NIEUWE No. 623. Zondag 17 September 1882. 7e Jaargang. Geen baat, maar liefde. BUITENLAND. 0,06 Een bazar te Konstantinopel. Een dure voorstelling. H11RLÏMSCIIÏ ABONNEMBHTSPB IJS Per 3 maanden voor Haarlem Buiten Haarlem franco per post. Afzonderlijke Nummers PRIJS DEfi ADVERTENTIÉN 0,85 1,- Dit blad verschijnt Eiken WOENSDAG en ZATERDAG. BUREAU: St. Jansstraat Haarlem. Wij zullen zeker niet verdacht worden van te dwepen met het Duitsch element in Europa. Wanneer wij dat constateeren, dan zeggen wij natuurlijk niets nieuws. Geen onzer lezer.3 zou het tegendeel on derstellen. Toch meenen wij het nu te moe ten herhalen, daar wij gereed staan op te komen tegen de wijze, waarop de Duitschers te Parijs worden bejegend. Men heeft tegen hen een bepaalden oor log gevoerd, hoewel zij geen andere mis daad begingen dan ouder elkaar een hui selijk feest te vieren. Door eene vergissing kwam een oproepingsbriefje, voor een Duit- Bcher bestemd, in handen van een »bloed- rooden« Franschman, die denzelfden naam draagt en nu waren de poppen aan 't dansen. In de pers, in de koffiehuizen (en daar brengt een goed Parijzenaar veel tijd door), ja op straat zelfs, voer men uit tegen les Prussiens. De wet der gastvrijheid werd langs dien weg jammerlijk misken Bovenal in deze quaestie wenschen wij niet te worden misverstaan. 't Komt ons zeer betreurenswaardig voor, dat men in Frankrijk, en daar niet alleen, zooveel Duitschers plaatsen verleend in kan toor en magazijn, welke even goed, wel licht beter, door kinderen van 't eigen vaderland zouden kunnen bezet worden. Wij houden het toch voor een sprookje, dat Duitschers zooveel beter geëmployeer den, bedienden of werklieden zouden zijn dan hunne vakgenooten onder de andere natiëu. Wanneer men dus in Frankrijk klachten aanheft over den stroom van zonen van Germanje, die Gallië overdekt, dan móet dat niet aan de Duitschers, want die zoeken overal werk, worden geweten, maar aan de Fransche patroons, die hen in dienst namen. De billijkheid gebiedt dat eerlijk te erkennen. Al dat geschreeuw over les Prussiensdie het brood van de eigen kin deren van Frankrijk opeten, is dus niets anders en niets meer dan ijdel geklap. Bovendien moet er wel op worden gelet, dat de grootste geweldmakers tegen de Duitschers behooren tot de bende, die der radicalen, welke een reeks van vreemde lingen, broeders-communards,« in haar gelederen telt. FE U1LLE T O N. De psychologie van het reizen. Het reizen is altijd van grooten invloed ge weest op (1e geestelijke ontwikkeling der men- schen. De middeneewscke pelgrims, die te voet de reis naar Rome deden, de ridders, die te paard de gansche wereld doortrokken, de hand werkslieden, die eertijds als reizende gezellen hun leertijd doorbrachten, waren anders dan het tegenwoordige geslacht. De menschen, (lie m zware postkoetsen en met vetturini reisden, waren eenigszins in harmonisch verband met die ver voermiddelen. De toenemende eenvormigheid in onze hedendaagsche maatschappij is voor een aanmerkelijk deel te wijten aan de stoommachi nes, die ons als het ware van den eenen hoek des lands naar den anderen slingeren. Wij zijn levende koffers, bezielde colli geworden, die door de spoorwegdirectiën worden verpakt en verzon den. De menschen reizen wel naast elkander, maar niet meer met elkander. Onze tegenwoor dige menschenwerekl wordt het best gekarakte riseerd door een reizend gezelschap in een spoor- weg-waggon. Iedereen tracht het beste hoek plaatsje uit te zoeken, zijn beenen zoover mogelijk uit te strekken, en beschouwt den andere, die denzelfden wagen binnenstapt, als een lastigen concurrent en indringer. Die waggon kan ook vergeleken worden met den Staat, want iedereen zoekt zooveel mogelijk daarvan te profiteeren, Een Parijsch blad van niet radicale kleur, merkte dan ook dezer dagen zeer juist op, dat het zeer de vraag was, door wie Frank rijk meer werd geëxploiteerd, door de Duit schers of de vrijheidsbelagers en kerkver- volgers, die zich voor de mannen der vrij heid uitgeven. Op die vraag schijnt het antwoord niet twijfelachtig. In het algemeen kan men zeggen, dat al heeft Duitschland veel kwaad aan Frankrijk gedaan, de radicalen het nog oneindig meer nadeel toebrachten. o o Ongeloof en revolutie zijn de ergste vijan den voor alles en voor alle volken. Waar zij hun inval doen in een Staat, daar brengen zij, in zedelijken zin, dood en verderf over de bevolking. De revolutionnaire richting is daarom veel gevaarlijker vijandin voor Frankrijk dan alle Duitschers te zamen. Trouwens het is bekend, hoe de radicalen in Frankrijk, onder aanvoering van Gam- betta, door het doen ontbranden van een nieuwen oorlog, willen trachten meester te worden van het gezag. Daarom, en daarom alleen, moeten lieden, die in elk geval staan ouder de bescherming der wet en die volgens de getuigenis van onpartijdige bladen geen politiek afkeurenswaardige daden ver richten, niet aan de openbare verachting en mishandeling worden prijs gegeven. Tegen zulk een taktiek moet i.eder eerlijk (vemoed in verzet komen. Prins von Bis- O marck heeft met dat alles niets van doen. Men kan van de politiek van dien staats man gruwen en toch pleiten voor een fat soenlijke behandeling der Duitschers te Parijs. In Duitschland bezit von Bismarck misschien meer vijanden dan vrienden. Zou het nu niet de onzinnigheid zelve zijn om menschen, als wraakneming op von Bis marck, te kwellen, die persoonlijk ook tegen den Rijkskanselier zijn gekant? Leest men de Fransche couranten dan treft al dadelijk het verschijnsel, hoe in de meeste van hen alles wordt gedaan om den haat jegens Duitschland weder op te wekken. De wraakoorlog wordt onomwonden gepre dikt; wraaknemen, dat is de redding welke Gambetta en zijn aanhangers aan Frank rijk beloven. Maar niet door Duitschland, niet door een nieuwen krijg zal Frankrijk worden behou den. Frankrijk heeft andere medicijnen, ook zonder meer te betalen. Om zijn buren bekom mert bij zich niet. Wie zal zeggen hoe vele slechte gewoonten hun ontstaan te danken hebben aan de tegen woordige manier van reizen? W ellicht zal binnen eenige tientallen van jaren het menschdom ver deeld worden in drie klassen, evenals op de spoor wegen, namelijk in bekleerle, lederen en houten menschen. Het is te hopen van niet! In het tijdschrift All the year round geeft een reiziger, die een bazar te Konstantinopel heeft gezien er de volgende beschrijving van. Mijn gids geleidde mij door (le stoffige gangen, aan weerszijden volgestapeld met oude meubelen, tapijten, wapens, borduursels, oud porselein, paardentuigen, oud zilver, huiden, presenteer bladen, prachtige koperen bakken, die onlangs als jardinieres in de mode zijn gekomen, Indische en Turksche snuisterijen, Albaneesche gordels, inlegwerk uit Tripoli, en met gouddraad door werkte stukken zijde uit Aleppo kortom, allerlei soort van artikelen, die wij gewoon zijn „curiositeiten" to noemen. De kooplieden zaten met de beenen kruiselings over elkander gesla gen bij hunne waren op een verkleurd tapijt of een kaal tijgervel: dringende Armeniërs, luid ruchtige Joden in Europeesche kleeding of iets dergelijks; trage Turken, bleeke, magere, glim lachende Svriërs, netgekleede Perzen, met ge zichten als wassenbeelden. Mijne kleine Griek andere geneesheereu noodig. Niet van den- haat, maar van de liefde voor God en Zijn geboden is voor Frankrijk heil te ver wachten. Gamhetta zoekt afleiding naar buiten, terwijl zijn beklagenswaardig vaderland vernieuwing van binnen noodig heeft. De Duitschers maakt men in Frankrijk tot zondenbokken, in plaats van te erkennen, dat ongeloof en zedeloosheid de ware oor zaken zijn van de ellende waaraan het volk is prijsgegeven. Uitwendige welvaart ontbreekt in Gallië niet, doch zelfs dië voorspoed wordt der Natie ten verderve. De inwendige armoede neemt in Frankrijk inmiddels onrustwek kend toe. Van die ellende dragen de Duit schers geen schuld, want er bestaat geen o o enkele rede om te gelooveu, dat het uitschot van Germanje naar Frankrijk toog. De Fransche Natie zelve vervalt, omdat zij telkens valt in den afgrond van rationalisme en socialisme. Hij nu, die zijn God verlaat, ziet zich straks door al de goede geniussen, welke hem op zijn weg volgen en bij zijn werk omgeven, ook ver laten. En dat geldt niet enkel van perso nen, ook van volken. Eene natie, die van het geloof vervreemdt, bereidt zeker haar eigen ondergang. Zij wordt van moedig lafhartig, van edelmoe dig zelfzuchtig, van mensch eigenlijk een dier. Van die zedelijke ontaarding mag de schuld niet worden gegeven aan onschuldigeu, maar aan de werkelijke schuldigen. Zal men in Frankrijk nooit eens geopende oogen des verstands krijgen, om te zien welk een vreeselijke toekomst men zich bereidt Zoodra de Fransche Natie de spotzucht en de wraakzucht uit het land jaagt, zul len de Duitschers, zoolang zij zich als rus tige burgers gedragen, weder ongedeerd in Gallië kunnen leven, en wat nog oneindig meer zegt, de Natie zelve zal langzamer hand, onder den invloed van Kerk en zeden, van eerbied voor wet en gezag, herstellen van haar zedelijke kraukte. Eerst dan zal Frankrijk waarlijk zjjn herboreu en opnieuw de macht worden in ons werelddeel. wisselde hier eu daar eeu woord, en naar de inlichtingen die hij kreeg, veranderde hij ver scheidene malen onzen koers. Onder (1e zonderlingheden, die hier in dit doolhof zijn op te merken, behoort vooral het stelsel van „een boodschap over te brengen." Dat wordt geheim gehouden; dat wil zeggen, dat een vreemdeling er niet gemakkelijk achterkomt. Maar door eigen opmerking kwam ik er toch zoo veel van te weten, dat ik er een algemeen begrip van kreeg. Mijn gids vroeg iemand aan den ingang misschien was hij daar met dat doel geplaatst „waar is de Tsjerkescher, in die of die kleeding, die een kom te koop heeft?" Eu terstond ging die vraag van den een op den ander over, van corridor tot corridor. Een had hem op die-en-die plaats, zoo-en-zoo laat gezien en zond die boodschap terug; een ander had hem later ergens anders gezien. Zoo ving van punt tot punt de ingewijde oen wenk op, en zóó snel werkt die mondelinge te legraaf, dat degeen, die de vraag gedaan heeft, binnen weinige oogenblikken verneemt wat hij weten wil en het verlangde krijgt. Dezer dagen stierf te Miinclien de hof-acteur Ferdinand Lang. Onder de vele anekdoten over hem in omloop, komt de volgende voor. In 1827 was hij reeds aan het hof-theater verbon den, (loch op een jaarwedde van 200 florijnen. Eu (1e komediant wist met het geld zoo goed De prefect van het departement Hérault beeft eeu besluit van den Gemeenteraad van Béziers goedgekeurd, waarbij den Pas toors der stad aangezegd wordt, de kruizen eu andere godsdienstige kenteekenen aan de openbare straat weg te nemen. De ellendige kruizenbrekers van Mout- ceau les Mines hebben niet over gemis aan navolging te klagen. Op twee andere plaat sen, in de gemeente Villefrance en ie Ploër- rnel, zijn eveneens kruizen vernield. Eene dépêche van generaal Wolseley uit Ismaïlia van 13 dezer meldt, dat Tel- el-Kebir genomen en het leger van Arabi» O o sterk 20,000 man geregelde soldaten, onder welke 2500 cavaleristen, en 6000 Bedouïnen, totaal op de vlucht geslagen is. De vijand was voorzien van 70 kanonnen. Wolseley had onder zijne bevelen 11,000 man infan terie eu 2000 man cavalerie, met 60 ka nonnen. De verliezen der Egyptenaren wor den geraamd op 2000 man, die der En- gelschen op 200, waaronder veel officieren. Arabi's leger is geheel gedemoraliseerd. De infanterie vluchtte naar de woestijn, krachtig achtervolgd door de Engelsche cavalerie. Al de vestingwerken en kanonnen werden genomen met verscheidene treinen eu een grooten voorraad levensmiddelen en am munitie. De vijand vluchtte bij duizenden en wierp de wapens weg, toen de cavalerie hem overviel. Kafr-dewar is onvoorwaardelijk overge geven. Men verwacht dat de Engelsche troepen het zullen bezetten. Een deputatie uit Kaïro is er aangekomen om de onder werping dier stad aan te bieden. Men zegt dat Arabi in de omstreken van Benha is gevangen genomen. Volgens nadere dépêches besliste eene flankbeweging den val van Tel-el-Kebir. De Engelschen namen 3000 man gevangen en maakten eeu groot aantal geweren, am munitie en leeftocht buit. De Egyptenaren hebben Zagazig verbrand. Groote vreugde heerschte in Alexandrië. Een dépêche van de Daily Telegraph van 14 dezer zegt dat de Engelschen thans in 't bezit zijn van den spoorweg naar Kaïro. De Daily News verneemt uit Konstan tinopel dat de Porte bericht ontving dat weg! Geen wonder, dat hij spoedig in schulden stak zijn jaargeld ver overtreffende. Koning Lodewijk was zijn redder. De leden van het hof theater hadden een feestje ter eere van het vijftigjarig jubilé eener zekere mevrouw Kramer. Plotseling ging de deur open en de Koning trad binnen. Hij ging terstond naar mevrouw Kramer, die hem niet had zien binnenkomen, trad achter haar stoel en vroeg, haar de oogen toehoudend: „Wie ben ik?" „Och dat is Lang weer," riep lachend mevrouw Kramer, „je weet den Koning toch uitnemend na te doen." (/Zoo, antwoordde de Koning niet weinig verrast, word ik hier nagedaan! Nu, dat wil ik wel eens zien. Lang, waar ben je?" Alle gestamelde ver ontschuldigingen van den (loodelijk verschrik ten jongen man hielpen niets, hij moest den Koning nadoen, daar deze bij stond. Eindelijk vatte hij moed, ging aan een tafeltje zitten en riep, den Koning in stem en gebaar precies na doende: „Riedel, zeg eens Riedel, brave Kabi- netsrath, kom eens hier." Bravo, riep de Koning lachend, uitnemend! Verder, verder! En Lang ging voort: „Riedel, je moest morgen dien tooneelspeler Lang eens honderd, neen liever twee honderd florijnen sturen; de arme drommel heeft ze wel verdiend." Algemeen gelach na tuurlijk, waarin de Koning van harte instemde; alleen verzocht hij Lang nu maar uit te schei den, daar de „voorstelling" hem anders te duur kwam. Den volgenden morgen had Lang de 200 florijnen. j"~M MKHEN Djuy AGITE MA NON AGITATE. Van 16 regels.30 Cents Elke regel meer5 Groote letters worden berekend naar plaatsruimte. Dienstaanbiedingen 25 Cents per advertentie a Contant. Advertentiën worden uiterlijk Dinsdag- en Vrij dag avond voor 6 uur ingewacht. Uitgevers KÜPPERS k LAUREY.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Nieuwe Haarlemsche Courant | 1882 | | pagina 1