zal de Noordpool verder in de richting
van Canada doen „afzakken". Steden
als Montreal en Quebec zouden dus op
de duur een polair klimaat kunnen
krijgen, aldus dr. Bain. Maar daarmee
zullen volgens hem nog wel enkele
miljoenen jaren gemoeid zijn. Wat niet
wegneemt, dat bepaalde klimatologische
veranderingen die men nu al overal op
aarde meent waar te nemen, waar
schijnlijk in direct verband staan met
de verplaatsing van de Noordpool.
Voor het „probleem" van melkbezor
ging in hoge flatwoningen heeft men in
Genève een praktische oplossing gevon
den. In de benedenhal van de flats wor
den stellages geplaatst, die een aantal
aparte vakken bevatten. Ze zijn te verge
lijken met de op grote stations in gebruik
zijnde bagagekluizen. Iedere bewoner kan
een eigen vak huren en krijgt daarvan
een sleutel. De melkbezorger beschikt over
een loper waarmee hij alle vakken kan
openen. Zijn klanten hoeven niets anders
te doen dan 's morgens bij het weggaan
een briefje met hun bestelling voor die
dag in hun vak te leggen en het geld
voor de afrekening. De melkbezorger zet
het bestelde in het vak en legt het wissel
geld erbij. Zo kan hij zijn klanten van het
nodige voorzien, zonder trappen te klim
men.
Voor het aanbrengen van een rubber
deklaag is een nieuw middel ontwikkeld
dat in vloeibare vorm in een spuitbys
wordt verpakt. Deze siliconenrubber is
voor een dunne, hittebestendige deklaag
uiterst geschikt daar hij elke temperatuur
kan verdragen tussen min 65 en plus 600
graden Fahrenheit. Nadat de rubber over
het te behandelen object is gespoten, wordt
er een vulkanisatiemiddel aangebracht,
Siliconrubber wordt reeds toegepast voor
het luchtdicht maken van capsules voor
Amerikaanse ruimtevaarders.
k V
PARIJS Dat het staatkundige systeem waardoor Frankrijk
vandaag wordt bestuurd niet helemaal van totalitaire trekken
is vrij te pleiten zal ook de hartstochtelijke bewonderaar-door-
vrij-en-dun- van het staatshoofd Charles de Gaulle nauwelijks
meer kunnen bestrijden. Een dictatuur die door anarchie ge
temperd wordt, zo heeft een der voornaamste grondvesters van
de Vijfde Republiek (die nu tot haar tegenstanders behoort),
oud-minister Jacques Soustelle, het onlangs niet zonder humor
omschreven. Men spreekt, ter karakterisering van De Gaulle's
beleid van een „absolute monarchie" of een „verlichte despotie".
Doch welk etiket men op deze Vijfde Republiek ook plakken
wil, zeker is wel dat sinds Napoleon en Lodewijk XIV geen
figuur zo'n markant stempel op zijn tijd en zijn land heeft
pogen te drukken als De Gaulle zich thans veroorlooft
De generaal, zoals hij zich door iedereen noemen laat een
veelzeggende trek die duidelijk zijn visie en opvatting
illustreert: in het Witte Huis zou niemand Eisenhower ooit
anders dan met „mr. president" hebben aangesproken de
generaal dus, „maakt" in zijn eentje de Franse politiek of be
paalt althans haar grote lijnen, al zijn die in de dagelijkse gang
van zaken dan ook niet steeds gemakkelijk meer als van hem
afkomstig, te herkennen.
Hij belichaamt in zijn eigen ogen Frankrijk en ook
zijn devies kan dus luiden: L'état, c'est moi! (De staat dat ben
ik). Dat zijn wil en zijn veelal zeer lofwaardige bedoelingen
vaak reeds in de eerste fase der verwezenlijking door premier
Debré, (die onlangs door Frangois Mauriac weer openlijk van
verraad beschuldigd werd) naar een andere en zelfs tegenge
stelde richting worden omgebogen, schijnt de generaal in het
isolement op zijn Elyseese troon nog wel eens te ontgaan, tenzij
men die tegenstelling tussen woord en daad nu juist als ge
zochte uiting van zijn Macchiavellisme wil beschouwen.
DAT ANACHRONISCHE der tegenwoordige Franse politiek
nu heeft een bekend kamerverslaggever André Ribaud sedert
enkele jaren op even knappe als spirituele wijze in het licht
gesteld door de dagelijkse gang van staatszaken te beschrijven
in een wekelijkse rubriek in de „Canard Enchaine" in de vorm
en de stijl van een zeventiende-eeuwse hofkroniek En nu die
artikelen gebundeld zijn onder dezelfde titel van La Cour (het
hof) heeft men een chronologisch verslag van de daverende
dingen en vooral ook de details in het Frankrijk van generaal
De Gaulle onder ogen gekregen, waarvoor naast de Zonne
koning ook de kroniekschrijvers uit de Franse gouden eeuw als
kardinaal De Reitz en Saint-Simon model gestaan hebben. Voor
beelden die Ribaud zowel voor de sierlijke elegantie van de stijl
als voor de onbevangenheid van zijn belangstelling voor het
hofnieuws en de politieke informaties (die hij in de onmiddel
lijke omgeving van „de koning" pleegt in te winnen) met grote
litteraire souplesse en vindingrijkheid weet te respecteren. Ge
heel in de lijn van het devies „L'état, c'est moi!" worden alle
figuren en fenomenen uit het politieke leven dus in hun exclu
sieve betrekking tot het staatshoofd in casu de koning
belicht en voorgesteld en zo vermag de auteur dan heel wat
pikante bijzonderheden en indiscreties over „mijn" regering,
„mijn" ministers, „mijn" oppositie, „mijn" pers en ook „mijn"
klein- en groot-Europa en „mijn" Afrika uit de Elyseese school
te klappen. Terwille van de monarchistische kleur en geur voor
ziet Ribaud de leden van het staatkundige personeel van adel
lijke titels en namen waaronder de insider, en zelfs de doorsnee
krantenlezer, de tijdgenoot niettemin gemakkelijk herkent- Zo
is „Monsieur le prince" Michel Debré en „mgr. Le Dauphin
Antoine Pinay (die vrij algemeen als des generaals opvolger
wordt beschouwd). Madame de Maintenant is mevrouw De
Gaulle en le comte Bid'O is Georges Bidault. Heel fraai is ook
de socialist Guy Mollet omschreven als Le Comte de Mollet
de Champlatreux et D'Arras dit laatste vanwege Mollet's bur
gemeesterschap van Atrecht (Arras). Algerije wordt voorts als
„Barbarie" aangeduid en Ben Khedda als „het hoofd der Bar-
baresken". Ook de verworvenheden der moderne tijden worden
stelselmatig naar de zeventiende eeuw getransponeerd en wan
neer Ribaud van het „merkwaardige dakvenster" spreekt, dan
heeft hij de televisie op het oog.
Het is intussen geen giftig venijn waarin André Ribaud zijn
pen gedoopt heeft voor deze parodie of persiflage op de Vijfde
Republiek en haar president, die dan ook nauwelijks een „majes-
teitsschennend" karakter draagt. Zijn persoonlijke sympathie
voor „de koning" treedt integendeel even duidelijk aan de dag
als 'zijn geamuseerde minachting voor de neerbuigende en
vleiende hovelingen, al liggen spot en vlijmscherpe kritiek dan
natuurlijk wel aan deze hele parallel tussen twintigste en zeven
tiende eeuw ten grondslag Een spot en een kritiek echter van
zeer hoog gehalte die zich nooit en nergens tot grofheden ver
leiden laten. Het Franse publiek (met inbegrip naar het schijnt,
van de „modellen" die hier op de korrel genomen worden)
vermaakt zich dan ook gnuivend met deze briljante karikaturen
waaraan ook „de koning" in hoogst eigen persoon veel plezier
schijnt te beleven. Uitgever Réne JuUiard heeft dan ook in
korte tijd tienduizenden exemplaren van deze bundel verkocht.
„Le Rot Soleil" in zijn volle absolutistische glorie.
Bij een landbouwkundig Onderzoek in In
dia is een methode ontdekt om brandbare
gassen aan koemest te onttrekken, waar
aan voor verwarming en verlichting op het
Indische platteland grote behoefte bestaat.
Met deze methode slaat men twee vlie
gen in één klap, want de kwaliteit van de
koemest blijkt door de ontgassing vooruit
te gaan. De methode berust op een zoge
naamd fermentatieproces, dat bijvoorbeeld
ook bij tabaksplanten wordt toegepast. De
bevolking in kleine dorpen is met de vin
ding zeer ingenomen.
Advertentie
Kaarslicht
flonkerend, feestelijk!
GOUDA KAARSEN
„EEN STEM weerklonk uit de luid
spreker, een glas brak, een man werd
lijkbleek. Dat was het begin van een
tragedie, die een heel volk aanging, en
één buitenlander in het bijzonder: de
tragedie van een koning, die zijn liefde
stelde boven zijn troon".
Gisteren was het vijfentwintig jaar ge
leden dat de tegenwoordige hertog van
Windsor als koning Edward VII het En
gelse volk in een radioboodschap meedeel
de, dat hij zijn troon opgaf om met de
vrouw van zijn keuze te kunnen trouwen.
Op dat moment zat in de hal van het
Savoy hotel in Londen een portier die een
beslissende fase van een persoonlijke tra-
CO». M*»TIN TOONM»
WlUwi
SO'69
30. Het duurde een paar ogenblikken voordat het tot
de nog slaperige Panda doordrong wat er hier aan de
hand was maar toen werd hij dan ook zo kwaad dat
er van slaperigheid geen sprake was! „Wat stelt dit
voor, Professor?" vroeg hij op scherpe toon. „U gaat te
ver! U bent hier ingebroken! En u hebt geen recht om
uw experimenten toe te passen op iemand, die slaapt
en die zich niet verweren kan!" De geleerde was echter
allerminst onder de indruk integendeel; hij werd
woedend. „Gedraag je, Plasma!" snauwde hij. „Bij dit
experiment is absolute stilte geboden! Ik ontzeg je de
toegang! Verdwijn zwijgend, of ik spuit je net zo'n
slaapmiddel in als ik aan deze Lobbiejop heb gegeven!"
Zijn ogen gloeiden van uitvinderskoorts en het leed
geen twijfel dat hij in staat was zijn bedreiging uit te
voeren. „Hoogst merkwaardig!" siste hij nog, terwijl
hij de vluchtende Panda tot aan de deur achtervolgde.
„Er bestaat tegenwoordig geen eerbied meer voor het
zuiver wetenschappelijk onderzoek! Verdwijn!" Nu
Panda verdween inderdaad, maar niet omdat hij ver
slagen was. Dit was een ernstig geval dat hij niet op
zijn eentje kon regelen. En zo kwam het, dat politie-
brigadier Sipkes een ogenblik later werd opgeschrikt
uit zijn nachtdienst door een alarmerend telefoonge
sprek. Hij luisterde een ogenblik aandachtig toe, en
antwoordde vervolgens bedaard: „Wat u zegt! Is daar
een waanzinnige geleerde dromen aan het stelen? Toe
maar! Houd u nu maar kalm we komen direct wel
even langs met een aspirientje."
gedie zag voltrekken. In „De gouden sleu
tels", het orgaan der Vereniging van Ne
derlandse Hotelportiers, haalt deze func
tionaris zijn herinneringen aan dat histo
rische ogenblik op.
„Het was 10 december 1936. In een
fauteuil in de hal zat een scheepsbouwer,
een zekere mijnheer Simpson uit Schot
land. Hij logeerde vaak bij ons. We ken
den hem als een stille bescheiden man.
Terwijl hij daar zat met een glas in de
hand werd er een extra uitzending via
de radio aangekondigd. Het werd dood
stil en even later klonk uit kasteel Wind
sor de stem van de man, die de hele we
reld thans kent als de hertog van Windsor.
Hij stelde het Engelse volk ervan in ken
nis, dat hij afstand zou doen van de troon
om de stem van zijn hart te volgen. Ter
wijl de stem van koning Edward uit de
luidsprekers kwam, voelde iedereen, dat
dit een dramatisch ogenblik voor Enge
land was. Niemand in de hal van het ho
tel vermoedde echter, dat zich onder hun
ogen nog een andere tragedie afspeelde,
die nauw verband hield met de rede, die
men beluisterde. Pas toen de koning over
zijn toekomstige vrouw sprak en zei:
„Wallis Simpson, de vrouw van wie ik
houd..." begreep men het. Plotseling werd
de stilte verbroken door het vallen van
een glas. Een kelner schoot toe om de
scherven op te rapen. De man, die het
glas had laten vallen, staarde lijkbleek
voor zich uit. Als een bliksemschicht
schoot het door mijn hersens: mijnheer
Simpson, mevrouw Wallis Simpson.. Een
vergissing was uitgesloten. Hier zat de
man, die het slachtoffer werd van het
drama, dat over Engeland was gekomen".
„Later kwam hij de sleutel van zijn ka
mer bij me halen. Het is de enige keer
in mijn leven geweest dat "ik een gast
niet, zoals gebruikelijk, „goede nacht"
wenste. Deze man zou geen oog dicht
doen. Zijn vrouw wilde van hem scheiden
om een koning te trouwen en heel Enge
land verwachtte van hem, dat hij tenmin
ste de schuld van de scheiding op zich zou
nemen. Anders zou het schandaal nog
groter zijn.
Hij deed wat van hem verwacht werd.
Nadien heb ik hem nog vaak in het Savoy
gezien. Een 'stille, teruggetrokken man,
die nooit hertrouwde. De eerzucht van een
vrouw had zijn leven geknakt. Enkele ja
ren geleden stierf de heer Simpson in een
zaamheid. Bij zijn begrafenis waren
slechts weinig mensen. Iemand legde op
zijn graf een boeket orchideeën met een
kaartje, waarop vermeld stond „hertogin
van Windsor".
43-20