88 - als liet voederen van mangehvortelen meer algemeen was; een voedsel, dat ook nog in vele andere op- zigten zoo heilzaam is. Als een probaat middel tegen die soort van verstoppingenhoorde ik dezen winter een aftreksel van het gewone komijnzaad aan- bevelen. Ik acht mij geroepen en geregtigd daar- tegen te moeten waarscbuwen; niet zoozeer omdat ik dit middel in die ongesteldheid schadelijk acht, oneen volstrekt nietmaar omdat ik er al zeer weinig nut van verwacht en iederen dag dralens, bier doodelijk worden kan; met zijne windbrekende eigenschappen is het bij de opgeblazenheid meer op zijne plaats. Voor de oorzaak van de vrij menigvuldige geval- len van kalfverleggingwordt hier algemeen gehou- den dat het vee van 't najaar nog al veel geleden heeft; 't is zoo gansch onmogelijk niet; maar had men daar niet veel aan te gemoet kunnen komen Zoo jadat het dan zij een leer voor een andere keerMet ontijdig kalven gaat meestal het terug- blijven der nageboorte zamen; daartegen hoorde ik voor het eerst boenderwaier aanprijzen't is waarlijk zoo kwaad niet bedacht, want het gewone heidekruid bevat wel een beginsel, dat daarvoor dienstig zou kunnen zijn. Ilet gebeurt nu en dan dat kalfdragende koeijen eenige vveken voo'r het kalven, moeijeiijk of in het geheel niet rijzen kunnen; behalve algemeene zwakte, kan daar van oorzaak zijn de tijdelijke ligging van het kalf, die, zooals men weet, gedurende de dragt meer dan eens verandert; doch het kan ook wezen dat het kalf ten koste van het moederdier te sterk groeit, b. v. door overmatig voeren, vooral van rog- gebrood; in den regel behoeft men zich over dat liggen blijven niet te verontrustenmits men maar alle overtollige voedering nalatewijl men veelal ziet dat dergelijke koeijen kort voor of na het kalven weder goed oprijzen. Een aanzienlijk gezwel aan de buitenzijde van het spronggewricht eener koe, werd door mij met goed gevolg met het mes weggenomen. Ik deel dit hier niet zoozeer mede om de zaak zelf, dan toch zou het wel ietwat hebben van het geschreeuw van den kiezentrekker op de sjeesmaar meer om aanlei- ding te vinden om op de oorzaak te wijzen, die deze en dergelijke gezwellen doet ontstaan en deze is: eene aanhoudende drukking. Zoo ziet men ze aan den hals en het kossem ontstaan door het knel- len der klavenaan de voorknieen door het liggen op den knieboom of steenen rollaag, aan de achter- beenen door het liggen op den steenen boes. Ik weet wel, een en ander is moeijeiijk te vermij- den en die gemetselde steenen boes, netjes met zand bestrooid, pleit zeer voor de Hollandsche zindelijk- heid; maar ik weet ook, dat die gezwellen aan de beenen minder voorkomen bij de teelboeren, die hunne koeijen strooijendan bij de koeboeren die zulks niet doen. In ieder geval moest men bij het ontstaan van dergelijke gezwellen maar ereis tegen de zinde- lijkheid zondigen en de koe, 't zij dan op stal of in eene schuur, dik in het stroo zettenhoogstwaar- schijnlijk zou men dan door de aanwending van een eenvoudig huismiddel, b. v. zeepsophet gebrek in zijne geboorte kunnen stuitendoet men dit niet, dan zal in de meeste gevallen iedere behandeling vruchteloos blijken te zijnwijl de oorzaakde druk king, niet opgeheven wordt. Ten slotte wil ik nu nog, volgens belofte, de uit- komsten kortelijk mededeelen, van de door mij op het einde des vorigen en in het begin dezes jaars verrigte inentingen. In de maand December dan, entte ik op 4 ge- zonde stallen in 3 verschillende gemeenten, 54 run- deren indaaronder waren zoowel jonge als vohvas- sene, mannelijke en vrouwelijke, kalfdragende en guste dieren, beuevens een van de ziekte gebeterde; de uitslag daarvan was gunstig; werking der stof had schier bij alien in meerdere of mindere mate plaats, alleen bij het gebeterde rund in het geheel niet; slechts 3 runderen verloren de pluim en een, na eene allerhevigste en langdurige werking, of gedeelte van den staart. Bijzondere opmerking verdient, dat van die drie pluimverliezentwee op eenen stal plaats hadden; ook de koe die zulk een groot gedeelte van den staart verloor, stond op dien- zelfden stal; en als men nu weet, dat al dit vee toebehoorde aan iemand, die eerst met Mei zijne zaken begonnen was en die zijn vee hier en daar Bekende ik in mijn vorig verslag niet te weten, waar het woord boes van afgeleid was, een mijner vrienden deed mij opmerken dat zulks wel zal zijn van het Fransche woord Bouse of Borne't geen ossen- of koemest beteekent. Dank daarvoor. aangekocht haddan zal men de gissing wel niet ongegrond wanendat waarschijnlijk een of meer dier koeijen de nog sluimerende kiem der ziekte met zich omgedragen hebben; althans het rund, bij't welk zulk eene hevige werking plaats vondwas geduren de den ganschen zomer achterlijk in den groei en de melkgeving geweest. In de maand January werden al weder op 4 ge- zonde stallen, maar nu slechts in twee onderschei- dene gemeenten, 62 stuks vee door mij ingeent, die almede van verschillenden leeftijd en geslacht waren en gedeeltelijk zwanger, gedeeltelijk niet; ditmaal konden de uitkomsten nog gunstiger genoemd wor- den, daar slechts een pluimverlies plaats had, of- schoon, bij genoegzaam alien, toch werking waar te nemen was; uitzondering hierop maakte ee'n stal, onder welken koppel vee de longziekte in den afge- loopen zomer vrij sterk gewoed had; dit waren dus meest gebeterden, bij wie weinig of geene werking te bespeuren was; alleen bij een paar koeijen, later aangekocht, ontstond tamelijke werking; bij eene zelfs^ met pluimverlies nog op den 63sten dag; een bewijs dat de niet-werking hier niet aan de gebe- zigde stof kon toegeschreven worden. Nieuwveen. D. van Hulst. OVER DE TONGBLAAR. Sedert eenige weken heerscht in het kanton Bever- wijk in eenen hevigen graad de tongblaar, bij som- migen ontaard in tongkankeronder het rundvee, eene ramp voor menigen veehouder, die in het genot van veelvuldig gras, thans in de beste maand weinig haalt, wijl hetgene hij nog aan melk van die dieren krijgtvooral tot gebruik voor kalveren en varkens voor de gezondheid schadelijk is. Van menigeen is het reeds bekenddat kalveren en biggen door het gebruik van melk en kaasvvei van die dieren gestor- ven zijn. Een landbouwer onder W. a. D. heeft in twee dagen van de acht graskalveren zes dooden zoo ook 18 biggen terwijl bij hendie kalveren mesten reeds verscheidene bij sommigen alien gestorven zijn. In geval de ziekte niet ontaart, duurt dezelve bij eene goede behandeling slechts zes a acht dagen, docli dit is lang genoeg om vermagerde en bijna drooge runderen te hebbenindien dezelve door sterke voe- ding, met onvermoeide vlijt aangebragtniet worden in stand gehouden. Men bediene zich van rogge- brood, lijnkoeken aan fijne brokjes gebroken en die ver in den bek op de kiezen gebragt of lijnmeel met water gemengd, bij weigering, even als eenen drank ingegeven. Verder geve men gesneden gras of hooi in water gedoopt, en brenge dat insgelijks op de kiezen, opdat zij gelegenheid vinden dit weg te malen, wijl er een tijdperk bestaat dat de bees- ten niets kunnen aannemen, en veel minder met de tong groeijeud gras kunnen eten. Voor de ziekte zich aan de tong door blaren openbaart, bespeurt men door stijfheid der runderen, of door blaren aan de speenenof door eenige loom- heid in de dieren, dat de kwaal zich weldra zal openbaren; hevige schuiming nit neus en mond doet zich zien, blaren vertoonen zich op de tong en het verhemelte en tandvleesch is ontstokenen zwelt even als de tong op. De behandeling dezer ziekte is zeer verscheiden de een snijdt met een mes de blaren door, wascht den bek en vooral de wonden met eenen in bron- water gedoopte linnen doek, en brandt met helschen steen of bijtende potasch de mond dood, om een uur daarna en vervolgens eenige malen daags, die plaatsen met eene oplossing van blaauwe vitriool in water te bestrijken. Schrijver dezes, en ook de meeste veehouders volgen eenen anderen, minder harden weg. Wij zijn begonnen alle gezonde runderen te aderlatenen die welke eenigzins hardlijvig of ernstig ontstoken bloed bij zich haddenhebben wij salpeter met wonderzout ingegeven, om aan die runderen, welke door de ziekte aangetast werden, bij eene goede voeding, niets te doen dan met eenen stok waaraan een wol- len lap is vastgemaakt, gedoopt in een mengsel van J/^ siroop, zout, en of /2 scherpe azijn, vier a vijf maal daags den ganschen bek fiks te bespoe- len; op die wijze lijden de dieren weinig en zijn even spoedig hersteld. Voor de door brand ontstoken spenen gebruiken wij met goed gevolg I once heemstzalf vermengd met 15 grein rood praecipitaat; terwijl zeere of ge- zwollen pooten of klaauwen door insnijdingen en een mengsel van gootmodder met versche koemestdoor- weekt met scherpen azijnen telkens daarmede be- vochtigdgenezen wordenook is met goed n-cvoD een mengsel van stokholmer teer met siroop gebezigd" B' S." GOEDE RAAD aan de VEEHOUDEItS BIJ HET Heerschen der Tongblaar, of juister gezegd, van het Mondzeer. Zooals bekend is, brak deze ziekte hier en elders weder uit, Het schijnt dat zij ditmaal uit de noordelijke provincien, over zee tot ons gekomen is; althans ik hoorde reeds voor wekendat vele koeijen op de markt te Amsterdam er aan leden, zoo zelfs, dat de prijzen er door gedaald waren. Zou zulk vee niet van de markten kunnen en behooren °"e- weerd te worden? Sommige veehouders, stedewaarts gereisd om vee te koopenwerden er door afgeschrikt en keerden onverrigter zake huiswaarts; anderen, door de lagere prijzen verlokt, kochten toch en sleepten zoodoende de ziekte hunne woonplaats in. In hoeverre dit nu wijs en voorzigtig van deze laatsten gehandeld is, wil ik geheel daar laten; ge- noegde ziekte is nu eenmaal in deze environs en ik acht mij bevoegd eenige wenken te geven, hoe te handelen als zij in eenen koppel uitbreektte meer, wijl bij deze ongesteldheid zelden de hulp van eenen deskundigen ingeroepen wordt. Men beginne danmet al het vee ader te laten liefst uit de melkaders en geve aan elktwee dagen achtereen, 's morgens en 's avonds telkens 2 Nederl. ons wonderzout, in warm water opgelost; aan jong vee naar evenredigheid minder. Die reeds door de ziekte aangetast zijnwassche men eenige malen daags de mondholte uit, met een mengsel van ge- lijke^ deelen goede stroop en wijnazijn, waarin een weinig fijn keukenzout opgelost is. Dit wasschen geschiedt het gevoegelijkst met een gladde ronde stok van ongeveer 1£ voet lengteaan het eene einde waarvan een pop van lappen bevestigd is; beter nog doet mendoor eenige wollen lappen sters- gewijs op den kop des stoks vast te spijkerenop de manier van een schippers dweilstok; deze wijze heeft dit voordat er meer vocht intrekt en men overal beter tusschen en bij kan komen. Door dus te handelen, zal men nu wel de ziekte niet stuiten of keerenmaar zij zal wel spoediger en ligter afloopen terwijl in de meeste gevallen ziekte- verplaatsingen op het uijer of de voeten er door voorgekomen zullen worden. Dit is mij o. a. duidelijk gebleken toen deze zelfde ziekte nu ruim 20 jaar geleden, meer alge meen en veel heviger heerschte dan thans en mij door den eigenaar eener boerderij, die elders woon- de, opgedragen werd, alles te doen aan zijn vee wat de kunst vermogt. Het waren 24 koeijen en 'een stierde meesten kregen het in eenen ligten graad, bleven goed dooreten en bij de melk; bij geen een sloeg het in de beenen of het uijer en alien hefttelden veel spoediger dan het vee op om- liggende boerderijen, waaraan niets gedaan werd, Toen en ook nu weder heeft de ondervinding geleerd, dat het vee hooi beter weg kan krijgen dan gemaaid gras; 'tgeen zich daaruit verklaren laat, dat het slappe gras, door de ongewoon groote hoeveelheid slijm in de mondholte aanwezig, te veel zamenpakt, dat met het drooge hooi minder het geval is. Is de ziekte reeds in de beenen geslagen, dat wel de ongunstigste uitgang is en waaraan enkele koeijen na veel lijden sterven, dan late men ze boven de klaauwen een weinig bloeden en zette de voeten in zakken, gevuld met koemest, azijn en zout, dat men iederen dag ververscht; hierdoor zal de ontste- king wijkenof de verettering spoediger en gefegel- der intreden. Somwijlen gebeurt het, dat de ziek- testof zich niet eerst op de tong, maar dadelijk op de voeten werpt; ook dan handele men op deze wijze. Plaatst zij zich op het uijer, dan houde men dit aanhoudend nat en koud met een een meng sel van elzenbaggerazijn en zout en ondersteune bij sterke zwelling het uijer, door het in een doek te hangen. Met de melk en het bloed zij men behoedzaam, wijl beiden dragers der smetstof zijn; ik heb b. v. varkens de tongblaar zien krijgenna- dat ze dergelijk bloed gebruikt hadden; terwijl ik eene vrouw gekend heb die, na van de melk eener geit gedronken te hebben welke de tongblaar had, hetzelfde ongemak in haren mond kreeg en later ook haar zuigend kind. (Zie verder het Eersie Bijvoegsel Drukkerij van Bonga C°. Amsterdam.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1862 | | pagina 4