1875. Vrijdag, 26 November. JVo. 48. VAN AAN LANDBOUW, GEMEENTE- EN POLDER-BELANGEN GEWIJD. Zestiende Jaar gang. Wat er bij Proeftninen te verrichten valt. Haarleniinermeer. vV& fp Prijs van hot Abonnement: in het Jaarf g_ -Prijs der Advertentien van 1 6 regels 75 Cent, elke regel meer 12'/2 Cent. w. c. H. STAKING. *g. I® °PrS t0? de aanWeZ'"e h°eveelheid phosphorzuur honderd van de meststof waarborgenen niet de hoeveel- Bij dsn Burgerlijken Stand zijn aangegeven HAARLEAfMERMEER Prijs van een enkel Nommer 15 Cent. ALLE TOEZENDINGEN, REDAKTIE EN UITGAVE BETREFFENDE te adresseren aan V4\ BOi\GA C°.te Amsterdam. Uiterlijk TPoensttng. Groote Letters worden naar hare plaatsruimte berekend DOOR Overgenomen uit het Tijdschrift de Volksvlijl. Van verschillende kanten, door het Landbouw-Congres en het Congres voor Nijverheid onder anderenwordt er bij de Regering aangedrongen op de oprichting van een Proeftuin voor den landbouw of Proefstationgelijk het thansde Duitschers napratendewezen moet. Gezeilig in een congres bij elkander zittende, of bij eene landbouwver- gadering, is het niet onaangenaam om die proeftuinen te bepratentot een verzoekschrift aan de Regering met acclamatie te besluiten en naar huis te gaanin de voile overtuiging van zich hoogst verdienstelijk omtrent den land bouw te hebben gemaakt. De grondwet van de kippenfamilie diende hier wat beter in acht genomen te worden//Niet kakelenzonder eiers te leggen Want het schijnt dat de ijveraars voor de goede zaak spoediger en zekerder tot hun doel zouden geraken wanneer zijzonder veel pratende handen uit de mouwen staken en zelve een' proeftuin oprichtten; dat is, de tien- of twintig-duizend gulden bijeenbrachtendie zulk eene inrichting zoo ongeveer kosten zal. Wanneer er //tot aan- moediging van de paardenfokkerij" jaarlijks, op de Haar- lemsche paardenmarkt, 25 000 gulden uit den zak der voor- standers van dien tak van den landbouw verdobbeld worden, enmet betzelfde doel door dezelfde voorstandersomtrent 10 000 gulden te Woerden; zoolang de Apeldoornsche Ontginning-Maatschappij nog voortdurend op de tiendui- zenden rekenen kan, die haar jaarlijks door de liefhebbers van door dobbelen verkregen grondeigendom worden toe- geworpenzou men meenen dat er ook nog wel geld te verkrijgen ware voor de oprichting van een proeftuin b. v. door een rentelooze geldleening met premie-aflossing De plaats waar die te vestigen iswijst zich van zelve aanen de personen, waaraan het werk toevertrouwd kan worden, zijn reeds gevonden, terwijl de jaarlijks terugkomende kosten van onderhoudvan personeel en materieel tevens al mede aangewezen zijn. De hoofdgedachten waarvan men bij de oprichting der proeftuinen moet uitgaanisten eerstedat men met een enkelen beginnen kan, maar er een zestal noodig zal hebben, en ten andere, dat het gebruik van die inrichtingen door den landbouw de kosten van onderhoud op den duur dek- ken moet. De hoofdtaak, die thans aan onze Nederlandsche proef tuinen opgedragen moet worden, is de regeling van het gebruik van kunst- en handelsmest. De overtuiging wint hoe langer zoo meer veld, dat zekerheid van goede oog sten niet te verkrijgen is dan door een ruim gebruik van aangekochten mest. Goede behandeling van den bouwgrond goede vruchtopvolging mogen onmisbare bedingen zijn van goede oogsten, de grootst mogelijke oogst zal alleen verkre gen kunnen worden door den noodigen mest, en daarin is, in de meeste gevallen, het goedkoopst te voorzien door kunstmest, aangekocht boven en behalve al den stalmest, die op de boerderij gemaakt kan worden. Naar volledige oogsten moet bovenal getracht wordenen de gulden spreuk niet uit het oog verloren//Halve oogsten bederven den boerHet steeds toenemen van het aantal handelaren in kunstmest hier te lande, de vermeerdering van de min of meer brommende aankondigingen van dien mest in de dagbladenwijst op een aangroeiend gebruik; maar dit is evenwel op verre na nog niet zoo uitgebreid als zulks wezen kan en mettertijd voorzeker wezen zal. Slechts hier en daar is de kunstmest als een onmisbare jaarlijksche behoefte in gebruik, zoodaiiig bij voorbeeldals die door den Heer Nering Bogel, onder Mill in de Peel, gebruikt is. Meestal zijn het nog enkele proeven, die echter zelden zoo genomen en uit den aard der zaak genomen kunnen worden, dat zij met juistheid de wijze doen kennen hoe en in welke hoeveelheid de mestte gebruiken is. Dergelijke proeven zullen ze afdoende zijnkunnen de landbouwers zelven niet nemen, omdat scheikundige ontledingen moeten aantoonen met welke meststof men te doen heeft en wat hare juiste waarde is. Op die waarde toch komt het aan in de allereerste plaats, omdat de geldelijke uitkomsten van den oogst de allereerst uit te maken vraag is. Getuigenis omtrent het gebruik van meststoffen van landbouwers, of die al dan niet goed bevallen" zijn, gelijk de mestaankon- digingen u die bij dozijnen aanbieden, hebben niets te beduiden, en geen verstandig landbouwer zal zich door deze laten overhalenom iets meer dan een proef je te nemen van zulk een uitbundig aangeprezen meststof. Het moeten de proeftuinen zijndie voortdurend de geveilde meststoffen controleeren bij de verkoopers, ook om dezen zelven te verzekeren, dat ze de waar leveren, voor wier bestand deelen ze moeten instaanop straffe van tot schadevergoe- ding veroordeeld te worden, wanneer de oogst mislukt ten- gevolge van het niet aanwezig zijn in den mest van de bestanddeelen die hij moest bevatten. Behoeven alzoo de mestverkoopers voortdurend de schei- kundigendie aan de proeftuinen verbonden zijn, niet minder zullen de mestverbruikers telkens hunne hulp in- roepenwant er is hun alles aan gelegen dat zij met evenveel zekerheid den kunstmest kunnen gebruiken als hunnen stalmest. Door den directeur van den proeftuin te Nantes, den welbekenden scheikundige Grandeau, zijn in het Journal d'Agriculture eenige wenken gegeven voor de gebruikers van kunstmest, die wel waard zijn om ter harte genomen te worden. //Het gebruik van kunstmest, een onontbeerlijk aanvulsel van den stalmest bij de meeste bouwerijen, verbreidt zich hoe langer zoo meer," zegt de Pransche geleerde. De landbouwers beginnen te begrijpen, dat het zaak is om zich alleen in te laten met die mesthandelaars, welke instaan voor de bestanddeelen welke hun waar bevat; en de mest- fabrikanten zien in, dat het eenige middel om hun eigen voordeel te behartigen, tevens met dat van den verbruiker bestaat in het waarborgen der deugdelijkheid. Er moet zeker veel in Erankrijk", en ten onzent niet minder, gedaan worden om de kwaal geheel en al te overmeeste- ren, waardoor het platteland met bluffende en brommende prograinma's en prijslijsten wordt overstroomdmaar er is verbetering op te merken, en wel eene voortdurend voor- uitgaande verbetering." //Een natuurlijk gevolg van het verwaarborgen der be standdeelen van den mest door de verkoopers is, dat er telkens meststalen ter ontleding worden aangeboden aan de inrichtingen die, als proeftuinen, daarvoor bestemd zijn. Hoe die ingezonden moeten worden, in goed verzegelde flesschen't best in flesschen met glazen stoppen^ in hoeveelheden van niet minder dan een half kilogram', en vrachtvrijis herhaaldelijk reeds voorgeschrevenmaar de inzender dient ook bepaaldelijk op te geven den naam en de herkomst van den mest en wat hij door de schei kundige ontleding vastgesteld wenscht te zien. Men moet, zooals dikwijls geschiedt, den seheikundigen geene raadsels opgevendoor het toezenden van stalen zonder eenige ver- klaring en waarvan de volledige ontleding leiden kan tot een omvangrijkenzeer kostbaren en geheel onnutten arbeid. De stoffen die de waarde der meststoffen bedingen zijn de volgenden 1°. Stikstof in drie verbindingen: a. Onoplosbaar in bewerk- tuigde stoffen; b. Siikstof in ammoniak; c. Stikstof in salpeterzuur 2°. Phosphorzuur in drie vormen: a. Oplosbaar; b. Moeiliik oplosbaar; c. Onoplosbaar. 3° Kali als een oplosbaar zout: a. Chlooikaliumb. Zwavel- zure kali; c. Koolzure kali; d. Salpeterznre kali. De aanvragen om ontledingen zullen zich richten kunnen naar de navolgende opgaven van de stoffen waarop het aankomt bij elke meststof, en die door den scheikundige bepaald moet worden zonder dat een volledige ontleding in 't minste noodzakelijk is. Dikwijls wordt er door den verkooper slechts een bestanddeel gewaarborgden dan behoeft er natuurlijk ook niet meer dan dit alleen onder- zocht te worden. De voomaamste meststoffen, die in den handel voorkomen, volgen hier met de bestanddeelen welke hare waarde bedingen. 1°. Delfstoffelijke superphosphaten, met zwavelzuur behandelde phosphorieten, en coprolithen. Te bepalen: de hoeoeelheid phosphor zuur m zijne dne toestanden van gemakkelijke of moeilijke op/osbaar- tn. van onoplosbaarheid. 2°. Superphosphaten van beende- ren, of van stroopaarde uit suikerrafflnaderijende hoeveelheid phosphorzuur en zijne drie toestanden en de stikstof. 3°. Phos- phoguano's, guano's met zwavelzuur behandeld: het phosphorzuur als zooeven, de stikstof in den ammoniak en in de bewerktuiqde stoffen voorhanden. 4°. Phosphorietencoprolithen en beender- asoh de aanwezige hoeveelheid phosphorzuur. 5°. Beendermeel afval uit knopenfabrieken, poudrette, stroopaarde, gestoomde, van hjm beroolde beenderen: de hoeveelheid phosphorzuur en stikstof uit bewerktuigde stoffen. 6°. Salpeterzure kali de stikstof uit sal peterzuur en de kali. 7°. Salpeterzure natronde stikstof uit salpeterzuur 8° Zwavelzure ammoniak de stikstof uit ammo niak. 9 Wollen lompen, afval van wol en laken, horens en inoer'rTS+r°0g bloed> dierlijke afval: de hoeveelheid stikstof. Hout-, turL- en steenkoolasch de hoeveelheid phosphorzuur en kali 11 Kalizouten. Aanduiden welke zouten.: de hoeveel heid kali 12 Saniengestelde meststoffen, die alle plantenvoedsel kunnen bevatten: stikstof, phosphorzuur in de drie vormen en noodig om op te gevenof de stikstof in zulke memgsels ontleend wordt aan salpeterzure natron of salpeterzure kali of zij ~wavelzuren ammoniak bevatten en superphosphaten. Dikwijls schaffen zich de landbouwers tegenwoordig de grondstoffen aan, onder 1 tot 11 hierboven opgenoemd en vermengen die dan zoodanig als zij zelven 't best voor hunnen gfOnd Hell ten. Wanneer zij daarbij de hulp van en proe tuin inroepenzij 't hun dringend aanbevolen om met het mengsel te doen onderzoeken, maar de stoffen' e a z°"t'erl1jk, zooals zij die van de leveranciers ontvan- gen hebben. Wanneer deze toch de grondstoffen waaron het aankomt, in de verhouding bezitten welke gewaarborgd is, dan komt het er minder op aan of de aan de boerderii verrichte vermengmg min of meer volkomen geschied is. Daar- ij behoort men, bij het onderzoek, ook juist de uitdruk- r,ns,e.i ,en?en waarmede de verkooper zijn instaan voor dmgdehjkheid van de meststof heeft toegezegd. Wanneer ufT j°Pi°f m°elhjk °Plosbaar en onoplosbaar, elk afzonderlijk, dan wordt er uit het oog verloren dat de waarde van het laatstgenoemde omstreeks twintig 'cent, het ogram is, terwijl de beide eerstgenoemden op vijftig cent gerekend moeten worden. Zoo kan er gewaarborgd T,jn e loeveelheid stikstof of de hoeveelheid salpeterzure kali netgeen op t zelfde neerkomt, maar in het tweede geval' vereischtdat de hoeveelheid stikstof uit het salpeterzuur wordt bepaald en tevens de hoeveelheid kali." //De kooper moet alzoo van den mestkooper eischen, dat hi; hem in den geleverden mest een minimum ten honderd waarborgt van a. stikstof uit bewerktuigde stof b. uit salpeterzuur, of c. ammoniak; van d. oplosbaar e. moeilijk oplosbaar, f. onoplosbaar phosphorzuur en q van kali." In een Fransch landbouwtijdschrift wordt de waarde der bestanddeelen van de meststoffen voor Maart 1875 opgegeven als volgt: Het kilogram: Oplosbaar phosphorzuur 50 cent; moeilijk oplosbaar phosphorzuur 25 cent; onoplosbaar phosphorzuur 20 cent; Kali 30 tot 40 cent; Stikstof uit salpeterzuur en ammoniak 105 tot 115 cent; Stofstof uit bewerktuigde stoffen 127 tot 160 cent. Hieruit kan men gemakkelijk de werkelijke waarde van de meststof, die te koop wordt aangeboden, opmaken. Ik moet hier buitendien nog herinnerendat er voor de proeftuinen een menigte andere arbeid te verrichten valt die linn rechtstreeks door de belanghebbenden vergoed wordt en ze in bun bestaan moet ondersteunen. Het zoo noodzakelijke keuren van zaaizaadvan klaver- en graszaad in de eerste plaatsdie wel eens voor de helft met onkruidzaden vermengd zijn, zal mettertijd zoozeer in zwang komen dat geen boer ander dan gekeurd zaaizaad meer koopen wil. Evenzeer zullen de veehoudersen de handelaars tevens telkens de hulp van den proeftuin inroepenin het keuren van veevoeder. Zelden toch vindt men tegenwoordig olie- koeken en lijnmeel die niet min of meer vervalscht zijn zoodat het zaak is om uit te maken in hoever en waar- mede de vervalsching is geschiedook omdat <le prijs daarvan afhangt. Hoeveel gruis van roode pannen wordt er al door de boeren betaald als zuivere lijnkoek; hoeveel vee is er al vergiftigd door mosterdkoekendie als raap- koeken verkocht werden. Predikbeurten op Zondag 28 November 1875. Te Abbenes, des voormiddaga (geene godadienatcefening). Kaag, namiddaga ten 2 ure. van 17 tot 23 November 1875. GEBORENRosalina, dochter van J. B. Ferdolage en J. E. Janssen Petrus, zoon van W Hoogewerf en A Limmen. Jatmigje, dochter van M riD J rn Adrlana Catharina, dochter van W. Klaii en M. Gias Leonarduszoon van H. Cominissaris en A. M van Kalmt- m 1 Z°™ ™n J' Noordar'n'=er en G. Boon. Cornelia R de VrieS en N' Kooih - Wijnandus, zoon van H. Edelaar en A van Graas. Jacoh, zoon van H. Eesoort en J. Anna> dochter van P. Z. Laan en C. Aria. Abraham Pieter IT VaNMM ,Wilde,'0m r P' M' Meiier- - Geertruidochter fafa Katsi en N. Molenaar. Maartje en Jan (tweeting), dochter en zoon van H. -oloot en J Blees. Franciscus, zoon van H. Overes en G. van Ex OVERLEDEN: Johannes Hendrikus, ond 3 maanden zoon van F Bliji leven en A. E. Reitsma. Gijsbertoud 7 maanden, zoon van M A Homers en C. Bnenen. Francijntje. oud 5 maanden, dochter van J van Rnmpen en G. Schreuders. Maartje, oud 1 jaar, dochter van J. van Bnemen en A. Dijkstra.. Wilhelmina Catharinaoud 5 jaren, doch- r-:; "y;a

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1875 | | pagina 1