a l i e e. Als de Koningin maar wil. BUITENLAND, BINNENLAND. Wat adderen zeggan êm Bobï ilaï*©fhéB n i^OyonS» HaapiewlBpussel» Handschoenen ailie geSegenheileiii Onder dit opschrift schrijft Pater H. Lin Heb ank uit Uden in „De Wereldvrede", or gaan van de Nederlandsche R. K. Vereem- ging tot bevordering van den Wereldvrede, een artikel, waaraan het volgende ontleend 8Wie zegt, dat Pacifisten maar idealisten fcijn, sterrenplukkers, mooriaanwasschers flesschenscheerders, naievèrikken, organi- eeerders van zeetochtjes in n klomp, lui, die op 'r pantoffel door de lucht willen wan delen of die droomen van een Udenzeehaven of Ravensteinwereldstad die toont van de uitbreiding der Vredesbeweging en van den aard ervan slecht op de hoogte te wezen. De Pacifisten trachten een mogelijkheid werkelijkheid te doen worden. De mogelijk heid, dat het oorlogsgevaar vermindert. Vermindert, omdat de landen Dij verschil van meening, bij misverstand, bij botsing van belangen meer en meer de uitspraak gaan verkiezen van de rechters dan de dom me en dure taal van het kanon. Niet de oor log moet uitmaken wie er gelijk heeft van twee twistende volken, maar het scheidsge recht. Zoomin als de Browning het geschil beslist van twee burgers. De staten zijn practisch-atheist tenzij ze in hun onderling verekre rekening houden met God als hun Meester; mits ze zich regelen en schikken naar het recht, zijn ze practisch-anarchist. Voor de volken, als voor de burgers geldt bet vijfde gebod: „Gij zult niet doodslaan. Vrede, niet door oorlog; vrede door recht; indien gïj vrede wilt, bereid den vrede wij wijzigen den ouden spreuk; van de bescha mende paradox komt een helder, vruchtbaar oermenschelijk: „si vis pacem para pacem, zoo gij den vrede wilt, bereid den vrede. Nu het duidelijker wordt, dat liet Pacifis me gee,n zaak is van alléén sentiment, maar tot het gebied behoort van de godgeleerd heid, de wijsbegeerte en de geschiedenis, nu nemen de edelsten en voornaamsten aan de vredeszij plaats. Aan deze zij zien we het geen voor Katholieken al beslissend moest wezen, onzen H. Vader Pius X, die herhaal delijk het werk der vredesbeweging geprezen en gezegend heeft. In Engeland zijn de eerste Minister As- quith, Kardinaal Bourne, Balfour, de Aarts bisschop der Anglicanen, de eerste Minister Van Nieuw-Zeeland om eens van de bo vensten te noemen overtuigde Pacifisten. In België is Kardinaal Mercier, de hoofd aanvoerder, verscheidene ministers, de voor zitters der beide Kamers, baron de Boreh- grave, opvolger van wijlen Beernaert, met de bloem van de Belgische grootheid. Paci fist. In ons land heeft de Katholieke Vredes- hond tot beschermheeren onze doorluchtige bisschoppen: Mgr. Nolens zit in het bestuur ook wijlen minister Regout oud-Mi nister Loeff en Mr. Dr. Pater Raaijmakers S. ,T. met nog een lijst van voorname man nen: de neutrale vredesbond in ons land heeft een orgaan in zijn veertienden jaar gang en kan op medestanders wijzen als Staatsraad Asser, Mr. de Pinto, Goeman Borgesius, nu wijlen luitenant-generaal Jhr. 'den Beer Poortugael, enz. Wat geeft dat allemaal? De regteerders ïloen immers wat zij willen? Dat de regeerders het niet aandurven, 2onder meer, de slachting, den moord in het groot te beginnen om het bezit van een ha ven of een stuk Congoleesche hei, is door de geschiedenis der laatste jaren bewezen. Telkens wordt met den Europeeschen oor log gedreigd, maar niemand durft er zijn volk, zijn handel, zijn geld aan wagen. Om dat, bij d(e regeerders, als zoodanig, het onbe schaafde'. onverstandige, onverantwoordelij ke van den oorlog nu bewuster is gewor den. Zij ontkennen niet meer, dat de oorlog, uit zijn aard, slechts een onzuiver, een on duurzaam vredesmiddel is, en dat slechts vrede mogelijk is, wanneer niet de hebzucht Wordt beoefend, maar de rechtvaardigheid Wordt gehandhaafd. Met twee voorbeelden. De nieuwe President der Fransehe repu bliek is pacifist. Onlangs verklaarde hij in «ene redevoering, dat een oorlog een uitda ging zou zijn van liet gezond verstand van de beschaving. Aan zijne koelbloedigheid is bet te danken dat er reeds geen.oorlog losgebroken is. Als het nieuwe hoofd van zulk een staat, met zoo vredelievende gevoelens, door zijn volk met vreugde wordt begroet, is er dan voor de vredesbeweging geen hoop op mooi-weer? Baron de Broqueville zegde op 24 No vember 1912 in do volle Tweede Kamer: „Ofschoon ik Minister van Oorlog ben, blijf ik pacifist van overtuiging en ik geloof, dat onze arbeid ten gunste van het brutaal geweld niet zonder goed gevolg is geble- n. (Bulletin de la Ligue des Catholiques Beiges pour la Paix, Février, 1913, blz. 183)". Twee voorbeelden van de vele. Maar de Balkanoorlog dan? Is 't niet gek, in deze gruwelmaanden nog van Pacifisme te durven gewagen? Beteekent Oostersche oorlog niet het failliet van deVredesbewe ging? Laat men den Balkan ter sprake brengen om het failliet van het Pacifisme te bewij zen als „men" eerst in die landen den vrede heeft vastgeleegd op rechtvaardigen grond slag en nadat die volksstammen in de vre desbeweging zijn onderwezen en vertrouwen hebben leeren stellen in het Haagsche Scheidsgerecht van Europa. Tot zoolang heeft een Balkanoorlog met het Pacifisme niets geen band. Moet er van failliet wor den gesproken in de Balkan-zaak, dan a. u. b. van het failliet van de diplomatie en van den gewapenden vrede. Eén vorstin is onverzadelijk oorlogszuch tig. De koningin van de heele aarde: de pers. Die moest de regeerders in hun goede voornemens sterken; die moest hun steeds hun verantwoordelijkheid onder de oogen houden; die moest bij het rinkelen der sa bels en 't probeeren der kanonnen voortdu rend wijzen op de ramp van oorlog voor land en volk, die moest bij dreigende conflicten aandringen op scheidsgerecht; die moest de roerigen, de schreeuwers, de chauvinisten tot kalmte praten. Dan heerschte zij, de pers; dan deed ze ko ninklijk, dan vervulde zij haar plicht en diende zij het waarachtig heil des volks, trachtte zij de menschheid te verbeteren. Dat ze aan de kletstafels een oorlog aan grijpen als een buit voor praatjes; dat de-ge wone man niet meer gelooft aan de goede trouw van geen één regeerder; dat abnor male patriotten een oorlog willen en zoeken laat het zijn. Doch dat ontwikkelde lui als krantenredacteurs verondersteld worden te zijn, dat de besehavers die zij wezen moeten, wanhopen aan den vooruitgang, aan de be schaving, aan de verbetering van de mensch heid, dat dezen belachen en tegenwerken dc pogingen die ook van eerbiedwaardigste kanten worden verricht om de Vredesbe weging bij het volk en zijn meesters ingang te doen vinden, zie, dat is droevig van lam migheid. De Vredes-idee is bij de Katholieken in ons land nog niet populair. Zij zal dat worden als onze kranten helpen. Als die Koningin het maar wil „Er is bijna geen nieuwe beweging, die in den beginne niet wordt bespot en zelfs ver dacht gemaakt. Geen strooming in de wereld of zfj zal de een of andere zwakke minder goede ziide vertoonen. Maar voor de katho lieken kan dit slechts een aansporing te meer zijn, om te trachten haar in veilige bed ding te leiden, of te doen blijven. Want, hoe danig onze houding ook wezen moge, zij ver volgt haren weg, met of zonder ons. En dan is het toch beter dat wii- bijtijds enze krachten inspannen, om leiding te geven aan den loop der dingen, dan werkeloos toe te zien of klagend achter te blijven", zegt het „Centrum (16 April 1912). En wanneer onze Katholieke pers deze mooie beginselen steeds in toepassing tracht te brengen, zal zij zich nimmer meer iets hebben te verwijten. Wat is daarvan het vreeselijk gevolg? Dat] in tallooze gevallen man en vrouw, na een poos te zamen hebben geleefd, van elkaar gaan en de kinderen aan hun lot overlaten. Do Assistance de la Seine, hot Burgerlijk Armbestuur, van Parijs en naaste omgeving, heeft thans 59,000 kinderen te verzorgen, zegge negen en vijftigduizend. Maar er zijn er nog, die geheel hulpeloos rondzwerven, en de christelijke liefdadigheid beproeft wat zij vermag om deze schipbreu kelingen van de wrakken der zonde te red den uit de wreede zee der bedorven samen leving. Er is het Patronage de l'Enfance en het Placement Familial, de stichting van den ijverigen abbé, die te samen elk jaar 3000 kinderen bewaren van anders onvermijdelij- ken ondergang. Het Placement kan er zich op beroemen, niet enkel het geestelijk en zedelijk, maar ook het lichamelijk leven van velen te heb ben gered; terwijl onder deze verwaarloos den en veriatenen in 't algemeen de sterfte zeer groot is, had abbé Santol's liefdewerk in 17 jaren op 26,^00 verpleegden niet meer dan 28 sterfgevallen te betreuren. Een afdoend antwoord tevens op de las teringen, door roode Farizeeërs tegen dit werk ingebracht. Het getal plaatsingen is in het vorig jaar ongeveer even groot geweest als in het daar aan voorafgaande, beide malen tusschen de 1500 en 1600. Dit is geen overwinning, zal men zeggen, en toch is het bewijs van merkwaardige kracht, zegt het Ctr. Men herinnere zich de verwoede campagne, door den Matin tegen het Placement gevoerd. Het blad schreef daartegen niet minder dan 20 artikelen en die werden in de anti-clericale provinciepers waar men niets liever doet dan met modder naar priesters werpen, gretig overgenomen. Overal werd toen wantrouwen tegen het liefdewerk gezaaid en de waarheid is helaas soms traag in het achterhalen van de leugen. Het was noodig een twintigtal processen wegens laster te beginnen, die allo met de veroordeeling der lasteraars eindigden en het onverwachte gevolg hadden, dat 10,000 francs aan schadevergoedingen in do kas van het liefdewerk werden gestort. Thans gaat alles weer goed: over de eerste zes maanden van dit jaar zijn reeds meer dan 1000 kinderen en jongelieden van zes tot achttien jaren geplaatst, van kleeren en reis geld voorzien en in goede gezinnen ten plat - telande ondergebracht. Thans is er een nieuwe moeilijkheid: do hoofdzetel van het werk moet worden ver plaatst; de eigenaar heeft de huur opgezegd. En nu waarheen? God zal zorgen, gelijk Hij gezorgd heeft. En zoo gaat het werk, waaraan abbé San- tofs naam glorievol is verbonden, door. Reddende wat door do schuld van anderen groot gevaar liep verloren te gaan. Bulgaarsehc gruwelen. Voor de Bulgaren uit Serres terugtrok ken, hebben zij 200 notabelen der stad, waar onder de directeuren der Oostersche Bank en van het gymnasium, vermoord. Te Demir Hissar vermoordden zij eveneens 100 Grie ken, onder wie den metropoliet. Zij staken verscheidene dorpen in brand. Treurige toestanden in Frankrijk. Abbé Santol doet in het rapport, hetwelk hij over zijn schoon werk van naastenliefde uitbrengt ter gelegenheid van de jaarlijk- sclie algemeeno vergadering, een lichtstraal vallen op de ellendige toestanden, waarvan hij door den aard van zijn arbeid meer dan anderen kennis heeft. Minstens de helft van de arbeidersbevol king in het departement der Seine leeft zon der eenig huwelijk. Geen kerkelijk, maar ook geen burgerlijk meer. BEDELARIJ - LANDLQOPERIJ - DRONKENSCHAP. Krachtens een aanschrijving van den Mi nister van Justitie hebbeji de officieren van justitie aan de betrokken politieambtenaren in hun arrondissement een aanschrijving gericht, behelzende een onderzoek naar do personen die met politie en justitie in aan raking komen ter zake van bedelarij, land- looperij en openbare dronkenschap, en in aanmerking komen opgezonden te worden naar do Rijkswerkinrichting. Het onderzoek betreft: a. de antecedenten der betrokken perso nen; b. de vakbekwaamheid; c. de sociale en finaneieele positie der ouders en bloedver wanten; d. verder alle omstandigheden, waaruit zou kunnen blijken dat zij voor re- classabiliteit vatbaar zijn. VEREENIG ING VAN NEDERL. WERKGEVERS. Verschenen is het 13de verslag der Veree- niging van Nederlandsche Werkgevers. Daarin wordt o.m. gezegd: „Ook over het thans verstreken jaar kunnen wij wijzen op feiten, die onmiskenbaar aantoonen, dat be ginselen, welke wij van de oprichting onzer organisatie al hebben voorgestaan en ver dedigd, meer en meer aanhang vinden in kringen, welke voorheen zich daartegen kantten of althans daarvoor weinig warmte aan den dag legden". Gewezen wordt dan op de meerdere sympathie, die het stelsel van risico-overdracht in sociale verzekering in de Tweede Kamer vond en op de handhaving van bijzondere ziekenkassen, bij de behande ling van de Ziektewet, waarbij de positie dier bijzondere kassen volgens de regelen der wet gaandeweg versterkt werd. Het ledental steeg van 193 tot 198. Van de door den minister van landbouw, nijverheid en handel ingestelde commissie tot het instellen van een onderzoek naar de resultaten, waartoe de risico-overdracht bij de uitvoering van de Ongevallenwet 1991 heeft geleid, ontving dp Vereenïging 12 vraagpunten, naar aanleiding waarvan zij een lijst met 12 vragen tot de leden richtte. Vraagpunt 6 ging uit van de veronderstel ling, dat een werkgever te kwader trouw aan een getroffene, vóórdat de blijvende ren te is vastgesteld, goed betaald werk geeft, opdat de Rijksbank, een slechts gering loon verlies waarnemend, den indruk zal krijgen, dat de arbeidsgesehiktheid slechts weinig is verminderd en dus een lage rente zal toe kennen; „daarna wordt den arbeider ander, minder betaald werk, gegeven, zoodat de ar beider te weinig ontvangt". Het bestuur oor deelde dat 'liet niet aanging, den leden te vragen, of zij zich aan zulke practijken schuldig maken. De vragen werden door 114 leden beant woord, van wie er 96 bij de Risicobank wa ren aangesloten, 1 eigen risico droeg en 1 aan een premieverzekeriugsmaatschappij zijn risico overgedragen had. Vóór 1 Juli werden de antwoorden, samengevat in hoofdstukken aan de commissie toegezonden. Het bestuur gaf voorts advies over voor ontwerpen van bestuursmaatregelen, door den minister van landbouw, nijverheid en handel toegezonden, en bezwaren werden in gebracht tegen eenige bepalingen in het wetsontwerp tot wijziging van de Hinderwet (waterverontreiniging). De bedrieger bedrogen. Zaterdagmiddag omstreeks 3 uur kreeg een zaak op de Lange Beestenmarkt in den Haag bezoek van den door de politie gesignaleerden J. Mallée en zijn vrouw, E. van Snick. Zij vroegen tafel en dessertmessen te zien, solide waar, want het moest voor een cadeau dienen. De eige naar van de zaak was niet thuis, en zijn huis- genoote, die niets van Mallée afwist, pakte verschillende messen voor de klanten uit. Zij kochten 1 dozijn tafelmessen, 1 dozijn dessert messen en 1 voorsnijmes met vork. Daarbij werd de vraag gedaan, of men een en ander maar over een half uurtje thuis zou bezor gen, met de quitantie er bij 27 bij elkan der). Do eigenaar van de zaak komt echter net thuis als de klanten weg zijn. Men zegt hem wat verkocht is en waar het verkochte bezorgd moet worden. Hij leest het adres: E. van Snick, en dit is hem voldoende om de waar, niet zonder moeite uitgepakt, weer snel in te pakken. De eigenaar zal nu echters den oplichters een poets bakken, vertelt de H. Crt. Op zijn beurt gaat hij naar den tuin, en haalt daar 2 steenen van ongeveer de zwaar te en de grootte der messen, pakt deze fijn in, met adres en quitantie goed voor ge noemde messen. Nu moest de jongen, die het pakje bezorgen moest, óók op de hoogte ge bracht en afgericht worden, anders krijgt hij de steenen misschien naar *thoofd. Een flinke jongen, met veel durf, gaat er ten slot te op af. Hij belt aan en J. Mallée doet open. Hier zijn de messen voor meneer. De jongen presenteert de quitantie. 27.50, roept J. Mallée, het is maar f 22.50! Hier, laat de quitantie maar ver anderen en kom dan dadelijk terug! Ja, maar mijn patroon heeft gezegd geld bij de visch. Nou, als jij de quitantie veranderen laat, dan heb jij je geld. Ik betaal echter geen 27, als er maar voor 22.50 waar in zit. Hier heb je een dubbeltje; geef mij maar het pak je en kom dan dadelijk om je geld. De jongen dacht: het is gelukt,- gaf het pakje en is er daarop met zijn dubbeltje snel van. door gegaan! Ongeluk. De bootwerker Jan Baar, te Delfzijl, ontving Zaterdag uit Munster het treurige bericht, dat zijn 13-jarige zoon Wil lem, die als kok diende op een Duitsch schip, by het verrichten van werkzaamheden aan boord is te water geraakt en verdronken. Te Vaassen is -vrouw B. uit Oenen on der een auto geraakt en kort daarna over leden. Auto-ongeval. Op den Oldenzaalschen straatweg bij Hengelo had Zaterdagavond een ernstig ongeval plaats. De chauffeur van don heer K. uit Enschedé reed met vrouw, kind en een paar kennissen, onder wie de heer Loo en dochter, over Oldenzaal naar Hengelo. Dicht bij die stad kwam hij twee fietsers tegen, die over den weg laveerden. Bij het uitwijken reed de auto tegen een boom. De heef Loo schoot door een ruit en werd ernstig gekwetst aan 't hoofd. Een slag ader werd doorgesneden. In 'tR. K. Ziekenhuis, waarin hij is opge nomen, werd liij verbonden. De chauffeur bleef ongedeerd, diens vrouw brak een arm, terwijl de twee andere inzittenden licht ge wond werden. De toestand van den heer Loo is redelijk goed. Alg. Hbld. Verdronken. Te Weesp verdronk Zon dagmiddag om half vier, op een druk punt der stad, een kind van den heer Portengen. De Katholieke Zusters waarschuwden, vol gens het Hbld, den wachter van de Zwaan tjesbrug, dat zij een plomp in het water ge hoord hadden. Dreggen bracht toen niets aan het licht. Doch 's avonds werd het lijkje op gehaald. De roods man en eie man in 'f F&odia Binnen een week tijds kwamen zij beiden bij onze Koningin, schrijft de Nieuwe Tilb. Courant, in een artikeltje dat zeer ad rem' is. De roode man en de man in 't rood. De roode man Pieter Jelles mr. Troelstra, de leider der sociaal-democrati sche partij, wiens stem nog schor is van het uitgalmen van zijn aanvallen tegen O» ran je en het Koningshuis. En de man in 't rood, Kadrinaal van Rossum, die in zijn le ven van kloosterling en kardinaal nooit an ders dan zegen heeft afgesmeekt over ons Koninklijk Huis en wie weet hoe dikwijls aan het einde eener plechtige II. Mis het ons allen katholieken zoo goed bekende ge bed langs de gewelven der kerk liet klin ken: Domine salvam l'ac reginam nostram. Heer behoed onze Koningin. De roode man, wiens politiek het nu een maal eisclit, dat hij zijn volgelingen onte vreden maakt en houdt, opzet tegen het gezag, vervult met haat en afgunst tegen degenen die hoven hem staan en die op het beslissend oogenblik niet aarzelen zou de opgezweepte massa los te laten cn met de maatschappelijke orde ook het Koningshuis te vernietigen. En de man in het rood, die zelf als kloos terling de zelfverloochening en de zelfver- sterving heeft beoefend en daarom met r icht ook anderen tot deugd, eenvoud, tevreden heid kon aanzetten; die aan zijn volgelim gen de christelijke beginselen bracht van vrede en menschenmin en die hoog hield het beginsel van het gezag, dat ons katho lieken trouwens in het bloed zit. en die in het verbreiden van het Koninklijk Gods den besten waarborg ziet voor de koninkrijken' der wereld. De roode man... maar die vóór dat hij naar de Koningin 'ging zijn rood opborg. Geen slappen flambard, geen fladderende das, geen proleterige hipkadé, neen, de voor name hooge hoed, de stijve gekleede jas, lijfkleed dei- bourgeoisioen die het wel uit zijn hart gelaten zal hebben zijn roode verwenschingen en hatelijkheden de Konin gin in het gezicht te jagen- En de man in het rood, die zijn' schoon» ste roode kleedij kon aantrekken omdat hij er zijn Souvereine mede huldigen kon, om dat dat vorstelijk gewaad het zinnebeeld is van do beginselen die hij belijdt en hij geen spiertje van zijn katholiek priester- en kar dinaalsverleden behoeft te verloochenen bij het bezoek aan zijn vorstin. Do tegenstelling is sprekend maar tenslot te de tegenstelling van de sociaal-democratie en het katholicisme: de antithese! Wij veronderstellen, Jat II. M. de Konin gin deze tegenstelling ook wel zal hebben' gevoeld en waar zij den rooden man de lunch aanbood en aan den man in 't rood het Grootkruis van den Nederlandschen Leeuw, heeft zij onbewust misschien ook al weer de twee geestesstroomingen getcekend: de materie ginds en het geestelijke hier. Wat daarvan zij, wij katholieken stellen 'de hooge onderscheiding onzen kardinaal, den man in 't rood, bewezen op hoogen prijs. Wij zien erin meer dan een beleefd heid, wijl het een erkenning is van de hoog ste plaats in ons land, van de waardigheid van den Kardinaal maar ook van de waarde van het beginsel, ons beginsel, dat hij ver tegenwoordigt. En ons antwoord hierop is, dat wij, nu het geen frase meer kan zijn, dat bij nog hooger stijgen van den rooden vloed, Harcr Majesteits troon aan het wan kelen kan worden gebracht, ons nauwer om haar troon zullen scharen en met echt ka tholieke trouw zullen doen wat de man in het rood ons voordeed: Haar blijven huldi gen en zegenen.' FEUILLETON. 26. Naar den duur der reis te oordeelen', zal uij hem niet te Londen of te Worcester tegen de misdadigers op, dan hebben zij alle kans, zich door de vlucht aan eene langdu rige gevangenschap te ontrekken. Wij moe ten dit tot eiken prijs voorkomen, en daar om acht ik het best, dat wij niets laten be merken, en alles op den ouden voet laten noorgaan. Zoodoende denken zij veilig te 'jn, keeren naar hun woonplaatsen terug dan eerst komt onze tijd, om de heide schurken eensklaps te overvallen. Mijnheer Parker, uw inzicht rust op zoo ;«oede gronden, dat ik er mij dadelijk bij ®Juisluit, zoodra mijnheer Lund zich er ook mee vereenigt, zei de de burgemeester. V Hetgeen mijnheer Parker ons daar me edeelt, is nieuw en van weinig gewicht, merkte Walther op. Om welke reden zou de ?rd Londen verlaten en een samenkomst ter j0UC^en zoo'n onbeduidend dok- - uit de provincie? Zeker niet om het wel- fPu van zijn nicht! i -Hoe kun je nog vragen, wat hun oog merk is, Walther? Een inwendige stem zegt mij beslist, dat die samenkomst mij betreft; niet om mijn welzijn te bevorderen, maar om mij zeker te gronde te richten. Dat dit het doel van hun samenkomst is, zal wel niemand der aanwezigen betwij felen, luidde het oordeel van Dr. Parker. Wordt deze onderstelling bevestigd, dan heb ben wij iets gewonnen; wij zijn gewaar schuwd. Wat zij ook verzinnen mogen, wij zullen hun het hoofd bieden. Dat zult gij kunnen doen, vriend, viel nu Walther in, gij blijft in Alice's nabijheid; wat haar ook bedreige, gij hebt gelegenheid om haar te beschermen. Maar wat kan ik doen? Wat zullen onze vrienden kunnen doen? Wilt ge ons veroordeelen tot niets doen, terwijl de gevaren zich hoven Alice's hoofd samenpakken! Ik zou u met genoegen mijn plaats inrui men, Walther, als ik daarvan iets goeds kon verwachten. Maar bedenk, dat de Lord de hulp van den dokter bij zijn plannen noodig schijnt te hebben! Dat doet een listig boevenstuk verwach ten, want voor gewelddadigheden is Dr. Brown te lafhartig en de Lord te slim. Welk plan zij samen ook brouwen, het zal iets zijn, waarbij de kunst van den geeesheer te pas konint. En om zoo iets te voorkomen, ben ik alleen de geschikte man. Uw verklaring rust op goede gronden, mijnheer Parker, ik wilde daarom onzen vriend Lund verzoeken, onze plannen niet te verhinderen in de uitvoering, zeide de heer Cliffton. En gij Alice, riep Walther, wat zegt gij daarvan? Het betreft uw welzijn en daarom zult ge alleen beslissen, wat er gebeuren moet. Ik stel mijn volle vertrouwen in onzen vriend Parker, zoowel om zijnentwille als om de liefde, die hem aan Edith verbindt. Stel daarom ook in hem vertrouwen, beste Walther. Dan geschiede alles volgens uw eigen wil, Alice, antwoordde onze jonge vriend. XXIIIi Den dag na het rijtoertje voelde Alice zich onpasselijk. Dr. Parker bezocht haar voor den middag, en constateerde een lichte catharrale-aan- doening van de slijmliuid, vergezeld van lichte koorts. De ongesteldheid scheen van weinig belang, maar Dr. Parker zeide toch, dat zij te bed moest blijven; hij zou in den loop vau den dag nog een paar keeren naar baar komen zien. Kort voor hot. middagmaal keerde Dr. Brown van zijn reis terug. Hij vertoonde zich niet aan zijn patiënten, noeli aan Dr. Paflier. Toen de hulp-arts na het middagmaal ih de kamer trad, om verslag te geven van hetgeen er gedurende zijn afwezigheid was voorgevallen, vond hij den directeur bezig met het mengen van een drankje, waarvoor i hij uit verschillende fleschjes eenige drup- J pels nam. Dr. Brown hield onmiddellijk op en sloot alles in een kastje weg, zoodat Dr. Parker niet kon zien, wat hij voor liet drankje gebruikt had. Daarbij viel het den hulp arts op, dat de directeur heel anders j was dan gewoonlijk. Zoo babbelachtig en I druk. Dr Brown anders was, zoo stilzwijgend 1 was hij nu. Het gewone knipoogen was ver vangen door een starenden blik in de ruimte, de bewegingen waren loom en langzaam, alsof zij onder zekeren druk verricht wer den. Zwijgend hoorde de directeur hem aan, alleen het laatste bericht, omtrent Alice's onpasselijkheid, wekte zijn belangstellende aandacht. Ik ga mij dadelijk persoonlijk van haar toestand overtuigen, zeide hij, en stond op. De jonge dokter maakte zich gereed om met hem mee te gaan, maar Dr. Brown hield heni terug met de woorden; Geef u geen moeite, mijnheer Parker; j ik zal den weg wel alleen vinden. Ga gerust aan uw andere werkzaamheden. Deze woorden lieten aan duidelijkheid niets te wenschen over. Dr. Parker verliet de kamer en de direc teur ging alleen naar Alice. Na eenige korte vragen over haar welbe vinden, zette hij een bedenkelijk gezicht on zeide: Uw toestand is zorgelijker dan ik uit de woorden van mijn hulp-arts kon opmaken. De hersenen schijnen aangedaan en dat is bij patiënten van uw soort altijd bedenkelijk. Blijf liet overige van den dag alleen, en boud u rustig. Van avond kom ik nog eens bij u, en zal dan een bedarend middel mee brengen. Deze laatste woorden bracht hij stotterend uit; hij werd doodsbleek en zijn hand beefde zoo hevig, dat hij afzag van zijn voornemen om haar den pols te voelen. Hij keerde zich om en verliet de kamer. Geen half uur later kwam Dr. Parker bij Alice. Zij vertelde hem, wat de directeur van haar zorgelijken toestand gezegd had en ver zweeg ook niet, hoe hevig zijn hand had ge beefd. De jonge dokter luisterde aandachtig en. zeide toen: Het is niet onmogelijk, dat ik mij ver gist heb; wij hebben in dat geval een onrus- tigen nacht te wachten. In ieder geval is het beter, zich op een ongunstige wending voor te bereiden, dan op een spoedig, gelukkig verloop van uw onpasselijkheid te hopen. Maar dokter, het heeft sjets te heteo- kenen, ik verzeker het u, sprak Alice. Ge Iaat u mecsleepen door de vrees van den directeur, en door uw hittere drankjes zult ge mij eerst recht ziek maken. Als dat uw eenige vrees is, miss Nor man, dan weet ik een goed middeltje om u tegen ons te vrijwaren. Ge neemt eenvoudig niets van onze onaangenaam smakende NIEUWE HAARLEMSCHE COURANT ™*2* ®f£0 mMirowMw-r-:Trr'Twvjiv-,-sr .v.-..-jugwi..uwj-MSgowrjokubmus'J;refr'Tg3y**»5gwgga<J^ui.*.w|JragBfra^:ï^frasrefflgMii-:a«wy<«reT^msM'^^ 59 yjiLbr

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Nieuwe Haarlemsche Courant | 1913 | | pagina 9