1 In het duister van de oude mijn HET LUIE KABOUTERTJE De Kofkronieken van „Zonnekoning" De Gaulle PANDA EN DE DIENOMAAT Polle I DOOR ELIZABETH MORTON De Noordpool is een zwerver Melkkluis voor flatbewoners 'M mis m VERTAALD UIT HET ENGELS EEN KROON VIEL, een hart brak MAANDAG 11 DECEMBER 1961 - VfCffCfrnBHi Spuitrubber MMZ Gas uit koemest 43. „Asjeblief! Slokop wast al naarstig af.En hij doet het goed ook, dat moet ik hem ter ere nageven. Wat ziet hij er van onderen eigenlijk leuk uit, hè!" „Kom Pingo, laten we kijken, of er zich niemand in de schoor steen heeft verstopt!" „Je begint pas Pingo, zucht nog maar niet, het ergste komt nog, we moeten de zaak nu in het gat passen!" gat passen 4 f, V *y'ï-J-Y ri S V llllllllllllllllllllllllllllllllL 44) 1 Peter draaide het nummer van zijn 1= vader's kantoor en vroeg naar hem toen de telefoniste zich had gemeld. 't Is zijn zoon, zegt u dat maar. Even later hoorde hij zijn vader's Ej stem. En Peter, ben je eindelijk ver- standig geworden? vroeg zijn vader nogal scherp. Ik bel u op om u te waarschu- j= wen. Iemand waarschijnlijk één van uw eigen mensen heeft het mini- li sterie van Bevoorrading ingelicht dat er uranium in de mijn is gevonden. Ze sturen een dezer dagen een ingenieur op onderzoek uit. Als er iets in de mijn is, dat u wilt verbergen moet u haast maken. Toen zijn vader hem eindelijk ant- woordde, was het scherpe uit zijn EE stem verdwenen. Ik vind het prettig, dat je mij hebt willen waarschuwen, Peter. 't Was Jane's idee, zei Peter. Dat was té goed van haar, ant- woordde zijn vader en verbrak toen de verbinding. EE Toen Peter zich weer bij de ande- EE ren voegde, zag hij dat mevrouw Cor- rion voor thee had gezorgd. Hij is je erg dankbaar, Jane, zei hij terwijl hij ging zitten en naar zijn kop thee greep. Ik heb zo het idee, dat hij zelf naar de mijn zal S gaan. ik vind, dat wij ook maar moe- ten gaan, antwoordde ze. Mijnheer EE Corrion wil ons morgen brengen. Ga je mee Peter? Als ik niet in de weg loop!, zei I hij. Dat is dan afgesproken. Wanneer zullen we vertrekken, mijnheer Cor- EE rion? We kunnen beter niet te laat gaan. Zullen we zeggen om acht uur? Het kost ons de hele dag. Goed, acht uur dan, zei Jane. Ik jE geloof, dat ik nu maar naar huis ga. Plotseling schoot haar iets te binnen Hemelse goedheid! Ik heb die ar- me Mary helemaal vergeten! Ze zal wel dodelijk ongerust zijn. Dat was ze, zei Corrion. Ik heb haar opgebeld en gezegd, dat je H voor een paar dagen vertrokken was. 't Leek me beter, dat zo min moge- ij lijk mensen zich ongerust zouden ma- 5 hen. I,,, H Ik breng je graag even thuis, Ja- ne, zei Peter. Zeg maar wanneer S je wilt gaan, dan bel ik wel een taxi. Toen ze knikte, stond hij op en liep naar de telefoon in de andere ka- 5 mer. Hij weigert me terug te nemen, zei ze tot Corrion en zijn vrouw zo- dra hij verdwenen was. Oh, ik zie 't al. U weet het. Ik vind hem écht S een schat en ik zal dan ook proberen EE hem zo gauw mogelijk tot andere ge- dachten te brengen. Arme Peter, verzuchtte Corrion. Jullie vrouwen zijn toch allemaal hetzelfde. Jullie winden ons allemaal EE om je vinger. Maar goed, nu wat mor- gen betreft. Ik zal je met Peter even EE voor acht uur komen halen. Ben je dan klaar? Het is misschien het ver- standigst om wat dingen mee te ne- men, want het zou wel eens langer EE kunnen duren. Peter kwam terug in de kamer. Jane en hij namen afscheid van Corrion en zijn vrouw. Tijdens de rit met de taxi zeiden ze niet veel en Peter sloeg haar uitnodiging om nog even mee nhar boven te gaan af. S Je hebt nog genoeg te doen, Ja- ne, en je doet er beter aan om maar vroeg naar bed te gaan na wat je 5 allemaal hebt meegemaakt. Tot mor- gen meisje. Op hetzelfde moment was hij weer in de taxi verdwenen. Jane keek de wegrijdende taxi vertederd na. Mary accepteerde haar terugkomst zonder meer en Jané nam zich niet de moeite om over haar avonturen te 5 gaan vertellen. Het meisje praatte hon- derduit over Alan Swann, maar sloeg toen plotseling de handen voor de mond. Ik was het bijna vergeten, Jane, riep ze verschrikt uit. Ik heb slecht nieuws voor je. De ouwe Glenn heeft 5 je ontslagen. Hij zegt, dat hij niet op je kan vertrouwen. Is 't niet ellendig? Wat ga je nu doen? Jane begon te lachen. S Ik was toch al van plan om m'n ontslag in te dienen, Mary. Mor- 1 genochtend vroeg ga ik naar Cornwall en ik denk niet, dat ik de eerste da- j gen terugkom. Misschien blijf ik er wel voor altijd. Ga je weer naar je.naar Pe- ter terug? I Zodra hij me weer wil hebben. Mary gniffelde. I Ik zou hem niet meer dan één kans gegeven hebben! Maar 't zal E wel weer in orde komen. Maak je j maar geen zorgen. Oh, dat doe ik ook niet! j De volgende ochtend stond. Peter j om kwart voor acht voor de deur. Ja- e ne was al klaar. Ze was om zes uur j opgestaan, had een koffer gepakt en j had Glenn geschreven, dat ze niet I meer terug zou komen. Peter droeg j haar koffer naar beneden. Corrion zat achter het stuur op hen te wachten. j Gaan jullie samen maar achter- j in zitten, zei Corrion. We zullen j om de beurten rijden, zodat we zo j snel mogelijk opschieten. Het was een lange rit en pas laat j in de middag reed de wagen de oprij- j laan van Marriott Court op. John en i Emily Pierce stonden al op hen te i wachten. Kunnen we allemaal vannacht j blijven slapen, Emily?, vroeg Jane. De oude vrouw knikte verheugd. Mijnheer Peter kan zijn eigen ka mer krijgen, mevrouw, en mijnheer Corrion de logeerkamer. Uw kamer is ook in orde. Jane begon te blozen en deed haar best Peter's blikken niet te ontmoeten. Ze zaten voor het vrolijk brandende haardvuur en spraken over van alles behalve zichzelf. Jane en Peter had den echter beiden het gevoel weer thuis te zijn. Corrion keek herhaaldelijk van de een naar de ander en begon vergenoegd binnensmond te lachen. Toen ze vrij laat aan het diner be gonnen, bespraken Corrion en Peter de plannen voor de volgende dag. We zullen wat olie meenemen, zodat we de lift kunnen gebruiken, zei Peter. Dan hoeven we niet die ellendige ladder af te klimmen. Ik heb dat al eens gedaan maar ik vond het geen pretje. Ik begrijp nog niet, Jane, dat jij dat hebt gewaagd! Ga je morgen soms niet mee, Ja ne?, vroeg Corrion. Natuurlijk ga ik met jullie mee. Ik wil er niet buiten gelaten worden. Later, in haar kamer, stond ze nog enige tijd Voor het raam uit te kijken over het park en naar de mijn. Er glansden daar oyegaj. lichtjes, maar die vormden voor haar nu geen myste rie meer. Onder de mannen, die daar aan het werk waren, bevond zich on getwijfeld ook Ben. Misschien was zelfs Sir William daar wel bezig. Het enige mysterie vormde 't werk zelf, dat daar gedaan werd. Maar dat mys terie zou morgen voor goed opgelost worden Ze hoorde plotseling het grint van de oprijlaan kraken en liep naar het zijraam om te kijken wie daar op dit uur nog liep. Er stond iemand bij de voordeur, maar het was te donker om hem te herkennen. Toen de deur ech ter geopend werd, zag ze dat het do minee Marquand was. Hij ging het huis binnen. Jane had zich nog niet uitgekleed. Ze liep meteen naar beneden. De do mmee zat met Peter en Corrion in de studeerkamer te praten. Toen ze bin nenkwam, hoorde ze hem juist zeg gen: Ik maak me heel wat zorgen om Geoffrey. Hij deed vanavond zo vreemd. Ik geloof dat er moeilijkhe den voor ons op komst zijn. Waarom denkt u dat?, vroeg Pe ter De dominee stond naast de open haard en wreef zich nerveus de han den. Zijn lange, zwarte haar zat slor diger dan ooit. Goede avond, dominee, zei Jane. De geestelijke draaide zich met een ruk om. Zijn ogen stonden dof. Goede avond, mevrouw, was al les wat hij zei. Maakt u zich zorgen om Geof frey? Hij trachtte een glimlach te produ ceren en het gesprek een andere wen ding te geven. Oh, 't heeft niets te betekenen. Ik wist niet, dat u in de kamer was. Gaat u gerust verder, dominee. Ik ken Geoffrey vrij goed en misschien kan ik u helpen. Hij zweeg enige tijd. (Wordt vervolgd) Tiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii iiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii 4243. Nee, daar begreep Swoppie geen sikkepit van. Altijd waren de kabouters om deze tijd druk aan 't werk, en nuer was niemand. Het het is toch geen zonddg van daag? mompelde hij onthutst. Maar nee, het was geen zondag; een heel gewone doordeweekse dag. Hoe zat dat dan? Swoppie stond daar midden op de verlaten akker en schudde z'n hoofd. Ik zal maar eens hard roepen, dacht hij. Misschien zijn ze verderop, of ze heb ben zich ergens verstopt! Hij zette z'n hand aan de mond en riep zo hard hij kon. Maar er kwam geen ant woord Dr. George W. Bain, hoogleraar in de geologie van het Amherst College in de Amerikaanse staat Massachusetts heeft het Aardrijkskundig Genootschap van de V.S. een uiteenzetting gegeven over de zwerftochten die Noord- en Zuidpool tijdens de lange geschiedenis van het bestaan van de aarde over de wereld bol gemaakt hebben. Hij vertelde, dat de Noordpool 600.000.000 jaar geleden nog in het Zuidelijk deel van de Stille Oceaan lag. Sedert die is de Noordpool aan het zweven geweest door het ge hele gebied van de Stille Oceaan en over de aangrenzende continenten. De omwentelingen van de aarde om hagr as, werkten daarbij als een gyroscoop, men zou ook kunnen zeggen als een auto matische piloot. Als de aarde „top zwaar" begon te worden, kantelde de bol langzaam tot het zwaarste gedeelte weer de evenaar vormde. De rivieren vervoerden uit de berg streken enorme hoeveelheden bodem deeltjes naar de zeeën en de laagvlak ten. Dat transport geschiedde vaak over zeer grote afstanden. Deze „landver- plaatsing" was het die na verloop van vele eeuwen wijziging bracht in de ge wichtsverdeling van de aarde. Deze in een periode van miljoenen jaren veroorzaakte gewichtsverplaat singen dwongen de polen, zich „aan te passen". Dr. Bain zei dat het proces van ero sie en grondverplaatsing natuurlijk nog steeds doorgaat, waardoor vooral in de minder ontwikkelde landen (b.v. in Zuidoost Azië) ieder jaar nog vele dui zenden tonnen sediment via de grote rivieren in zee verdwijnen. Dit proces zal de Noordpool verder in de richting van Canada doen „afzakken". Steden als Montreal en Quebec zouden dus op de duur een polair klimaat kunnen krijgen, aldus dr. Bain. Maar daarmee zullen volgens hem nog wel enkele miljoenen jaren gemoeid zijn. Wat niet wegneemt, dat bepaalde klimatologische veranderingen die men nu al overal op aarde meent waar te nemen, waar schijnlijk in direct verband staan met de verplaatsing van de Noordpool. Voor het „probleem" van melkbezor ging in hoge flatwoningen heeft men in Genève een praktische oplossing gevon den. In de benedenhal van de flats wor den stellages geplaatst, die een aantal aparte vakken bevatten. Ze zijn te verge lijken met de op grote stations in gebruik zijnde bagagekluizen. Iedere bewoner kan een eigen vak huren en krijgt daarvan een sleutel. De melkbezorger beschikt over een loper waarmee hij alle vakken kan openen. Zijn klanten hoeven niets anders te doen dan 's morgens bij het weggaan een briefje met hun bestelling voor die dag in hun vak te leggen en het geld voor de afrekening. De melkbezorger zet het bestelde in het vak en legt het wissel geld erbij. Zo kan hij zijn klanten van het nodige voorzien, zonder trappen te klim men. Voor het aanbrengen van een rubber deklaag is een nieuw middel ontwikkeld dat in vloeibare vorm in een spuitbys wordt verpakt. Deze siliconenrubber is voor een dunne, hittebestendige deklaag uiterst geschikt daar hij elke temperatuur kan verdragen tussen min 65 en plus 600 graden Fahrenheit. Nadat de rubber over het te behandelen object is gespoten, wordt er een vulkanisatiemiddel aangebracht, Siliconrubber wordt reeds toegepast voor het luchtdicht maken van capsules voor Amerikaanse ruimtevaarders. k V PARIJS Dat het staatkundige systeem waardoor Frankrijk vandaag wordt bestuurd niet helemaal van totalitaire trekken is vrij te pleiten zal ook de hartstochtelijke bewonderaar-door- vrij-en-dun- van het staatshoofd Charles de Gaulle nauwelijks meer kunnen bestrijden. Een dictatuur die door anarchie ge temperd wordt, zo heeft een der voornaamste grondvesters van de Vijfde Republiek (die nu tot haar tegenstanders behoort), oud-minister Jacques Soustelle, het onlangs niet zonder humor omschreven. Men spreekt, ter karakterisering van De Gaulle's beleid van een „absolute monarchie" of een „verlichte despotie". Doch welk etiket men op deze Vijfde Republiek ook plakken wil, zeker is wel dat sinds Napoleon en Lodewijk XIV geen figuur zo'n markant stempel op zijn tijd en zijn land heeft pogen te drukken als De Gaulle zich thans veroorlooft De generaal, zoals hij zich door iedereen noemen laat een veelzeggende trek die duidelijk zijn visie en opvatting illustreert: in het Witte Huis zou niemand Eisenhower ooit anders dan met „mr. president" hebben aangesproken de generaal dus, „maakt" in zijn eentje de Franse politiek of be paalt althans haar grote lijnen, al zijn die in de dagelijkse gang van zaken dan ook niet steeds gemakkelijk meer als van hem afkomstig, te herkennen. Hij belichaamt in zijn eigen ogen Frankrijk en ook zijn devies kan dus luiden: L'état, c'est moi! (De staat dat ben ik). Dat zijn wil en zijn veelal zeer lofwaardige bedoelingen vaak reeds in de eerste fase der verwezenlijking door premier Debré, (die onlangs door Frangois Mauriac weer openlijk van verraad beschuldigd werd) naar een andere en zelfs tegenge stelde richting worden omgebogen, schijnt de generaal in het isolement op zijn Elyseese troon nog wel eens te ontgaan, tenzij men die tegenstelling tussen woord en daad nu juist als ge zochte uiting van zijn Macchiavellisme wil beschouwen. DAT ANACHRONISCHE der tegenwoordige Franse politiek nu heeft een bekend kamerverslaggever André Ribaud sedert enkele jaren op even knappe als spirituele wijze in het licht gesteld door de dagelijkse gang van staatszaken te beschrijven in een wekelijkse rubriek in de „Canard Enchaine" in de vorm en de stijl van een zeventiende-eeuwse hofkroniek En nu die artikelen gebundeld zijn onder dezelfde titel van La Cour (het hof) heeft men een chronologisch verslag van de daverende dingen en vooral ook de details in het Frankrijk van generaal De Gaulle onder ogen gekregen, waarvoor naast de Zonne koning ook de kroniekschrijvers uit de Franse gouden eeuw als kardinaal De Reitz en Saint-Simon model gestaan hebben. Voor beelden die Ribaud zowel voor de sierlijke elegantie van de stijl als voor de onbevangenheid van zijn belangstelling voor het hofnieuws en de politieke informaties (die hij in de onmiddel lijke omgeving van „de koning" pleegt in te winnen) met grote litteraire souplesse en vindingrijkheid weet te respecteren. Ge heel in de lijn van het devies „L'état, c'est moi!" worden alle figuren en fenomenen uit het politieke leven dus in hun exclu sieve betrekking tot het staatshoofd in casu de koning belicht en voorgesteld en zo vermag de auteur dan heel wat pikante bijzonderheden en indiscreties over „mijn" regering, „mijn" ministers, „mijn" oppositie, „mijn" pers en ook „mijn" klein- en groot-Europa en „mijn" Afrika uit de Elyseese school te klappen. Terwille van de monarchistische kleur en geur voor ziet Ribaud de leden van het staatkundige personeel van adel lijke titels en namen waaronder de insider, en zelfs de doorsnee krantenlezer, de tijdgenoot niettemin gemakkelijk herkent- Zo is „Monsieur le prince" Michel Debré en „mgr. Le Dauphin Antoine Pinay (die vrij algemeen als des generaals opvolger wordt beschouwd). Madame de Maintenant is mevrouw De Gaulle en le comte Bid'O is Georges Bidault. Heel fraai is ook de socialist Guy Mollet omschreven als Le Comte de Mollet de Champlatreux et D'Arras dit laatste vanwege Mollet's bur gemeesterschap van Atrecht (Arras). Algerije wordt voorts als „Barbarie" aangeduid en Ben Khedda als „het hoofd der Bar- baresken". Ook de verworvenheden der moderne tijden worden stelselmatig naar de zeventiende eeuw getransponeerd en wan neer Ribaud van het „merkwaardige dakvenster" spreekt, dan heeft hij de televisie op het oog. Het is intussen geen giftig venijn waarin André Ribaud zijn pen gedoopt heeft voor deze parodie of persiflage op de Vijfde Republiek en haar president, die dan ook nauwelijks een „majes- teitsschennend" karakter draagt. Zijn persoonlijke sympathie voor „de koning" treedt integendeel even duidelijk aan de dag als 'zijn geamuseerde minachting voor de neerbuigende en vleiende hovelingen, al liggen spot en vlijmscherpe kritiek dan natuurlijk wel aan deze hele parallel tussen twintigste en zeven tiende eeuw ten grondslag Een spot en een kritiek echter van zeer hoog gehalte die zich nooit en nergens tot grofheden ver leiden laten. Het Franse publiek (met inbegrip naar het schijnt, van de „modellen" die hier op de korrel genomen worden) vermaakt zich dan ook gnuivend met deze briljante karikaturen waaraan ook „de koning" in hoogst eigen persoon veel plezier schijnt te beleven. Uitgever Réne JuUiard heeft dan ook in korte tijd tienduizenden exemplaren van deze bundel verkocht. „Le Rot Soleil" in zijn volle absolutistische glorie. Bij een landbouwkundig Onderzoek in In dia is een methode ontdekt om brandbare gassen aan koemest te onttrekken, waar aan voor verwarming en verlichting op het Indische platteland grote behoefte bestaat. Met deze methode slaat men twee vlie gen in één klap, want de kwaliteit van de koemest blijkt door de ontgassing vooruit te gaan. De methode berust op een zoge naamd fermentatieproces, dat bijvoorbeeld ook bij tabaksplanten wordt toegepast. De bevolking in kleine dorpen is met de vin ding zeer ingenomen. Advertentie Kaarslicht flonkerend, feestelijk! GOUDA KAARSEN „EEN STEM weerklonk uit de luid spreker, een glas brak, een man werd lijkbleek. Dat was het begin van een tragedie, die een heel volk aanging, en één buitenlander in het bijzonder: de tragedie van een koning, die zijn liefde stelde boven zijn troon". Gisteren was het vijfentwintig jaar ge leden dat de tegenwoordige hertog van Windsor als koning Edward VII het En gelse volk in een radioboodschap meedeel de, dat hij zijn troon opgaf om met de vrouw van zijn keuze te kunnen trouwen. Op dat moment zat in de hal van het Savoy hotel in Londen een portier die een beslissende fase van een persoonlijke tra- CO». M*»TIN TOONM» WlUwi SO'69 30. Het duurde een paar ogenblikken voordat het tot de nog slaperige Panda doordrong wat er hier aan de hand was maar toen werd hij dan ook zo kwaad dat er van slaperigheid geen sprake was! „Wat stelt dit voor, Professor?" vroeg hij op scherpe toon. „U gaat te ver! U bent hier ingebroken! En u hebt geen recht om uw experimenten toe te passen op iemand, die slaapt en die zich niet verweren kan!" De geleerde was echter allerminst onder de indruk integendeel; hij werd woedend. „Gedraag je, Plasma!" snauwde hij. „Bij dit experiment is absolute stilte geboden! Ik ontzeg je de toegang! Verdwijn zwijgend, of ik spuit je net zo'n slaapmiddel in als ik aan deze Lobbiejop heb gegeven!" Zijn ogen gloeiden van uitvinderskoorts en het leed geen twijfel dat hij in staat was zijn bedreiging uit te voeren. „Hoogst merkwaardig!" siste hij nog, terwijl hij de vluchtende Panda tot aan de deur achtervolgde. „Er bestaat tegenwoordig geen eerbied meer voor het zuiver wetenschappelijk onderzoek! Verdwijn!" Nu Panda verdween inderdaad, maar niet omdat hij ver slagen was. Dit was een ernstig geval dat hij niet op zijn eentje kon regelen. En zo kwam het, dat politie- brigadier Sipkes een ogenblik later werd opgeschrikt uit zijn nachtdienst door een alarmerend telefoonge sprek. Hij luisterde een ogenblik aandachtig toe, en antwoordde vervolgens bedaard: „Wat u zegt! Is daar een waanzinnige geleerde dromen aan het stelen? Toe maar! Houd u nu maar kalm we komen direct wel even langs met een aspirientje." gedie zag voltrekken. In „De gouden sleu tels", het orgaan der Vereniging van Ne derlandse Hotelportiers, haalt deze func tionaris zijn herinneringen aan dat histo rische ogenblik op. „Het was 10 december 1936. In een fauteuil in de hal zat een scheepsbouwer, een zekere mijnheer Simpson uit Schot land. Hij logeerde vaak bij ons. We ken den hem als een stille bescheiden man. Terwijl hij daar zat met een glas in de hand werd er een extra uitzending via de radio aangekondigd. Het werd dood stil en even later klonk uit kasteel Wind sor de stem van de man, die de hele we reld thans kent als de hertog van Windsor. Hij stelde het Engelse volk ervan in ken nis, dat hij afstand zou doen van de troon om de stem van zijn hart te volgen. Ter wijl de stem van koning Edward uit de luidsprekers kwam, voelde iedereen, dat dit een dramatisch ogenblik voor Enge land was. Niemand in de hal van het ho tel vermoedde echter, dat zich onder hun ogen nog een andere tragedie afspeelde, die nauw verband hield met de rede, die men beluisterde. Pas toen de koning over zijn toekomstige vrouw sprak en zei: „Wallis Simpson, de vrouw van wie ik houd..." begreep men het. Plotseling werd de stilte verbroken door het vallen van een glas. Een kelner schoot toe om de scherven op te rapen. De man, die het glas had laten vallen, staarde lijkbleek voor zich uit. Als een bliksemschicht schoot het door mijn hersens: mijnheer Simpson, mevrouw Wallis Simpson.. Een vergissing was uitgesloten. Hier zat de man, die het slachtoffer werd van het drama, dat over Engeland was gekomen". „Later kwam hij de sleutel van zijn ka mer bij me halen. Het is de enige keer in mijn leven geweest dat "ik een gast niet, zoals gebruikelijk, „goede nacht" wenste. Deze man zou geen oog dicht doen. Zijn vrouw wilde van hem scheiden om een koning te trouwen en heel Enge land verwachtte van hem, dat hij tenmin ste de schuld van de scheiding op zich zou nemen. Anders zou het schandaal nog groter zijn. Hij deed wat van hem verwacht werd. Nadien heb ik hem nog vaak in het Savoy gezien. Een 'stille, teruggetrokken man, die nooit hertrouwde. De eerzucht van een vrouw had zijn leven geknakt. Enkele ja ren geleden stierf de heer Simpson in een zaamheid. Bij zijn begrafenis waren slechts weinig mensen. Iemand legde op zijn graf een boeket orchideeën met een kaartje, waarop vermeld stond „hertogin van Windsor". 43-20

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7