148
2e afd.
24 november 1960.
VERHOGING BESCHIKBAAR GESXELDE BEDRAGEN PER
LEERLING VOOR OPENBAAR ONDERWIJS VOOR HET JAAR 1960.
Aan de Raad,
Op grond van het bepaalde in het 5e lid van artikel 55 bis der Lager-
onderwijswet 1920 kunnen de ingevolge het eerste lid van dat artikel door
Uw College voor een bepaald jaar beschikbaar gestelde bedragen per leer-
ling voor 1 december van het jaar, waarvoor die bedragen gelden, worden
verhoogd.
De navolgende posten, die mede de basis vormden voor de berekeningen,
opgenomen in het raadsbesluit van 28 januari 1960, no. 2 tot beschikbaar-
stelling van het bedrag per leerling in 1960 van de bijzondere scholen,
hebben in de loop van dit jaar een verhoging ondergaan. Deze bedroeg
voor de kosten van:
gewoon l.o. u.lo.
instandhouding schoolgebouwen 2125,1950,
a. herstellingen Voorwegschool 700,
b. idem Crayenesterschool 1275,
c. idem Dreefschool 150,
totaal 2125,—
Bronsteeschool
egaliseren vloeren 1130,
douches waslokaal 400,
meer onderhoudskosten 420,
totaal 1950,
onderhouden van schoolmeubelen
a. Voorwegschool
b. Dreefschool
totaai
c. Bronsteeschool:
4 stel gordijnen
meer reparaties
totaal
360,— 450,—
225,—
135,—
360,—
225,—
225,—
450,—
Totaal 2485,— 2400,—
Uitgaande van een gemiddeld aantal leerlingen over 1960 van 865 voor
het gewoon lager onderwijs en van 363 voor het uitgebreid lager onderwijs
betekent dit een overschrijding per leerling van respectievelijk
2485,— 865 2,87 en 2400,— 363 6,61.
Ten einde de besturen van de soortgelijke bijzondere scholen in de ge-
legenheid te stellen over het lopende jaar aan exploitatie-uitgaven even-
eens genoemde bedragen per leerling meer te besteden of hun meerdere uit-
gaven te dekken, stellen wij U voor de bij Uw vermeld besluit beschikbaar
gestelde bedragen voor dit jaar te verhogen met 2,67 per leerling voor