LANDBOUW. WEEKBLAD VAN HAARLEMMERMEER. NIECWS- en ADVERTENTIEBLAD. Luden, of zijn indruk was, dat met de woorden //de Regeering en de regeerende klassen zijn de moordenaars" de Nederlandsche Regeering in 'i aigemeen bedoeld werd, bevestigend antwoordde, doch er bijvoegde niet zeker te weten of beklaagde ook van //de regeerende klassen had gesproken. Bekl. had er op gevvezen, dat niet de sociaal- democraten inaar de Regeering de moordenaars waren en de vergadering mocht als openbaar beschouwd worden, omdat ze in Recht voor Allen bij advertentie was aangekondigd en omdat een toegangsprijs van 5 cents werd geheven. Op een desbetreffende vraag van den voor- zitter, autwoordt Fortuyn, dat hij had aangekon digd te zullen spreken over het onderwerp //Wie zijn de moordenaars? Nadat de stoel, welke voor getuigen Stork is nedergezet, is weggenomen, wordt de tweede getuige, de rechercheur van politie Schroder gehoord. Deze getuige bevestigt, dat het een openbare ver gadering was, waarvoor hij een toegangsbewijs van cents heeft betaald. Hij weet dat beklaagde ge- zegd heeft //de Regeering en nog iets zijn de moordenaars," doch weet niet zeker of bekl. gezegd heeft //de regeerders" of //de regeerende klassen." De daaropvolgende getuige is de verslaggever van het Aigemeen Handelsblad, die op de be- wuste vergadering tegenwoordig was, echter zon- der uitnoodiging. De vergadering wai openbaar, doch daar de per- sonen, die aan de deur stonden, hem van aangezicht kenden, betaalde hij als verslaggever geen vijf centen, doch hij heeft wel gezien dat anderen dien toegangsprijs betaalden. Hij wist dat de vergadering zou worden gehouden, omdat hij haar in Recht voor Allen had aangekondigd gezien en dat Fortuyn zou spreken over de vraag//Wie zijn de moordenaars", waarop be kl. het antwoord gaf//de Regeering en de re geerende klassen zijn de moordenaars." Op een desbetreffende vraag van den voorzitter, ant- woordt getuige beslist toestemmend, dat bekl. ook van //de regeerende klassen" heeft gesproken. Volgt de verslaggever van het Bagblad voor Nederland die in hoofdzaak in zijne verklarin- gen met den vorige getuige overeenkomtalleen weet hij niet of hij een oproeping tot de ver gadering heeft gelezen 't kan zijn dat hij van een zijner college's gehoord heeft, dat de verga dering zou worden gehouden. Er werd op de vergadering entree geheven, waardoor hem bleek dat zij openbaar was, doch getuige weet ook niet of hij zelf die entree heeft betaald. Ook deze getuige blijft pertinent bij zijne verklaring dat Fortuijn gesproken heeft van de //Regeering en de Regeerende klassen." De volgende getuige is H. L. Oberthuiir, eigenaar van het Cafe Wester hoofd, die beves tigt dat de vergadering op den bewusten avond in zijn lokaal is gehouden en dat het lokaal daartoe is afgehuurd door beklaagde, die zicli er niet over uitliet of de vergadering al of niet openbaar was, doch op den avond zelf werd leder die 5 cents betaalde toegelaten. Overigens is deze getuige achter zijn buffet gebleven, en vandaar heeft hij bekl. als spreker zien optreden, ter beantwoording van de vraag //Wie zijn de moordenaars?" Het antwoord op die vraag heeft hij niet gehoord. Op de verga- dering waren ongeveer 300 menschen aanwezig. De beklaagde heeft geen op- of aanmerkingen op het getuigenverhoor te maken: De officier van justitie, hierop het woord nemende, wees er op, dat de beklaagde terecht stond wegens het uiten van voor de Regeering beleedigende woorden, welke hij erkent gespro ken te hebben en waarvan bewezen is, dat hij ze in openbare vergadering heef geuit. Dat de bedoeling was, honend te spreken, hebben wij uit de stukken kunnen Iezen, doch wordt niet door den beklaagde erkend. Dit is het eenige punt, waarop zijne verdediging schijnt te moeten rusten en dat echter niet quaestieus kan zijn. Woorden, waar ook gesproken, moeten volgens de gewone beteekenis worden uitgelegd en toegelicht wegens de plaats gehad hebbende omstandigheden. Er kan geen twijfel bestaan of de woorden de regeering en de regeerende klassen zijn de moordenaars," hebben een voor de Nederlandsche autoriteiten beleedigenden zin; want waar men in eene vergadering in Neder land spreekt van de regeering en de regeerende klassen, bedoelt men de Nederlandsche regeering De algemeene en natuurlijke zin der woorden //de regeering en de regeerende klassen zijn de moordenaars," laat geen twijfel over aan de be leedigende bedoeling. Immers, gelijk is aangetoond, heeft bekl. in de eerste plaats in zijne rede gezegd: niet de sociaaldemocraten zijn de moordenaars, en op de vraag: //wie zijn dan de moordenaarswas zijn antwoord: //De Regeering en de regeerende klassen." Een en ander doet de beleedigende bedoeling nog duidelijker uitkomen. Bovendien is door den beklaagde in het blaadje Recht voor Allen aangekondigd, dat hij in openbare verga dering de vraag zou behandelenWie zijn de moordenaars?" en hij heeft toen het bekende antwoord gegeven. Worden dergelijke woorden in opgewonden- heid geuit, dan kan veel worden veronlschul- digd, maar waar zij gelijk hier met voorbedachten rade worden gesproken waar eerst in een blad geannonceerd wordt, dat men de vraag zal be- antwoorden//Wie zijn de moordenaars?", waar men die woorden uit in een rede, die natuurlijk eerst is overdacht, daar is eene dergeiijke belee- diging zoo bedenkelijk, dat de strengste straf moet worden opgelegd. Spreker requireerde daarnaschuldigverkla- ring aan de den beklaagde ten laste gelegde feiten, ul. het uiten van smaadwoorden in eerie openbare bijeenkomst tegen openbare autoriteiten, en vroeg veroordeeling tot een geldboite van f 250, subsidair 2 maanden gevangenisstraf. De beklaagde Fortuin droeg zelf zijne verde diging voor en vestigde de aandacht van de rechtbank op het feit, dat het langen tijd ge- leden is, dat iemand in Nederland wegens het uiten eener politieke meening, op een openbare vergadering, terecht stond. Waar nu de Off. van Just, niet twijfelde aan de voor de Nederlandsche autoriteiten beleedi gende bedoeling der geincrimineerde woorden, daar wees bekl. er op dat ze z. i. moeten worden opgevat in den oneigetilijken zin. Buitendien was niets gemakkelijker dan eene beleedigende uitlegging te vinden voor woorden, vervat in een rede, waarvan men kop en staart had weg- gelaten. Reeds bij de instructie had bekl. er op gewezen, dat de bedoelde woorden moesten worden opgevat in politiek-economischen zin; men kon toch niet meenen, dat hij de menschen die de Regeering vormen, in staat zou achten tot een daad, die direct nadeelig was voor de persoonlijke veiligheid. Neen, zij 't ook een te sterke qualificatie, die woorden moesten, gelijk hij gezegd had, worden opgevat in politiek-eco nomischen zin. Waar hij gezegd heeft: //de regeering en de regeerende klassen zijn de moor denaars", heeft hij, al meent de officier van Just, dit als bewezen te moeten aannemen, niet be doeld de Nedelandsche regeering. Bovendien, als hij regeering zegt, bedoelt hij de draagster der heerschende politieke denkbeelden. Volgens ons regeeringsstelsel vormen de kiezers de Re geering. De officier van Justitie heeft gezegd, dat ik die woorden met voorbedachten rade zou hebben gesproken, maar dat is in strijd met zijne eigene woorden, dat ik in een opgewonden oogenblik den beleedigenden zin zou hebben geuit. Ook hebben de getuigen geen van alien gezegd dat ik de Nederlandsche regeering genoemd heb, en uit het versing in de dagbladen blijkt, dat ik, tegen de beschuldiging, als zouden de leden der sociaal-democratische partij, waarvan ik de eer heb een der woordvoerders te zijn, moorde naars zijn? in politiek-economischen heb aange- voerd: //de Regeering en de Regeerende klassen zijn de moordenaars", en moet in ons land der vrijheid, de vrijheid om zijne meening te uiten, den burger onverkort worden gelaten. Hier trachtte bekl. op staatsrechterlijke gron- den aan te toonen, dat aan de benaming //Re geering" en //Regeerende klassen" geen uitleg ging kan worden gegeven in den zin dien de officier van Justitie er aan hechtte. Indien ik gezegd had, meende bekl., de Staten-Generaal, of het hof, of de rechtbank zijn de moordenaars, zou het wat anders zijn geweest. Dit heb ik niet gezegd en daarom vervalt de geheele basis, waarop de aanklacht steunt. Wat heb ik anders gedaan dan kritiek uitgeoefend op de daden der Regeering, zij het ook in scherpe ben oordingen, en volgens de wet (bekl. haalde hier verschil- leude wetsbepalingen aan) heb ik daartoe het recht. Staatsrechterlijk en wettenschappelijk mag men eene meening voorstaan en de Rechtbank zal moeten uitmaken of de meening, welke ik heb voorgestaan, beleedigend is voor de Neder landsche Regeering. Bekl. wees er hier op, dat de wet, waarop de aanklacht tegen hem steunt, z. i. allien doelt op drukperslicten, niet op mondelinge uitingen. Wat hij gezegd heeft, was de uiting eener poli tieke meening, en dit is een recht, dat aan elk burger in Nederland toekomt en hem, hoopt hij, niet zal worden ontnomen. Waar hij nu in politiek-economischen zin gezegd heeft//de Re geering en de Regeerende klassen zijn de moor denaars" en het uitgemaakt is, dat de R geering berust bij de kiezers; daar nu niets wordt ge daan om de nooden en ellenden van het volk op te heflfen, is het niet te verwonderen, dat men zich in politiek-oeeonomischen zin uit, gelijk hij zich geuit heeft. Het is bovendien niet nan te nemen, dat waar sociaal-democraten spreken van //de Regeering", zij alleen het oog hebben op de Regeering van ons klein landje. Neen, zij bedoelen het geheele Regeeringsstelsel, zooals het in aile landen bestaat. En overal hebben dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen, overal wordt aan den arbeidenden stand het noodige onthouden om van te leven en zich voort te planten. Overal eischt de toe- gepaste koloniale politiek slachtolfers, overal wordt dus door de Regeering gemoord; en als ik gezegd heb//de Regeering en de regeerende klassen zijn de moordenaars", had men mij dus moeten aanklagen wegens beleediging van alle Regeeruigen. Trouwens ware mij door de niet te qualificeeren handelwijze van den eommissaris Stork niet de gelegenheid benomen mijne woor den nader toe te lichten, deze vervolging zou nooit tegen mij zijn ingesteld. Pres. Wacht u even. Ik heb expres de behan- deling uwer zaak beperkt tot de geTincrimineerde woorden. Beperk gij u dus in uwe verdediging ook daar toe. Bekl. Mijnheer de President, dit beboort tot mijne verdediging. Pres. Gij gebruikt uitdrukkingen die minst genomen onaangenaam zijn voor den eommis saris van politie Stork. Bekl. Die uitdrukkingen kunnen niet onaan genaam zijn voor den eommissaris Stork. Pres. Niet u, ik heb dat te beoordeelen. Bekl., zijne verdediging vervolgende, wijst er op, dat bij het door hem gesprokene geen sprake kan zijn van hoon noch van voorbedachten rade. Er is dus noch hoon, noch beleediging in de door mij geuitte woorden en het is ongeoorloofd van die woorden te zeggen, dat de Nederland sche autoriteiten er door bedoeld worden, en van straf kan dus geen sprake zijn. De uitspraak in deze zaak werd bepaald op Donderdag e. k. Naar wij vernemen, is door de rechtbank te Haarlem rechtsingang bij dagvaarding in per- soon verleend tegen Jacob Leguit, koopman te Krommenie Adriaan Dekker, molenaar te West- zaan en Pieter Molenaar, timmerman te Zaan- dijk, ter zake dat zij op Zondag 24 Januari 1886 des middags, bij gelegenheid, dat in de zaal van het Hotel //De Jonge Prins" te Wor- merveer eene vergadering werd gehouden waartoe niet enkel de leden eener Yereeniging met hunne vrienden en bekenden, maar ieder, die in het hotel binnentrad, toegelaten werd, toen de politie uit kracht van art. 19 der wet van 22 April 8855 (Stbl. no. 32) in die vergedering wilde binnentreden, deze den toegang geweigerd hebben en dien eveneens ontzegd hebben aan den heer burgerneester te Wormerveer, toen deze, om- hangen met zijn ambtspenning, in de vergade ring wilde binnengaan. Art. 19 der aMigehaalde wet luidt//Tot alle vergaderingen in gebouwen, waarbij het publiek wordt toegelaten, hebben de ambtenaren van algemeene en plaatseliike politie den vrijen toe- gang. Weigering van toegang geeft recht aan de ambtenaren der politie om, bijgestaan door het hoofd van het gemeentebestuur, zich den toegang te verschaffen." Gelijk men zich herinneren zal, is de verga dering te Wormerveer vrijwillig uiteengegaan, toen de burgerneester te kennen gaf, dat hij, als men den toegang bleef weigeren, geweld zou gebruiken. De rechter zal nu te beslissen hebben of de als leden-vergadering met introductie ge- annonceerde vergadering, waar feitelijk ieder toegelaten werd, al dan niet eene bij artikel 19 der wet, bedoelde vergadering was. HaarlCt.) Aan het verslag der Proefvelden van de Rijks- landbouwschool te Wageningen, over 1885 wordt het volgende ontleend In dat jaar werden geteeld ongeveer 40 soor- ten Wintertarwe en 12 soorten Zomertarwe, welke op een paar uitzonderingen na zeer goede uitkomsten opleverden. De beste opbrengsten gaven; Ble de Lausanne, Hundrdfold, Zeeuw- sche, Squarehead of roode Dikkop, witte Victoria, Maid's veredelde, Hallett's veredelde en van de Zomertarwe: Bid rouge de Provence, Zweedsche Championswhite en Breslauer. Verder werd ge teeld Winterrogge 12 soorten; over het aigemeen was de rogge goed van zaad, terwijl het stroo veel korter was dan het vorige jaar. De beste soorten waren Probsteier, Zeeuwsche, Zandwinter en St. Jans; de laatste soort was tweemaal gezaaid voor groen voeder en bracht bij het oogsten, berekend per hectare, 55 hecto liter zaad en 7000 KG. stroo op. Wintergerst, 8 soorten, de beste waren Gro- ninger, Excelsior en Mammouth. Zomergerst, ongeveer 30 soorten; hiervan leverden het meest en het beste opGoldendrop Goldenmelon, Stamgerst, Chevalier en Hallett's pddigree Chevalier. Haver, 24 soorten; deze was dit jaar buiten- gewoon best, zoowel in stroo als zaad. Enkele soorten muntten bovenal uit: zooals de Gron. dikke witte, Probsteier, Tartaarsche, Poolsche, Siberische, Australische. Mais, 8 soorten, welke goed beschot aan groen voecer gaven, hoewel den Paardentand alle overtrof in opbrengst. Voederkool, 4 soorten als: Duizendkop witte en roode Mergkool en //Chou a, large feuille de la Sarthe". Alle hebben goed voldaan. Yan de Rapen en Turnips, ongeveer 30 soor ten, werd eene slechte opbrengst verkregen. Zaterdag 27 Februari e. k. zal vanwege het hoofdbestuur van het Ulrechtsch Genootschap voor Landbouw en Kruidkunde eene teritoonstel- ling van zaaigranen en zaaizaden te Utrecht worden gehouden. Door het Nederlandsche landhouw-comit<5, gevestigd te Haarlemmermeer, is tot de besturen der spoorwegmaatschappijen het verzoek gericht om de gunstige bepalineen voor gezelschapsrei- zen van leden van muziek-gezelschappen enz., ook toepasselijk te doen zijn op landbouwers en landbouwarbeiders, die gezamenlijk eene reis maken tot vermeerdering hunner vakkennis. Door de Maatschappij tot exploitatie van Staats- spoorwegen is, maar wij vernemen, dat verzoel. bereids ingewilligd. Aangaande het oogstjaar 1885 in Friesland, meldt de Staatscourant van 31 Jan./l Feb. De nachtvorsteu in Juni hebben aan den groei der gewassen veel nadeel gedaan. Ge heele akkers aardappelen vroren tot den grond

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Weekblad van Haarlemmermeer | 1886 | | pagina 3