DE RAAD VAN STATE Heffing der omzetbelasting Prikkeldraad Aantal leden en leef tijdsgrens Een uiteenzetting i Gemoedelijkheid VRIJDAG 29 DECEMBER De telefoon kreeg de schuld Het uitstel van aanbestedingen der Nederlandsche Spoorwegen had nog een andere reden Het weer op Zondag Langzame overgang tot een nieuwe vorst-periode. Voorloopig lichte vorst met Oostelijken wind OPHEFFING RECHTBANK TE TIEL WIJZIGING DER LAGER ONDERWIJSWET HET INDISCHE TARIEF KIND DOODGEREDEN Het gebouw van de Arrondissements-Rechtbank te Tiel, welke met ingang van 1 Januari wordt opgeheven Aanslag op een meisje Vier jaren geëischt GOEDE VANGST Pleidooi Poging tot doodslag Anderhalf jaar geëischt tegen een smokkelaar, die op kom miezen inreed DOOR AFSLUITBOOMEN GEREDEN Uit nood ook de tweede hindernis genomen Onder de vraagstukken van staatkun digen aard, die dit jaar ter sprake zijn gekomen bij de algemeene be schouwingen over de Rijksbegrooting be hoort ook dit: of de Raad van State in ons staatsbestel nog noodig of nuttig is en of de tijd niet gekomen is, dat dit college be hoort te worden opgeheven. Waar de Grondwet in artikel 74 bepaalt, dat er een Raad van State moet zijn, waar van de samenstelling en bevoegdheid door de wet geregeld worden, zou. opheffing al leen kunnen geschieden bij een Grond wetswijziging. Iets anders is de samenstel ling, die wel gewijzigd zou kunnen worden, waar deze bij de wet geregeld wordt, en als zoodanig is dit vraagstuk actueel, zoodat het aan een nader onderzoek kan worden onderworpen, hetgeen door de regeering op 3 November j.l. is toegezegd. In de Memorie van Antwoord op Hoofd stuk II schrijft de minister: De vraag, of wellicht door een vermin dering van het aantal Staatsraden op de uitgaven van den Raad kan worden bezuinigd, is bij de Regeering in onder zoek. Daarbij wordt tevens aandacht ge schonken aan het vraagstuk van de leef tijdsgrens. Volgens de Grondwet is de Koning voor zitter van den Raad van State en hebben de Prins van Oranje en de dochter des Ko- nings, i.e. dus Prinses Juliana, nadat hun achttiende jaar is vervuld, van rechtswege zitting in den Raad. In de wet lezen we, dat de Raad van State 14 leden telt, die door den Koning voor hun leven benoemd worden, evenals dat voor kort het geval was met de leden van de rechterlijke macht en de Rekenkamer. Hierin kan (uitgenomen wat betreft de benoeming, want deze is weer grondwet telijk) wijziging gebracht worden. Het voornaamste college van den Raad van State is de afdeeling Geschillen van Bestuur, die feitelijk niet gemist kan wor den, tenzij die taak aan een ander college waarbij men kan denken aan den Cen- tralen Raad van Beroep wordt opge dragen. Dit is echter niet aan de orde, want van een opheffing van den Raad van State is thans geen sprake. Naast de afdeeling Geschillen van Be stuur, waarvan de leden een salaris genie ten, dat f 1500 hooger is dan dat van de andere leden, heeft de Raad van State zich gesplitst in een aantal interne commissies ieder van drie leden. Het aantal commis sies is op het oogenblik gelijk aan dat van het aantal departementen. Deze commissies brengen rapport uit over alle ontwerpen en maatregelen van bestuur, die van de de partementen uitgaan. De leden hebben zit ting in verschillende commissies. Nu is het niet voor betwisting vatbaar, dat de oude colleges, waartoe ook de Raad van State behoort, in vroeger tijden wel wat breed zijn opgezet. We hebben het ge zien bij de Rekenkamer waarvan het aan tal leden tot voor enkele jaren nog zeven bedroeg, hetwelk zonder eenig bezwaar voor den gang van zaken kon worden terugge bracht tot vijf en thans tot drie, terwijl ook daar een leeftijdsgrens gesteld is van 70 jaar. Eerst is dat geschied voor de nieuw te benoemen leden, maar thans geldt dit voor allen. Hetzelfde heeft dit jaar plaats gehad bij de rechterlijke macht. Nu de Regeering het vraagstuk van den Raad van State onderzoekt, om dan te ko men met een wetswijziging, meenen we dat zonder bezwaar in gelijken geest kan wor den gehandeld als bij de Rekenkamer. Daar' is het aantal leden den eersten keer ge bracht van 7 op 5 en zoo zou, ook zonder dat de gang van zaken er onder behoefde te lij den, het aantal leden van den Raad van State om te beginnen gebracht kunnen wor den van 14 op 10- Het werk voor de over blijvende leden zou er niet noemenswaardig door vermeerderen. Ook de leeftijdsgrens is een kwestie, die aandacht verdient. Van uit de Kamer zijn stemmen gehoord, die deze grens zouden willen zien bepaald op 65 of ten hoogste 70 jaar. Wij voelen het meest voor 70 jaar, ook al vanwege de uniformiteit met ande re colleges, al geven we dadelijk toe, dat er ouderen zijn op wier advies meermalen hoo- ge prijs wordt gesteld. Daarnaa!st staat echter dat het vanzelfsprekend is, dat mannen tot hun 70ste jaar vlotter werken dan tachtig jarigen en ouderen, die thans nog lid zijn van den Raad van State. Het stellen van een leeftijdsgrens is daarom on verbrekelijk verbonden aan de verminde ring van het aantal leden; daarmede ver valt tevens het grootste bezwaar tegen het kleinere aantal. We wachten in dezen tijd nu de Regeering tijdens het reces van de Kamer weer volop gelegenheid heeft tot onderzoek, met be langstelling het resultaat daarvan af Heel lang behoeft deze studie niet te duren te meer daar een vermindering met vier le den toch ook bezuiniging geeft al is deze niet overweldigend. Op deze kleine bezuini gingen moet echter ook worden gelet wil men het groote tekort dat er nu eenmaal is, opheffen. Naar ons van bevoegde zijde wordt medege deeld is het uitstel der reeds aangekondigde be stedingen van de Nederlandsche Spoorwegen niet te wijten aan de telefoonstoring te Amsterdam, doch staat dit in verband met de in de vorige week gevoerde actie tegen de inschrijvingen van het Spoorwegbouwbedrijf. Aangezien de Directie van genoemd bedrijf heeft medegedeeld, dat zij op deze werken niet zal inschrijven, is voor dit geval het bezwaar, dat van aannemerszijde tegen inschrijven be stond, opgeheven. Daar de gegadigden van bovengenoemde me- dedeeling eerst op den laatsten dag voor de besteding kennis namen, waren zij met hunne voorbereidingen niet gereed en heeft de Directie der Nederlandsche Spoorwegen om die reden de bestedingen uitgesteld. Sedert het afbreken van de periode van stren ge vorst is de algemeene luchtdrukverdeeling en weerstoestand min of meer verward ge weest. Het grootste gedeelte van de Westelijke helft van Europa kwam onder den invloed te staan van een gebied van lage luchtdrukking met verschillende centra, die op een ongewone en onregelmatige wijze van plaats verander den. Daarbij trad over het algemeen een daling der temperatuur in, die ons weer dicht bij een nieuwe vorst-periode bracht. Het verloop der algemeene en plaatselijke weersverschijnselen gaf eveneens een verward beeld te zien en de schommeling van de temperatuur om het vries punt veroorzaakte bij den neerslag eveneens een groote onregelmatigheid, zoodat wij achter eenvolgens ijzel, regen en sneeuw te zien kre gen. Omstreeks het midden der week begon zich een algemeene weerstoestand te ontwikkelen, die een nieuwe vorst-periode meer waarschijn lijk maakt, hoewel nog geen zekerheid bestaat of en wanneer deze in West-Europa zal begin nen. Uit het Russische gebied van zeer strenge vorst brak zich midden der week een lucht stroom van zeer lage temperatuur naar het Westen baan, waarvan algemeen verwacht werd, dat hij over het Oostzee-gebied naar het Wes ten zal doordringen. Of deze zeer koude lucht stroom ook Midden-Europa zal bereiken en hier te lande nieuwe vorst zal brengen, hangt grootendeels ervan af wat de depressie doet, die over de Golf van Biskaye ligt. Deze is met groote snelheid uit het Noord-Westen opgeko men en trok onder toename in activiteit Don derdag in Zuid-Oostelijke richting naar de Middellandsche Zee en scheen over Midden- Duitschland den weerstoestand te zullen gaar beheerschen. Middelerwijl ontwikkelt zich over de Noordelijke helft van Europa hooge druk. De vooruitzichten zijn in verband hiermede 'l meest waarschijnlijk de volgende: De depressie, waarvan het centrum in de om geving ligt van het Noordelijk gedeelte van de Golf van Biskaye en die onder opvulling naar het Zuiden trekt, zal slechts langzamerhand haar beteekenis voor den weerstoestand bij ons verliezen. Bij langzaam stijgenden barometer zal de wind waarschijnlijk een Oostelijke rich ting behouden en misschien in kracht toene men, in welk geval de temperatuur onder het vriespunt zal dalen. Het is nog niet zeker of het vóór Zondag sterk zal gaan vriezen, maar de kans is groot, dat het toch binnen enkele dagen tot eenige graden vorst zal komen. Bij stijgenden barometer is sneeuw niet meer te verwachten. De weersgesteldheid zal derhalve tegen den week-overgang meer wintersch zijn dan zij aan het begin was. (Nadruk verboden). In de Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer, in zake deze ontwerpen, zegt de mi nister o.m., dat het getal onderwijzers op wacht geld boven 60 jaar op het oogenblik 147 is. Dat door hem weinig rekening wordt gehou den met de belangen der schoolbesturen, kan de minister niet toegeven. De Minister van Koloniën deelt in een Nota aan de Eerste Kamer, naar aanleiding van het verslag over het wetsontwerp tot wijziging van het tarief van invoerrechten in Nederl.-Indië en bestendiging voor het jaar 1934 van de tijde lijke opcenten op het gewijzigd tarief, mede, dat het ook den Minister aangenamer geweest zoude zijn, wanneer hij zich niet door de drin gende behoeften van de Indische geldmiddelen voor de noodzakelijkheid gesteld had gezien den in het wetsontwerp voorgestelden weg van ver hooging der invoerrechten te betreden, van welks nadeelen hij zich ten volle bewust is. Het verleenen van voorkeursrechten in Ned.- Indië voor Nederlandsche goederen stuit af op de bezwaren, voortvloeiende uit art. 2 van het Sumatraverdrag van 1871. Donderdagmiddag is het twaalfjarig zoontje van den vrachtrijder Heeze uit de buurtschap Tonden bij Voorst, terwijl hij bij zijn vader op een wagen, geladen met sintels, zat, onder het rijden van den wagen gevallen. Het kind kwam met het hoofd onder een der zware voorwielen terecht en was onmiddellijk dood. Den 29en April van dit jaar heeft de 30-jarige Duitsche musicus W. W. getracht een meisje te Eindhoven, Corry R. met een revolver dood te schieten. In ieder geval heeft hij in haar richting geschoten, want W. zelf zegt, dat hij niet de bedoeling had haar te dooden, noch te verwonden. Na zijn daad nam hij de wijk naar Luxemburg, waar hij destijds in een strijkje speelde. De Luxemburgsche regeering heeft hem vier maanden later aan de Nederlandsche uitgele verd. Donderdag j.l. diende deze zaak voor de Bos sche Rechtbank. Het grootste gedeelte van den tijd werd in beslag genomen door het verhaal van den Duit- scher zelf. De man maakte een keurigen in druk, was zeer beleefd, maar erg wijdloopig in zijn uiteenzettingen. Hij spaarde geen détail van de heele voorgeschiedenis en werd door den pre sident, Mr. Ummels, herhaaldelijk aangemaand zakelijk te blijven. Overigens luisterde de Recht bank met groot geduld naar zijn zielig verhaal van afgewezen minnaar. HU vertelde van Hannover afkomstig te zijn, geen vaste woonplaats te hebben, maar van plaats tot plaats te zwerven als café-musicus. Tijdens een verblijf in Eindhoven had hij het meisje leeren kennen en haar meegenomen op zijn reizen. Zij is 7 maanden bij hem gebleven. Daarna is het meisje teruggegaan naar haar moeder. Hij kon haar echter niet vergeten en ging den 28en Maart naar Eindhoven, om haar, naar hij zei, eenige dingen, die haar toebehoorden, te brengen. Zij was toen aardig voor hem, ook de moeder ontving hem vriendelijk en hij is met Corry uitgegaan. Zij waren blij en opgewekt en hebben samen gemusiceerd. Toen kwam er opeens een politieagent, die zei, dat hij het meisje kwam halen, om haar naar een opvoedingsgesticht te brengen op verzoek van de moeder. W. protesteerde daar tegen en het meisje bleef thuis. Zij heeft hem later naar den trein gebracht en h(j ging naar Luxemburg, waar hij werkte. Uit Luxemburg schreef hij haar verschil lende malen, en het meisje hem en het eind was, dat Corry hem mededeelde, dat zij iedere re latie wenschte te verbreffen. Verdachte ging toen weer naar Eindhoven, maar, waarschijnlijk onder invloed van de moe- In den nacht van 10 op 11 Dec. j. 1. is door het indrukken van een ruit ingebroken in het clubhuis van de voetbalvereeniging N. A. C. te Princenhage. Ontvreemd werden sigaren, si garetten en een hoeveelheid chocolade. Het is thans aan de politie te Princenha ge, die geen moeite spaarde elk spoor nauw gezet te volgen, mogen gelukken de beide da ders in te rekenen. Het bleken te zijn de 22- jarige M. A. ui Princenhage en de 22-jarige H. v. H. uit Breda. Het bleek tevens, dat de politie hierdoor de hand had gelegd op de bedrijvers van een diefstal begin December gepleegd in het club huis der padvindsters, dat geplaatst is aan den Overascheweg te Princenhage. Hier werd toen een electrische melkkoker ontvreemd. Beide aangehoudenen legden een volledige bekentenis af. Zij werden ingesloten en zullen ter beschikking van den Officier van Justitie worden gesteld. In aansluiting bij het bovenstaande kunnen wij nog mededeelen, dat de derde van het driemanschap zich bij de politie heeft gemeld. De twee in den morgen reeds aangehouden personen legden een volledige bekentenis af, den sigarettendiefstal aan den Ginnekenweg te hebben gepleegd. In een hooischuur te Princenhage hadden ze den gestolen voorraad sigaretten verborgen. De drie thans in arrest gestelden zijn H d. R., C. de R. en G. D. allen uit Princenhage afkomstig. Zij zullen ter beschikking van den Officier van Justitie worden gesteld. In verband met den toestand van 's Rijks financiën heeft de wetgever het noodig ge acht met ingang van 1 Januari 1934 een be lasting te heffen wegens levering van verschil lende soorten roerende goederen. De wet tot hef fing van een omzetbelasting heeft een tijdelijk karakter, aangezien bepaald is, dat zij met in gang van 1 Januari 1939 vervalt. Naast de hef fing eener omzetbelasting behelst zij een rege ling voor de heffing eener weeldeverteringsbe- lasting. Als aequivalent van de weeldeverteringsbelas- ting wordt over de z.g. weelde-artikelen een hoo- gere omzetbelasting geheven. De omzetbelasting bedraagt 4 pCt. van den verkoopprijs der goe deren; de belasting voor de weelde-artikelen be draagt 10 pCt. De belasting wordt niet bij iede- ren omzet, doch slechts bij één omzet geheven. De wet huldigt derhalve het stelsel der eenma lige heffing. Deze eenmalige heffing kan op ver schillende wijzen worden toegepast. Uit de ver schillende heffingsmethoden als daar zijn: le heffing bij den consument, 2e heffing bij de bron (fabrikant), 3e heffing bij den verkoop aan den kleinhandelaar heeft de wetgever gekozen die van de heffing bij de bron. Aan de belasting zijn onderworpen de leverin gen hier te lande door fabrikanten van in het vrije verkeer zijnde goederen krachtens overeen komst van koop en verkoop. De huurkoop wordt ten deze met een overeenkomst van koop en ver koop gelijkgesteld. Opgemerkt zij dat de belasting alleen ver schuldigd is voor lichamelijke roerende zaken. De levering van waardepapieren valt niet onder de -heffing. Over vergoedingen, welke worden genoten voor diensten en andere prestatiën, is geen belasting verschuldigd. Ook het „auteursrecht" valt niet onder de lichamelijke roerende goederen. We zagen reeds dat de belasting verschuldigd is door den fabrikant, die de goederen levert. De kooper is hoofdelijk voor de belasting mede aan sprakelijk, voor zoover hij niet kan aantoonen haar te hebben betaald. In de gevallen, waarin de fabrikant verplicht is aan den kooper een factuur uit te reiken, is hij tevens verplicht de belasting in rekening te brengen aan den koo per. Deze laatste is gehouden de belasting tege lijk met den koopprijs of bij betaling in gedeel ten uiterlijk tegelijk met het laatste gedeelte van den koopprijs aan den fabrikant te voldoen. De fabrikant welke de goederen uit zijn be drijfsvoorraad voor eigen gebruik aanwendt, moet over de verkoopwaarde daarvan belasting betalen. De heffing blijft beperkt tot levering van goe deren en wordt dus niet uitgestrekt tot vergoe dingen, welke worden genoten voor diensten en andere prestatiën. Voor goederen, die in com missie of in consignatie worden gegeven, vangt de belastingplichtigheid eerst aan op het tijd stip, waarop vaststaat, dat de goederen inder daad zijn verkocht. Een der belangrijkste vraagstukken bij de re geling van een omzetbelasting is, dat van de vrijstellingen. Bij het stelsel van eenmalige hef fing zijn drie groepen van goederen, die voor vrijstelling in aanmerking komen: le de grondstoffen en halffabrikaten; 2e de noodzakelijkste levensbehoeften; 3e de goederen ten aanzien waarvan de hef fing om praktische redenen moeilijk uitvoer baar is. Aanvaarding van de eenmalige heffing, wer kende als algemeene verbruiksbelasting, brengt in de eerste plaats mede uitschakeling van grondstoffen en halffabrikaten. Alleen worden belast de voor gebruik gereed zijnde producten; de grondstoffen en halffabri katen treft men in het eindproduct, m. a. w. het door den fabrikant afgeleverde eindproduct is aan de belasting onderworpen. De noodzakelijkste levensbehoeften zijn vrij als: aardappelen, brood, geneesmiddelen, groen ten, graan, rund- en varkensvet, spek, zout, eieren in de schaal, enz. Een gekookt ei is bij den verkoop belastingvrij, maar bij verkoop van een gebakken ei is belas ting verschuldigd. Voor de vaststelling van de verschuldigde omzetbelasting moet uit de admi nistratie blijken, welk deel van den verkoopprijs geacht moet worden door den restaurateur als fabrikant aan zich zelf als kleinhandelaar voor het gebakken ei in rekening moet worden ge bracht. Hieruit blijkt wel, rlat het systeem van heffing bij de bron niet zoo heel eenvoudig is. Als goederen, waarvan de heffing om prac- tische redenen is nagelaten, noemen We enkele artikelen van land- en tuinbouw, zooals bloem bollen, versche bloemen, gras, hooi, stroo, mest stoffen, planten, boomen, doode en levende die ren. Het vee op de markt is vrij, maar de slager, als fabrikant van biefstukjes, rollade etc. moet om zetbelasting betalen. Dag- en weekbladen, tijdschriften en boeken zijn met het oog op de cultureele belangen vrij gesteld. Het systeem van heffing bij de bron is zooda nig in de wet uitgewerkt, dat als regel de be lasting wordt geheven over het bedrag, waarvoor de goederen door den fabrikant aan den hande laar worden verkocht, dus van den groothan- delsprijs. De detaillist-niet-fabrikant zal dus zijn prijs met 4 pCt. van den groothandelsprijs moe ten verhoogen om zich schadeloos te stellen voor de van hem gevorderde omzetbelasting. De fabrikant, die tevens détaillist is, zou ech ter omzetbelasting moeten betalen van den kleinhandelsprijs, den prijs, dien hij als winke lier aan zijn klanten in rekening brengt. In dit geval zou de omzetbelasting dus bedragen 4 pCt. van den détailprijs, wat uiteraard belangrijk meer is dan 4 pCt. van den groothandelsprijs, omdat in den détailprijs behalve de winst van den winkelier, ook de distributiekosfcen zijn be grepen. Ten einde deze onbillijkheid weg te nemen is in de wet de bepaling opgenomen dat de minis ter van financiën onder door hem te stellen voorwaarden kan toestaan, dat de overdracht van goederen uit de fabrieksafdeeling naar de han- delsafdeeling van dezelfde onderneming wordt beschouwd als een levering, echter uitsluitend in het geval, dat de fabrikant tevens het be roep van handelaar uitoefent. Zoo zal de banketbakker zijn bakkerij gaarne beschouwd Willen zien als de fabrieksafdeeling en rijn winkel als de handelsafdeeling. De om zetbelasting kan dan berekend worden over den prijs, waarvoor de goederen naar de handels afdeeling worden overgedragen, Welke prijs uiteraard minder bedraagt dan de verkoopprijs, welken de handelsafdeeling aan particulieren in rekening brengt. Dit voorbeeld geldt niet alleen voor banketbak kerijen maar ook voor tal van andere bedrijven. Het is niet noodzakelijk, dat de fabrieksafdee ling en de handelsafdeeling absoluut geschei den ruimten zijn. De woorden „fabrieksafdee ling" en „handelsafdeeling" willen alleen zeg gen, dat de zaak als het ware bestaat uit twee onderdeelen. De belasting wordt berekend van den ver koopprijs, dien de fabrikant bij de levering be dingt. Onder verkoopprijs verstaat de wet den prijs, verhoogd met de kosten, die de kooper aan den verkooper voldoet, echter zonder kosten van verpakking, voor zoover deze tegen den in rekening gebrachten prijs wordt teruggenomen. Zijn in den verkoopprijs begrepen kosten van vracht of assurantie, dan kunnen deze voor de berekening van de belasting in mindering wor den gebracht. De verschuldigde belasting moet betaald wor den door middel van plakzegels, ter waarde van de belasting welke de fabrikant aan de factuur hecht en daarna voor herhaald gebruik onge schikt maakt. Bij algemeenen maatregel van bestuur zullen nog bepalingen worden vastgesteld omtrent vorm, kleur en waarde van de zegels, de Wijze van verkrijgbaarstelling en van betaling en de wijze waarop de zegels moeten worden gebruikt en voor herhaald gebruik ongeschikt gemaakt. der aldus verdachte wilde zij hem niet meer. Toch is ze nog met hem meegegaan naar zijn hotel, waar rij een kopje koffie met hem gedronken heeft. Den volgenden dag is hij bezocht door een rechercheur van politie, die hem naar den trein bracht en zei, dat hij niet meer in Nederland mocht komen. Weer is er gecorrespondeerd en tenslotte schreef W., dat hij zich wilde dooden en een revolver gekocht had. Hij kocht ook inderdaad een revolver, maar durfde die niet op zichzelf richten. Toen is hij tenslotte den 29en naar Eindho ven gegaan, zocht het meisje op, dreigde eerst haar te zufen dooden met de woorden: ik schiet jou en mij dood en schoot toen op haar. Twee schoten had hij gelost, verklaarde hij, in haar richting, maar over haar heen, daar hij haar schrik wilde aanjagen. Verdachte eindigde zijn verhaal met de woorden: ik heb er berouw van. De Rechtbank hoorde nu eerst den psychiater, Dr. Casparie uit Den Bosch, die een uitvoerig rapport had overgelegd. De deskundige schetste hem als een romantisch fantast met weinig fond en staande buiten het maatschappelijk leven. Door zijn succes als café-musicus is hij gaan Hjden aan zelfoverschatting. Hy stond sterk onder den invloed van het meisje. Zijn aanslag is ongeveer dezelfde als die van Don José op Carmen. Toen het meisje hem onaangenaam heeft af gewezen, is hij naar haar toegegaan met de ge dachte: to be or not to be. Dan is er bij zoo iemand geen kalm overleg aanwezig. Het koopen van den revolver is ook ingegeven door roman tische fantasie. In ieder geval, besloot de deskundige, is W. toerekeningsvatbaar, zelfs niet verminderd. Het meisje, Corry R., als getuige gehoord, ver klaarde dat zij de verhouding niet durfde ver breken uit angst voor W. Zij wilde het uitmaken, omdat W. niet wettig gescheiden was. Den laatsten keer toen zij alleen waren, was W. zeer opgewonden, liet haar den revolver zien en schoot er tenslotte mee. Hij richtte duidelijk op haar. Na het eerste schot vluchtte zij en hij zond haar twee schoten na. De president vroeg verdachte, of die verkla ring z.i. juist was. Verdachte antwoordde daarop met een kort: nein! Antje Smits, de moeder van het meisje, beves tigde het verhaal van het meisje. Zij kwam toe- loopen, toen haar dochter riep: moeder hij schiet me dood! Getuige had gezien, dat W. op haar dochter schoot. Nog eenige getuigen werden gehoord, o.a. een wapenhandelaar uit Luxemburg, die verklaarde dat W. het wapen bij hem had gekocht, wat verdachte overigens bevestigde. Het was een zeer deugdelijke browning van kaliber 6.35. Requisitoir Mr. Dubois nam daarop requisitoir. Poging tot moord kan zeer goed aangenomen worden, meende de officier, maar hij liet dit vallen, voornamelijk naar aanleiding van de verklarin gen van den psychiater, dat W. 'n romantisch fantast is met een te hoogen dunk van zichzelf. Spr. beschouwde verdachte als een typeerend mislukkeling van den tegenwoordigen tijd. Hij denkt van alles te kennen, maar bij een eenigs- zins diepgaander onderzoek blijkt zijn kennis zeer oppervlakkig. Daarbij overwoog spr. ook, dat alles, wat van de andere zijde gedaan is, geen 18 karaats is, zelfs veel minder. Maar dat neemt niet weg, dat verdachte een misdadige poging gedaan heeft, weshalve spr. de veroordeeling van verdachte vroeg tot 4 jaar gevangenisstraf met aftrek van de 8 maanden preventief. De verdedigster, Mr. Emma Lion, vroeg scherp de aandacht voor de houding van het meisje dat een typisch vrouwelijk spel heeft gespeeld: den man aangehaald toen hij niet wou en afge- stooten toen hij wel wou. Zij kon niet aannemen, dat de verdachte wer kelijk het meisje heeft willen dooden of zelfs maar verwonden. Dat ligt niejf in zijn aard. Zijn daad is te verklaren uit de groote opwinding, die zich van hem had meester gemaakt. Dit alles leidde pl. ertoe, de Rechtbank een zeer milde straf te vragen voor dezen ongeluk- kigen man, die nu alleen moet boeten. De Rechtbank bepaalde de uitspraak op 10 Januari. Voor de Bossche Rechtbank stond terecht de 21-jarige monteur uit Wellerlooi A. G. F. G., gedetineerd, wien ten laste was gelegd, dat hij op 24 October 1933 te Well getracht heeft, de kommiezen B. Prins en P. Hartog van het leven te beproeven door, toen deze kommiezen hem stopteekens gaven, opzettelijk op hen in te rij den, zijnde evenwel dit misdrijf niet voltooid, doordat de kommiezen opzij sprongen. Dus: weer een smokkelaar, die is doorgere den. Verdachte gaf toe met een vrachtauto het douanekantoor aan de Wellsche Hut te zijn voorbijgereden. Hij had boter in rijn auto. Op den weg zag hij den kommies Veenstra staan, die hem het stopteeken gaf. Hij reed echter door, omdat hij smokkelwaar in zijn auto had. Iets verder zaten twee personen naast elkaar ge knield op den weg. Ook dat waren kommiezen naar hij zag. Hij herkende ze als Hartog en Prins. Prins zat geknield op den weg met het geweer in den aanslag. Hij minderde vaart, maar bleef doorrijden. De kommiezen sprongen opzij. De president, Mr. Ummels, vroeg hem, wat hij zou gedaan hebben, als de kommiezen niet opzij waren gesprongen. Verdachte antwoordde, dat hij dan er langs We rijn voor enkele dagen alweer een raadseltje rijker geworden: Is de brand in de Amsterdamsche telephooncentrale aangestoken? Of is de brand vanzelf ontstaan? 't Zal met dit raadseltje wellicht precies een der gaan als met het Rijksdagbrand-mysterie: we zullen waarschijnlijk levenslang naar de op lossing kunnen blijven.... raden. Wat intusschen niet wegneemt, dat de brand in de telephooncentrale verschillende omstan digheden in aanmerking genomen een ver dacht geval genoemd moet worden en een sfeer van verdenking heeft geschapen, bij velen een gevoel van onzekerheid, van onveiligheid heeft gewekt. Is het personeel in overheidsdienst betrouw baar? Ziedaar de belangrijkste vraag. Zoo zou het dus niet alleen van groot belang zijn te weten, of de brand wel, maar ook of hij niet is aangestoken. Dit katastrophale geval van brand heeft me nigeen tot de verbazingwekkende ontdekking gebracht van het voorheen steeds als doodge woon beschouwd feit, dat kernpunten in het maatschappelijk leven als daar is de aller belangrijkste telephooncentrale van 'n stad als Amsterdam in Nederland niet geregeld be waakt worden. Wij, Nederlanders, houden heelemaal niet van militair en politioneel vertoon: zelfs de oud tijds zoo geliefde parade is in de decadentie ge komen. Bewaakt worden in Nederland (behalve dan enkele koninklijke gebouwten, waar geen kip komt kakelen) alleen maar de centen: voor het gebouw van de Nederlandsche Bank te Am sterdam loopt geregeld een welbewapende, ste vige politie-agent op en neer. Symboliek? Wij houden, behalve van onze centen, bóvenal van de gemoedelijkheid, een gemoedelijkheid, welke zich naar wij onlangs konden consta- teeren o.a. demonstreert in het feit, dat de eerste de beste vreemdeling soms geruimen tijd in en om de gebouwen van den Staatszender Kootwijk kan rondwandelen en.... de hevigste aanslagen plegen, zonder ook maar 'n werkman netje te ontmoeten! Hollandsche gemoedelijkheid! We houden ervan. Maar men kan ook te gemoedelijk zijn. zou zijn gereden. Er was plaats genoeg om te passeeren op den 8 meter breeden weg. Het is nooit zijn bedoeling geweest, de koimmiezen om ver te rijden. Pres.: Prins heeft geschoten, heb jle dat ge hoord? Verdachte: Ja, ik heb schieten gehoord. Pres.: U bent toch doorgereden. Verdachte: Er langs, omdat ik smokkelwaar had. Getuige P. Hartogs, kommies te Well, had met Prins en Veenstra een afspraak gemaakt. Veen stra zou zich posteeren tusschen de grens en zijn twee collega's en als er iets verdachts voor bij ging, schieten, om te waarschuwen. Hij heeft dat, toen G. hem voorbijging, ook gedaan. Prins en hij zijn toen midden op den weg gaan zitten en Prins heeft eenige schoten gelost. De auto reed door en kwam dichterbij. Toen heeft ge tuige zijn collega gewaarschuwd oprij te sprin gen en rij maakten, dat zij van den weg af kwa men. President: Moést Prins overreden worden, als hy niet opzij ging? Get.: Er was ruimte. Maar G. reed recht op Prins in. Toen hij nog 20 meter weg was, spron gen zij opzij. Zq schoten den auto na, toen deze gepasseerd was, maar de wagen reed door. Verdachte staat bekend als smokkelaar per fiets. Getuigen Veenstra en Prins legden verkla ringen af van ongeveer gelijke strekking. De president vroeg nog aan den kommies Prins: Komt het vaak voor, dat ze doorrijden? Waarop getuige: Ze stoppen tegenwoordig nooit meer! En de officier: Het wordt hoog tyd, dat die heeren dat eens afleeren. Mr. Dubois nam dan requisitoir en meende, dat deze poging tot doodslag juist een typisch geval is van dolus eventualis. De man moest begrijpen, dat, als de kommie zen niet opzij gaan, hy hen doodrydt of althans zwaar verwondt. Want snel opzij gaan met een Buick '25 is op dien afstand niet mogeiyk. Bo vendien zijn de remmen van een primitief type. Biyft in ieder geval de bedreiging. Waar den laatsten tijd die mooie heeren smokkelaars maar raak rijden, moet daar een eind aan komen en spr. eischte l'/2 jaar gevangenisstraf. De verdediger, Mr. Roobol te Amsterdam, meende', dat het smokkelen een sportief bedryf is. Smokkelaars zijn geen misdadigers. Daarom betreurde pl. het, dat het processen-verbaal regent, waarin dien menschen maar poging tot doodslag wordt ten laste gelegd. Dat is niet juist, want men laat zich niet overreden. Ook de po litie niet en dat weten immers de smokkelaars. Pl. bestreed de meening van den Officier, dat het noodzakeiyk zou zijn, dat de kommiezen werden omver gereden, als rij niet opzy gingen. Afstand zoowel als breedte was groot genoeg om te passeeren. Er is geen bedreiging ook, daar de hiervoor noodige woorden en gebaren uit art. 323 Alg. Wet ontbreken. Pl. vroeg vrijspraak over de geheele linie en onmiddeliyke invryheidstelling van verdachte. Mr. Dubois verzette zich daartegen met kracht. Met art. 323 Algemeene Wet heeft het O.M. niets te maken als het bedreiging ten laste legt. Het heeft te maken met het Wetboek van Straf- iecht. Het zou mooi zijn als politie en kommiezen beleefd opzy zouden moeten gaan voor de hee ren smokkelaars. Waar biyft dan het gezag? De Rechtbank vond geen termen aanwezig om aan het verzoek van den verdediger te vol doen en bepaalde de uitspraak op 10 Januari. Hedenmorgen is een vrachtauto merk Chevro let der Firma Woudenberg te Delft door de ge sloten spoorwegboomen gereden, bij het station Huis ter Heide. Toen de eerste afsluitboomh stuk gereden was, nam de chauffeur uit nood de tweede ook maar, omdat op dat moment de trein naderde. De afsluitboomen werden totaal vernield, terwijl de auto ernstig beschadigd werd. De chauffeur kwam met den schrik yrij.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Nieuwe Haarlemsche Courant | 1933 | | pagina 5