NIEUWE No, 553. Zondag 15 Januari 1882. 7e Jaargang. Een blik in 't Rijk der Czaren. IÜ 0,06 - vv.w HliRlËlHSd ABONNEMENTSPBIJS Per 3 maanden voor Haarlem Buiten Haarlem franco per post. Afzonderlijke Nummers 0,85 1,— Dit blad verschijnt Eiken WOENSDAG en ZATERDAG BUREAU": St. Jansstraat Haarlem AGITE MA HON" AGITATE. flODttlïT. PRIJS DER ADVERTENTIÉN Van 16 regels30 Cents. Elke regel meer5 Groote letters worden berekend naar plaatsruimte. Dienstaanbiedingen 25 Cents per advertentie a Contant. Advertentiën worden uiterlijk Dinsdag- en Vrijdag avond voor 6 uur ingewacht. Uitgevers KÜPPERS LAUEEY. In den Noordschen kolossus vallen vree- selijke gebeurtenissen voor. Sinds deu af grijselijken keizermoord van den 13den Maart 11. heeft de gaasche wereld met buitenge woon belang en in angstvolle spanning hare blikken naar St. Petersburg gericht en wacht zij met bezorgdheid de ontwik keling der toestanden aldaar. In het Rijk zeiven heerschen voortdurend vrees, schrik en zwaarmoedigheid, omdat men er geen oogenblik zeker is dat orde en rust zullen worden gehandhaafd. In het gansche land hebben misdadige brandstichters onnoeme lijke schade veroorzaakt en nog meer schrik dan armoede verspreid. De geheime revo lutie-regeering, in weerwil van hare bru taliteit en schaamteloosheid, waarmede zij elk oogenblik in den hofkring hare pro clamaties en bedreigingen slingert en toch ongenaakbaar en onvindbaar blijft, houdt de gansche bevolking, de Regeering incluis, in een vreeselijke, afmattende spanning. De nieuwe Czaar, Alexander III houdt zich voortdurend schuil in de een of andere vesting, steeds door een leger soldaten om geven. Toch vreest hij zelfs zijne eigen wachters, want de Keizer aller Russen slaapt uiet anders dan achter gesloten en zwaar gegrendelde deuren, terwijl steeds een aan tal gezadelde paarden gereed moeten staan, om, zoo noodig, hem de vlucht gemakke lijk te maken. Welk een lot! Waarlijk elke schaapherder leeft gelukkiger en rus tiger dan de Czaar van het kolossale Noord- sche Rijk, want deze heeft het bewustzijn dat hij op een kruitvat zit en dat het aan tal booswichten, dat dag en nacht op de loer ligt om het vat in brand te steken, legio is. Doch wanneer en hoe zal de ver schrikkelijke vulkaan uitbarsten, die alles vernietigen zal wat hij met zijne gloeiende lavastroomen kan bedekken? Wie zal het bepalen De partij der revolutie verlangt zoo spoe- FE U ILL ET ON. De schaduwzijde eener goede zaak. Mijnheer Mummel had geruimcn tijd aan het hoofd gestaan van een lakenmagazijn der firma Mummel Co. in een onzer aanzienlijkste koop steden. In de woning waar de zaak gedreven werd, had hij het levenslicht aanschouwd, even als al zijne voorgangers, en hij had besloten er te blijven, tot dat hij ee.i goed vermogen verwor ven had, groot genoeg om hem in staat te stellen de beslommeringen van den handel vaarwel te zeggen en op zijn slofjes te gaan leven. Een inkomen van f10,000 'sjaars, scheen hem daar toe voldoende, maar dat moest hij ook hebben. Met minder kon hij het niet doen, meende hij, en van dat besluit was hij niet af te brengen, noch door de vertogen, noch door de tranen van vrouw en dochter, noch door zijn eigen voorliefde voor het buitenleven. Zoodra echter zijn vermogen de vooraf bepaalde hoogte bereik! had, zocht hij dag aan dag de advertenties in de voornaamste bladen na. Op zekeren dag vond hij wat hij zocht, een aanbie- ing van een lieve woning, niet ver van de plaats waar hij gevestigd was. Hij ging het buitentje ezie itigen, het beviel hem en hij werd kooper. nze goede vriend, aan een werkzaam leven gewoon, had een afkeer van de ledigheid; hij ontving met gaarne deftige bezoeken, ea was een vijand van tafelschuimers, die op vaste uren bij hun goedgeefsche vrienden komen aankloppen. Daar had hij dan ook, zoolang hij zaken deed, weinig last van gehad. Slechts nu en dan was een onverwacht en ongewenscht bezoek van een praatzieken vriend hem 's avonds komen storen. Toch was hij geen menschenhater. Integendeel, elke maand ontving hij vrienden en kennissen aan zijne tafel, terwijl hij geregeld gebruik maakte van de uitnoodigingen, die hij wederkeerig ont dig mogelijk eeue grondwet. Alexander II viel, omdat hij deze weigerde. Ook Alexan der III heeft den eisch afgewezen, 't zij uit vrees dat op de grondwet, de Republiek eens spoedig mocht volgen, 't zij uit over tuiging dat het politiek onrijpe Russische volk onder eene grondwet de speelbal zou worden van geraffineerde agenten eu dema gogen of eindelijk uit aangeboren zelf- heerschertrots. De nieuwe Keizer deed een beroep op bet nationaliteitsgevoel der be volking en verzocht aan allen, ter verbete ring van den kritieken toestand, het hunne bij te dragen. Maar 't is juist de quaestie, of die toestanden te verbeteren zijn, te ver beteren zonder die radicale middelen toe te passen, welke de Czaar niet wil en wellicht ook niet kau geven. Wie of wat zal in bet Czarenrijk de toestar-den verbeteren, waar de domheid van het volk band in hand gaat met bet zedelijk bederf der Russische geestelijkheid en met de omkoopbaarheid en laagheid der ambtenaren, wier doel is den Staat aan de door geheime genoot schappen lang voorbereide revolutie over te leveren. Van de hulp der geestelijkheid en van den godsdieust verwacht Alexander III zoo weinig, dat hij in zijn manifesten er zelfs geen gewag van maakt. Van de omkoopbaarheid en ontrouw der Russische ambtenaren en van een groot gedeelte der armee, kan men zich nauwe lijks een denkbeeld vormen; zoo iets is nog nooit beleefdHet revolutie-comité heeft daarenboven zijne leden en helpers zelfs in de hoogste kringen der Staatsdienaars. In het volk echter is nog een voor godsdienst vatbare goede kern, doch deze is door de popen zoodanig verwaarloosd en in het al gemeen het gansche Russische godsdienst- wezen zoo vervreemd, de geestelijke vor ming zoo verzonken, het ongeloof en het zedelijk bederf der hoogere standen zoo reusachtig groot, dat alle gewone middelen om tot hetere toestanden te geraken, nood- ving van hen, die van zijne gastvrijheid gebruik gemaakt hadden. Nu hij buiten was, bedacht hij een kleine list, om zich de ongenoode gasten van de deur te houden. Hij gaf eenmaal 'sjaars een prachtige buitenpartij aan alle verwanten en vrien den. Dat was op den 10 Juli, den verjaardag zijner dochter. Kwam bij nu in „de stad", dan bezocht hij onbeschroomd al zijn oude vrienden; hij maakte gerust gebruik van hunne gastvrijheid en vertrok bij, dan was het steeds onder harte lijke dankzegging voor 't genoten onthaal, zeer gulhartig: „nu, maar ik reken op je, tegen 10 Juli." Dat was een uitnoodiging, maar tevens voor den goeden verstaander een teeken, dat men op een anderen dag niet bizonder welkom zou zijn. Zoo ging het een paar jaren naar wensch. Op zekeren dag echter, zag Mummel toebereidselen maken tot den aanleg van een paardenspoor. Kom, kom, dacht hij bij zich zeiven, nu wordt mijn buitentje des te meer waard. Met belang stelling sloeg bij de vorderingen van den arbeid gade, maar toch was hij nog verrast, to-n hij op een morgen ontwaakte door een tot dusver in zijn stille streek ongekend geluid. Tingeling, tingelingeling! Wat is dat, dacht hij en sprong zijn bed uit. Ha, de paardenspoorweg begint den dienst, goed zoo 't Nieuw ging er spoedig af; ieder uur van den dag werd het gezin in zijn rust gestoord door het getingel van de bel, dat zelfs de vogels ver schrikt deed wegvliegen. Twee meezen, die dicht bij den weg een nestje gingen bouwen, staakten den arbeid en zochten elders een stiller plaatsje voor huil echtelijke woning. de kettinghond, door al de vreemdigheid in de war gebracht, deed niets dan blaffen en brullen. Kortom, men begon te wenschen, dat de paardenspoorweg maar niet zoo dicht bij ware gelegd. En toch, 't was slechts 'tbegiu van 't bitter lijden. Den vijfden dag na de opening van den dienst zakelijk schipbreuk moeten lijden. De ko lossus gaat derhalve zijn ondergang met rassche schreden tegemoet. De liberalen schreeuwen om 't hardst en willen coüte que coüte eene grondwet. Doch door de ergerlijke onwetendheid en domheid van het Russische volk en door zijne politieke onrijpheid, zou de gansche Regeeriug ongetwijfeld in handen komen van de revolutionnaire partij en dat zou voor' deze, koorn op haar molen zijn. 't Rijk zou er dus niet beter op worden. Wellicht dat deze wetenschap den Czaar er van afhoudt, eene grondwet te geven. Kou en wilde echter de Resreering er toe be- O O sluiten, den oorlog tegen Polen en Katho lieken te doen ophouden, den Katholieken godsdienst geheel en al vrij te laten, en daardoor zijn invloed te herstellen, dan zal dit het eeuige middel zijn voor de we dergeboorte van het Czarenrijk. Millioeuen Katholieken zouden er zich op toeleggen om een geestelijk, religieus en zedelijk leven weder op te wekken. De scholen zouden herleven, de godsdienst zou ook in de hoogere standen opnieuw in achting winnen en meer beoefend worden, de Re geeriug zou langzamerhand in staat zijn, meer vertrouwde beambten aan te stellen, eu dé hoop kunnen koestereu spoedig tot betere toestanden te geraken. Of de toena dering, welke Rusland in den laatsteu tijd tot de Roomsche Curie aan den dag legt, op dergelijke verwachtingen berust, welke in zijn belang, alsook in dat der arme mishandelde Katholieken wenschelijk zijn, of dat beweeggronden der buitenlandscüe politiek in 't spel zijn, dit is nog niet geheel eu al uit te maken. De latere ge schiedenis zal daarover licht verspreiden. Zooveel echter is zeker: wil Rusland zijne zonden goedmaken, dan wordt het waarlijk meer dan tijd. Wat in deu ouden tijd de tirannie der Heidensche Keizers eu Stadhouders tegen de Christenen verzon eu ten uitvoer bracht, ging de huiabel over, juist toen de Mummels aan tafel zouden gaan. Mijnheer en mevrouw Stroopgans werden aan gediend, gevolgd door Pietje Stroopgans. Beste vriend, zeide zijn oude buurman, die paardenspoorwegen brengen een beele verandering teweeg. We zijn nu weer zoo goed als buren ge worden. Wij komen een avondje bij u doorbren gen. wat geurt uw soep.geen omslag, volstrekt niet,, laat ons aan tafel gaan! En de familie Stroopgans deed alsof ze thuis was en ging „zonder complimenten" zitten. Er was niets tegen te doen. Mijnheer Mummel moest nog een kip laten slachten en mevrouw Mummel liet een ham aanrukken. Nadat de tafel afgeloopen was, liep de kleine Piet over de bedden en perken, vertrapte de aard beziën en liep een oranjeboompje omver. 's Avonds te 10 uur nam de familie Stroop gans afscheid van de familie Mummel met de woorden: we komen spoedig eens weer! Tingeling, tingelingeling? Daar gingen zij heen. Den anderen morgen stapte een lange, dikke man den tuin in. Z g eens, Mummel, ge zult uw hond moe ten vastleggen, beste vriend. Ge kunt tegenwoor dig eiken dag bezoek krijgen en 't schijnt een kwaadaardig beest te zijn. Ha, zijt gij het mijnheer Paalster? stamelde de heer Mummel. Ik zelf! ik had last van benauwdheden en de dokter achtte 't daarom noodig, dat ik eens de buitenlucht ging genieten. Nu kom ik, zonder complimenten, maar eens bij u aankloppen; voor een dag of vijf, zes zult ge wel een meiden kamertje voor me open hebben. Een ijzer ledikant en een stoel, dat is al wat ik noodig heb. Zóó ontving mijnheer Mummel 11 personeu in ééne week! Daar was mevrouw Bernardel met dat werd ook meerendeela sinds jaren op de Katholieken in Rusland toegepast. Millioenen Roomsch Katholieke onderdanen werden door list en geweld in het Russi sche schisma gesleurd. Geheele diocesen werden tot den afval gedwongen en tallooze kloosters aan de oude Moederkerk ont stolen. Honderden Bisschoppen en Priesters, duizenden geloovige leeken werden naar Sibe rië gesleept, om daar een leven vol ellende en droefheid te leiden, 'omdat zij Katholiek wil den blijven. Eene onrechtvaardige wetgeving sueedt de aderen af der Katholieke Kerk en op gewelddadige of listige uitroeiing van den Katholieken naam in het Rijk aller Russen, is de politiek van den Czaar reeds sinds langen tijd bedacht. Het bloed der marte laren is ruimschoots gevloeid, gruwelen van echt Russischen aard werden gepleegd in een land, dat de aanhangers zijner staatskerk zelfs in duizend secten verdeeld ziet. De bajonetten der musketiers hebben in Katholieke kerken den mond der ge trouwe kinderen van Rome opengebroken, opdat de pope hun het Russische avondmaal op de tong kou leggen. Arme ongelukkige slachtoffers der geloofsvervolging werden op hun vervoer naar Siberië aan lijken vastgebonden; men heeft er geloofshelden levend hegraven en duizenden familiën van have en goed beroofd, tot landverhuizing gedwongen, met den smet van landverraad besmeurd, omdat zij Katholiek wenschten te blijven. En hoe heeft men in Polen huisgehouden? Taal noch godsdienst, zeden noch afstamming der edele natie bleven onaangeroerd door de ijzeren vuist der Russische Yandalen, die hunne knoeten zwaaiden over de offers der onzalige poli tiek van 1772. Naar aanleiding van onze korte beschou wing meeuen wij recht te hebben te mogen beweren dat in den tegenwoordigen hache- lijken toestand van het Rijk der Czaren, gansch Europa een vreeselijk strafgericht erkent. Natuurlijk! Die wind zaait, zal haar „juf," die 't zoo aardig vonden, eens te gaan „tremmen," daar was mijnheer Dirksen met twee zonen, die een dag vacantie hadden, en daar waren oude en nieuwe vrienden, men- schen die onzen braven Mummel meer of min der goed kende en die de groote stad door 't nieuwe vervoermiddel over den omtrek uitstortte. Tingeling, tingelingeling. Telkens als dat ge luid tot het buitentje van mijnbeer Mummel doordrong, sloeg de familie de angst om het hart. Wie zou er nu weer komen? dacht men. Alle rust, alle genot van het buitenleven was heen. De drukte en de verveling der bezoeken die men had, werden slechts afgewisseld door de vrees voor bezoeken, die komen zouden. Daar brachten op een helderen zomer-morgen de nieuwsbladen de voor de gelieele streek ver blijdende tijding, dat de paardenspoorweg veel meer bijval gevonden had dan men had durven verwachten en dat men dus den dienst belang rijk zou uitbreiden, om aan den steeds vermeer derden aandrang van reizigers voldoening te kunnen geven. Mijnheer Mummel verbleekte, de courant, die deze tijding bracht, ontviel zijne sidderende hand. Mietjeriep hij, zoodra hij weer een wei nig tot zichzelven gekomen was tot zijne vrouw. Mietje laten we ons boeltje pakken, we gaan ver huizen, 'tis hier nu heel niet meer uit te houden. Den volgenden morgen was zijn buitentje te koop. In een afgelegen gehucht, waar spoor noch stoomboot bekend zijn en van waar men eenige uren loopen moet, om de naaste diligence of trek schuit te bereiken, doolde sedert dien tijd een grijsaard rond, eenzaam en in zichzelven gekeerd en over wiens lippen geen ander geluid kwam, dan nu en dan een wanhopigtingeling, tinge lingeling; dat was de heer Mummel, die hier een schuilplaats was komen zoeken tegen de overmaat van gezelligheid, waarmede de paar denspoorweg zijn leven verbitterd had.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Nieuwe Haarlemsche Courant | 1882 | | pagina 1