- 7 - Landbouw. Ml krijger met vrouw en 5 kinderen, zonder zijne schuld, eene prooi der armoede was gewordenen de nieuw opgerigte afdeeling gaf onmiddellijk blijken van hare kameraadschap in nood; een bewijs, dat liefde en geheclitheid nog niet is verdoofd onder de oude krij- gers van 1830/31. De eerstvolgende vergadering der afdeeling zal plaats hebben op den Bden Februarij e. k.ten huize van Z. Bestman, aan bet Kruisdorp alhier. Wij hopendat alien, die geregtigd zijn tot het dragen van dat eerekruis, van hunne oud-vaderlands- liefde blijken zullen gevendoor zich aan die Yer- eeniging aan te sluiten. Naar wij vernemenzullen in de volgende week twee adressen ter teekening gelegd worden ten huize van P. de Boer, wonende aan het Kruisdorp; een aan den Minister van Financien inhoudende verzoek tot opheffing van het buitengewoon bestelloon van brieven en couranten in de gemeenteen een ander aan den heer rentmeester van Bijnland, om in het belang der gemeente, voor de betrekking van gaarder van Rijnlands bundergeld in den polder, inwoners der gemeente voor te dragen. De commissie tot bevordering der godsdienstige be- langen van de Protestantsche bewoners van Haarlem- mermeer heeft bekend geraaakt, dat zij onder dauk- betuiging ontvangen heeft de somma van/3S4.80, als de opbrengst van de entreegelden na aftrek der kostenbij de zanguitvoeringden 2 den Kersdag te Amsterdam gehouden. Het besluit omtrent h£t Burgerlijk Armbestuur, zoo als het titans aan Gedeputeerde Staten is toe- gezondenluidt als volgt De Raad der Gemeente Haarlemmermeer Gelet op art. 4 der Wet van 28 Junij 1854, Staalsblad n°. 100). BESLUIT: 1°. In de Gemeente Haarlemmermeer zal worden opgerigt een Burgerlijk Armbestuur. 2°. Vast te stellen het volgende BEGLEMENT voor het Burgerlijk Armbe stuur te Haarlemmermeer. Art. 1. Ilet Burgerlijk Armbestuur is onder toe- zigt van Burgemeester en Wethouders opgedragen aan 5 leden, waaraan een Secretaris, een Boekhouder en een Bode wordt toegevoegd. De fungerende Burgemeester is van regtswege lid en voorzitter van het Burgerlijk Armbestuur. De vier andere leden worden benoemd door den Raad, uit een voordragt van een dubbeltal, door Burgemeester en Wethouders in te dienen. Art. 2. Het kan zichdes noodig tijdelijk door onbezoldigde personen of commissien in de verschil- lende gedeelteu der gemeente doen assisleren. Deze personen of commissien worden op voor dragt van het Burgerlijk Armbestuur benoemd door den Raad, die hen, voor zooveel noodig, op voor dragt van het Armbestuureene instructie of een Reglement geeft. Art. 3. De Secretaris en de Boekhouder worden benoemd, geschorst en ontslagen door Burgemeester en Wethouders. Deze kunnen, zulks noodig oordeelende, beide be- trekkingen aan dezelfde persoon opdragen. De Bode wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het Burgerlijk Armbestuur. Art. 4. De vier leden van het Burg. Armbestuur treden elke drie jaar voor de helft af, op den lsten Januarij. De aftredende leden zijn herkiesbaar. Art. 5. Het tractement (zoo noodig) van den Se cretaris, den Boekhouder en den Bode worden door den Raad op Voordragt van Burgemeester en Wet houders vastgesteld. Art. 6. Het Armbestuur regelt naar goedvinden deszelfs werkzaamheden. Het ontwerpt, des vereischt wordende, haar eigen huishoudelijk Reglement en dient dit, benevens de daarin te maken veranderingen ter goedkeuring aan den Raad in. De secretaris en de boekhouder ontvangen hunne instructie van wege Burgemeester en Wethouders, nadat deze dienaangaande het Armbestuur hebben gehoord. Art. 7. De werkkring van het Armbestuur bestaat 1°. In het verleenen van onderstand, in het doen verstrekken van genees-, heel- en verloskundige hulp aana. behoeftigen, die te Haarlemmermeer onder- stands domicilie hebben en in de termen vallen van Art, 12 der wet van den 28sten Junij 1854 {Staats blad n°. 100); h. behoeftigen, die te Haarlemmer meer verblijf houden, docli elders domicilie van onder stand hebben, en wier verplegingskosten alzoo kunnen verhaald worden. 2°. In de bemoeijingen aangaande de elders ver- pleegd wordende, doeh te Haarlemmermeer armlastige behoeftigen. Art. 8. In het verleenen van onderstand aan de onder lr. a. van Art. 7 gemelde behoeftigen, gedraagt het Armbestuur zich bepaaldelijk naar de voorschrif- ten der lste afdeeling van het 2de lioofdstuken ten aanzien der onder lr. b. gemelde behoeftigen, naar de lste afdeeling van het 3de hoofdstuk der ge melde wet. Art. 9. Jaarlijks voor den 15 Maart zendt het Burgerlijk Armbestuur aan den Gemeenteraad een om- standig en beredeneerd verslag van den toestand van het Burgerlijk Armwezen in de gemeente. Art. 10. Alle verdere voorschriften omtrent het verleenen van onderstandde wijze van boekhouding het voeren der correspondence worden in een afzon- derlijk reglement opgenomendat binnen acht dagen na het in werking komen dezer verordening, door het Burgerlijk Armbestuur aan Burgemeester en Wet houders ter goedkeuring wordt voorgedragen. Art. 11. Het Burgerlijk Armbestuur voert het be- heer over alle fondsen welke, in welke bewoordingen ook, gemaakt worden aan de algemeene of burger- lijke armen. Art. 12. Legaten van honderd gulden en daar- bovenmogen niet worden verbruikt, maar moeten belegd of tot aflossing van schuld worden gebezigd, tenzij de erflater iets anders liebbe voorgeschreven. Dispensatie van deze bepaling zal niet, dan in drin- gende omstandighedenworden verleend door den Raad. Art. 13. De gelden worden belegd en bewaard op de wijze, door Burgemeester en Wethouders, in overleg met het Burgerlijk Armbestuur, te bepalen. Art. 14. De boekhouder geeft aau het Burgerlijk Armbestuur en aan Burgemeester en Wethouders, zoo dikwijls zij het vorderen inzage van de boeken en kas. Art. 15. De gemeente zorgt voor een geschikt locaal, ten behoeve van het Armbestuur. Art. 16. Jaarlijks in de maand Mei zendt het Burgerlijk Armbestuur eene uitvoerige rekening en verantwoording over het vorig jaar bij den Gemeente raad in. Art. 17. De begrooting voor het volgend dienst- jaar wordt met de noodige beseheiden jaarlijks in de maand Junij mede aan den Gemeenteraad ingediend. OvERGANGSBEPALINGEN. Art. 18. De eerste aftreding, ingevolge Art. 4, heeft bij loting plaais. Art. 19. Dit Reglement treedt in werking den 1 Januarij 1861. Gedaan te Haarlemmermeerter openbare verga dering van den Raad den IS December 1860. {get.) Pabst Voorzitter. {get.) D. Eggink, Secretaris. In gevolge van een gemeenschoppelijk besluit van pro vinciate staten van Zuid-Holland en Utrecht onlangs genomenen waarop de goedkeuring des Konings te gemoet wordt gezienwordt het Hoogheemraadschap van den Zuid-IJsseldijk loopende van Knollemanshoek boven Montfoort, langs Oudevvater tot Ylietgemeente Haastrecht, met 1°. Januarij 1861 geheel opgeheven en moet het archief van hetzelve binnen eenen vast- gestelden termijn ter provinciate griffie van Utrecht op den inventaris worden overgebragt. Dit waterschapdoor de afsluiting van den Hol- landschen IJssel minder noodzakelijk geworden is in den jare 1454 ingesteld door bisschop Rudolph us van Utrecht, en heeft alzoo ruim 4 eeuwen bestaan. Naar men verneemt is dezer dagen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Leeuwarden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een adres inge diend waarbij wordt aangedrongen op de afschaf- flng der tolheffing op de groote rijkswegen, waardoor de toeneming van het verkeer zoo nuttig voor handel nijverheid en landbouw zeer zou worden bevorderd. De Kamer spreekt den wensch uitdat op grond van hare beschouwingen de vertegenwoordiging zich ge- drongcn zal gevoelen van de hooge regering een wetsvoorstel uit te lokken, waarbij bedoelde afschaffing wordt vastgesteld. In eene vergadering der afdeeling Haarlem en om- streken van de Hollandsche Maatschappij van Land bouwden 27sten December 1860 te Haarlem gehouden, is de begrooting voor 1861 vastgesteld. Tot bestuursleden zijn gekozen de Heeren Mr. A. H. van Wickevoort Crommelin en Jhr. G. F. vanTets; de eerstgenoemde is daarna met alge meene stemmen tot voorzitter benoemd. De onteigening welke gevorderd wordt ten behoeve van de vereening tot droogmaking der Tienhovensch- Maarsseveensche plassengelegen beoosten de Yecht in de provincie Utrecht, ter grootte van 540 bun ders, is bij eene wet verklaard te zijn tot het alge- meen nut In N°. 1 van dezen jaargang van het TVeelcblad van Haarlemmermeer wordenin een opstel over de Herzieniug van het Bijzonder Reglement, deze woor- den gevonden „Het voorstel door de heeren van Yoorst, Pol „en Previnaire gedaandeed ook den wenseh kennenom in principe over de herziening van het Reglement te beslissenalvorens tot de keuze van een nleuwen Dijkgraaf over te gaanwaarschijnlijk uitgaande van de meeningdat de nieuwe keuze wederom voor 6 jaar zou geschieden. Intusschen is dit -niet het geval." Het is misschien wel wat gewaagd op zoo stellige wijze een gevoelen uit te drukkenhetwelk schijnt te strijden met de meening der geachte voorstellers, en (blijkens een door het JVeekblad aangehaalde zin- snede uit de Memorie van Toelichting van het ont- werp Bijzonder Reglement) ook met die van Gedepu teerde Staten zelvendie toch wel de meest bevoegde uitleggers zullen geweest zijn van het door hen ont- worpen Reglement. Het komt mij dan ook voor, dat de nieuwe Dijk graaf wel degelijk voor zes jaar gekozen is. De Provinciale Wetgever heeft eene benoeming voor eenbepaalden tijd (bij den Haarlemmermeer-Polder gesteld op zes jaar) voor al de leden van het Bestuur, den secretaris en den peuningmeester wensclielijk geacht. Zie art. 8 Algemeen Reglement en art. 6 Bijzonder Reglement. Deze is regel. Maar opdat niet alle leden gelijk zouden aftreden en opdat dit voorschrift regeknatig zou kuunen wer- kenmoest er een rooster van aftreding worden vastgesteld. Nu bepaalt art. 11 Algemeen Reglement, dat hij die gekozen wordt ter vervulling eener vacature, buiten den bij rooster hepaalden tijd ontstaanaftreedt „op het tijdstipwaarop degeen, dien hij vervangt, moest aftreden." Een zeer doelmatig voorschrift, om te zorgen, dat in den eenmaal vastgestelden rooster geene verwarring gebragt worde; niets meer, maar daarom ook alleen toepasselijk op hen, die op den rooster voorkomen. En wie moeten nu op den rooster, opgemaakt voor het Bestuur van den Haar lemmermeer-Polder voorkomen Art. 6 Bijzonder Reglement geeft het antwoordwaar het zegtTel- ken jare treden een der Heemraden en twee der Hoofd-Ingelanden af." Heemraden en Hoofd-lngelanden worden hier alleen genoemd, zoodat de Dijkgraaf, secretaris en penning- meester bepaald uitgesloten zijnen ten hunnen op- zigte de regel geldt, namelijk dat zij, ingevolge den aanhef van het artikelbenoemd worden voor zes jaar. En wil men in art. 6 Bijzonder Reglement strijd zien met art. 8 Algemeen Reglement, welnu art. 115 al. 2 van het laatstgenoemde is daarom dien op te lossenhet luidtBij de vaststelling dier bij- zondere bepalingen (reglementen) zullen zoodanige afwijkingen van dit Algemeen Reglement worden toegelatenals noodig zal worden bevonden." M. S. F. be Mokaaz Ihans. Wij danken den geachten schrijver voor het inge- zonden stuk, maar veroorlooven ons daaromtrent enkele opmerkingen. De Heer Imansacht het gewaagd op zoo stel lige wijze een gevoelen uit te drukkenen zeker waar kwestie van een gevoelen" warezou zijne uitspraak zijn geregtvaardigd. Intusschen spraken wij geen gevoelenmaar eene overtuiging" uit die wij motiveerdenen hieromtrent zal men zeker zulke opmerking niet mogen doen. Het is er verre af, dat wij de bedoeling van den Provincialen Wetgever zouden willen ontkennen, Deze is zeker te duidelijk uitgesprokenen bovendien is zij nog bevestigd door het rapport der Commissie van Provinciale Statendie met het onderzoek van het ontwerp-reglement is belast geweest, den 12 Julij 1855 uitgebragt.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1861 | | pagina 3