- 160 Rijnland. Landbouw. GEMEENTE-RAAD. Hfifl de gewonc kosten. Die voor het bouwen eener school en onderwijzerswoningwaartoe men in 1862 in staat hoopt te worden gesteld, kunnen later op dit hoofd- stuk in ontvang worden gebragt. Vervolg en slot in een volgend Nommer Vergadering van Dingsdag 3 September 1861. Voorzitter Mr. M. S. P. P a b s t. Tegenwoordigde leden 'tHooft, Koot, Ver- ploegh, en het lid Knaap, die na de opening der vergadering onder het lezen der notulen is ver- schenen, alsmede de nieuw benoemde leden J. van Vuuren, J. Klapwijk en P. van Rijn. De notulen van den 22 Augustus 1861 worden gelezen en goedgekeurd. 1°. Aan de orde is de behandeling der geloofs- brieven en verdere stukkenovergelegd door het nieuw benoemde raadslid van Vuuren. (Deze ver- laat de vergadering). Wordt gelezen de missive van Burgemeester en Wethouders, dd. 27 Augustus 1861, n°. 2370 waarbij omtrent genoemde stukken verslag wordt uitgebragt en voorgesteld, om den beer J. van Vuuren toe te laten als lid van ben Raad. Tevens wordt gelezen eene missive van Burge meester en Wethouders, dd. 27 Augustus 1861, n°. 2371 waarbij verslag wordt uitgebragt op een door B. Labrijn ingediend adres, houdende be- zwaren tegen de laatste verkiezing van raadsleden. Daarop wordt, overeenkorastig het voorstel van Burgemeester en Wethoudersmet algemeene stem- men besloten tot toelating van den lieer J. van Vuuren als lid van den Baad. 2°. Gelijk besluit wordt genomenten opzigte van de geloofsbrieven en verdere stukken van den heer Jacob K1 a p w ij ken 3°. Wordt ook de heer P. van Eijn met alge meene stemmen als lid van den Raad toegelaten. 4°. De Voorzitter stelt aan de orde de behande ling van het adres van B. L a b r ij n houdende be- zwaren tegen de gedane verkiezing van raadsleden den 17 Julij 1861, welk adres, bij apostille van den heer Voorzitter van Gedep. Staten, dd. 22 Au gustus 1861, om berigt, considerate en advies, in handen dezer vergadering is gesteld. Behalve gemeld adres wordt gelezen het daarop door Burgemeester en Wethouders, naar aanleiding van het besluit dezer vergaderiug dd. 22 Aug. 1861 uitgebragt verslag, bij brief van 27 Aug. 1861, n°. 2371. De voorzitter stelt voor, om aan heeren Gedepu- teerde Staten te berigten, dat deze vergadering zich geheel en al vereenigt met het gevoelen van Burge meester en Wethouders en de daarvoor in hunne missive aangevoerde grondenen voortsdat er ook naar het oordeel dezer vergadering, geene gronden bestaanom op de gehouden verkiezing terug te komen. Dienovereenkomstig wordt met algemeene stemmen besloten. 6°. Door Burgemeester en Wethouders wordt, naar aanleiding van het bepaalde bij art. 203 der gemeentewet, aan den Raad aangeboden de begroo- ting der inkomsten en uitgavenmet de daarbij be- hoorende toelichtingen. 6°. Aan de vergadering wordt medegedeeld, dat is ingekomen: a. de begrooting voor het burgerlijk armbestuur over 1862 b. het Staatsblad van 1861 n°. 61 tot 67. c. het Prov. Blad van 1861 n°. 56 tot 59 en 67. d. eene missive van heeren Gedeputeerde Staten dd. 28 Augustus 1861, waarbij wordt ingezonden het Kon. besluit, dd. 19 Augustus 51, bij hetwelk voor 1861 en volgende Rijks en provinciale bijdrageter voor- ziening in de kosten van het lager ondervvijs, wordt toegezegd. Waarna de vergadering is gesloten. afschrift van 1861, n°. jaren eene N°. 13. EXTBACT urr het register der DELIBERATIEN VAN DE GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE NOORD-HOLLAND. Woensdag 11 September 1861. Gedeputeerde Staten der provincie Noord-Holland. Gelezen een adres van B. Labrijn, ingezeten van de gemeente Haarlemmermeergeregtigd tot het kiezen van leden van den Gemeenteraadin welk adres bezwaren worden ingebragt tegen de laatste verkiezing van leden van den Gemeenteraad en het verzoek wordt gedaan, dat daaromtrent een onderzoek zal worden ingesteld. Gelezen een berigt van den Raad der gemeente Haarlemmermeer, betreffende de bezwaren tegen de verkiezing ingebragt. Gelet op de berigten van den Raad, dat de ver- kozenen als raadsleden zijn toegelaten. Geven aan den adressant te kennen, dat het ver- langde onderzoek heeft plaats gehad en dat daarbij geene redenen zijn bekend gewordenwaarom de verkozenen niet als raadsleden hadden behooren te worden toegelaten. Gedeputeerde Staten voornoemd, (get.) D. rutgers van rozenburg I. Voorzitt. (get.) de vries, Griffier. Aan den belanghebbende. Bij den Burgerlijken Stand zijn aangegeven: van 10 tot en met 17 September 1861. GEBORENMaria, docbter van J. "Westbroek en E. Ho- gervverf. Johanna, doehter van H. Gerritsen en P. Tim- mers. Cornelia, zoon van IV. Burggraaf en A. Blom. Pieter, zoon van A. Blom en A. Vrijmoed. Cornelia, doeh ter van G. den Rooijeu en J. v. d. Hazel. Willem, zoon van J. Blootshoofd en A. Eveleens. OVERLEDENGerardus, oud 5 maanden, zoon van P. Goossen en A. van Kuin. Gerrit, oud 2£ maanden, zoon van D. Groen en N. Braak. LEVENLOOS AANGEGEVENEen kind van TrijntjeBoot. Een kind van C. Visser en A. Wijntje. ONDERTROUWDA. K. Eland met M. Verhoeve. GEHUWD VEREENIGDE VERGADERING VAN RIJNLAND gehouden in het Gemeenelandshuis te Leiden, op Dingsdag 3 September 1361des mor- gens ten 10 ure. Tegenwoordig 20 Leden. De notulen der vorige vergadering worden gelezen en goedgekeurd. Vervolgens worden met gesloten deuren gelezen de notulen der vorige vergaderingen met gesloten deuren gehouden, dd. 25 Sept. 1860, 20 April en 28 Mei 1861. Bij de heropening der deuren wordt aan de ver gadering mededeeling gedaan van de navolgende in gekomen stukken: a. Goedkeuring der verordening op Rijnlands slui- zen te Spaarndam. b. Missive van den heer Hoeufft vanVelsen, waarbij Z.Ed, verklaart zijne betrekking van hoofd- ingeland van Rijnland neder te leggenen zulks uit- hoofde zijner benoeming tot lid van Gedep. Staten van Noord-Holland. e. Missive van dijkgraaf en hoogheemradenmel- dende den uitslag der veiling van diverse perceelen land en water, gelegen ouder Sloten c. a. De ge- zamenlijke opbrengst beloopt ruim 7000. d. Verslag van dijkgraaf en hoogheemraden betrek- kelijk den staat der kas op ultimo Julij 1861. In kas bevonden gelden f 41,320,88%. e. Missive van Gedep. Staten van Noord-Holland met goedkeuring van Rijnlands rekening over 1860. Missive van de Erven Rutgers van Ro zenburg, waarbij zij verklaren geen genoegen te kunnen nemen met het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden, om den door hen aan te leggen spoorweg, op het voormalig eiland Abenestevens te doen strekken ten gerieve van Rijnlands grond- eigendom aldaar, maar aan het hoogheemraadschap de gelegenheid te willen geven over hun eigendom een dergelijk spoor aan te leggen. g. Mededeeling van het bestuur van Sluipwijk dat het zich in regten verzetten zal tegen den om- slag van Rijnlands bundergeld. De vergadering besluit al deze mededeelingen voor kennisgeving aan te nemen. Aan de orde zijn thans de onderwerpen, vermeld op de agenda als 1°. Voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden om trent de te vervaardigen grenskaart. De voorzitter zegt, dat de vervaardiging van genoemde kaart door het reglement geboden isen de uitvoering daarvan tot heden is verschovendaar zulks moeijelijk konde geschieden, voor dat Rijnland in het bezit was van al de kadastrale plans van dit uitgestrekt hoogheem raadschap. Als proeve heeft men door de opzigters van Rijnland enkele bladen van deze kaart doen ver vaardigen, welke aan de goedkeuring van heeren Gedep. Staten zijn onderworpen. Het is toen geble- kendat deze kaart uit ongeveer 80 bladen of stroo- ken zal moeten zijn zamengesteldwelke in triplo zullen behooren te worden vervaardigdzoodat dijk graaf en hoogheemraden gemeend hebben eene som van 700 te moeten aanvragen, ten einde dit werk aan bevoegde handen te kunnen toevertrouwen, en zulks in afwijking van de meening van eenige leden van hun collegie, welke gemeend hadden, dat deze arbeid door Rijnlands opzigters zouden worden ten uitvoer gebragt. De heer Blusse voert over deze zaak het woord, en zoude gaarne de argumenten der minderheid van het collegie van dijkgraaf en hoogheemraden kennen. De heer Piek zegt, dat hij tot de minderheid behoord heeft, en dat, naar zijn inzien de opzigters van Rijnland voor de uitvoering van genoemd werk behoorden gebruikt te worden; de tiitgaaf van/700 zou alsdan, zoo niet geheel, toch zeker voor een groot gedeelte bespaard kunnen worden. Hij gelooft niet, dat de uitvoering zoo veel spoed vereischt, en beweesdatzoo lang Rijnlands opzigters tijd kunnen vinden, buiten de dienst van Rijnland werken uit te voerenzij niet kunnen geaeht worden te zeer met werkzaamheden te zijn overladen. De heer Gevers spreekt in gelijken zin. De heer Blusse stelt daarop als amendement voor, dat de vervaardiging van de grenskaart aan de beambten van Rijnland zal worden opgedragen met uittrekking van eene som van 100 voor de kosten van het materieel, daarbij benoodigd. Dit amendement wordt met 13 tegen 7 stemmen aangenomen. 2°. Vaststelling van een nieuw tarief op de vaart door 's Molenaarsbrug. Daar deze brug veranderd is in eene draaijende brug, zoo wenschen dijkgraaf en hoogheemraden, in overleg. met het bestuur van Woerden's Groot Water- schaphet bestaande tarief te verhoogen en te bren- gen op een vast regt van 10 cents, met verdubbeling voor de uren tusschen zons onder- en opgang. Hiertoe wordt besloten. 3°. Voorstel om de gelden te beleggenvoortsprui- tende uit de afgeloste obligation Amsterdam en de verkochte perceelen onder Sloten c. a. Conform dit voorstel wordt besloten. 4°. Voorstel tot het doen van af- en overschrijvingen. Op grond van dit voorstel wordt besloten de post van premien voor het doen van bekeuringen met500 te verhoogen, door overschrijving van de post van onvoorziene uitgaven. 5°. Voorstel omtrent een adres van ingelanden van den polder Nieuwkoop en Noordenmet betrekking tot den'omslag van Rijnlands bundergeld. De vergadering besluit ingevolge het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden op gemeld adres afvvij- zend te besclrikken. 6°. Voorstel omtrent een adres van eigenaren van de Droone. Dijkgraaf en hoogheemraden vermeenen, dat adressanten ten onregte van de gedeeltelijke vrij- stelling van Rijnlands bundergeld zijn uitgesloten, en stellen voor, dat de bepaling vervat in het besluit der vergadering van 28 Mei jl.waarbij de perceelen uit- makende den binnenpolder van Zwammerdam volgens contract van 1827 slechts eene vaste bijdrage van 50 cents per bunder verschuldigd zijn, ook worde toegepast op de perceelen behoorende tot de Droone, daar deze, ofschoon in het contract niet genoemd, daarbij evenwel zijn bedoeld geworden. Eenige leden zien bezwaar, eene dergelijke wijziging te brengen in het eenmaal vastgestelde gaarderboek en achten het wenschelijkdat genoemd adres worde onderzocht door de commissie, welke de vergadering heeft voorgelicht bij het onderzoek der bezwaarschriften tegen het gaarderboek, en op voorstel van den heer de Clercq wordt daartoe besloten. De vergadering wordt daarop door den voorzitter gesloten. DE GEMEENSCHAPPELIJKE MAALTIJD van LEDEN DER HOLLANDSCHE MAATSCHAPPIJ VAN LANDBOUW te Allhtnaar. Zaturdag namiddag tegen ruim 5 uur namen een tachtigtal bestuursledenafgevaardigdenlandbou-

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1861 | | pagina 2