WEGKBLAD Vrijdag, IT Januarij. van 1862. .W-X JDerde Jaar gang, Haarlemmermeer-Polder. Haarlemmermeer Rijnland. Landbouw. -A A. - /I A A N LANDBOUW, GEMEENTE- EN POLDER-BE LANGEN GEWIJD. Abonnementen HoofdredacteurC. E. DE CLERCQ. PRIJSVRAAG OYER DE WISSELBOUWERIJ V 1 i I ...s A-k4 HAARLEMMERMEER, worden aangenomen bij de Boekhandelaars C. M. VAN GOGH. Leidschestraat, te Amsterdam, J. J. VAN BREDERODE,Haarlem, bij den Heer BRIEVENGAARDER te llaarlemmermeer en verder bij alle soliede BOEKHANDELAREN en POSTDIRECTEUREN in het Rijk. De Pbijs is 6,— in het «Jaar. Elke 3 Maanden wordt over 1,50 beschikt. Adveetentien van 1—5 regels 50 Cts.elke regel meer 10 Cts., behalve 35 Cents Zegelregt bij elke plaatsing. Alle Toezendingen moeten franco geschieden aan den Hoofdredacteur, te Amsterdam. BEPLANTING DEB WEGEN. Wij achten het wenschelijk de ingelanden meer algemeen bekend te maken met de wijze waarop door het bestuur van den polder een gedeelte van den Venneper dwarsweg zal worden beplant; velen toeh hebben nog geen gebruik gemaakt van hun regt tot beplanting der lengtewegenen voor den welstand des polders is het zeker niet alleen wenschelijk dat hiertoe meer en meer worde overgegaanmaar ook dat zooveel mogelijk op gelijke wijze worde geplant. Bovendien komt het ons voor, dat de door het bestuur gevolgde wijze van beplanting navolging ver- dient, evenzeer als dit het geval is met de voorzorgen die voor het goede aanslaan der boomen zijn genomen. De voorwaarden, den aannemer opgelegd, zijn: Art. 1. 1. Op den westelijken berm van den Venneperdwarsweg van 40 el uit het ringvaartsboord achter Hillegom tot aan den Iloofdweg, moet geplant worden een regel opgaande boomen. 2. Die regel boomen moet bestaan uit iepen- en essen boomen om den anderen, op afstanden van 6 el tusschen elke twee opvolgende boomen. Verder moet midden tusschen elke twee opvolgende iepen- en essen boomen worden geplant een populieren boom. 3. In het geheel moeten alzoo door den aanne mer worden geleverd en geplant: 315 stuks iepen-, 315 essen- en 630 populieren boomen. Art. 2. 4. De iepenboomen moeten zijn zoo- genaamde hardwassersstamiepen. De essenboomen stamessen. De populieren boomenbruine of canada- sche. A1 deze boomen moeten eene zwaarte hebben van niet minder dan 11 Nederl. duim in omtrek op de hoogte van de borst. De iepen- en populieren boomen mogen niet ouder zijn dan 8 jarende essen boomen mogen 10 jaren oud zijn. De iepen- en essenboomen moeten op de lengte van ongeveer 3 el zijn afgetopt. De populieren boomen moeten met den top geplant worden. Kromme boomen worden niet aangenomen. Art. 3. 5. De gaten voor de boomen moeten zijn cirkelvormig ter groote van 1.20 el middellijn en ter diepte van 0.80 el. Zij moeten zoodanig gegraven worden dat het midden der gaten voor elk vak van den te beplanten dwarsweg tusschen eenen lengteweg en lengtetogt, in eene regte lijn kome, die op gemiddeld 1 el uit den kant der wegsloot ligtzoodat de boo men in het midden der gaten gesteld, voor elk der genoemde vakken in eene regte lijn komen te staan 6. Van de voornoemde gaten tot aan de neven- liggende sloot moet een kanaaltje gegraven worden van minstens 0.20 el breedte en 0,80 el diepte, dat van den bodem der gaten een weinig afdaalt, ten einde het water uit die gaten af te voeren. 7. Bij elk gat moet worden geleverd ongeveer een vierde kubiek el meermolm of zwarte groeiaarde, Vooraf zal deze meermolm of groeiaarde voor de iepen en stamessen vermengd worden met zuivere beer, zoodanig dat op ieder kub. el meermolm of groeiaarde komen 2 mudden beer. De beer aan te voeren door en ten koste van den aannemer. Die molm of aarde zal door den aannemer mogen gehaald worden van den Eingdijkop die plaatsenwelke door besteders zullen worden aangewezen. 8. De meermolm of zwarte aarde en beer moeten met den grond uit de gaten voortkomcnde goed door- eengemengd en fijn gemaakt worden. 9. Bij het planten moeten de gaten gevuld wor den met den grond van de voornoemde hoopen tot op ongeveer 0.30 el beneden de oppervlakte van de bermenwaarna de boomen op deze aanvulling moeten worden gesteld en met den overigen grond moeten worden aangeaard. Deze aanaardingen moeten verder worden gedekt met zoden van de bermen te nemen. 10. De boomen moeten bij het aanvoeren op den Eingdijk dadelijk ter keuring aan de aanbesteders worden aangeboden. De niet voldoende moeten dade lijk worden verwijderd en anderen in de plaats gele verd binnen 14 dagen na de keuring. De goedgekcurde zullen onmiddelijk na de keuring worden gekuild en niet langer dan een etmaal boven den grond mogen liggen. Indien de aannemer hieraan niet voldoet, zoo worden al de ongekuilde boomen gehouden voor afgekeurd en zal hij daarvoor anderen moeten leveren. 11. Bij de uitvoeringAjn het voorschreven werk moet de aannemer opvolgen de ordersdie door of van wege besteders zullen worden gegeven en tevens zorgen dat de passage langs de wegen niet worde gehinderd. Art. 4. 12. Voor 15 December 1861 moeten de gaten gemaakt, de meermolm of groeiaarde en beer aangevoerd en met den grond uit de gaten voortgekpmen vermengd zijn. Daarna moet dadelijk met het planten der boomen worden begonnen en daar- mede onafgebroken worden voortgegaanzoodanig dat de boomen uiterlijk op den laatsten December 1861 zijn geplant. 13. Ingeval het echter gedurende den tijd voor de planting bepaald, mogt vriezen, moet het planten worden uitgesteld of gestaakt, om uiterlijk in het laatst der maand Maart van het volgend jaar voltooid te worden. 14. In de maand Mei van 1863 zal door beste ders eene opneming der beplanting gedaan worden waarbij de Aannemer moet tegenwoordig zijn. Ingeval zich alsdan onder de boomen, doode of kwijnende bevinden, zal van den aannemer voor elken boom van zijne aannemingsom gekort wordenvoor een dooden of kwijnenden iepenboom 1.50, een dito essenboom 1.30, een populierenboom 1. 15. Schade door anderen dan polderbeambten aan de boomen aangerigt, blijft voor rekening van den aannemer. 16. De aannemer zal in den winter van 1862 op 1863 de boomen glad van stam moeten houden ter hoogte van 2 Ned. ellenzoodanig dat er zich in Mei 1863 geene spruiten aan de stammen bevinden lager dan 2 Ned. ellen uit den grond gemeten. Art. 5. 17. De betaling zal geschieden in twee termijnende eerste termijngroot der aannemingsom in Mei 1862 en de tweede of laatste termijn, groot /3 der aannemingsom in Mei 1863; van welken laatsten termijn de in 14 bedoelde kortingen voor doode en kwijnende boomen zullen worden afgehouden. Bij den hoogen waterstand der rivieren in het begin van het vorige jaar was er meermalen sprake van gevaar voor doorbraak van den Lekdijk boven Vrees- wijk en de gevolgendie hieruit ook voor den Haar- lemmermeer-Polder zouden kunnen voortvloeijen. In eene vergadering van het Departement Delft der Nederlandsche Maatschappij van nijverheid, den 8sten Januarij j. 1. gehoudenzijn door den hoogleeraar D. J. StormBuijsing eenige mededeelingen gedaan omtrent onze rivierdijken en de gevolgen van door- braken mededeelingen die met onverdeelde aandacht en belangstelling door de toehoorders werden gevolgd. De geachte spreker deelde (volgens de lDelftsche Courantonder anderen mededatwanneer de Lek dijk boven Vreeswijk doorbrak, Delfland, Schieland en Eijnland inderdaad eenig gevaar zouden loopen van overstroomd te worden, namelijk indien te gelij- kertijd ook de zoogenaamde Wierikkerdijk bezweek, die bij wijze van Slaperdijk gelegdis, ter beveiliging der drie genoemde hoogheemraadschappen. Dit gevaar is dusofschoon niet onmogelijkechter niet zoo spoedig te vreezen. Tot meerdere geruststelling voegde spreker er bovendien bijdat wij in geval van doorbraak, waarschijnlijk toch nooit zoo heel diep onder water zouden gerakenomdat het water ofschoon het te Vreeswijk wel 12 el hooger kan staan dan de diepst gekelderde polders van Noord- en Zuid- Ilolland, wanneer het zich over zulk eene groote oppervlakte heeft verspreid, geene aanraerkelijke hoogte meer zou hebben. De heer M. G. Beijerinck is met den 15den Januarij j. 1. op zijn verzoek eervol ontslagen als op- zigter aan den Lijn den. In 1861 zijn in de gemeente llaarlemmermeer geboren 513 en overleden 336 personenen gehuwd 70 paren. Bij don Burgerlijken Stand zijn aangegoven: van 7 tot en met 14 Januarij 1862. GEBOREN: Martha, dochter van J. G. Boerlage en M. Stokman. Klaas, zoon van K. Benjamin en G. Doets. Lambertuszoon van A. van den Enden en S. Clement. - Cornelia, zoon van J. Hetjes en E. de Jong. Neeltje, doch ter van G. Kalf en J. Man. Jan, zoon van Pieteronelta van Andel. OVERLEDEN: Maria Stokman, oud 26 jaren, gehuwd met J. G. Boerlage. Cornelia, oud circa 1 jaar, zoon van A. de Groot en J. Spieringa. Anna Mariaoud 2 wekendoch ter van H. Bakker en C. W. Burger. Johan Hendrik Hil- debrand, oud 62 jaren, gehuwd geweest met H. Lagerman. Hester, oud 1 maand, dochter van G. J. H. Verploegh en TGroot. LEVENLOOS AANGEGEVEN: Een kind van J. Goedman en B. Heijenhuis. ONDERTRODWD: Geene. GEHUWDGeene. In de vereenigde vergadering van Eijnland, op Zaturdag 25 Jauuarij 1862 des voormiddags ten 10 V4 ure zal worden behandeld 1°. Af- en overschrijvingen op de begrooting van 1861. 2°. Behandeling van het rapport van de commis- sie voor de ambachten. DER Koninlslijlte Lttndbouvo-Vereeniging. Deze prijsvraag is than? driemaal uitgeschreven ge-

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1862 | | pagina 1