27 maart 1958
71
het natuurschoon afbreuk zal worden gedaan. Ook spreker vindt dat men
niet priori kan zeggen, dat deze bouw daar nooit tot stand kan komen,
want dan geeft men aan dit terrein de bestemming dat het zo moet blijven
liggen. Spreker weet niet of dat wel de bedoeling is. Wanneer er een con-
creet plan is, kan men ook de instanties benaderen die daarovor uitein-
delijk moeten beslissen. Ook bij de provincie kwam het wel voor dat er
bezwaren waren tegen bepaalde bebouwingen en dat men toch een toelaat-
bare oplossing vond in het belang van beide partijen. Spreker wil dan ook
de gedachte om deze zaak aan te houden warm steunen. De zaak kan dan,
nadat concrete plannen zijn ingediend, aesthetisch, bouwkundig en plano-
logisch beoordeeld worden.
De heer van der Linden zegt, het lid te zijn dat in de commissie van open-
bare werken zijn stem heeft voorbehouden. Spreker is met de heer van
Bruggen van oordeel dat men zich hier moet afvragen wat het zwaarste
weegt, het behoud van natuurschoon, waarover men van mening kan ver-
schillen of het werkelijk natuurschoon is, of de voorziening van de huisves-
ting van bejaarden. Spreker helt thans sterk over naar de gedachte dat het
laatste moet prevaleren. Na de informaties die spreker over deze zaak heeft
ingewonnen en de toelichting die hij nu gehoord heeft, gelooft hij wel dat
het verstandig zal zijn om het idee van de heer Verhoeven te aanvaarden,
n.l. na te gaan of niet aan de wensen kan worden tegemoet gekomen.
De heer Reijnders merkt op, dat de heer Zegwaart theatraal heeft ge-
sproken. De heer Zegwaart behoeft niet te leuren met circulaires die de
P.v.d.A. rondstuurt, want daar heeft de partij haar eigen mensen voor,
maar bovendien is het niet waar wat de heer Zegwaart zei, dat de P.v.d.A.
een zekere groep van de bevolking een bejaardentehuis wenste te ont-
houden. Deze groep heeft reeds een dusdanig tehuis en is dus voorlopig
geholpen. Indien dit tehuis uitbreiding behoeft dan kan dat gemakkelijk,
want achter dat gebouw is ruimte genoeg. Een dergelijke bebouwing loopt,.-
ook geen kans door de Planologische dienst afgekeurd te worden. Boven-
dien hoeft er dan geen lintbebouwing aan de Herenweg te ontstaan, wat het
toch wordt als er Ned. Herv., R.K. en Ger. bejaardentehuizen naast elkaar
worden gebouwd.
De heer Drs. Weijers meent, dat deze zaak nu voldoende besproken is,
waarom hij er niet het zijne van zal zeggen of dat stukje natuur waard is
om behouden te worden. Spreker wil het voorstel van de heer Verhoeven
om het voorstel van burgemeester en wethouders van de agenda af te voe-
ren, ondersteunen.
De heer Van Lent, wethouder, zegt, het niet eens te zijn met het bezwaar
van de heer Verspoor, dat burgemeester en wethouders wel eens hogere
percentages voor bebouwing van buitenplaatsen toe willen staan dan het
uitbreidingsplan aangeeft. Het percentage van 2% ligt in veel gevallen
veel te laag en dat geldt ook voor Kennemerduin en Kennemeroord. Ook
andere instanties willen dit percentage aanmerkelijk verhogen. Spreker is
het volkomen eens met de gedachte dat voor bepaalde buitenplaatsen de
mogelijkheid geschapen moet worden voor een hoger bebouwingspercentage
dan 2%.
De heer Zeelenberg kan het Overbos niet mooi vinden. Spreker is echter
van mening, dat het Overbos toch wel degelijk van een grote schoonheid
is. Het is een overblijfsel van de binnenduinen en mooi begroeid. De tegen-
woordige eigenaar, de heer van Eeghen, heeft zich reeds tot de Heide
Maatschappij gewend voor een aanvullende beplanting.
Momenteel bestaat er geen enkele bestemming voor dit terrein. Wanneer
de gemeente het Overbos zou kunnen kopen als openbaar wandelpark, zou
spreker hier gaame zijn medewerking aan verlenen, omdat er in dat deel