19 AB¥MTOIfim Jugcscmbcm Aanbestedingen. ij ziekte zelf. Wat toch was het geval. Na de vele regens, in Augustus en September gevallen, was liet gras zoo opgekort, dat ik meer dan een veehouder toen heb hooren zeggenals het zoo doorgaatzal het van dit jaar een vroege staltijd wezen." Hoe wer- den ze in hunne meening en vrees bedrogenEerst hadden de milde regens den grond doorweekt en de nog ongebruikt geblevene voedende bestanddeelen der toemakerij opgelostdaarna verwarmde de koesterende Octoberzon het aardrijk en het gras ontlook en groeide alsof het voorjaar was, en alweder werd het spreek- woord bevestigd: het gras gaat en komt met regen en wind." Het jonge rund voor de regens nog niet lang van het nat (het drinken) afzij het dan ook slechts weiwas fen daardoor en door de schrale weideals altijd in den groei teruggegaan doch nu het weder volop jeugdigsaprijk en krachtig gras kreegbleven de gevolgen niet lang uitmaar de- zelfde ziekte, die anders uit gelijke oorzaken meer a an het voorjaar eigen is, de zoogenaamde bloedziekte namelijkvertoonde zich nu. Ziedaar duidelijk bewezen dat het gunstige weder, althans van deze ziekte de aanleidende oorzaak wasen tevens aan- getoond, hoe door de zamenwerking van verschillende oorzaken, hier weder en voedsel, eene ziekte ont- staat. Na deze algemeene beschouwingenwillen wij de bijzondere ziekten van elke diersoort meer afzonderlijk behandelen. Bij het paard kwamen gevallen van keel-ontsteking voor, waarvan de oorzaak mede kennelijk in het we der en het voedsel gelegen washoewel in eenen anderen zin straks hebben we gezien dat de eerste dagen van October warm en zoelde daaraanvolgende afwisselend koel en warmde laatste koud waren terwijl de grond door de veelvuldige regens zwaar te bewerken en het gras slap geworden waswas het nu wonder dat de paarden 's avonds sterk bezweet uit het tuig komende, koude vattenwant hoe sohoon de dagen ook mogen geweest zijn de nachten zijn om dien tijd van het jaartoch reeds lang en koel. Door ze tijdigalthans 's nachts, stal te zetten of ten minste in 't land te voerenware dit onmatig zweeten en ook deze ongesteldheid waarschijnlijk te voorkomen geweest. Eindelijk stal staande, leed het paard naar gewoonte aan koliekde gevallen dezer ziekte waren echter in het oog loopend minder dan andere wintersof dit komt omdat men het boonen- stroo meer dan vroeger aan de koeijen begint te ver- voederen Ik zou het haast denkenvooral hopen. Drie gevallen van wormkoliek heb ik behandeld waarvan de dikke ronde wormen in de maag huisvestende waarover ik in mijn vorig verslag sprak de oorzaak waren. Een veulendat te laat eti dan nog wel op laag drassig land buiten geloopen hadkreeg eene aanzienlijke waterzuchtige zwelling onder den buik dit is eene veelal slepende, soms doodelijke kwaal. Een paard en een schaap verlangen beiden een hooge drooge grond; terwijl men van een dierdat in zijne eerste levensjaren veel geleden heeftals het eenmaal volwassen is weinig goeds verwachten kandit wordt bij het aanfokken in het algemeen maar al te veel over het hoofd gezien, en zoo ooit, dan bedriegt hier de zuinigheid de wijsheid. Onderseheidene paarden kreeg ik onder behandeling die door hoef- slagen belangrijk beleedigd waren. Onder de vele gebrekenaan de rneeste paardenstallen gemeen be- hoort ook het gemis van latter- of zijboomen. Ilin- gen deze altijd tusschen de paarden menig ongeluk zou verhoed worden. Ik weet wel, men zal hierte- gen aanvoerendat men de paarden dan niet zoo gemakkelijk kan wateren (laten drinken) en uitmesten, en vooral dat men er dan minder stallen kan doch het eerste zal zich wel gewennen, als men maar niet al te veel op zijn gemak gesteld isen het laatste is juist een bewijs voor de ondoelmatigheidmen oor- deele zelf maar eens. Een paard dat tusschen twee zijboomen staatkomt, bij 8 voet lengte, 4 voet breedte toe, en tusschen twee sehotten 5 voet; zijn er nu geen boomendan kan men er jameer plaat- sendoch dan geschiedt dit ten koste van het gemak der paarden en ze kunnen alsdan niet geregeld gaan liggenmaar de een moet daarmede wachten tot dat de andere oprijst. Waarlijk 1 een dier dat zoo veel en zoo zwaar werk voor ons verrigtdat zoo weinige uren slaapt, mag men de gelegenheid niet benemen om zich naar welgevallen neer te vleijen en zijne ver- moeide leden uit te strekken; dit te doen is even onmenschelijkals, wel ingezien, in strijd met het belang van den eigenaar. Bovendien zie men maar eens hoe het er op zulke stallen toegaat, als ze voe- der krijgen een is er meestal de baasde schrik van de geheele koppel, die ze alien met geweld op zijde jaagt en dan gulzig en nutteloos te veel eet wat de anderen te weinig krijgen en toch zoo zeer behoeven. Nog heeft een dergelijke inrigting der stallen dit groote voordeeldat men dan ook achter elk paard een schommeltouw kan hebbenhetgeen belet dat ze, losgeraakt zijnde, vooral des nachts, tusschen de anderein den koestal of bij de voeder- kist kunnen komen; ook daarvan heb ik meer dan eens groote ongelukken soms met eenen doodelijken afloop, zien gebeuren. Nog meerdere voor- en na- deelen aan de eene of de andere inrigting verbon- den j nog andere gebreken aan de paardenstallen eigen zou ik kunnen opnoemendoch dit zou mij thans te ver heen leiden liever wil ik daarom later, in een afzonderlijk opstel, opzettelijk de vraag behan delen hoe een goede paardenstal behoort te zijn in- gerigt. Bij het rund kwam een geval van de zoogenaamde blaarziekteook wel het zwellend of loopend vuur genoemd, voor. De hoofdverschijnselen dezer levens- gevaarlijke ziekte zijn: algemeene uitwendige hitte en hevige benaauwdheidwaaruit zich de sterke neiging des diers om zich in het water te begevenlaat ver- klaren; verder trommelachtige opzwelling van enkele deelen of wel van het geheele ligchaam, enz. De oorzaak dezer ziekte schijnt de eene of andere stoor- nis in de ademhaling en den bloedsomloop te zijn hetgeen nader bevestigd wordt door de gunstige uit- werking van het doen eener aderlating en de toedie- ning van verkoelende en krampstillende geneesmidde- len. Daar deze ziekte onverhoeds ontstaat en schie- lijk doodelijk is raad ik de veehouders aan om zulk een dier oogenblikkelijk een paar malen achter elkan- der de tong uit den mond te rukken want hoe on- gerijmd deze handelwijzegelijk ik vroeger betoogd heb bij de opgeblazenheid ook zijn mogehier is ze van uitstekend nutwijl uit lijkopeningen gebleken is dat bij dergelijke runderende luchtpijp door de strotklep geheel gesloten is, daardoor de ademhaling belet en gevolgelijk de geregelde bloedsomloop ver- hinderd. Het afbijten van een stukje der tong, is en blijft echter geheel onnoodig die geringe bloeds- ontlasting baat hoegenaamd niets en wil zeker alleen maar aanduidendat men de tong zoover moet uit- halendat men er des noods een stukje van zou kunnen afbijten. Voorts doe men eene ruime la- ting, liefst uit de halsader; belet de benaauwdheid ditdan maar uit de eerste de beste ader eindelijk wende men plaatselijk of over het geheele ligchaam naarmate de zwelling zich verbreidt, vlijtig stortbaden aan van koud water en roepe intusschen de hulp in van eenen veearts. Verder kwamen, gelijk ik boven reeds zeide, vele gevallen van bloedziekte voor. Ook deze heeft haar zitplaats in het bloeddat door eenen te Snellen groei van het jonge vee in te groote hoeveelheid voorhanden of wel te dik is; ook zij ontstaat plotseling, is mede levensgevaarlijk en gemakkelijker voor te komen dan te genezen. Ook hier is de aderlating aangewezen, ofschoon ik bekennen moet dat daardoor wel eens de overgang van de bestaande ontsteking in het vuur bespoedigd en de dood verhaast wordt. Maar men verzuime dan vooral niet de geheele koppel fiks te laten, en bij gebreke van andere middelen of van betere hulpaan elk stuk veenaar gelang van ouder- dom en welgevoedheidin te geven een mengsel van versch bereide pekel en wijn-azijn, van ieder de helft; voor een volwassen rund is de gift hiervan tweemaal daags een wijnflesch vol, naar omstandigheden te herhalen. Voor zoo verre mij bekend is, vertoonde zich de longziekte hier omstreeks uiet. In den loop der maand December werden door mij op vier gezonde stallen 55 inentingen verrigt; met het oog op den zoo rijken veestapel en het heilzame der kunstbewerkingis dit getal voorzeker gering; maar aan den anderen kant toch verblijdend en bemoedigend te noemenals men de vele, meest ongegronde vooroordeelen die er nog tegen bestaanin aanmerking neemt. Mogt nu ook hier het spreekwoord maar bewaarheid wordendat als er een schaap over den dam isde anderen wel volgen. Aangezien de werking dier inentingen nog niet geheel afgeloopen is en ik er dit jaar nog een grooter aantal verrigt hebbehoud ik mij voorom van die alien gezamenlijk in een volgend verslag de uitkom- sten mede te deelen. Meer dan een geval van ver- stopping in de boekmaag kwam voorals altijd be- zweken alleen die runderen er aan, bij welke de geneeskundige hulp te laat ingeroepen werd. Een jonge koe, die bij het stalzetten uitgleed en met haren buik zeer onzacht op den rand der steenen boes neerkwam, kalfde ontijdig; ziedaar het bewijs dat ook werktuigelijke beleedigingen oorzaak kunnen zijn van het kalfverleggen en tevens eene waarschuwing om bij het stallen van het vee wat meer omzigtigheid in aclit te nemen dan gewoonlijk geschiedt. Voortdurend waren er nog kreupele schapen. Een koppel van 12 dezer dieren werd door aanwending van de Doccumensis van een hardnekkig schurfuitslag genezen, nadat men langen tijd te vergeefs beproefd had, het door allerlei, zoogenaamde onfeilbare mid delen te doen verdwijnen. Nieuicveen. D. van IIulst. Wie kan mij zeggen waar dit woord van afgeleid is en hoe het gespeld moet worden; ik zoek het overal te vergeefs. Gelijk vroeger gemeld iszal de algemeene verga- dering der Uollandsclie Maatschappij van Landbouw dit jaar in de maand September te 's Gravenhage bijeen- komen. Naar men thans verneemt, zal dan ter gele genheid van haar vijftienjarig bestaan eene bijzonder luisterrijke landbouw-tentoonstelling worden gehouden. Zij zal zich van de vorige onderscheidenzoowel in uitgebreidheid als in een merkelijke verhooging der uit te loven prijzen. Ook moet het voornemen be staan om bij deze gelegenheid bijeen te brengen eene zoo volledig mogelijke verzameling der voornaamste ge- wassenwelke in onze provincien worden verbouwd. Wij vernemen dat dezer dagen eenige Afdeelingen der Hollandache Maatschappij van Landbouw zich ver- eenigd hebbenbij wijze van Commissieten einde te beraadslagen in hoeverre zij zouden kunnen mede- werken om de algemeene tentoonstellingen beter aan het doel te doen beantwoorden. Wij hopen later meer uitvoerig te kunnen mededeelen hetgeen op die vergadering is behandeld geworden. Ook zoude door deze vereenigde Afdeelingen een vrij aanzienlijke prijs worden uitgeloofd voor de aan- staande tentoonstelling te's Gravenhage. Een goed voorbeelddat voorzeker navolging verdient. De dijkgraaf van Ilaarlemmermeer verdient alien lof wegens de juistheid, waarmede hij de machines diri- geert, om den stand van het water in den polder zoo te houdendat elk Ingeland van zijn land partij kan trekken, en niet zoo als vroeger bij veel nat weer, velen wel varen en visschenmaar zaaijen noch maai- jen konden. Maar toch verwondert het ons, dat een polderbe- stuur, als dat van Haarlemmermeer in een opzigt het sieraad boven het nut stelt. Degenen, die aan de ongeharde wegen wonen, hebben toch alle regt om van het bestuur des polderstot de instandhou- ding waarvan zij even goed hunne bijdragen doen, als degenen die aan de geharde wegen wonen, te vorderen, dat eerst het onontbeerlijke en daarna het volstrekt onnoodige wordt in orde gemaakt. Zij vragen dan het bestuur des polders: waarom worden aan zienlijke sommen gelds besteeds tot het beplanten der wegen, waarvan adres de beplanting van den Kruisweg nog weinig goeds te wachten is terwijl IJ-, Sloter- en Aalsmeerderweg blijven liggen als mod- derpoelenop vele plaatsen bijna niet te doorwaden. Ware het niet nuttiger eerst alle wegen te harden en dan met beplanten te beginnen? Zou zulks niet meer in het nut van het algemeen zijn? De tegen- woordige handelwijze moge te verdedigen zijn, wij begrijpen ze niet. Eenige Bewoners van den IJweg. DIJKGRAAE en HEEMRADEN van den Haar- lemmermeer-Polder zullen overgaan tot de navolgende Openbare Aanbestedingen: 1°. Op Maandag den 3 February 1862, des na- middao's ten 2 ure, in het Hotel de Kkoox te Haar lem, van HET UIT VOEREN VAN EENIGE BE- PLANTINGEN IN DEN POLDER, en 2°. op Vrijdag den 7 February 1862des na- middao-s ten 1 ure, in het Hotel de Kroon voor- noemdD, van HET LEVEREN VAN EENIGE BE- NOODIGDHEDEN voor de STOOMTUIGEN over 1862.De Bestekken en Voorwaarden zijn op franco aanvrage aan de Secretarie van den Polder te Haarlem gratis verkrijgbaar. Haarlem29 Januarij 1862. Dijkgraaf en Heemraden voornoemd, J. W. M. VAN DE POLL Voonilter. E. W. VAN BREDERODE, Secrelaris.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1862 | | pagina 3