- 82 - LANDBOUW-TENTOONSTELLINGEN. In Pruissen heeft de aldaar bestaande Landbouw-Maat- ■schappij (het Londes OeJconomie-Kollegiumdie in onmiddel- lijke betrekking tot de regering staat, hare bijzondere aan- dacht in de laatste jaren gewijd aan de zaak der landbouw- tentoonstellingenen de wijze, waarop die behooren te worden ingerigt, om daarvan de nuttigste uitkomsten te verkrijgen. Plet is voorzeker eene zaak, die zeer de algemeene belang- stelling verdient. Goed ingerigte tentoonstellingen kunnen zeer veel bijdragen tot den vooruitgang en de verbetering van Iandbouw en veeteelt. Toen dan ook een vijf-en-lwintigtal jaren geleden algemeen de behoefte werd gevoeldom zoo door den staat als door de zorg van partikulieren de ontwikkeling van den Iandbouw te bevorderenwerd in meest alle landen het houden van tentoonstellingen en het doen van prijsuit- lovingen als het meest krachtige middel daartoe aangegrepen. Eerst ontmoette men bij den landbouwersstand in het alge meen niet veel belangstelling en raedewerking en waren het meest de rijke grondbezitters en de landbouwliefhebbers, die daaraan deel namen. Van lieverlede kwamen echter de prak- tische landbouvvers tneer mededingen, en is het zekerdat sints dien tijd de tentoonstellingen eene algemeene en gunstige werking op de wijze van landbouwen verkregeu. Docb, naarmate men verder vorderde, werd men veeleischen- der, en de vele leemten en gebrekendie zoo bij de prijs- uitlovingen als bij de prijstoewijzingen bestonden, meer open- baar. Velen van die gebreken waren echter zoo gemakkalijk niet te verhelpen, en het gevolg daarvan was, dat de vroe- gere opgewektheid tot mededinging weder meer verflaanwde. Men mistrouwde dikwerf de juistheid der beoordeelingende prijzen waren door groote versnippering niet uitlokkend ge- noeg, of wel, men achtte de moeiten en kosten aan het ten- toonstellen verbonden, niet vergoed door het voordeel, dat men daarbij kon behalen. Zoo verviel men langzamerhand weder in een sleurgang en begonnen de tentoonstellingen hunnen goeden invloed te ver- liezen, wijl de mededinging niet krachtig genoeg was, en veelal het beste wat eene landstreek opleverde wel bij de boeren aan huis, maar niet op de teutoonstellingen te vinden was, en werd zelfs dikwerf het denkbeeld geuitdat de tijd der tentoonstellingen voorbij was, en het prijsuitloven een nutteloos geld verspillen was, daar die prijzen meestal ten deel vielen aan een klein aautal personen die meer om eer dan voordeel landbouwden; terwijl ze voor den Iandbouw in het algemeen zonder nut blevenof zelfs ongnnstig werkten door vele landbouvvverbeteringen en vooral de veeveredeling meer als eene zaak van liefhebberij dan van werkelijk prak- tisch nut te doen beschouvven. De voorstanders der laudbouw-tentoonsteilingen blijven ech ter volhouden, dat, ook voor onzen tijd, deze wedstrijden in het voortbrengen van het puikste en edelste, dat Iandbouw en veeteelt kunnen opleverennog zeer nuttig zijn en blijven, en de venninderde belangstelling en deelneming alleen daaraan is toe te schrijven, dat men bij de wijze van inrigting, prijs- uitloving en beoordeelingte veel in ecu sleur is gevallen daar het zoo gemakkelijk is het oude programma maar weder in alle opzigten te volgen, en onjuiste bekrooningen met de magtspreuk dat alle beoordeelingen feilbaar zijn te beantwoorden. Sints de kennis van den Iandbouw van de leer der veever edeling, van de vereischten der werktuigen is toegenomen, is de tentoonsteller ook niet meer met een oppervlakkig oor- deel tevreden, maar verlangt bij grondige beproeving en ver- gelijking, wijl anders de prijstoekenuing geen werkelijke waarde meer voor hem heeft. Het is dus een onderwerp van veel belang hoedanig de tentoonstellingen moeten zijn ingerigt om het best aan hun doel te beantwoordenen vestigen wij daarom de aandacht op hetgeen hieromtrent in Pruissen is verrigt. De bovengenoemde maatschappij heeft reeds voor een paar jaren eene kommissie benoemd om deze zaak aan een grondig onderzoek te onderwerpen en deze heeft hare bescliouwingen waartoe een aantal rapporten en adviezen tot grondslag heb- ben gediend, in een uilvoerig verslag bekend gemaakt, dat in de laatste zilting van het kollegie is behandeld en waaraan algemeene goedkeuring ten deel viel. Het is in het April- nommer van de Annalen van den Fruissischen Iandbouw op- genomen en beslaat daarin vijftig bladzijdendie veel nuttige weaken bevattenwaarmede voorzeker zijdie met het beheer der landbouwtenloonstellingen in ons laud belast zijn met ge- noegen kennis zullen maken en alligt hun voordeel kunnen doen. Het verslag wordt besloten met eenige algemeene grondre- gelen voor de inrigting der tentoonstellingenwaarvan wij bier eenige der voornaamste mededeelen. Algemeene Bepalingen. 1. Het nut van landbouwtentoonstellingen en daarmede ver bonden prijsuitlovingen is niet te ontkennenzoodat het wen- schelijk is, dat die blijven plaats hebben. 2. Het is wenschelijk dat de tentoonstellingen alle zaken die tot de landbouwnijverheid behooren, omvatten, zoowel alle veesoorten als voortbrengselenen de werktuigen en ge- reedschappen. 3. Bij groote nationale of internationale tentoonstellingen moeten de voorwerpeu in een zoo groot mogelijk aantal af- deelingen gesplitst wordenbij kleinere of plaatselijke daaren- tegen kan het gewenscht zijn die te beperkentot hetgeen voor het oogenblik het meest de aandacht verdient. 4. De prijzen worden het best verdeeld in eerste, tweede prijzen enz.doch is het voor vele gevallen aan te bevelen prijzen van gelijke waarde, b. v. twee eerste prijzen te stellen. 5. De beoordeelaars moeten steeds de bevoegdheid hebben de prijzen niet toe te kennen, als de tentoongestelde voor- werpen ze niet waardig worden geacht. 6. Eene verbinding van geld-, medaille- en andere prijzen is aan te bevelen; doch over het algemeen verdienen, vooral bij groote tentoonstellingen, de geldprijzen de voorkeur. 7. De namen der beoordeelaars moeten in het programma bekend worden gemaakt. 8. Het moet aan de beoordeelaars worden vrijgelaten hoe zij hun oordeel wenschen te bepalenhet beoordeelen volgens zoogenaamde punten kan niet worden aanbevolen. 9. De namen der eigenaars van de voorwerpen moeten niet aan de beoordeelaars bekend zijn. 10. Het is gewenscht, dat de beoordeelaars de gronden der prijstoekenning in het kort aangeven en openbaar maken. Voor het vee. De prijsuitloving moet zich in den regel niet beperken tot die, welke door den tentoonsteller zijn gefokt geworden; in bijzondere gevallen kan het echter nuttig wezen om alleen den fokker te bekroonen. Voor paarden is de volgende indeeling aan te bevelen 1. Bij-, jagt- en kavalleriepaardenmet de onderafdeeling volbloedpaarden als fokdieren. 2. Rijtuigpaarden. 3. Paar den voor landbouwgebruik met de onderafdeelingena. zware; b. ligte. 4. Vrachtpaarden. 5. Pony's (hitten). Voor runderen: 1. Melkvee. 2. Mestvee. 3. Trekvee. Voor schapen de afzonderlijke rassen met onderseheiding van diewelke hoofdzakelijk voor wolgroei, en wel hetzij fijne ofgrovere, ge- houden wordenen die waarbij vleescbgroei de hoofdzaak is terwijl, behalve de bijzondere rassenook de gekruiste in aan- merking behooren te komen. Voor varkens groote, middensoort en kleine rassen, en, zoo nuttig geoor- deeld, bijzonder genoemde rassen. Wanneer men de veesoort naar rassen rangschiktis het gewenscht eene afdeeling te hebbenwaarin die alien gebragt worden, welke niet tot de genoemde rassen behooren. Het is aan te bevelen bij rundvee, schapen en varkens, nog eene afzonderlijke afdeeling voor vet vee te hebben. Voor de werktuigen. Het wordt wenschelijk geacht ook voor werktuigen prijzen te blijven uitlovenhet is echter aan te bevelen dat ze eenigen tijd voor de tentoonstelling, b. v. acht dagen, worden ingeleverd. De beoordeeling behoort voor de opening der tentoonstel ling plaats te hebben. De prijsuitloving geschiedt het best voor de verscbillende soorten van werktuigenbovendien kan men eenige prijzen voor geheel nieuwe of bijzonder goed vervaardigde werktuigen uitloven. Voor de rangschikking der werktuigen is het verkiesselijk dat die van elken fabriekant bijeengeplaatst worden. Voor prijsuitlovingen builen de Tentoonstellingen. Ilet is gewenscht ook voor bijzondere landbouwverrigtingen die niet voor tentoonstelling vatbaar zijnprijzen uit te loven. Het bekroonen van geheeie boerderijen is als regel niet aan te bevelen; echter zou dit in bijzondere streken, waar men daarvan nut verwachtbeproefd kunnen worden. Het tot stand brengen van inrigtingen tot het beproeven van werktuigen is aan te bevelen. Ook het oprigten van een landbouwmuseum is als eene wenschelijke zaak te beschouwen. Over de inrigtingen tot het beproeven van landbouwwerk- tuigen, een denkbeeld dat het eerst in Pruissen is opgeko- menen waaraan reeds een begin van uitvoering is gegeven hopen wij nader nog het een en ander rnede te deelendaar het ons voorkomt dat deze zeer nuttig kunnen werken, en met veel nut de beproeving en bekrooningzooals die thans meestal plaats heeft, geheel of ten deele zouden kunnen ver- vatigen. en bestellingen plaatsniettegenstaande de drukkende tijds- omstandighedendie de landbouwers niet gaarne diep in den zak doen tasten; op de volgende dagen ging echter bijna niets om. Het bezoek der markt was buitengewoon druk. VEILINGEN VAN POKVEE. In Duitschland staat de heer Naihusius, van Hundisburg in Pruissenals een der eerste en meest kundige veefokkers bekend, dewijl hij door verschillende geschriften zijne wijze van handelen en inzigten omtrent de leer der veeveredeling heeft ontvouwd. In navolging der Engelschenhoudt hij ook jaarlijks zijne veiling van fokvee. Onlangs had die weder plaats, en, niettegenstaande de ge- spannen toestand in het geheeie landhad zich eene aanzien- lijke verzameling van veefokkers en landbouwers op zijne hoeve vereenigd. Algemeen was het oordeeldat het ter veiling gebragte vee weder merkbarcn vooruitgang in veredeling aan- toonde. A1 het aangeboden vee werd verkochten wel 70 rammen van Zuiderduinras tegen een middenprijs van /ISO (hoogste prijs 385); 18 rammen van Mauchamp (merino) ras, middenprijs 127 (hoogste 145); 39 jonge ooijen van Zuiderduinras, middenprijs 65; 7 eenjarige volbloed-kort- hoorn stierenmiddenprijs /385 (hoogste prijs700); 2 halfbloeds-korthoorn stieren, middenprijs 170; 30 jonge fok- varkens, middenprijs 77. Op de Fransch Keizerlijke boerderij te Corbon had in de vorige maand de jaarlijksche veiling van vee plaats. Er wordt hier uitsluitend korthoornvee gefokt, waarvoor op nieuw hooge prijzen werden besteedzoodat de voorliefde voor dit gunstig bekende Engelsche ras ook in Frankrijk nog niet blijkt af te nemen. Elf stierenvan een-half tot twee jaren oud bragten 7000 op; de duurste gold 1350; 8 koeijen, drie-en-een- half tot vijftien jaren oud, golden /4900; de duurste, een zevenjarige, 1500; en 7 vaarzen ruim /2000. Op verzoek nemen wij gaarne het volgende ingezonden stuk uit de Nieuwe RotierdamscJie Courant over lie vcetyphus en dc pulpe der beetwortcl- suiker-fabrlekcn. FOKVEE- en WERKTUIGENMABKT te BRESLAU. Te Breslau in Silezie had den lsten Mei de jaarlijksche fokveemarkt en op den 2den, 3den en 4den de markt van werktuigen plaats. Voor het vee was dit jaar voor het eerst eene groote overdekte standplaats ingerigt. De fokveemarkt was 'dit jaar niet zoo bezocht als in 1865, zoo waren er slechts 250 runderen aanwezig, tegen toen 398. Vrees voor aanstekende ziekten en levendige handel in fokvee reeds voor de markt bragten daartoe bij. Het aantal stieren was echter in verhouding zeer groot. Wat de rassen betreftzoo was er niet veel korlhoorn-volbloed vee, doch daarentegen veel kruislingen van kortlioorn (durham) stieren met hollandsche koeijen en met landvee. Onder de kruislingen waren er van zoo uitstekende hoedanigheden en die zoo zeer den invloed van het korthoornbloed verloondendat enkele daarvan zelfs franijer van vormen waren dan het volbloeds vee. Onder de andere rassen muntte vooral het Oost-Friessche vee uit. Over het algemeen werden de prijzen zeer hoog gehoudendoch niettemin drie vierden van het aangevoerde vee verkochtter publieke veiling, die den morgen na de markt plaats vindt, werden echter slechts tien stuks gebragt. Paardenvarkens en schapen waren slechts zwak vertegen- woordigd en de omzet daarin was zeer onbeduidendzoodat het welligt raadzaam zal zijn de fokveemarkt uitsluitend tot runderen te bepalen. De werktuigenmarkt was daarentegen ruimer voorzien dan het vorig jaar. Er waren 137 5 voorwerpen tegen toen 844. Kleine dorschwerktuigen en zaaiwerktuigen waren het talrijkst voorhandenop den eersteo marktdag vonden nog al aankoopen In een der nomraers van de N. R. C. van Maart 11. werd beweerddat de voeding met pulpe een nadeeligen invloed uitoefende op het vee bij de heerschende ziektezoodat alle runderen, welke dit voedsel gebruikten en door typhus werden aangetast, bijna zeker moesten sterven; en als voorbeelden werden opgegeven de runderen van den bouwman L. J. Rade- makerte Brielle, waarvan van de 37 aan de ziekte lijdende 35 stierven, en die van den bouwman F. van den Poelwaar van er 13 van de 14 bezweken. In de N. R. C. van 25 Maart 11. komt iemanddie zich teekent een beslendig lezerhiertegen op; hij prijst de pulpa aan als een zeer heilzaam en gezond voedsel in den tijd van besmetting, en meldt ons ten slotte, dat het aan de ziekte lijdende en gestorven vee van bovengenoemde landbouwers geen 100 kilo's pulpe gebruikt heeft. Om het groote belang der zaak heb ik het mij ten pligt gerekend, een naauwkeurig onderzoek hieromtrent in te stel len, en ben ik tot de overtuiging gekomendat de pulpe, zoowel aan melkvee, als ter vetmesting bestemde runderen en schapen toegediend, de meest bevredigende uitkomsten heeft opgeleverd. Mijn onderzoek had plaats in die strekenwaar de ziekte het hevigst heeft gewoed en waar voortdurend veel pulpe ge- voederd wordt, loopende voorts dit onderzoek tot op heden als zijnde het voederen met pulpe geheel afgeloopen en het vee in de weide. Vooreerst is het mij geblekendat vele stallen waar pulpe gevoederd werden die in de nabijheidja zelfs naast be- smette stallen gelegen warengeheel van de ziekte bevrijd zijn geblevenik kan zulks aantoonen door namen van eenige in hunne omstreken algemeen geachte landbouwers, zoo als: J. Vermeulen, met 20 stuks hoornveeJ. Bohememet 30 stuks, en In 't Flout met 30 stuks, alien onder Rijswijk bij 's Hage, de landbouwer J. van der Meide met 25 stuks, en de WelEd. heer Jhr. Mr. B. R. Gevers Beynoot met 60 stuks, beiden onder LoosduinenJ. de Bruinveehouder en veehan- delaar te Maassluis met 20 stuks; L. Bijxhoornte Hof van Delft, met 45 stuks, en J. van Galen, te Naaldwijk, 'met 20 stuks hoornvee. Vooral opmerkelijk is het, dat op het stalletje van 4 stuks runderen van den tuinier A. Vernouw, te Voorburg, dat bijna tegen de stallen van mejufvr. van Oosten was aangebouwdalle runderen tot heden gezond zijn geble venterwijl de stal van 60 runderen van mejufvr. van Oosten, die geene pulpe voederde, op een tiental na geheel is uit- gestorven. Deze uitkomsten in gemeentenwaar de ziekte zoo hevig heerschtemogen niet uit het oog verloren en in alle deelen bevredigend genoemd worden. Nu overgaande tot eenige stallen, .waar met de pulpe ge voederd werden waarop de veetyphus is uitgebroken zoo bevind ik vooreerst den stal van mejufvr. de wed. Oosterlaan te Voorburg, waar de grootste bekende sterfte heeft plaats gehadnamelijk 17 van de 30 stuks; vervolgens G. Bol, te Rijswijk, 10 van de 35; Ahr. van der Gaag9 van de 35, en J. JBreederveld3 van de 30, beiden te Schiplniden; TV. Schipperste Stompwijk, 11 van de 40; A. van Leeuicen, te Loosduinen16 van de 50, en A. van der Bri/t, bij Delft, 3 van de 70. Ook deze uitkomsten zijn zeer bevredigend, want de hoogste, mejufvr. wed. Oosterlaan, verloor 5 6 pCt. terwijl de laagste, zijnde A. van der Brift, er slechts 41 pet.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1866 | | pagina 2