Haarlemmermeer-Polder. Haarlemmermeer. Hoofd-Ingelandenschriftelijk en met opgaaf van rede- nen, van den voorzitter is verlangd. Art. 54. De voorzitter en de overige leden van het Collegie van Dagelijksch Bestuurwanneer deze tegenwoordig zijnhebben in de vergadering van Hoofd-Ingelanden sleclits eene adviserende stem. Alleen bij de behandeling van keuren of policie-verordenin- gen hebben alien gelijke stem. In de memorie van toelichting wordt betreffende deze artt. gezegdWij hebben (als maatregel van vereenvoudiging) gemeend de vereenigde vergadering als derde Collegie van Bestuur te moeten doen „wegvallen, te meer daar er geen aannemelijk be- giusel te vinden was, waarbij van de verdeeling der bevoegdheid tusschen deze vergadering en het Collegie van Hoofd-Ingelanden kon worden \iitge- gaan. Wij hebben de afzontlerlljke vergadering van Hoofd-Ingelanden bij voorkeur behoudenals in deze provincie het meest bekend. Voor die water- „schappen, waar Heemraden uit Hoofd-Ingelanden gekozen wordenof buitendien in de vergadering van Hoofd-Ingelanden altijd of bij de behandeling van eenige zaken stem hebbenbehoeven slechts de artt. 53 en 54 van dit algemeen reglement in het bijzondere reglement gewijzigd te worden." In het rapportdoor de Commissie tot onderzoek van dit ontwerp-reglement7 November 1853 opge- maaktwerd omtrent de aangehaalde artt. gezegd In de memorie van toelichting hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegevendat zij als middel van vereenvoudiging wenschen te doen wegvallen de vereenigde vergadering van het Collegie van Dage- lijksch Bestuur en van Hoofd-Ingelandenals derde Collegie. Evenwel was die vereenigde vergadering behouden in art. 53 en 54, alLhans voor de ver- gaderingen tot het vaststellen van keuren of policie- verordeningen. Daarenboven werd opgemerkt, dat het bij vele der onderwerpen in art. 58 (thans art. 57) van het ontwerp Opgesomdvan hoog belang konde „zijn, dat de leden van het Collegie van Dagelijksch Bestuur de vergaderingen van Hoofd-Ingelanden bijwoondenterwijl aan de bijzondere regleinenlen moest worden overgelatenin hoeverre aan die leden eene beslissende stem kon worden toegekend." Om die reden stelde de Commissie voor de artt. 53 en 54 van het ontwerp te doen vervangen door het hierboven medegedeelde art. 53, dat door Gede puteerde Staten in een geicijzigd ontwerp is over- genomen. In de vergadering der Staten van 19 Julij 1854, waarin het is vastgesteld, heeft het geene aan- leiding tot gedachtenwisseling gegeven, noch ook in den boezem der Commissiedie het gewijzigd ontwerp onderzocht en daarvan den 6 Julij te voren rapport uitbragt. Is er meer overtuigend bewijs noodig, dat het niet in de bedoeling van den Provineialen wetgever heeft gelegenom aan Dijkgraaf en Heemraden in de ver gaderingen van Hoofd-Ingelanden omtrent alle onder werpen, buiten de rekening en verantwoording, gelijke stem toe te kennenals aan Hoofd-Ingelandentoen zij namelijk hare wet van beginselenhet algemeen polderreglement vaststelde? De afwijking van die be ginselen van het algemeen reglement, welke bij het bijzonder reglement voor den Haarlemmermeer-Polder gemaakt iszou intusschen niet mogen worden ge- wraakt, indien de ondervinding niet voldoende had bewezendat die afwijking niet wenschelijk is 1°. omdat zij ongunstig werkt op de morele ver- houding tusschen het Bestuur en de Vertegenwoordi- ging der ingelanden 2°. omdat zij aanleiding geeft tot beurtelings over- sehrijden van het gebiedwaarop Bestuur en Controle zich vrij en zelfstandig moeten bewegenindien beide irachtig zullen zijnzoo als het algemeen belang en dat der ingelanden dit vordert; 3°. omdat het publiek-regtelijke karakter der water- schapsbesturen en de bescherming, die hun als zoodanig op wettige wijze reeds verzekerd isonnoodig maken dat de ingelanden eene vertegenwoordiging zouden bezittenwier meerderheid niet beslissen kanen die hun om die reden niet het vertrouwen kan inboezemen dat elke vertegenwoordiging behoeft. In de den 12 December 1860 te Haarlem gehou- dene vergadering van Hoofdingelanden van den Haar- lemmermeerpolderis 1°. Aan de orde gesteld de benoeming van een Dijkgraaf in de plaats van den Heer J. L. van der Burch, die zijn verlangen had te kennen ge geven om, ten gevolge zijner benoeming door Z. M. tot Burgemeester der Gemeenten Spaarnwoude Haarlemmerliede en Houtrijk en Polanen, met 1°. Januarij aanstaande af te treden. Door de Heeren Ds. J. J. v a n Voorst, J.A.Pol en M. P. T. Previnaire wordt aan den voorzitter een voorstel overhandigd omdaar bij zeer vele Ingelanden en leden der vergadering de overtuiging van de wen- schelijkheid eeuer verandering van het bijzonder reg lement van bestuur voor den Haarlem-mermeerpolder bestaat, te besluitendat reglement zoo spoedig rao- gelijk in revisie te nemen en voorts te overwegen omingeval tot de revisie besloten wordtde benoe ming van een Dijkgraaf uit te stellen tot dat althans die punten zijn vastgesteld die bijzonder betrekking op den Dijkgraaf hebben. Nadat de voorstellers hun voorstel nader hadden tOegelicht en andere de meaning hadden geuit, dat in alle gevallen de benoeming van een Dijkgraaf moest plaats hebben en deze niet van de eventuele veranderin- gen van het bedoeld reglement kon worden afhankelijk gesteld, herinnert de voorzitter aan art. 11 van het reglement van orde, waarbij is bepaald, dat in de eerste plaats moet worden beslist of een voorstel als het thans gedane al dan niet in overweging zal wor den genomen en voorts in het eerste geval of dit dadelijk of in eene volgende vergadering zal plaats hebben. Met 17 tegen 2 stemmen wordt beslist, dat het gedane voorstel in overweging zal worden genomen en met 15 tegen 4 stemmen, dat dit in eene vol gende vergadering zal plaats hebben. Op voorstel van den Heer van Tien h oven, wordt besloten dat de benoeming van een Dijkgraaf aan het einde dezer vergadering zal geschieden. 2°. Op voorstel van Dijkgraaf en Heemraden wordt besloten het aanbod der gemeente Ilaarlemmermeer aan te nemen om de lielft te betalen in de kosten voor het leggen van een loopbruggetje over de hoofd- vaart bij Abenes en de andere helft voor rekening van den Polder te nemenwaarbij echter op voorstel van den heer H. van Wickevoort Crommelin is bepaald, dat de gemeente het voortdurend onderhoud van die brug op zich zal moeten nemen. De Heer van Tien h oven merkte bij de behan deling van dit punt opdat op de oproepingsbrie- ven voor de vergaderingen meermalen achter de opgegeven punten ter behandeling het woord enz. voorkwamhem kwam het om verschillende redenen wenschelijk voor, dat de leden der vergadering met al de te behandelen zaken vooraf bekend waren en dat in alle gevallen de vergadering besliste of on derwerpen niet op de agenda vermeld en niettemin aan de orde gesteldal of niet in overweging zullen worden genomen. De voorzitter herinnert den spreker dat het algemeen reglement bepaaltdat hij de Hoofd-Ingelandenmin- stens drie dagen te voren, voor het houden eener vergadering moet oproepen, maar dat niet is voorge- schrevendat de te behandelen punten in de oproe- pingsbrieven moeten worden vermeld, waarom daarvan dan ook niets in het reglement van orde is opgenomen; dat die vermelding echter in den regel geschiedt, doch dat het soms gebeurt, dat na het afzenden der oproepingsbrieven nog stukken inkomen welke in de beschreven vergadering dienen te worden afgedaan. De heer van Tienhoven drukt daarOp zijn ver langen uit, dat in het reglement van orde worde bepaalddat onderwerpenniet op de agenda der te houdene vergadering vermeldniet in overweging kunnen worden genomen, dan nadat twee derden der tegenwoordig zynde leden zich daarvoor hebben ver- klaard. De voorzitter geeft den heer van Tienhoven in overweging in den door hem bedoelden zin in de vol gende vergadering eene ampliatie op het reglement van orde voor te stellenhetgeen deze aanneemt. 3°. Tot leden der Commissie tot onderzoek der begrooting voor 1861 worden bij volstrekte meer derheid van stemmen benoemd de Heeren Mr. J. P. Amersfoordt en Mr. J. P. A. van Wickevoort Crommelin, die echter hun verlangen te kennen gevendat eene andere keuze moge geschiedenaan- gezien zij reeds verscheidene malen die begrooting en ook de rekening hebben onderzocht en het wen schelijk achten, dat zulks eens door anderen geschiede. Hierop heeft eene tweede stemming plaatswaarbij tot leden der bedoelde commissie worden gekozen de heeren A. H. van Tienhoven, G. A. van Hou- w e n i n g e G z. en A. van S t r a 1 e n. 4°. Vervolgens wordt overgegaan tot de benoeming van een Dijkgraaf. Bij eene eerste stemming verkrijgen de heeren J. W. M. van de Poll 0 stemmen, A, van Stra le n 4J. A. Pol 1 en Mr. M. S. F. d e M o r a a z Imans 1. Geene volstrekte meerderheid van stemmen verkre- gen zijnde, heeft eene tweede vrije stemming plaats, nadat de heer van Stralen verzocht had niet ver- der in aanmerking te worden genomen. De uitslag dier stemming is als volgt De heer van de Poll 10 stemmen en de heer de Moraaz Imans 2 stemmen, weshalve de heer van de Poll bij volstrekte meerderheid van stem- men tot Dijkgraaf van den Haarlemmermeer-Polder is benoemd. De heer van d e P o 11 verklaartop de deswegens door den voorzitter tot hem gerigte vraag, bereid te zijn die betrekking aan te nemenhoewel hij al het moeijelijke daarvan gevoelt. Hij steunt echter op de hulp en de medewerking dezer vergadering, welke hij inroept, en zegt haar dank voor het herhaald blijk van vertrouwendat hij van haar heeft mogen ont- vangen. De voorzitter wenscht den heer van de Poll geluk met zijne benoeming tot Dijkgraaf en zegt bij zijn aflreden als zoodanig de leden dezer vergadering dank voor de vele blijken van welwillendheid en medewerking, welke hij van hen heeft mogen ont- vangen; met genoegen zal hij de jaren herdenken welke hij in hun midden heeft doorgebragt en hij be- veelt zijn opvolger, den heer van de Poll, in hun aller vriendschap aan. De heer van d e Poll neemt andermaal het woord zegt geheel verrast te zijn geweest door zijne benoe ming tot Dijkgraaf, daar hij namen van anderen had hooren uoemendie hij gemeend haddat boven hem in aanmerking zouden zijn gekomen hij brengt hulde aan de verdiensten van den heer van der Burch, en herinnert dat hij in alle gevallen steeds met achting zal genoemd worden, als den eersten Dijkgraaf van den grootsten polder in Nederland, en dat onder zijn krachtig en ijverig bestuur vele groote zaken tot ver- betering van den toestand des polders zijn tot stand gekomenhij beveelt zich op nieuw in de welwillend heid en vriendschap van de leden dezer vergadering aan, en roept de voorlichting in van den heer van der Burch, waar hij die zal behoeven. De heer van der Burch zegt den heer van de Poll dank voor diens welwillende toespraak ten zijnen aanzienen verklaart steeds bereid te zullen gevonden worden tot het geven van die inlichtingen welke den bloei des polders zouden kunnen bevor- deren. 5°. De heer Amersfoordt vestigt de aandacht van het Dagelijksch Bestuur op de andermaal voor- genomene droogmaking van het Lutkemeer, waartegen hij meent dat vroeger bedenkingen zijn geopperd, om dat daardoor de voorboezem voor den Lijnden ver- kleind en de gemeenschap te water met Amsterdam op dat punt verbroken zou kunnen worden. 6°. Nadat de voorzitter had herinnerd, dat ten gevolge der benoeming van den Heemraad van de Poll tot Dijkgraaf, eene vacature zal ontstaan in het Collegie van Dagelijksch Bestuur en hij de vergadering had uitgenoodigd in eene volgende bijeenkomst tot het benoemen van een heemraad over te gaanwordt deze vergadering door hem gesloten. E. W. van Brederode, Secretaris. Haarlemmermeer6 Januarij 1861. Heden morgen wapperde reeds vroegtijdig de vader- landsche vlag van het huis van P. de Boer, aan het Kruisdorp alhieren des middags ten 12 ure ver- eenigden zich ten zijnen huize de opgeroepen heeren alien geregtigd tot het dragen van het Metalen Kruis; door hen werd eene afdeeling opgerigt, welke den naam zal dragen van Haarlemmermeer. Hartelijk en met ware geestdriftaan die Yereeniging eigendeed de voorzitter eene aanspraak en wees zijne oude wapenbroeders op het doel der Vereeni- ging; hij sloot deze bijeenkomst met de volgende woorden Wapper! blij Oranje wapper Hedge klcur, ons hart zoo dier, Wapper in het oorlogsvier; Want uw aanzijn maakt ons dapper. Koning! lioor den eed herhaald, Voor het oog van God gezworcn Nimmer gaat uw kroon verloren! Zoo Iang nog onze arm kan strijden En ons't levenslicht bestraalt. In deze bijeenkomst gaf de voorzitter kennis, dat hjj in een der dagbladen gelezen haddat een oud©

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1861 | | pagina 2