NIEUWE No, 569. Zondag 12 Maart 1882. 7e Jaargang. Het oude cn nieuwe heidendom. BlUTENLAVD. Een bange nacht. HilRWHE COIJRliT. ABONNEMENTSPRIJS Per 3 maanden voor Haarlem 0,85 Buiten Haarlem franco per post. 1, Afzonderlijke Nummers0,06 Dit blad verschijnt Eiken WOENSDAG en ZATERDAG. BUEEAÏÏ: St. Jansstraat Haarlem. HMSTiöiDjtar AGITE MA NON AGITATE. PBIJS DER ADVERTENTIÊN Van 1—6 regels30 Cents. Elke regel meer5 Groote letters worden berekend naar plaatsruimte. Dienstaanbiedingen 25 Cents per advertentie a Contant. Advertentiën worden uiterlijk Dinsdag- en Vrijdag avond voor 6 uur ingewacht. Uitgevers KÜPPERS LAUREY. Vervolg.) Zoo diep kan de mensch vallen dat hij den afschuwelijken geest der hel aanbidt en den Eeuwigen Schepper schandelijk loo chent. En toch waren er op de vermelde vergadering van vrijdenkers nog velen, die meenden dat eene vereering van den dui vel nog veel te religieus was, »men moest de vergoding van den mensch door en voor zich zeiven invoeren.* Verschrikkelijke waanzin de mensch wil zelf God zijn! Hij wil zich zeiven aanbidden! Heeft men zoo iets ooit gehoord in de duis tere dagen van het oude heidendom? Zeker het geschiedde in die dagen ook, dat men menschen, die zich op de eene of andere wijze hadden onderscheiden en zich verdien stelijk hadden gemaakt, onder de goden rangschikte post mortem en hen dan ver eerde en aanbad. Maar het dolzinnige idee zich zeiven te laten aanbidden zal wel nim mer in de hersens van de oude heidenen zijn opgekomen. En toch zullen wij in den loop onzer beschouwingen een soortgelij ken waanzin ter sprake brengen, die zich somtijds in vroegeren tijd en ook in onze dagen heeft geopenbaard. Zijn dus onze moderne gedoopte en ongedoopte heidenen dientengevolge riet duizendmaal slechter en verafschu wens waardiger? Een ander beeld van het moderne hei dendom. Het is eene even bekende als ramp zalige verschijning, dat sinds de geprezen(!) vrijheid, de opheffing van den verplichten doop, in vele Noordduitsche steden en ook elders, duizenden kinderen rondloopen als totaal geëmancipeerde knapen en meisjes, die niet gedoopt zijn. Vele ouders hadden een afkeer van deze nietsbeduidende cere monie,* en de liberale Duitsche Staat kwam hen dienstvaardig ter hulp. In Hamburg, dit zij ter loops verkondigd, worden onge veer twee vijfden der kinderen niet meer gedoopt. En als de doop niet meer noodig* is, zooals menig liberale vader en menige ver lichte moeder beweert, waarom zal men den jongen wereldburger dan nog een Christelij- ken naam geven? Zoo dacht ook de literator Otto Walzer, een steunpilaar van de socialis ten te Dresden, en hij noemde zijn eerst geborene: Brutus, een naam waarmede men trouwens ook dikwijls een hond aanspreekt. FE U1L L E T O N. Hier is het. Mijn vriend plaatste zich op de bank van den afgelegen buitenboule vard en verlangend om het mij toegezegde ver haal te hooren, zette ik wij aan zijne zijde neer. Hier is het Eduard, dat ik twintig jaren ge leden gelegen heb, in het holle van den nacht, tot bed de sneeuw en tot hemel het uitspansel, en toch had ik een millioen franks bij mij. Hoe is het mogelijk, riep ik uit, half lachend, half verbaasd, als men zoo'n som rijk is, dan logeert men in het Grand Hotel. En toch, hernam hij, had ik dien nacht daar gelogeerd, ik was nooit millionair geworden. Parijs, zoo ging hij voort, is de stad der tegen stellingen. Die mij dien nacht vonden, uitgeput in het sneeuwkleed uitgestrekt, dachten niet met mij een fortuin op te rapen, doch waren zij door en door Parijzenaars, zij zouden zich er niet erg over hebben verwonderd. Gij die geen Parijze- naar, zelfs geen Eranschman zijt, luister naar mijn lotgeval van dien nacht en gij zult over tuigd zijn dat er in deze wereldstad, die gij van uit den ballon captif op de Place du Carroussel in haar avondkleed hebt aanschouwt, ondanks de uitmuntende politie, tochmaar laat ik u mijn avontuur verhalen. 't Was 6 Februari 1858. Veel had ik van Dat men overigens in Italië aan de kin deren den naam Garibaldi geeft, is van al- gemeene bekendheid. Een huisvader te Dalston in Engeland adverteerde zelfs dezer dagen dat hem een zoon en erf genaam geboren is, en dat hij dien den naam heeft toegedacht van Jumbo (den halstarrigen olifant uit den Lou- densche diergaarde). Merkwaardig is het voorts, dat men een zekere voorliefde heeft voor heidensche na men, eene zucht die zich vooral te Parijs openbaart. Zoo ontdekt men op de geboorte registers in die stad, namen als Nero, Ves- pasianus, Plato, Jupiter, Socrates, Vulcanus. Onder zulke omstandigheden en bij derge lijke verhoudingen kan het ons niet ver wonderen, dat men er ook a la Jupiter, Nero en consorten leeft en dat goddeloos heid, zedeloosheid, en moreele ontaarding meer en meer veld winnen. Ongetwijfeld moet men van het nieuwe heidendom getuigen, stellig niet tot zijne eer: wat het wil, dat wil het geheel en al zijn en blijven. Zulk een moderne Bru tus bezit eene ijzeren consequentie, eene betere zaak waardig. »Zoo geleefd, zoo ge storven!* Zonder de Kerk begon hij zijn heideuleven, zonder de Kerk sterft hij af. Het moderne heidendom wil de hulp der Kerk dan zelfs niet, als de mensch den grooten, den alles beslissenden stap naar gene zijde van het graf doet. Ja er zijn zelfs vereeni- gingen, wier leden zich verplichten eiken geestelijken bijstand te weren bij het sterf bed hunne medeleden. Zulk eene dui- velsche vereeniging is de »Unie van den vrijen dood« te Amiens in Frankrijk. Zij heeft ten doel hare leden eene burgerlijke begrafenis te verzekeren met uitsluiting van elke religieuse plechtigheid en zonder me dewerking van een geestelijke of predikant, onverschillig welke richting deze laatste is toegedaan. Ieder candidaat moet zijn ver langen om burgerlijk begraven te worden, schriftelijk bekrachtigen en twee personen aanwijzen om zijn laatsten wil uit te voe ren. Ook in de groote Seinestad richt de »missie tot verhindering van het ontvangen der heilige Sacramenten der stervenden, »een ontzettend onheil aan. In de voorstad St. Antoine bestaat zelfs eene inrichting voor ziekenverpleging, waar de verpleegsters moe ten zorg dragen dat de zieken en stervenden geen Sacramenten ontvangen. Dat Berlijn, Parijs gehoord, doch nooit er een voet gezet, hoewel ik slechts eenige uren sporens er van ver wijderd was. Mijn patroon ik was destijds bij een boekhandelaar had mij met een gewich tige opdracht naar een Parijsch uitgever gezonden. Ik kwam 's avonds 9 uur in de wereldstad aan en als levenslustig jongeling gevoelde ik mij al spoedig thuis in de schoone café's van den bou levard Italien en speelde mijn partijtje biljart reeds te 11 uur in het café Riche als of ik te Parijs geboren en opgevoed was. Dat „thuis zijn" bedroog mij toer. bet middernachtelijk uur na derde, Een heer, die absoluut een partijtje met me wou wagen ik speelde een mooien bal had mij na die partij aan een tafeltje gelokt. om een spelletje te banken. Hij scheen een eerste liefhebber te zijn en tol zijn genoegen had hij in mij een waar tegenstander gevonden. SIecht3 3 uur in Parijs en ik had al menig partijtje bil jart- en kaartspel achter den rug. Het spel werd dan ook dien nacht mijn ongeluk of geluk, zoo als sommigen later beweerden't was één uur, de sluiting der koffiehuizen. Mijn overbuur streek eens langs zijn snor en keek mij door de ziel. Ik zag hem aan en vond iets duivels in hem. „Gaat gij met mij meê," zeide hij, „hier sluit men, daD kunnen wij ginds ons partijtje voort zetten." Wij liepen door een menigte straten en traver seerden nog al eens een boulevard, toen eindelijk mijn geleider mij toefluisterde, dat ik hem maar de stad der Intelligenz, in dit opzicht niet achterblijft, valt licht te denken. Reeds in 1853 deelde het protestantsche HalWsche Volksblatt, op den 8sten December mede, dat van de 2353 lijken in Berlijn voor slechts 50 de begeleiding van een Geeste lijke werd gevraagd. Zoo was het voor 30 jaren. En thans? Dat er geen Gees telijke aanwezig is, als het menschelijk cadaver verbrand of langs chemischen weg opgelost wordt, is, dunkt ons, begrij pelijk. Beschouwen we eene vierde photographie van het moderne heidendom. In het oude hei dendom bestond er een volk, de Spartanen genaamd. Deze plachten alle zwakke en kreu pele kinderen reeds onmiddellijk na de ge boorte in een afgro.id in het gebergte Tayge- tos te werpen, omdat de Staat, volgens hun gevoelen, slechts sterke, krachtige menschen kan gebruiken. Dat was ongetwijfeld eene gruwzame handelwijs en eene verschrikke lijke schennis van het natuurrecht, dat alle menschen in gelijke mate bezitten. Doch men zou de heidensche Spartanen in dit opzicht eer kunnen verontschuldigen, omdat het licht der Christelijke liefde nog niet tot hen was doorgedrongen, omdat zij de waardigheid en de waarde van het kind niet kenden, als die ellendige schepsels van het moderne heidendom, wier taak het is kleine kinderen te verminken of te doen sterven. Men hoore en verbaze zich. In Londen, de vier-millioenenstad, ont dekte de politie eenigeu tijd geleden, eene inrichting, waar kleine kinderen, tegen een zekere vergoeding, aan handen en voeten verminkt werden, om ze later beter bij het bedelen te kuunen gebruiken. Even hui veringwekkend als deze verminkings-fabriek, is de zoogenaamde engelmakerij, overigens een zeer winstgevende affaire. Hij die zich spoedig van zijne kiuaeren wil ontdoen en er tegen op ziet zelf hun het jonge leven te ontnemen, geeft ze over aan de engel maakster. Eeu afgrijselijk woord, dat den stempel van den vloek op 't voorhoofd draagt, ofschoon het begrip engel* daarin voorkomt. Zulke monsters vindt men thans nog in vele groote steden. Hoe minder het kostgeld bedraagt, des te spoediger wordt het kind vermoord, 't Is niet noodig zulke kinderen te vergiftigeu, te doen stikken of hen naalden bij ongeluk« te laten in slikken, men laat ze eenvoudig verhonge- zou volgen in eeu gangetje dat zijn akelige mond voor ons opende. Het gangetje was het begin van een labyrinth van steegjes en ik begon be rouw te krijgen over een daadf die, had ik den ouderdom van thans gehad, direct door mij zou zijn hersteld met terug te keeren; doch een jong Eranschman van 21 jaar is van een klein ge ruchtje niet vervaard. Ik hield mijn geleider aan de panden van zijn jas vast, want het was mij onmogelijk iets te onderscheiden; hij scheen echter thuis in dien doolhof, dit stelde mij van den eenen kant gerust, doch van den anderen kant deed dit in mij een angstig voorgevoel opwellen, hetgeen ik echter met kracht onderdrukte. Ik stapte daarom onzeker maar langzaam voort. Na een tamelijk lange wandeling deed zich, ten ge volge van een geheimzinnig kloppen van mijn koffiehuisvriend op een deur, een grafstem hooren, met de vraag: „Wie is daar?" Dat „qui vive" klinkt mij nog in de ooren. Ik was beangstigd en toch gevoelde ik mij op mijn gemak, zonder linge tegenstelling Ik schreef het laatste daaraan toe, dat ik geheel en al vertrouwde op dengene die zoo vreedzaam, zoo hups geheel den avond mij had bezig gehouden, geamuseerd, kom, laat ik het zeggen mijn vriend geworden was; alleen die oogen zij bevielen mij niet, doch de ver beelding is erger dan de derdendaagsche koorts, dacht ik, en de moed herleefde in mij, toen de deur op hel antwoord van mijn geleider geopend werd en een zee van licht en een volle zaal van ren. Natuurlijk is het kind dan aan een der vele kinderziekten gestorven, het wordt dan gratis op het berkhof der armen be graven en de engelmaakster zegt snikkend; »de goede God heeft den engel tot zich genomen.* Onmiddellijk komt een ander bind op de plaats van het afgestorvene en na verloop van een maand wordt er op nieuw een misdaad gepleegd. Tien jaren geleden werd te Londen zulk een vrouwe lijk monster ter dood veroordeeld. Zij had in vier jaren, veertig kinderen om 't leven gebracht. Bij 't vernemen van zulke feiten rijzen ons de haren te berge en het Christelijk, aan deu geest der ware liefde gewende hart bloedt uit duizend wonden. Ook in dit opzicht, bewijzen Parijs en Berlijn aan het nieuw-heideudom alle eer. In laatstge noemde steden neemt de sterfte van pas geboren kinderen op ontzettende wijze toe. Ziedaar zegeningen van het moderne heidendomdie met elke beschrijving spotten. Doch wij hebben het laatste conterfeitsel van het moderne heidendom nog niet ge zien. Het voegt zich op waardige wijze aan de vorigen. Toen het oude heidendom het toppunt van zedeloosheid had bereikt, ontstond er de handel in kinderen van beiderlei geslacht. Onze verlichte» negen tiende eeuw heeft ook deze schaduwzijde van het oude heidendom naar voren ge keerd en de zieleukooperij opnieuw geves tigd. Wederom zijn het natuurlijk de groote steden, waar ue zetels der maatschappijen gevestigd zijn, die dien afschuwlijken han del drijveu en overal hunne agenten heb ben. Keulen, Mainz, Muuchen, Berlijn, Hamburg, Parijs, Londen en Brussel zijn de steden waar monsters bestaan, die met den vertegenwoordiger van het andere hei dendom, den duivel, een contract gesloten hebben, om aan zijne aanhangers vrouwe lijke zielen te verkoopen. Slot volgt.) De redacteur van de Berl. Börsen-Ztg. en de journalist Max Schönau zijn door het Gerechtshof te Berlijn veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf, wegens gods lastering. Door de Beiersche Regeering zal het menschen, allen heeren, mij tegenlachten. De tegenstelling was groot: een dik duisteren nacht zoo even, nu honderden vriendelijke gas vlammen. Iedereen keek naar ons, doch slechts even, want op eens hoorde ik luide roepen „faites vos jeux, messieurs!"ik was in een speel hol Aan terugkeeren viel niet te denken, te meer daar ik mijn gids daarvoor noodig had en die was, o wonder, reeds in druk gesprek met eenige bedienden en andere personen, die klaarblijkelijk tot de „zaak" behoorden. Hij is zeker een habitué, dacht ik, dat hij hier zoo bekend is. Ik wilde een oogenblik na- denkeu over hetgeen ik hier zag en hoe ik daar kwam, doch mijn vriendelijke leidsman verzocht mij plaats te nemen en eenige goudstukjes te wagen. Het winnen is zoo zoet, zeide hij. Hadt gij geld, zult ge mij vragen, niet waar? Mijn patroon had mij goed uitgezet, doch buiten dien had ik mijn spaarpot aangesproken, alvorens de Parijsche reis te aanvaarden, daar ik wel be greep en wel wist dat de mammon daar zijn scepter zwaait en iemand met hem spoedig in aanraking komt, die zoo als ik destijds, jong en levenslustig, niet van plan is op de kamer van zijn hotel het einde zijner missie af te wachten. Wordt vervolgd.)

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Nieuwe Haarlemsche Courant | 1882 | | pagina 1