WAAROM SINTERKLAAS IN KOEDIJK Rendez-vous met het verleden I PAS OP OUDEJAARSAVOND KOMT HET LUIE KABOUTERTJE PANDA EN DE DIENOMAAT P o 11 e, Pelli en Piodo Duitsers vieren uithuizige kerst Ons vervolgverhaal Schaap kreeg vals gebit Het feest van de Gouden Engel DOOR CLEMENS LAAR 11 EEN EEUWENOUDE TRADITIE "VRIJDAG 2 2 DECEMBER 1961 53. „Pingo", zegt Slokop, „ik heb weer erge honger!" „Als je maar overal afblijft asjeblieft!", zegt Pingo „Kom, wat zal ik nu in de bloemenbak planten? De keus is groot genoegvan bananen tot radijsjes kun je nemen!" „Zeerob is toch zo heerlijk praktisch, nu maakt hij weer een trap naar het balkon. Dan is het weer zoveel gemakkelijker om er op te komen!" Kaarslicht flatteert! GOUDA KAARSEN FELISOL écht kleurecht cc*. Tineis Let op, mevrouw! Op een boerderij bij Newport op het Engelse eiland Wight, zo meldt de Londense Times, is een tienjarig schaap door een veearts en een plaatselijke tandarts voorzien van een onderkaak prothese, een vals ondergebit. Het expe riment heeft tot een bevredigend resul taat geleid, zo melden de beide artsen, en het schaap graast en kauwt thans weer naar hartelust, hoewel ietwat trager dan een schaap met goede echte tanden. De Times merkt hierbij op, dat vele schapen reeds op jeugdige leeftijd opgeruimd moeten worden wegens het ontijdig verlies van teveel tanden en kiezen. 6) Hij roept ten bate van zijn zoon nog S eens enkele taferelen van zijn leven op en wanneer, zoals het schijnt, 1 vrouwen en paarden daar een erg be- langrijke rol in gespeeld hebben, dan is dat nu eenmaal de stijl van Go- deysen. De oude Kaspar Godeysen zal E wel geweten hebben, waar ook bij zijn jongen de kernpunten van het E levende leven schuilen." Als een le- vende vermaning verscheen aan het 1 einde van de gang een kleine op- tocht. Drie dokters, evenals Gun- thermann verre van elegant in bur- gerkleren gestoken, en twee ver- El pleegsters. „Jonge dame, als u en Kasper Go- deysen samen het niet gedaan krij- gen, dan is er ook geen macht ter wereld meer, die het wel kan. Maar E u zult het klaarspelen, hoort u, u zult het klaarspelen." „Ik zal het klaarspelen", herhaal- 5 de Nikoline bevangen. E Een van de zusters kwam aarze- lend nader: „Dokter, het is al ver over tijd S „U hebt een halve dag, en als het zijn moet, een hele nacht. Wacht er iemand op u?" S „Mijn moeder. Als men...." „Geeft u het telefoonnummer maar op aan de zuster. En ga dan bij hem binnen". Bezwerend blikkerden de brillegla- zen van Gun thermann: „En als het lukt, dan zal de vader het grootste aandeel daarin gehad S hebben, die oude doldrieste ruiter. Of E hij het geweten heeft of niet, maar nu gaat het om de hoogste prijs Merkwaardig idee, wat? „Maar veel, heel veel zal aan u liggen, jonge dame. Een halve dag E en een hele nacht. In die periode moet u Jurgens Godeysen verliefd maken op het leven. En, als het kan,s E ook op u Hij klopte haar nog eens op de schouder en Nikoline voel- de in dit ruwe gebaar een stroom van tederheid en genegenheid, maar ook van vertrouwen en hoop. „Dus, aan de slag, jonge dame, ik kom nu en dan wel eens kijken." E Ineens stond Nikoline Pratt alleen E daar en ergens in het huis sloeg een gong; ergens in de verborgen diepte van de gangen ging een deur open, S liet wat radiomuziek naar buiten klin- ken en werd weer dichtgeslagen. Hui- veringwekkende leegte waaide door de gang en streek langs haar heen. S Nikoline voelde zich verlamd door een overweldigend gevoel van hulpe- loosheid. Het leek haar onmogelijk, de S deur te openen en de kamér van E Jurgen Godeysen binnen te gaan. Nog nooit in haar leven had zij zich zo S eenzaam gevoeld, maar toen zij ra- deloos en automatisch een van de schriften opsloeg, was het haar, alsof er iemand naast haar kwam staan. E Een klein, tanig oud heertje met goe- dige en spottend flikkerende ogen. Zij onderging bijna lichamelijk het ge il voel, opgewekt en kameraadschappe- lijk bij een arm genomen en meege- troond te worden in de kamer van B de man, die niet meer leven wilde. S Zij had gelezen: „Ik heb dikwijls ongelooflijk veel angst gekend, beste jongen. Voor alle S mogelijke dingen. Hoofdzakelijk voor het gevaar zelf te kort te schieten. Angst is de grote natuurerfenis van S alle schepselen. Maar ons mensen is ook de moed geschonken. Misschien hebben wij er een paar miljoen ja- ren voor moeten vechten. Dat doet er S ook niet toe. De moed is iets, dat be- slist uitwerking heeft, als men hem 5 maar oefent en traint. Met moed kun E je alles kort en klein slaan, waar je last van hebt of wat je dreigt te doen stikken. Maar men dient natuurlijk tijdig die moed te hulp te roepen Zonder overgang stond Nikoline Pratt ineens voor Jurgen Godeysen. E Zij was zelf ontsteld van de opgewek- te gelatenheid, waarmee zij het jasje van haar mantelpak uittrok en het achteloos over het voeteneinde van het bed wierp. „Ik zal het me maar een beetje ge- B makkelijk maken". „Ja," zei Jurgen Godeysen en stem- de Nikoline dankbaar, toen hij er een poosje later aan toevoegde: „Natuur- S lijk". Een plotselinge ingeving deed Niko- line naar het venster lopen en het E opentrekken. Het zachte zonnewaas S van de namiddag had een hele troep mezen in de treurwilgen gelokt, waar zij op een vrolijke manier te keer gin- gen. Een koele lucht stroomde de kamer binnen; maar zij was niet hin- derlijk of scherp. Het rook alleen plotseling naar vochtig groen en vers omgewoelde aarde. Op een merk- waardige manier hingen er lentegeu- ren in de herfstdag. „Uw vader moet een wonderlijk man geweest zijn," zei Nikoline en ging als vanzelfsprekend op het voe- teneinde van het bed zitten. „Ja." „Hij heeft erg ve«l van u gehouden, Jurgen Godeysen." „Hij is dood." „Hij is niet dood, want u leeft." Jurgen Gpdeysen gaf geen antwoord maar met pijnlijke schrik bemerkte Nikoline dat zijn blik strak op haar gericht stond. Een blik vol verweer, „Maar wij beschikken ook nog over moed," fluisterde zij in gedachten en greep naar het eerste van de schrif- ten. Zonder iets te vragen en in rade- loze haast begon zij te lezen: „Ik ben altijd een arme drommel geweest, en dat weet niemand beter dan jij, beste E jongen. Maar toch: hoe rijk was mijn e leven. Ik heb nooit genoeg geld gehad, maar altijd overvloed van de grootste e schatten, waarop het ten slotte toch alleen maar aankomt. Ik heb je die al genoemd. Schoonheid, vreugde en de grootsheid, die voortkomt uit het zoeken naar wat waarachtig is. Daar- bij heb ik niet eens zo welbewust of grondig gezocht. Steeds heb ik me al- s leen maar aan de juiste bronnen ge- houden, aan de vrouwen en aan de paarden. De glans en de prettige sier- lijkheid van het leven komen alleen uit de handen der vrouwen. Wie ver- liefd is heeft daar al een vermoeden van, maar degene die mag liefhebben, die weet het. Ook jij zult het onder- s vinden, hoe wijs en hoe diep en door welk een geruisloze vreugde de we- reld vervuld is voor wie liefheeft. Uit de handen der vrouwen komen ook de ergste pijnen, maar hoe ook de pijn van het leven iemand kan ver- rijken, dat ziet men pas achteraf in, als men kan terugdenken. „En de paarden?" „De paarden beste jongen, dat weet je immers ook zelf al, voe- den ons beter dan wat ook ter wereld S op tot alles wat echt is. In het zadel S kan men zich niets wijsmaken: daar e geldt enkel en alleen de grootste waarachtigheid. Paarden dulden geen leugens en geen leugenaars, v geen goedkope schijn en geen doen-alsof. e Wie de innerlijke natuur van het paard niet begrijpt, die zal ook het leven E niet begrijpen en allerminst degenen die het leven dragen en het schen- e ken, de vrouwen„De weg, die ik heb afgelegd kan ik nu overzien. Hij was moeilijk. Maar mooi! Ik onder- scheid nu ook de mijlpalen langs de e weg en het is volstrekt niet zo merk- waardig en zeker niets geheimzinnigs e dat zij telkens verbonden waren met een vrouw en met een paard. Natuur- lijk waren er nog veel andere paar- den en andere vrouwen in dat bewo- gen en helemaal niet belangrijke le- ven, maar die hadden niets uit te staan met de grote episoden, die ik namen zou willen geven als: Intuïtie, e Droom, Vervulling, Slotakkoord en Inzicht. „Indertijd, niet zo lang voor B de wisseling der eeuw, toen ik, de vaandrig Kaspar Godeysen, met een heilig vuur brandend in mijn hart de kazernepoort doorging van het tweede E garderegiment der Ulanen en dacht nu een deel uit te maken van de macht, die volgens mij, alleen de grootheid van het geliefde vaderland vertegenwoordigde, en toen ik dan la- ter, huiverend van eerbied, bij gele- genheid van mijn eerste hofbal de zandstenen trappen naar de witte zaal Z van het slot opging, toen stond ik meteen voor die eerste mijlpaal in mijn leven, die mij de intuïtie zou schenken, het zuivere vermoeden van de werkelijke krachten van ons be- staan." HOOFDSTUK II Als u nu ook nog met vrouwenge- schiedenissen begint, vaandrig Go- deysen," snauwde iemand achter mij, „dan ligt u er binnenkort bij het re- giment volkomen uit." Ik hoefde me niet om te keren om te weten van wie die stem was. Sinds mijn eerste dag bij het Twee- de Garderegiment Ulanen vervolgde luitenant von Rost, nauwkeuriger ge- e zegd rijksbaron Karl-Heinz von Rost, mij met een min of meer machteloze vijandigheid. Ik stond bij het buffet van de onder- s officierskantine en probeerde over wat ik voor minnesmart hield heen te ko- men. De oorzaak daarvan was de don- kere Lena met haar blauwe ogen, die s achter datzelfde buffet stond. Ik stond op het punt een scherp antwoord te geven, maar Lena had al ingegrepen. (Wordt vervolgd) 62—63. Ook tussen de middag, toen voor de kabouters het schaftuurtje was aange broken en ze rust namen tussen de strui ken om hun brood op te eten, hoorde Swoppie hun gepraat over het feest. Hij zat in z'n eentje en moest er wel naar luisteren. Hij begon in te zien, dat alles zijn eigen schuld was. En die mid dag kwam er een plannetje in hem op. Luister eens, zei hij tot één van z'n makkers. Zou je zou je me 's morgens willen wekken, als je naar de akker gaat? Ikik verslaap me altijd, zie je! Natuurlijk Swoppie! antwoordde de ander. Afgesproken morgen wek ik je! Shirley Knight, een jong filmsterretje van Metro Goldwyn Miyer, toont hier een sportief ensemble voor de kerst wandeling: een sneeuwwitte viltrok, versierd met appliqué-hulstblaadjes van hetzelfde materiaal en een warme trui van „kerstklokkenrode" wol. Een groen hoedje in de vorm van een kerstkrans completeert de grappige combinatie. Advertentie In Koedijk, een langgerekt „straat dorp" langs het Noordhollands Kanaal, iets ten noorden van Alkmaar, komt Sint Nicolaas pas op 28 december. Niet dat de Sint op zijn verjaardag Koedijk heeft ver geten. Maar de Koedijkers, de echte al thans, willen die dag niets van hem we ten. Zij houden dan geen pakjesavond voor de grote mensen en zelfs de kinde ren krijgen geen speel- of snoepgoed. Dat alles komt pas op oudejaarsavond, want dan is het pakjesavond in Koedijk, aan de vooravond van het „feest van de gouden engel" dat al sinds eeuwen op 1 januari in dit dorp wordt gevierd. Wat de oorsprong van dit feest is, waar op de oudejaarsavond wordt gecombineerd met de Sint-Nicolaasviering werd door overlevering van geslacht op geslacht ver teld. Misschien is er aanvankelijk wel iets van die legende vastgelegd in de archie ven, die in 1573 met de abdij van Egmond in vlammen opgingen. In wat er elders aan archivalia over Koedijk is overgeble ven wordt 20 maart 1323 als de oudste da tum gevonden met betrekking tot Koedijk. In die tijd was graaf Willem III geduren de drie en dertig jaar landvoorgd van dit gewest en een eeuw later werd er in Koedijk nog over zijn grote goedheid ge sproken en geschreven. Vandaar zijn bij naam Willem de Goede. Die Willem dan had de bevolking van Koedijk, hoofdzake lijk vissers, die de meren rond Alkmaar bevisten, een kerk geschonken. En omdat de arme bevolking zelf geen priester kon onderhouden, stuurde hij ze ook een ziels- herder die hij uit zijn eigen zak een inko men verschafte. Op dit feit heeft de datum van 20 maart 1323 betrekking. Aan Willem III zou Koedijk ook zijn naam te danken hebben. Hij liet de kerk bouwen op de plaats waar een van de langs de dijk grazende koeien het eerst zou gaan liggen. Daarbij wordt aangeno men, dat Koedijk op 1 januari 1320 als zelfstandige gemeente werd gesticht. Oude legenden Maar wat heeft dat alles nu met het feest van de gouden engel en met pakjes avond op oudejaar te maken? Het is alweer de overlevering, die er een verklaring van geeft. De nestor van de huidige gemeenteraad, oud-wethouder Piet Hart, die al 35 jaar zo tussen Kerstmis en nieuwjaar het feest van de gouden engel met enkele andere dorpsgenoten organiseert, stapte op 13 maart 1951 eens naar zijn toen 96-jarige dorpsgenoot Jan Otto, die als een kenner van de lokale historische kronieken te boek stond. Hij las die kronieken niet al leen, hij trachtte ze ook te verklaren. De legende, dat het St. Nicolaasfeest op oudejaarsavond gevierd werd omdat de vissers in vroeger tijden op 6 december niet thuis waren, wil er bij hem niet in. En daar heeft hij een logische verklaring voor. Niet alleen in Koedijk, ook in andere dorpen rond de vele thans verdwenen me ren: de Daalmeer, de Bergermeer, de Eg- mondermeer, de Diepsmeer, de Kleimeer, het Vronemeer en de Hugowaard woon den vissers, maar alleen in Koedijk vierde men het feest van de gouden engel. Jan Otto heeft hier deze verklaring voor: die „gouden" engel was een „goede" engel en de personificatie van Willem de Goede, die op 1 januari 1320 de gemeente stichtte. De bewoners van de andere vissersdorpen deelden niet in Willem's goedheid, maar die van Koedijk wilden de herinnering aan hun weldoener levend houden en vierden daarom op 1 januari het feest van de gou den (goede) engel. Maar waarom dit feest dan gecombi neerd werd met het St. Nicolaasfeest? Het is mogelijk, dat de vissers op 5 en 6 december veelal nog ter visvangst waren of dat zij pas tegen het einde van het jaar ruim genoeg in hun geld zaten om dit feest te vieren. Hoe dan ook, sinds eeuwen komt de Sint alleen voor de Koedijkers, op 28 december weer helemaal uit Spanje. Die dag arriveert hij, ook dit jaar weer, per auto uit het nabije Bergen. Bij de Koedijker vlotbrug stapt hij over in een open rijtuig en wordt hij verwelkomd Voor het eerst in hun geschiedenis zijn de Westduitse reisbureaus dit jaar „vol ledig uitverkocht" voor wat hun kerst- reizen betreft. Dit houdt in, dat tussen de 35.000 en 40.000 Duitsers de drukte en de vrolijkheid van het internationale hotel leven hebben verkozen boven de vredige sfeer van het kerstfeest in de huiselijke kring. Christian Signorelli, directeur van het Zwitserse reisbureau in West-Duitsland heeft de situatie als volgt omschreven: „Zelfs al zou de burgemeester van deze stad (Frankfort) nu komen vragen om een hotelbed, waar dan ook in Zwitserland ik zou hem eenvoudig niet meer kunnen helpen". Signorelli zette uiteen, dat de Duitse kerstinvasie vooral Grisons en het Berner Oberland ten doel had. Overigens zijn er voor Kerstmis nog meer Engelsen dan Duitsers naar de Zwitserse toeristencentra gekomen. Deskundigen hebben opgemerkt, dat de massale trek van Duitsers naar het buiten land in deze tijd van het jaar iets nieuws is. Het kerstfeest was in Duitsland altijd in bijzondere mate een familiefeest, dat in huiselijke kring gevierd werd. Behalve Zwitserland krijgt ook Oosten rijk een golf van Duitse vakantiegangers te verwerken. Ongeveer 70 percent van de in Oostenrijk beschikbare bedden (370.000) is gereserveerd door Duitsers. Voorts zullen talloze Duitsers op reeds maanden tevoren volgeboekte passagiers schepen een vaarvakantie maken naar Teneriffe. Op de luchtlijnen naar Egypte en Spanje waren zelfs de plaatsen op de tientallen extra-vliegtuigen die voor de kerstdrukte ingezet zijn, uitverkocht. Wij beklagen de goede Sint wel eens vanwege zijn nachtelijke rijtoeren op de hoge, hoge daken, maar de Kerst man heeft ook geen benijdenswaardig baantje, zoals uit deze foto blijkt. Hier bevestigt de (Amerikaanse) „Vader Kerstmis" een denneboom in het topje van de „Ruimtenaald", tweehonderd meter boven het drukke verkeer van de stad Seattle aan de Westkust van de Verenigde Staten. Deze Ruimtenaald fungeert als blikvanger en centrum van de Seattle World Fair, de wereldten toonstelling die in april haar poorten opent. De naald huisvest o.a. ontvangst ruimten voor belangrijke buitenlandse bezoekers van de „Seattle World Fair" en, op hoger niveau, een restaurant met een ronddraaiend uitkijkterras. De witte lijnen in de diepte zijn de fun deringen van een monorailspoorweg, die het centrum van Seattle met de we reldtentoonstelling verbinden zal. door burgemeester Landman, die hem dan het verlanglijstje van zijn gemeente voor legt. Geëscorteerd door ruiters maakt de Sint daarna zijn feestelijke tocht door het langgerekte dorp naar Oostwijk, waar het verenigingsgebouw staat. Daar zingen de 160 schoolkinderen ook die uit Koedijk, die in Alkmaar of elders naar school gaan hem toe. Zij zingen het lied van de Gouden Engel: Willem de Derde, de grote graaf had een hart zo eêl en braaf, had een hart van zuiver goud, heeft de Koedijker kerk gebouwd, keert de zeeman huiswaarts weer met een zak vol zilver zweer, staat voor hem aan 't eind van 't jaar Wïllems gouden engel klaar. Willem de Derde, de grote vorst heeft met eer zijn naam getorst. In de kerk is hij herdacht, door de brand van Alva's macht. Kerk en toren zijn vergaan. Maar zij n naam is blijven staan. Dankbaar zijn wij steeds geweest voor het Gouden Engel-feest. 40. Na de kweker Raapkens hardhandig uit de weg geruimd, dat wil zeggen op het dak gedeponeerd te hebben, stortte de Dienomaat zich achter het stuur. Met de bediening van de motor bleek hij niet de minste moeite te hebben en hij gruilde van genot terwijl hij de kleine vrachtwagen wild in beweging bracht. „Wacht! Halt!" riep Professor Kalker inmiddels, dravend om hem in te halen. „Dit is een hoogst merkwaardig ge drag voor uitvindingen! Ik gelast je te stoppen! Ik moet je nameten!" De robot trok zich er niets van aan. Wie zich ook niets van redelijke vermaningen aantrok, was Brigadier Sipkes in het politie-bureau. Jolliepop had er het zwijgen toegedaan, sprakeloos van verontwaardi ging omdat men hem kwetsende beschuldigingen toe voegde terwijl hij in nachttoilet was, maar Panda weer de zich geducht! „Het gaat om die machine, brigadier!" zei hij. „De goede Jolliepop heeft niets kwaads gedaan, maar die machine is gevaarlijk daar zult u binnen kort méér van horen!" De brigadier geloofde er niets van maar inmiddels werd het duidelijk, dat hij er binnenkort wel degelijk meer van horen zou. Eén zijner minderen de agent-eerste-klasse Ploftoeter, merkte namelijk juist tijdens een motorpatrouille een merk waardige overtreding op. Daar schoot hem de tomaten- wagen van Hovenier Raapkens met ontoelaatbare snel heid voorbij! „Wat is er in die Raapkens gevaren?" vroeg Ploftoeter zich af. „En hij heeft ook nog een vent achterop! Daar moet ik meer van weten!" Deze ge- dachtengang bracht de diender er toe, de achtervolging in te zetten. Advertentie Textielgoederen met het FEL1S0 L-eti ket zijn kleurecht! Let U dus voortaan op FEL1S0L. Twee jaar geleden dreigde het mis te gaan met de aloude gouden engel-traditie. Een nieuwe onderwijzer, die niet beter wist, wilde St. Nicolaas op 6 december bij zijn schooljeugd introduceren. Maar de ouders voelden er niets voor en het feest ging niet door. Nu vieren onderwijzers en ouders en kinderen hun Sinterklaas weer vredig samen: op 28 decejnber, waarna op oudejaarsavond dan de goede gaven en de cadeautjes volgen.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 11