Aiimnraiio 119 Wedstrijd van Grasmaai-Werktuigen. HAARLEMMERMEER-POLDER. op vele plaatsen slechts als een tot tien; sommigen beweerden dat de boerderijen in den regel te groot waren, hetgeen misschien met meer juistheid kan heeten dat de landbouwers te weinig kapitaal hebben. llet ongeregelde van den water-afvoerde ondiepe bewerking van den grond, de korte pachttermijnen, werden door anderen genoemd. De oorzaken bleken alzoo vele te zijn, en men erkende algemeen dat deze toestand niet op eenmaal als met een tooverslag door den eenen of anderen algemeenen maatregel verbeterd kon worden. Algemeen was men bet echter eens dat de goede invloed hoofdzakelijk van de grond- eigenaars moest uitgaanafschaffing der tiendenver- lenging van den pachttermijnhet bebulpzaam zijn van den pachter in het verbeteren van den grond, verbetering der middelen van vervoer, voorbeelden eener betere kultuur, waren de aangewezen hulpmid- delen. Moge deze stem uit het Congres opgegaan voor den Utrechtschen landbouw niet verloren gaan; welligt zal dan ook vooruitgang in die oorden een der middelijke gevolgen van het Nederlandsch Con gres zijn. De groote invloed die door eeuige sprekers aan de tiendheffing was toegekend op de geringe ont- wikkeling van den Stiehtschen landbouwgaf aan- leiding om ook deze zaak in die bijeenkomst te bespreken. Over de middelen die moesten worden aangewend om ten spoedigste van dezen boei ont- -slagen te worden was verschil van meening. Prof. A c k e r s d ij c k achtte het wenschelijk dat door een regtsgedingin alle iustantien doorgevoerduitge- inaakt werdof het Keizerlijk decreet van 22 Jan. 1813, waarbij de afkoopbaarheid werd vastgesteld wel wettig ingetrokken is door het Vorstelijk besluit van 22 October 1814. Yolgens vele bekwame regts- geleerden en ook volgens zijn oordeelmoest dit ontkennend beantwoord worden. Deze kwestie is in een klein geschrift van Mr. J. van der Leeuw, secretaris van het Congresbestuurdezer dagen ver- schenengrondig uiteengezet. Eeeds in het vorig jaar was het denkbeeld tot het voeren van een zoo- danig proces door den heer C. J. H a s s e 1 m a n te Zoelen, aangegevenen stelde hij voor, daartoe bij bijdragen van f 25.eene genoegzame som ter bestrijding van de kosten te vereenigen. Slechts twee personen, de heer Schroder, van Bunnik en de heer J. G. J. van den Bosch, van Wil- helminadorpmeldden zich daartoe aanen het plan moest door gebrek aan belangetelling bij de tiend- pligtige landbouwers worden opgegeven. Professor Ackersdijck zeidedat hij de verzekering durfde geven dat aan alle hoven regtsgeleerden zouden ge- vonden wordendie deze zaak gaarne zonder vergoe- ding zouden willen bepleitenen beval daarom op nieuw ten sterkste dit redmiddel aan wijl het dan misschien zoude blijken dat men al dien tijd tegen windmolens gevochten had door eene wet tot afkoop- baarstelling te eischen welke men sints lang bezat. De heer Sloet zeide, dat hij zich met geen gun- stigen uitslag van een dusdanig proces durfde vleijen, wijl in dergelijke regtskwestien altijd wel eene ach- terdeur te vinden wasom eene gevreesde conclusie te ontwijkenhij achtte het wenschelijker, den weg eener nieuwe wettelijke regeling te volgenmogt onverhoopt het aanhangig wets-ontwerp ten tweeden male verworpen wordendan kon hij de verzekering geven dat men de zaak nog niet zoude opgeven maar nieuwe middelen wenschte aan te wenden, om dit doel te bereiken. In verband met hetgeen door den vorigen spreker gezegd was, werd door eenigen aangegeven of het niet mogelijk zoude zijn om voor dit doel hier te Iande eene vereeniging te vormen welke op eenigzins gelijke wijze zoude werken als de Ligue, die in Engeland de afschaffing der koren- wetten zoo krachtig ondersteunde. Het bleek tochdat in vele streken de tiendplig- tige landbouwers nog veel te weinig het groote nadeel inzien, dat hun door de tiendpligtigheid hunner lan- derijen wordt toegebragt. Ware het anders geweest, waren van alle landbouw-genootschappen stemmen opgegaanom op het afkoopbaarstellen der tienden aan te dringen, ware telkens weder aan de Volks- vertegenwoordiging hunne schadelijke invloed op de ontwikkeling van den landbouw geschetst en bewezen geworden, de thans weder in behandeling genomen wet zou vroeger door de eerste kamer voorzeker niet zijn verworpen. De mogelijkheid is daar, dat zulks ten tweeden male geschiedt. Alleen in Zeeland heerscht onder de landbouwers ware belangstelling omtrent deze zaak; in meest alle andere tiendpligtige streken des lands kan men verzekerd zijndat zij die het meeste belang daarbij hebbende verwerping van de }vet lijdelijk zullen aanzien. Het doel der vereeniging moest alzoo zijn, alle tiendpligtigen daaromtrent de oogen te openendoor het verspreiden van populaire geschriften, het houden van volks-voorlezingenenz. Het voorstel wekte belangstelling en er vormde zich ook spoedig eene kern tot zulk eene vereeni ging; men begreep echter, dat men het lot van het aanhangig wetsontwerp moest afwachteneer men werkzaam tot het bereiken van het bedoelde oogmerk optrad. Ook in de algemeene vergadering van het Congres werd later de zaak der tienden besproken en op nieuw een adres aan de Vertegenwoordiging gerigt. Daar dit adres echter eerst bij het afloopen van het Con gres toen reeds vele leden de stad verlaten hadden ter teekening werd gelegdwas het aantal der onder- geteekenden gering. Wij hebben bij dit onderwerp welligt wat te lang stil gestaanmaar er kwam geen Congres bijeen, of de tienden maakten ook een onderwerp van beraad- slaging uit, en telkens moest men tot elkander zeg- gennog waren alle pogingen vruchteloos, nog ver- keeren wij in den ouden toestand." Elk nieuw en doelmatig middel alzoodat wordt aangegeven om dien ouden vijanddie welligt aan de algemeene wel- vaart meer nadeel toebragt dan menig buitenlandsche vijand, van den Nederlandschen bodem te verwijde- renverdient daarom voorzeker belangstelling en on- dersteuningen wij achten het ten zeerste nuttig en noodig daarop de aandacht te vestigen. De Haarlem- mermeer werd, dank zij het wijs inzigt der Eegering, tiendvrij verkocht, maar de landbouwers, die van dien kwellenden drnk zijn onthevenzullen daarom, vertrouwen wijniet minder belang stellen in het lot van hendie nog daaronder gebukt gaanen de op- heffing der tienden als eene zaak van eer beschouwen die elk Nederlandsch landbouwer ter harte moet gaan. Wordt vervolgd.) De aangekondigde wedstrijd van gras-maaiwerktui- gen heeft den 29sten Junij op het buiten van den heer mr. I). E. Gevers Deynoot (Eusthoek nabij Loosduinen) plaats gehad. Van de 15 werktuigen, waarvan de toezending voor den wedstrijd was toegezegd, waren echter slechts zes ingekomen. Het terrein was voor de beproeving uitnemend in- gerigt; in het midden van een weiland waren eenige tenten opgeslagen en ter wederzijde lagen twee stukken hooiland, van welke zes perceelen, elk ter grootte van 45 Ned. roeden, waren afgebakend. Bij loting werd aan elk werktuig een perceel ter afmaaijing aange wezen. Gedurende de werking werd alleen de jury, die 19 leden telde, op het terrein toegelatenmaar daarna konden het land en de werktuigen door het publiek worden bezigtigd. Tegen half tien ure nam de wedstrijd eenen aanvang. Het eerst kwam in wer king de grasmaaijer vervaardigd door G. Stout, te Tielnaar het Amerikaansch model van Manny en eigendom van den heer C. J. Hasselman, te Zoe len. Het was met 2 paarden bespannen en maaide in 1 uur en 10 minuten de 45 Ned. roeden af. Het gras werd vrij kort afgemaaidwij zagen echter deze niet in werking en wachten daarover dus liever het oordeel van de jury af. N°. 2 was een werktuig, ingezonden doorjhr. mr. O. E. van Andringa de Kempenaer, uit Frieslanden van eigen vindiug. Eenige zeisen waarvan de bolle zijde scherp isdraaijen om eene spil, die, ten gevolge van het voortbewegen van het werktuig, snel ronddraait. Het werktuig werd slechts ter beproeving door een drietal personen in beweging gebragt. Wij gelooven niet, dat deze nieuwe methode aanbeveling verdient, en geven bepaald de voorkeur aan het stelsel, dat in al de Amerikaansche en En- gelsche werktuigen is aangenomennamelijk dat van driehoekige gescherpte tanden, die door gleuven snel heen en weder worden bewogen, en op die wijze het graan of het stroo afknippen of afsnijden. N°. 3 was het werktuig van Wood, ingezonden door de heeren Keyser en Swertz; men vindt het afgebeeld in de lundbouw-Courant1859, n°. 42. Het werd door twee paarden getrokkenechter schijnt het ook voor een paard te kunnen worden ingerigt. De bijzonder eenvoudige en ligte konstruktie trok zeer onze aandacht. Het verrigtte den gestelden ar- beid in 1 uur 33 minuten. Het werktuig verstopte echter nog al dikwijls, eensdeels was het terrein hiervan wel oorzaak, daar dit nog al sterk met mols- hoopen bezet was, anderdeels ook eene minder doel- matige inrigting van het strijkbord aan het einde van den snijder. De inrigting van het snijwerktuig was naar ons oordeelook niet zoo geschikt voor het kort afsnijden dan bij n°. 4. De verrigte arbeid scheen ons echter beter en het gras korter afgemaaid dan van n°. 1. Thans was n°. 4 aan de beurt. Dit werktuig was vervaardigd door Burgess en Key (systeem Allen). Naauwelijks had het eenige omgangen gedaan, of een ieder zag den eersten prijs reeds toegekend. Het werk tuig voldeed uitmuntend. Eeeds een onderzoek van de wijze van konstruktie had ons zulks doen vermoeden. De goede en vlakke inrigting van het snijdend gedeelte scheen een zeer kort afsnijden mogelijk te maken. Door drie hefboomen onder de hand van den drijver ge- plaatstis deze in staatten iste om de werking van het snijwerktuig terstond te doen ophouden, ten 2de om tijdens het werk den snijder meer of minder digt langs den grond te doen gaan en ten 3<le 0m bij verstopping het werktuig eene achterwaartsche bewe ging te geven. Zonder eenig oponthoud volbragt dit werktuig zijne taak in 50 minuten, en sneed het gras korter dan een der anderen af. Wij gelooven, dat de heen en weder gaande beweging veel sneller was dan bij al de overige werktuigen en dat daaraan vooral het niet verstoppen moet worden toegeschreven. Het perceel was, wat gelijke ligging en gering aan tal molshoopen betrof, wel het gunstigste, maar het minder zware grasgewas maakte het kort afsnijden ook weder moeijelijker. Een bekwame grasmaaijer zou het gras voorzeker nog iets korter kunnen af- maaijenmaar wij gelooven tochdat in den regel het maaijen met de zeis niet beter geschiedt, dan hier het geval was. Met zulk een werktuig kan men alzoo goed 5 bunders gras per dag maaijen. Het werktuig kost in Engeland 360. N°. 5 was een werktuig vervaardigd in de konink- lijke fabriek van Landbouw-werktuigen te Berg in Luxemburg. Het werkte gebrekkig. Het was voor een paard ingerigt, maar spoedig bleken er twee noodig te zijn en voor deze was het nog een zware arbeid. Het gras werd slecht afgesneden en het werktuig verstopte elk oogenblik. De hoofdoorzaak wasgelooven wijde veel te langzame beweging van het snijdend gedeelte. Door het voorspannen van het tweede paard werd echter de werking ook zeer verzwaardwijl hier- door de treklijn gebroken en het werktuig sterk tegen den grond werd gedrukt. De overbrenging der bewe ging was anders zinrijk en doelmatig en misschien is er met kleine wijzigingen een goed werktuig van te maken. N°. 6 was de vereenigde koren- en grasmaaijer van Wood, eveneens door Keijser en Swertz ingezondenhet verrigtte den arbeid in 1 uur en 14 minuten geregeld en goed. Waarorn aan dit werktuig den voorkeur boven N°. 3. werd gegeven althans eenvoudig als grasmaaijer beschouwdis ons niet regt duidelijk gewordende meerdere tijddie het laatste werktuig vereischte lag toch wel hoofd zakelijk aan het terrein. De Jurij nam alles echter zeer naauwkeurig op en wij kunnen alzoo eene belangrijke vergelijkende be- schouwing der verschillende werktuigen verwachten waardoor onze zienswijze alzoo wel ook in eenige opzigten eene wijziging zal ondergaan. De eerste prijs van 500 werd aan N°. 4 toe gekend; de tweede van /200 aan N°. 1 en de derde van 100 aan N°. 6. Het aantal belangstellendendat den wedstrijd bijwoonde, was zeer groot; er heerschte eene groote orde en goede regeling bij de beproeving en den secretaris der Holiandsche Maatschappij van Landbouw, den heer Gevers Deijnoot, komt grooten dank toe voor de welwillendheid waarmede hij zijne Lan- derijen voor de beproeving afstond en de goede en doelmatige inrigting van den wedstrijd. DIJKGEAAE en HEEMEADEN van den Haarlem- mermeer-Polder Brengen ter kennis van de Ingelandendat de door het Collegie van Dagelijksch Bestuur voorloopig goedgekeurde EEKENING en VEEANTWOOEDING van den Penningmeester over 1859 van den 3den Julijgedurende 14 dagen zal ter inzage liggen aan de Secretarie van dien Polder, in de Groote Houtstraat te Haarlem, van des morgens 10 tot des nainiddags ten 2 ure. Haarlem,80 Junij 1860. Dijkgraaf en Heemraden voornoemd J. L. VAN DEB, BUBCHVoonitter. E. W. VAN BBEDEBODE, Secretaris,

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1860 | | pagina 3