28 september 1972 306 onder het oog van een raadslid zou komen, of dat een raadslid dan niet de middelen zou hebben om de zaak zelfs nauwlettend te volgen en bijvoor- beeld vragen of interpellaties aan een zaak die van gewicht is te wijden. Een dergelijke handelwijze wekt de indruk en dat kan de bedoeling uiteraard niet zijn geweest dat als men met het college tot zaken wil komen, men wel de stok achter de deur moet hebben van een raadslid, die dan ook alle correspondentie min of meer op hetzelfde moment als het college in handen heeft gekregen. Tegen het oproepen van die sfeer tckent het college emstig bezwan.r aan. Mevrouw Diel vraagt of er bezwaar tegen bestaat dat zij deze mensen geadviseerd heeft een brief aan de leden van de gemeenteraad te sturen. De voorzitter antwoordt bevestigend. Mevrouw Diel zegt dat dit louter als informatie bedoeld was, want toen een half jaar geleden dit besluit werd genomen was zij zelf ook in het ge- heel niet op de hoogte van het feit dat de verplaatsing van de woon- schepen zulke enorm grote bezwaren met zich zou meebrengen en uit hoof- de daarvan heeft zij deze mensen toen geadviseerd: schrijft u ook maar eens aan de leden van de gemeenteraad, zodat ook zij dus duidelijk op de hoogte gebracht worden. Dat is spreeksters bedoeling geweest, volstrekt niets anders. Zij ziet niet in dat zij daarmede verkeerd gehandeld zou hebben. De voorzitter gelooft dat er nog een misverstand is. Tenzij mevrouw Diel niet heeft geweten dat deze mensen aan het college hadden ge- schreven. Mevrouw Diei: „Dat wist ik wel". Volgens de voorzitter gaat het daar juist om. Het college moet de ge- Iegenheid hebben zijn wettelijke taak te vervullen. Als de indruk de in- druk is soms nog belangrijker dan datering van brieven naar buiten kan worden gewekt van: u schrijft nu wel aan het college, maar als u aan de raad schrijft, dan zal er wat gedaan worden, dan is dat niet goed. Het gaat er juist om dat men er vanuit gaat dat het college de zaak net in porte- feuille heeft gekregen de heer Van Wijk doelde er ook op en met een nader plan bezig Is. Trouwens dat is ook voor de publiciteit nuttig om te weten ook vöör de laatste brief van deze personen, heeft o.a. ook de bezorgdheid die de heer Van Wijk dus mondeling heeft gehoord, mede nû de directeur van openbare werken er toe geleid, dat de hele zaak in een plan wordt verwerkt van openbare werken. Nu klinkt het weinig sportief als men dit nu vaststelt, maar spreker vindt dat er nu geen enkele mysti- ficatie meer mag bestaan en hij doet dus een beroep op mevrouw Diel om in het besdhouwen en het respecteren van elkaars positie dit in het oog te houden. Spreker neemt aan dat het niet de bedoeling is geweest om te stellen dat dit onderwerp van dien aard is en zo weinig is toe te vertrouwen aan het college, dat het nu bij de eerste de beste gelegenheid maar op de raadstafel moet liggen. Mevrouw Diel meent dat de voorzitter begrepen zal hebben dat zij vol- strekt andere bedoelingen heeft gehad. Toch wil spreekster nog even terugkomen op het feit zelf. Zij vraagt of het nu wel mogelijk is dat deze bewoners op de een of andere wijze te horen krijgen dat er veranderingen op til zijn en hoe een en ander zal worden: worden zij hier tijdig over voorgelicht Wethouder Van Wijk deelt mede dat het rapport zo spoedig mogelijk komt. Spreker wil wel verklappen dat hij gezegd heeft dat maar eens gezocht moet worden naar de oplossing die deze mensen gewenst achten.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Raadsnotulen Heemstede | 1972 | | pagina 21