NIEUWE No. 554. Donderdag 19 Januari 1882. 7e Jaargang. Rome als hoofdstad der Ka tholieke wereld. 0,06 Verkoudheid. Een keizerlijk vaartuig. lAillEISCH MMAIT. ABONNEMENTSPBIJ8 Per 3 maanden voor Haarlem Buiten Haarlem franco per post. Afzonderlijke Nummers 0,85 1- Dit blad verschijnt Eiken WOENSDAG en ZATERDAG. BUREAU: St. Jansstraat Haarlem. AGITE MA NON AGITATE. PRIJS DER ADVERTENTIÉN Van 16 regels30 Cents. Elke regel meer5 Groote letters worden berekend naar plaatsruimte. Dienstaanbiedingen 25 Cents per advertentie a Contant. Advertentiën worden uiterlijk Dinsdag- en Vrijdag avond voor 6 uur ingewacht. Uitgevers KÜPPERS LAUREY. Er bestaat geen religieus genootschap, welks opperhoofd niet volmaakt vrjj en on afhankelijk verlangt te zijn; slechts den Katholieken wil men dit recht, deze nood zakelijke voorwaarde niet gunnen, den Ka tholieken die naar hun aantal en karakter, naar den aard van hunnen godsdienst, ten aanzien van hun langdurig bezit en de be langen der beschaving, er het meeste aan spraak op hebben. 't Ts nog niet lang geleden, dat de Times (een blad dat overigens van Katholieke sym pathieën nimmer getuigenis geeft) schreef >het Pausdom wil en ban niet van Rome als zijne hoofdstad afstand doen.Ja waar lijk Rome behoort aan de Pausen en het is bestemd voor de Pausende geschiedenis en de herinneringen der volkeren hebben beide zoo nauw met elkander verbonden, dat de naam van den een, zich niet laat scheiden van deu ander. Rome is ten allen tijde als het symbool der Katholieke een heid beschouwd geworden, alle groote den kers en geleerden zijn het eens en erkennen dat Rome het eigendom is der Pausen en dat de Goddelijke Voorzienigheid het den Pausen heeft aangewezen en Dante Alegheri zag daarom gansch diepzinnig in de grond vesting van het Romeinsche Rijk slechts een doel, dat namelijk, om een verblijf te bereiden voor de erven, de opvolgers van den h. Petrus. Rome, door de Pausen in stand gehou den, uitgebreid, verfraaid, groot, rijk en beroemd geworden, is de stad van het Pausdom. Somtijds hebben treurige tijds omstandigheden de Pausen gedwongen, bui ten Rome, in ballingschap te leveu; ze zijn er echter steeds teruggekeerd. De onzalige gevangenschap te Avignon, de weinige ja- reu, welke de Pausen buiten Rome toe brachtten, hebben klaarblijkelijk bewezen, dat het Pausdom zonder de heilige stad. in zjjne werkdadigheid beperkt is, omdat het niet op zijn natuurlijke plaats is. 't Is van algemeene bekendheid hoe in deze eeuw Napoleon I te vergeefs alles in 't werk stelde, om het Pausdom naar Parijs, vol gens zijne woorden >te verplanten,® in welke stad hij het met alle mogelijke pracht en luister had willen omgeven. Dit historische feit is zoo overtuigend, dat ook de liberalen steeds erkennen dat Rome de natuurlijke zetel van den Paus is, en zelfs, als Passaglia, het bewijs leveren FEUILLETON. Gedresseerde oesters. Hoewel het sterk te betwijfelen valt of eene oester wel ooit zoo gedresseerd kan worden dat zij haar meester de trap op en af volgt, hetgeen als een grooten stap tot het toppunt van oester beschaving beschouwd zou mogen worden, lezen wij toch in „Lewes's studiën aan den zeekant," dat oes ters in zekere mate vatbaar zijn om gedresseerd te wor en. Op de kust van Calvados leeren de kooplie- en e oesters hare schelpen gesloten te houden, als zij uit et water zijn, waardoor het r.at, dat in de sc e p 'g'baar kieuwen vochtig houdt, zoodat zij rise e arijs aankomen. Hoe zij dat doen, is wel waar meer bekend te worden. Het gaat aldus: °0l..ra. 6 oes'er uit de zee opgenomen is, sluit zij hare schelp cn opent die weder na een zekeren tijd van vermoeidheid, zegt men, maar waarschijnlijk omdat de schok, dien zij ge voeld heeft toen zij in de lucht gebracht werd, en die hare spieren heeft doen samentrekken voorbij is. De kooplieden te Calvados maken daar gebruik van door oesters te oefenen, en ze te gewennen uit het water te zijn, door ze dage lijks al langer en langer aan de lucht bloot te van de bepaalde verplichting van den Paus om in Rome te blijven resideeren. Juist de verwijdering der Pausen uit Rome gaf aanleiding tot de schisma's; deze werden in 't aanzijn geroepen in tijden, waarin de Paus in eene andere stad verblijf hield, waar het noodige en noodzakelijke ontbrak, dat alleen in Rome te vinden is. Ten an dere de Katholieke wereld heeft eene hoofd stad noodig, wier roem over de gansche wereld moet schitteren, verheven door hare religieuse herinneringen, geographiscli gun stig gelegen om het middelpunt voor het gansche Katholieke leven op de geheele we reld en om in eene snelle verbinding metalle deelen der aarde te zijn, en onder omstan digheden, die der wereld de vaste overtui ging geven, dat dit groote centrum voor alle geestelijke belangen van zoovele mil- lioenen gewetens, volmaakt vrij is in zijne bewegingen, in zijn oordeel en in zijne uit spraken en niet alleen vrij volgens zijne natuur, maar ook van allen wereldlijken invloed onafhankelijk en volmaakt zelf standig. Rome vereenigt alle vereischten in zich, die men voor eene hoofdstad der Katholieke wereld kan wenschen. Hier is de glans van roemrijke herinneringen, waardoor de vol keren van ouds de eeuwige stad als metro- pole des Christendoms en moeder der be schaving hebben beschouwd; hier herinnert elke steen, elk gedenkteeken aan den gods dienst, aan het bloed der martelaren, aan de groote wijsheid der Pausen, aan de deug den van zoovele heiligenhet graf van den Vorst der Apostelen maakt Rome tot den natuurlijken zetel zijner opvolgers, het graf van den Apostel der heidenen trekt den blik van alle Christenen naar zich heen. En deze stad is groot en uitgebreid ge noeg en trekt sinds eeuwen hart en geest der geloovigen tot zich, die gewoou zijn van haar te ontvangen de zedelijke wet, de regelen des geloofs, de laatste uitspraak, de beslissing in alle vragen des gewetens. Daarbij komt nog dat de Katholieke wereld sinds achttien eeuwen in het bezit van deze hare hoofdstad is, op grond van een onbetwistbaar, heilig recht. De Katho lieke wereld heeft met hare middelen deze hare hoofdstad vernieuwd, verfraaid, ver rijkt, heeft haar met hare deugden ver sierd, heeft haar als de lichtbaak op de zee des levens beschouwd, als een vriendelijk gesternte in droevige dagen en als een orakel in hare godsdienstige twijfelingen. Wie zou aanspraak maken haar een recht stellen. Dit heeft de gewenschte uitwerking; het welopgevoede schelpdier houdt zijne deuren uren achtereen gesloten, en zoolang de schelp dicht is, worden de kieuwen ook vochtig gehouden. Over verkoudheid en vrees voor kou vatten is onlangs door een lid van het gezondheidscomité te Berlijn, Sanitüts-Rath Niemeijer eene belang wekkende verhandeling gehouden. -„Vele menschen" zegt die redenaar ken nen voor alle mogelijke ongesteldheden, geen andere oorzaak dan „gevatte kou." Dat men in ons veranderlijk klimaat kou kan vatten en ook zeer dikwijls kou vat, zal ieder gereedelijk toe stemmen, maar niet dat verkoudheid gevaarlijk is. Het voorbeeld der halfnaakte Vuurlanders en van de matrozen met blooten hals en borst leert echter dat men niet altijd kou behoeft te vatten.. Veel gevaarlijker dan verkoudheid is de vrees voor kou te vatten en het zoogenaamd inachtnemen, dat niet alleen niet tegen verkoudheid baat, maar ook de oorzaak van andere zware ongesteldheden is, bijvoorbeeld als men buiten de deur komt een doek voor den mond en den neus te houden, het dragen van respirators, het met doeken omwikke len van den hals, enz. Dfor in eene beperkte te ontnemen dat haar zoo onbetwistbaar toebehoort? En wie kon er aan denken der Katholieke wereld deze hare hoofdstad te ontrooven, of haar te dwingen, eene andere te kiezen? Elke Staat heeft een middelpunt noodig, een zetel der wetgeving en regeering, waar zich de hoogste Gerechtshoven bevinden, waar, voor zijn opperhoofd, onafhankelijk en vrij, alle hulpmiddelen ten dienste staan welke voor de uitoefening van zijn verheven ambt noodzakelijk zijn, dat ook in staat is, op elke mogelijke wijze zijne uitspraken en besluiten af te kondigen en waar alle onderdanen vrijen toegang hebben. De Katholieke Kerk is iets hoogers, iets ver- heveners dan een Staat; zij is eene vol maakte, goed georganiseerde maatschappij, die geen grenzen kent, over de gansche wereld verspreid is, onvergelijkelijk grooter dus dan de grootste Staat; en als eene ook nog zoo kleine monarchie of republiek zich zonder hoofdstad niet deuken laat, hoe veel minder dan de Katholieke wereld, d. w. z. de Katholieke Kerk, die over de gansche aarde is verspreid. De Kerk heeft dus eene hoofdstad noo dig; de Go Idelijke Voorzienigheid gaf haar die in Rome. De Kerk heeft haar recht matig en feitelijk gedurende achttien eeuwen in eigendom gehad, zij moet dus in haar wettig bezit blijven; Rome moet steeds zijn de hoofdstad der Katholieke wereld en wel met alle vereischten die daarvoor nood zakelijk zijn. De Katholieke Kerk heeft op Rome als hoofdstad een heilig recht, en zij kan daarvan niet dan tot haar groote schade en nadeel afstand doen. Zooals de zaken nu staan, ontbreken aan Rome de allernoodzakelijkste vereischten voor eene hoofdstad der Katholieke wereld. Is de -Pauselijke Stoel niet bezet, dan ont staat er bezorgdheid ten aanzien van de vrijheid der conclaven; en al is ook voor de eerste maal, meer tengevolge van ge lukkige omstandigheden, dan door den eroeden wil der nieuwe bestuurders, het o 7 eerste conclaaf ongestoord gebleven, dan is daardoor nog lang niet het bewijs geleverd dat zulks altijd het geval zal zijn. De Katholieke wereld moet zekerheid hebben, dat een conclaaf, 't zij het kort of lang dure, niet bemoeilijkt wordt door politieke machthebbers en bewindsliedenzij moet de zekerheid hebben dat de leden van het heilig college heeren en meesters der stad zijn, in welke het conclaaf wordt gehouden en daarom vrij en onafhankelijk, opdat de ruimte, zooals spoortrein-waggons, tramwagens enz. alle raampj'es dicht te houden, ademt men in plaats van de frissche lucht schadelijke dam pen in. Door het voorlezen van eene beschrijving van het Duitsche logementleven, in de gesprekken van Erasmus, die 300 jaar geleden in het licht zijn gegeven, toont de redenaar aan, dat men in vroe ger tijd ook veel hield van zich te „stoven," maar toen wist men tenminste niet van tabaks rook, van vensterglazen, van kachels en steenko lenvuur. De „ondeugd," waartoe vrees voor kou vatten leidt, is weekelijkheid, die alleen gezond heidsleer predikt in plaats daarvan de „deugd" der gehardheid, die voornamelijk geoefend wordt door middel van lucht en water. Evenwel moet men iemand, die anders gewoon is, niet dadelijk als dol en razend met koud water en open ven sters bestormen, maar hem zachtjes aan harden. De voorstanders van de geneeswijze door de natuur zijn niet altijd van overdrijving vrij te pleiten, en de boeren Schroth en Priesznitz hebben de waterkuur niet uitgevonden maar de Schotsche geneesheer James Currie reeds honderd jaar vóór hen. De gezondheidsleer raast niet op de gebie denden toon, maar wijst bescheiden aan; zij kent met R. Virchow maar één gezag: de gronden, en treurige tooneelen niet herhaald worden, zooals zij buiten Rome eenige malen zijn geschied; zij moet de zekerheid hebben dat den kiezers geene gevaren dreigen, dat de gekozene niet bemoeilijkt wordtzij moet eindelijk de zekerheid hebben, dat er geen gevaar voor schisma te vreezen is en dat men niet de poging waagt de wereld in den uitslag der verkiezing te misleiden, zooals dit helaas ten aanzien van andere feiten reeds is geschied. Ongetwijfeld, Rome mist thans alle ver eischten voor eene hoofdstad der Katho lieke wereld. Zij behoort niet meer aan den Paus, maar zij is in de macht eener profane regeering, zoodat de Katholieke wereld aan een Staat gelijk is, welks hoofdstad door vreemden is bezet, die er wel is waar den Souverein dulden, doch hem niet als den waren Souverein er kennen. Wij zeggenals waren Souverein, want de waarborgendie levenden noch dooden beschermen, zijn ongetwijfeld slechts spotternij, ze zijn trouwens nooit iets anders geweest dan eene fictie, zooals wij in de geschriften der gematigden kunnen lezen. Met deze waarborgen kan de Katholieke Kerk niet tevreden zijn; zij zijn onvolledig en gebrekkig, deels onaan neembaar, weifelend en onzeker in hun woordelijken inhoud, zwak en broos in hunne bestendigheid, afhankelijk van de luimen van kerkvijandige of ten minste van onverschillige lieden of van zekere omstandigheden, somtijds zelfs van de bru tale vernielingswoede van het gepeupel. De onafhankelijkheid, welke wij voor het Opperhoofd van twee honderd millioen Katholieken ^eischen, is geene ephemerische, begrensde, door wereldlijke machthebbers haar toegemeten en van dezen afhankelijke onafhankelijkheid, zooals de waarborgen- wet die geeft, ook in den besten zin ge nomen en onder voorwaarde eener vlekke- looze en onwankelbare loyaliteit van hen, die over deu Paus en zijue vrijheid waken. De onafhankelijkheid, die de Paus noodig heeft is eene souvereine, die aan geene vreemde autoriteit het recht toekent haar grenzen te bepalen, wetten voor te schrij ven of voorwaarden te stellen. Zulk eene onafhankelijkheid echter i3, zooals de limes zelf verklaart, »iu de hoofdstad van Italië bepaald onbestaanbaar,ergo: onzin.® Die onzin moet de wereld uit, en ver mits hij niet kan ophouden te bestaan alvorens Rome wederom het eigendom van laat voor't overige iedereen vrij om naar believen gezond of ziek te worden. De floep van den Sultan van Turkije is wit geschilderd, van binnen met rood fluweel en goud bekleed, en beeft een gouden troonhemel. De kussens zijn met goud en edelgesteenten gebor duurd, en tegenover die waarop de Sultan zit, liggen twee van zijne voornaamste ministers ge knield, met het hoofd voorover gebogen en de armen op de borst gevouwen in de nederigste houding. De vier-ent-wintig roeiers zijn gekleed in witte hemden en broeken, purperkleurige met goud afgezette buizen, en roode mutsen. Rij eiken roeislag knielen zij vooraf en raken den bodem van de sloep met hun voorhoofd aan, waarna zij zich in een staande houding oprichten en hunne riemen met een geweldige zwaai uitslaan. De gang is ontzaglijk snel en wint het van de snelste stoomboot; maar de inspanning is dan ook zoo zwaar, dat de roeiers gewoonlijk na verloop van twee jaar bezwijken. Als de Sultan aan wal stapt, loopt hij over een rood tapijt, dat met kleine koperen gewichten ge spannen wordt gehouden. Hij gaat tusschentwee rijen pacha s door, die diep voor hem buigen.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Nieuwe Haarlemsche Courant | 1882 | | pagina 1