- 184 Haarlemmermeer-Polder. VERANTWOORDELIJKHEID. penaan den ketting van den pompzuigev zouden wij den 3 els lat bevestigeuzoodat het ondereinde daarvan gelijk was met den rand der pomp, indien de gewigtbak geheel is nedergedaald; wij zouden dan het stoomtuig weder in werking laten brengen en enkele slagen laten doentot dat het weder in zijnen gewonen gang was en gedurende die slagen het op- gebragte water van den stortbak laten wegvloeijen. Dan zouden wij kunnen zien: 1°. hoe diep de 3 els lat in den pomp ging en zooveel als er boven de rand der pomp bleefzou de slaglengte korter zijn 2°. zouden wij zien, hoe diep het water onder het nederdalen van den zuiger in de pomp zaktetot dat de zuiger werd opgetrokken, en wij zouden op de lat zien hoeveel palmen en duimen dit bedroegwij zouden dan weten hoe groot het waterverlies door het pomp/tar/ was; om het verlies door den pomp- zuiger te kennenzouden wij slechts een groote ronde bak behoeven waarvan de inhoud bekend was, waarin het water over den rand der pomp werd uitgestort en het verschil tusschen de hoeveelheid water, die nog in de pomp bevat was op het oogenblik dat de zuiger naar boven werd bewogen en de werkelijk opgebragte hoeveelheid voclit, zou ons het verlies door den zuiger doen kennen. Wij liebben herhaaldelijk overwogen, wat er tegen deze wijze van waarneming zou zijn in te brengen; maar hebben niets daartegen kunnen vinden. Langs dien weg immers kan men zich van de nutlige wer king van elke pompliart en van elken zuiger afzonder- lijk overtuigen. Het overstorten van het water in eenen grooten bak van lekenden inhoud zou zelfs slechts tot oefeuing van den opzigter behoeven te geschiedenwant het geoefend oog zal wel spoedig aan de hoogte en de wijze waarop het water over den rand der pomp lieenstort, herkennen of er eenig gebrek aan den zuiger is en bovendien men kan die elk oogenblik in oogen- schouw nemen; met het pomphart is dit echter niet zoo gesteld. Iutusschen al werd zulk een onderzoek (dat voor elke pomp slechts een werk van 10 seconden en dus voor 6 pompen te zamen slechts eene minuut, en wij willen daarbij voor nuttelooze slagen en oponthoud nog voor elke pomp eene minuut bij tellendus voor 7 of 8 pompen 10 minuten vordert) elken dag inge- stelddan zou men nog slechts de gebreken der pompharten op een gegeven tijdstip kennen; hunne standvas/ige gebreken zou men ziende toevallige b. v. die veroorzaakt door het instroomen van vreemde ligchamen, die de volkomene sluiting verhinderen, zouden misschien nog geruimen tijd onopgemerkt blijven. In elk geval zou alligt voor de 3 werktuigen te zamen een halfuur tijds daags verloren gaan en ook dit is geene onverschillige zaak; daarvoor zijn de steen- kolen en de stoomtuigen te duur. Noch het eennoch het ander behoeft echter te geschiedenindien men slechts op de uiteinden der pom pen in den stortbak een verlengstuk bevestigtzoo hoog dat het boveneinde der pomp eene halve palm of iets meer boven den stand van het water in den stortbak uitsteekt. Rijst het water in den ringvaart, dan zette men een nieuw verlengstuk op het eerste, en men zorge slechts door eenen dikken viltring of eenige nndere tusschenstof, dat de verlengstukken hermelisch op elkander en op de pomp sluiten. Waartoe zitten die pompen onder water? Natuurlijk om geene andere reden, dan om de hoogte van opbrengst niet nutteloos te verhoogen, en daartoe zijn zij zoo laag, dat zij zelfs bij den laagsten stand der ringvaart onder water blijven. Maar de hoogte van opbrengst behoeft ook met ons voorstel, om die pompen steeds 1 palm boven den stand van het ringvaartwater te verlengen, niet te worden vergroot. De hoogte van opbrengst is niet het verschil tusschen den stand van het water in den ringvaart en in den polder maar het verschil tusschen de hoogtewaartoe het water onder de oppomping in den stortbak rijst en de diepte waartoe het daaronder bij het werktuig daalt. Nu rijst het water in den stortbak onder de oppomping zeker wel 1 palm. Maar ook al werd de hoogte van opbrengst daarmede eens een paar duimen ver- hoogdindien de pompen slechts zoo ver boven het water uitstekendat nooit het uitgepompte water in de pomp kan terugloopener zou zeker een aanzien- lijke schat aan steenkolenenz. bespaard worden en bovendien het voorregt zijn verkregendat men ten alien tijde, zonder oponthoud of nuttelooze werking zich van het waterverliesdoor de standvastige of voorbijgaande en toevallige gebreken der pompharten, veroorzaakt, kon vergewissen. Eene Heine opening in een pomphart heeft natuur lijk een seer belangrijk waterverlies ten gevolge; want de snelheidwaarmede het water door zulk eene ope ning stroomt, is verbazend groot, omdat de lengte der buiswaardoor het water heenstroomtniet groo- ter is dan de dikte der kleppen van het pomphart, en de druhhoogte zoo aanzienlijk is. Wij willen onze lezers met geene, voor de meesten vrij onbegrijpelijke physische formules lastig vallen maar wij kunnen het gewigt der zaak duidelijk ge- noeg laten gevoelen door op te merkendat (hoe- wel de grootte van het waterverlies ook afhankelijk is van den vorm der opening en den invloed dien deze op de zamentrekking van de straal (m) uit- oefentdie door ons natuurlijk niet kan worden be- rekend)afgescheiden van dien vormsleehts eene opening van 1 palm in het pomphart behoeft over te blijvenom in 2 seconden tijds een waterverlies van bijna 2 kub. ellen te veroorzaken. Er behoeft zich echter slechts een klein takje of stukje hout of eenig ander voorwerp in de nabijheid van het schar- nier der klep tusschen deze en de pompbuis te plaat- senomnog zonder gebreken van de hartkleppen zelveeene veel grootere ruimte voor waterverlies open te laten. De snelheidwaarmede het water door eene opening in een pomphart in den polder terug- keertis dus zeer aanzienlijkzoo groot zelfs dat indien het neerdalen van den zuiger slechts 2 secon den duurt, de geheele inhoud der pomp in den pol der terug vloeit, indien er slechts in het pomphart eene opening overblijft van iets meer dan 3 palmen, dat is 0 slechts van zijne oppervlakte. Yelen onzer lezers zullen bij de lezing van ons betoog denken aan de geschiedenis met het ei van columbus wij deden dit ook. Sommigen zullen misschien vragenzal nu hier- mede de Jcwaal hersteld zijn en wij antwoorden neen de gebreken der pompharten worden niet opgehe- ven alleen door het gezigtMaar het onderzoek naar de Jcwaal der stoomtuigen is thans ten minste zoo ver gevorderddat de hoofdzaalc van het gebrek op dit oogenblik in niets anders dan in de pompen kan worden gezocht; en indien men zich nu slechts door aansehouwing daarvan overtuigt, en door meting ver- zekertdan wordt er zeker niet veel denkkracht vereischtom pompzuigers en pompharten te beden- kenwaarvan de zamenstelling beter geevenredigd is aan de gewigtige taak die er op rust, en aan de omstandigheden waaronder zij werken. Maar indien er bij de <feskundigen geene bezwaren bestaan, om ons voorstel omtrent de verlengiug der pompbuizen toe te passendan wordt reeds dadelijk de besparing verkregen van al de stoomkracht, en der- halve van al de steenkolen, smeermiddelen enz.in de vorige jaren onnut verbruiktom het water van den ringvaart in de pompen op en neder te bewegen, en reeds die besparing is dadelijk zeer aanzienlijk. Het Bestuur kan dan zeker met volkomene gerustheid eenige duizende guldens voor betere zuigers en harten uit- gevenzonder dat die aan de ingelanden geld kosten. Mogt na dit onderzoek blijken, dat er nog eenig verschil blijft bestaan in de taak der stoomtuigen en den verrigten arbeiddan kan het onderzoek worden voortgezet en de oorzaak daarvan opgespoord. Alle verder onderzoek schijnt ons echter onmogelijk toe zoo lang het waterverlies door de pompharten en zui gers niet met juistheid bekend is. Het schijnt wel, dat dit najaar alles moet tegen- loopen. Met veel bezwaar en niet zonder verlies hebben wij den oogst binnengebragt die door het aanhoudend natte weder en de telkens wederkeerende stormen in den laatsten tijd zeer geteisterd werd. Nieuwe regenvlagen doorweekten den grond en maakten het bearbeiden van den akker voor het wintergraan onmogelijkthans hebben wij eenige dagen droog weder en het waren uitnemende dagen voor ploegen en zaaijen, ware het niet, dat thans de hooge wa- terstand het uitzakken en opdroogen van den grond belet, terwijl zelfs op de laagstgelegen gedeelten het water over de akkers henenvloeit. Aan wien ligt de schuld, tegen wien moeten zich de regtmatige klagten wenden van den landbouwer wiens oogst door den hoogen waterstand van voorleden winter slechts zeer middelmatig was en voor wien het uitzigt voor het vol- gend jaar, wat het wintergraan betreft, weder niet veel beter is, Dat men het er op aan heeft durven laten komenom de geheele maand October met slechts eene machine te kunnen werkenis onverklaarbaarde on- dervinding van den vorigen winter schijnt dus weder voor hendie de belangen der ingelanden heeten te besturen en te behartigenvolkomen verloren te zijn gegaan. Maar klaagt gij dezen of genen aandan kunt gij verzekerd zijn, dat niemand schuld zal be- kennenmaar u zal aantoonen dat een ander de oorzaak er van is. Zult ge het aan den opzigter wijten maar deze voert immers eenvoudig de bevelen van den dijkgraaf uit, en zijne opinie wordt niet eens altijd ingewonnen als er gewigtige wijzi- gingen worden gemaakt in werken, die door hem worden ontworpen en onder zijn toezigt moeten wor den uitgevoerd. Dan aan den dijkgraaf maar deze zal u immers voorhouden, dat het onder water staan der landerijen juist toont dat hij gelijk heeft gehad, toen hij beweerdedat de tegenwoordige bemalings- middelen onvoldoende zijneen gevoelen door hem openlijk uitgesprokenen waaromtrent hij nog niet getoond heeft van meening te zijn veranderd, en wat dit speciale geval betreft, zal hij uzeggen, dat ware zijn voorstel aangenomen, de Leeghwater niet buiten werking zou zijn gesteld en het dus de schuld is van Hoofdingelanden die het amendement van den Heer B e ij e r i n c k aannamen. Zult ge dus uwe vertegen- woordigers van onvoorzigtigheid beschuldigen maar men zal u antwoordendat bij de behandeling van dat voorstel de verzekering werd gegeven, dat de Cruguius met 1°. October reeds in werking zou kunnen zijn en dat, ware men hier niet in teleurgesteld gewordende tegenwoordige ramp niet zou hebben plaats gehad. Zult ge dus de Heemraden aanklagen dat zij niet beter voor uwe belangen gewaakt hebben en niet zorgden het kostte wat het wilde het zoude toch slechts een zeer onaanzienlijk bedrag we- zen tegenover de geldelijke verliezen, thans door de Ingelanden geleden dat de Cruquius op den bepaalden tijd gereed ware zij zullen u mededee- lendat zij wel leden heeten van het Collegie van dagelijksch bestuur, maar dat zij aan het dage- lijksch bestuur in het geheel geen deel nemen dat zij niet eens alle maanden bijeenkomen en dat dan alleen de zaken behandeld wordendie door den Dijkgraaf ter tafel worden. gebragtdat zij voorts wel enkele meerdere inlichtingen dan de Hoofdingelanden omtrent den gang der zaken verkrijgenmaar geens- zins volledig op de hoogte gehouden worden en alzoo niet kunnen geacht worden deel te nemen aan het dage lijksch bestuur of daarop een geregeld toezigt uit te oefe- nen maar dat zij alleen den Dijkgraaf over de onderwer- pen waaromtrent deze hen verkiest te raadplegen bun gevoelen mededeelen. Zoo zoekt gij vergeefsch naar verantwoordelijkheid, en telkens waar gij meent die te vinden, is het eene schim, die u ontsnapt, juist op het oogenblik dat gij voor den waarborg van het goed behartigen uwer belangen daaraan de grootste behoefte hebt. Een uitvoerend bestuur en eene vertegenwoordiging door de belanghebbenden gekozenom toezigt op de handelingen van dat bestuur uit te oefenenbiedt eenen goeden waarborg voor een ordentlijk beheer aan maar bepaald alleen danwanneer de werkkringde pligten en de verantwoordelijkheid van elk der on- derdeelen van dat bestuur juist zijn omschreven. Want is dit niet het geval, mengt b. v. de vertegen woordiging zich in zakendie tot de bevoegdheid van het Dagelijksch bestuur behoorenen gaat dit deze inmenging niet te keer of lokt zij deze zelfs uit, dan worden de belangen van den Ingeland zeer benadeeldwijl het Dagelijksch bestuur op die wijze de verpligte verantwoordelijkheid voor den goeden gang der zaken van zich afschuift, en bij onheilen zich door de besluiten der vertegenwoordiging meent te kunnen dekken. Wordt voorts het Dagelijksch bestuur in naam uitgeoefend, door een collegie door de vertegenwoordiging gekozenwaarvan de Dijkgraaf de voorzitter ismaar inderdaad door den Dijkgraaf alleenen zijn de Heemraden niet veel meer dan raadgeversdan vervalt ook hier de waarborgdie de wettelijke regeling beoogd heeft. Daar de wet op de waterschappen die op andere punten zeer in de bijzonderheden afdaaltjuist omtrent vele voor- name kwestien ten opzigte van die verdeeling van het beheer tusschen Dijkgraaf, Heemraden en Hoofd ingelanden geheel stilzwijgt, zoo is het te begrijpen dat ook hier bij den aanvang die verhouding niet zoo juist kon worden afgebakend. Maar het is zeer bevreemdenddat noch Dijkgraaf, noch Heemraden noch Hoofdingelanden de noodzakelijkheid hebben in- Vervolg op het Bijvoegsel.) Drukkerij van Bonga C°, Amsterdam.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1860 | | pagina 4